Nee, deze band komt niet uit Zuidoost-Azië, maar uit Zuidoost-Nederland. De vier mannen uit Limburg vieren hun nieuwe album in de grote zaal van Paradiso. De discobal, zachte lampen, een waas van rooknevel zetten de toon. Het publiek oogt vooral jong, al staat her en der ook een verdwaalde vijftigplusser. Je voelt het al voordat er een noot gespeeld is: dit wordt geen “handjes in de zakken”-concert. Dit wordt bewegen.

KAGAMI

KAGAMI: Japanse City Pop meets Italo Disco

Deze band hoop je terug te zien op een warme festival dag in de zomer

Nog voor de hoofdact de boel komt claimen, zet KAGAMI de zaal in de juiste versnelling. Lucas Sim en Rotem Gerad staan erbij alsof ze net uit een Wong Kar Wai-film zijn gestapt: oversized pakken, kleurrijke dassen en een grote zonnebril.

,,Before we start our next song, come a little bit closer”. Het publiek is de moeilijkste niet en schuift een halve meter naar voren.

Na een aantal nummers van het laatste album Time Machine duikt er ook nieuw materiaal op. Het is harder en meer westers dan dat we van ze gewend zijn. Het zorgt ervoor dat het publiek in beweging komt.

KAGAMI is het soort support waarbij je na afloop denkt: deze band hoop ik terug te zien, het liefst op een warme festivaldag deze zomer.

YĪN YĪN

'Laat de stress buiten': YĪN YĪN als ontspanningstechniek

There is no Yang without Yin and no Yin without Yang

Dan is het tijd voor de hoofdact. ,,Paradiso, welkom bij onze release show,” klinkt het vanaf het podium. En meteen daarna de afspraak voor de avond: mensen kunnen hun stress buiten de 'venue' laten, hier mag gedanst worden. Het publiek hoeft niet aangespoord te worden. Het staat al klaar, dat is waar ze voor gekomen zijn.

Het openingsnummer In Search of Yang begint met een sample van filosoof Alan Watts die eindigt met: There is no Yang without Yin and no Yin without Yang, en dan vliegt zonder waarschuwing de disco erin.

Wat YĪN YĪN live zo sterk maakt, is dat ze strak spelen zonder strak te voelen. Het is dansbaar, maar nooit doodgeslagen door perfectie. De muziek rolt, duwt, en schittert van originaliteit.

Discobalstand

Energie werkt aanstekelijk

Halverwege verlichten felle lampen de discobal. Paradiso swingt, niet alleen beneden, maar ook op de balkons.

En ondertussen gebeurt op het podium precies wat je hoopt bij een band die dit soort muziek maakt: de bassist en gitarist vinden elkaar, dansen samen op het podium alsof het de normaalste zaak van de wereld is, en die energie werkt aanstekelijk. Het publiek begint zich op z’n gemak te voelen en er wordt meer en meer gedanst.

Er is ook die ene vraag die altijd werkt, omdat hij nét te eerlijk is: ,,Wie is te laat op werk morgen??” Gelach, gejuich, armen omhoog. Het is donderdag, maar in de zaal voelt het alsof de werkweek al voorbij is.

'Het is gefixt'

Yatta Yatta = euforie

De toetsenist en drummer verdwijnen van het podium en er blijft een snaarduet over van de twee voormannen. Halverwege vallen de anderen er weer in en de spanning klapt open, terug de groove in.

Later blijkt dat er technisch iets niet lekker helemaal lekker is gelopen. De toetsen doen het blijkbaar niet zoals ze het eigenlijk moeten doen, en aan het einde van het nummer roept de toetsenist opgelucht: ,,Het is gefixt.” Niet dat iemand het doorheeft. Hij tovert ondertussen een baslijn uit zijn Korg  alsof hij in een club een avond aan het opbouwen is en perfect aanvoelt wat de zaal nodig heeft.

Bij Yatta Yatta gaat het gas erop. Niet alleen de band, maar ook het publiek doet er een schepje bovenop.

De drummer tikt met zijn stukken even op alle drums, alsof hij controleert of ze er nog staan. Daarna checkt hij ook nog of zijn eigen hoofd het nog doet, door met diezelfde stokken op zijn hoofd te slaan.

Yatta is grofweg vertaald 'het is gelukt' in het Japans. En dat is het eigenlijk al voor YĪN YĪN, maar met dit album weten ze het zeker!

'Echt' het allerlaatste nummer

Twee geboortes één briefje

Dan komt het moment dat elke band met gevoel voor drama goed kan uitmelken: het 'allerlaatste' nummer. Na echt, met een zachte 'g', het allerlaatste nummer lopen drie bandleden het podium af. De drummer blijft achter en krijgt de spotlights: een solo in stroboscooplicht. Hard, strak, hypnotiserend.

De microfoon bij het drumstel wordt omhoog gehouden door een pittenzak. En die pittenzak heeft een functie, want zonder dat ding heeft de microfoon van enthousiasme al lang op de grond gelegen.

Uiteraard komen ook de anderen weer terug. Want ja: er moet nog een laatste laatste nummer komen.

Tussen het terugkomen en het afsluiten door deelt drummer Berkers: 23 januari is het album 'geboren' en er is nog iets dat die dag geboren wordt: zijn zoontje. Even is het podium geen discotheek, maar een huiskamer. Een warm en persoonlijk einde van de avond. Daarna worden ouders en vriendinnen bedankt vanaf een briefje. Rommelig, maar precies daardoor echter en liever.

En dan: toch nog één. Dis kô Dis kô, een van de favorieten van het vorige album. De glijdende synth  klinkt live nog meer I Feel Love-achtig. After hours at the disco, Donna Summer zal het prachtig hebben gevonden.