Snijdende woorden bij The Veils Snijdende woorden bij The Veils

Rauwe emotie, maar ook af en toe een grapje

, Tekst: Ruben Eijsink / Foto's: Marieke Waalwijk

Snijdende woorden bij The Veils

Rauwe emotie, maar ook af en toe een grapje

Tekst: Ruben Eijsink / Foto's: Marieke Waalwijk ,

Zo moet je er voor naar Paradiso, zo staan ze 13 februari in Atak. De affiches door heel Enschede lieten er geen twijfel over bestaan: Atak wordt vereerd met een bezoek van The Veils. “I’m really glad the song came here before I did”.

Rauwe emotie, maar ook af en toe een grapje

Nog niet zo heel lang geleden was S.C.U.M., het voorprogramma van vanavond, de support act van The Horrors in Tivoli Oude Gracht. Toen was er geen speld tussen te krijgen. Hun spooky-doomy-reverb-brei sloot naadloos aan bij de muziek van The Horrors.
Vanavond is de link met The Veils iets moeilijker te leggen. Het publiek reageert dan ook enigszins beduusd als het eerste nummer tot een einde komt. Een aarzelend applaus borrelt omhoog.

Post-Punk/Neo-Psychedelic staat er op de site van Atak, die de stijl van S.C.U.M zou moeten omschrijven. Het zit een behoorlijk eind in de buurt. Hoe je het ook noemt, de bezwerende klanken van de overstuurde analoge synthesizers en de diep in reverb ondergedompelde vocalen van de excentrieke zanger maken een interessant gevoel los. Een onheilspellend sfeertje vult de Grolsch zaal, die langzaam aan plaats moet gaan maken voor de diepgewortelde melancholie van Finn Andrews en consorten.

Daar is dan eindelijk de man met zijn hoed, 5 o’clock shadow baardje en prachtige rauwe snijdende stem. Want laten we wel wezen, The Veils is voor de helft de vocalen van Finn Andrews. Hij verontschuldigt zich nog om zijn slordige kledingkeuze, maar dit lijkt gewoon bij zijn image te horen. De meest recente plaat, 'Sungangs' (2009), heeft de vanuit Londen opererende band een breder publiek opgeleverd. De grote zaal van Atak is redelijk vol. Nummers van dat album en voorganger 'Nux Vomica' (2006) zijn de grootste leveranciers voor de setlist. Het debuutalbum, dat Andrews met een compleet andere band opnam, werd mondjesmaat vereerd door een aantal solo nummers. 'The Tide That Left And Never Came Back' en 'Lavinia' worden met veel enthousiasme ontvangen. De emotie blijft moeiteloos overeind in de uitgeklede versies met alleen gitaar en zang. Opeens bloeit de zanger op en begint hij grapjes te maken, zelfs tijdens de nummers. Net zoals op de albums gaat optimisme weer over in somberheid.

Andrews lijkt bijwijlen zo diep in zijn gevoelswereld te verzinken dat hij elk moment in tranen kan uitbarsten. Ook tussen de nummers door heeft hij het moeilijk. Echt een prater is hij en niet en dat verwacht ook helemaal niemand van hem. Als hij probeert uit te leggen hoe fijn hij het vindt om ergens te spelen waar ze nog nooit zijn geweest, maar dat zijn muziek er wel te horen is, kan hij maar niet de goede woorden vinden. Het is bijna pijnlijk om hem daar zo te zien staan stotteren.

In verschillende recensies van 'Sun Gangs' werd al voorspeld dat het nummer 'Larkspur' een enorme live kraker zou kunnen worden. Gelijk hadden ze. Wat een dynamiek en overgave. Wederom weet die doorleefde stem overal doorheen te snijden. Een leuke bijrol is weggelegd voor de gitarist Dan Raishbrook die door gebruik te maken van een cello strijkstok de song extra spanning meegeeft. Het publiek laat zich meeslepen naar de wereld van Finn Andrews waar de regen hard tegen de ruit aan klettert, maar waar het binnen toch warm en aangenaam is.

nu op 3voor12