Als op vrijdag 27 februari Kaboutertje Putlucht hun debuutalbum ‘Hoe Diep Is Een Put’ live laat horen in Cinetol, moet dat worden gevierd. Waar anders kun je dat doen dan in een uitverkochte zaal gevuld met dampende fans die daar maar al te graag gehoor aan willen geven.

Fellatio

Aftrap door Fellatio

Gedreven bas

Het is trouwens twee voor de prijs van één. Voordat Kaboutertje Putlucht het podium betreedt, is het de beurt aan Fellatio die de support verzorgd. Eigenlijk past dat prima in de avond, want Fellatio is een band uit Tilburg die zich het afgelopen jaar heeft laten zien en horen tijdens de Popronde. De muziek is een potpourri aan hard geluid met postrock, krautpop, disco en punk. Het is een gedreven bas met maniakale zang en primitieve drums die leiden tot een zweterige chaos. De bezoekers aan de Popronde en dan vooral bij de optredens aan deze band, kunnen daarover meepraten. Het meest recente muzikale wapenfeit van de band is de EP Ezekiel Is Umwell! Deze is verschenen aan het begin van dit jaar.

Kabouterje Putlucht

Kaboutertje Putlucht

Vinger op de zere plek

En dan is het de beurt aan de hoofdattractie voor deze avond in Cinetol. Na twee EP’s vol ongein en energie leggen ze met dit nieuwe album de vinger op de zere plek, eerlijk ongemak en rauwere rammende beats. Poppodium en broedplaats Cinetol is deze avond wederom een broeierige speeltuin voor het ongeregelde. In de Tolbar wordt nog wat laatste moed ingedronken, maar zodra de zaaldeuren opengaan, verplaatst de massa zich als één deinend lichaam naar voren alleen.

Als de mannen het podium opstappen, een gabber beat aan knallen en ‘ik heb gister m’n hond vermoord, ik heb geen empathie’ zingen. Ben je eigenlijk van niets meer zeker. Het verschil tussen lachen en huilen is amper beschrijfbaar tijdens dit stomende optreden van de Nijmeegse culthelden. Wat begint als provocatie, ontvouwt zich al snel als iets dat dieper snijdt.

Precies klinken zoals het moet

Huilende gitaren schuren tegen stampende beats die als een locomotief door de zaal denderen

Kaboutertje Putlucht klinkt precies zoals het moet: een mengelmoes van rave, punk, wave, gabber en een verdwaald levenslied dat op de verkeerde begrafenis is beland. Huilende gitaren schuren tegen stampende beats die als een locomotief door de zaal denderen. Iedereen die zich niet aan de zijkant vasthoudt zit in de moshpit. Er is geen middenweg. Of je beweegt, of je wordt bewogen.

Frontman Barry – groot lijf, harde blik, verrassend soepele heupen – commandeert de zaal met evenveel dreiging als zelfspot. Zijn danspasjes zijn oprecht verbazingwekkend; ergens tussen gabberhakken en buikdansen. “Op het album staat een hoop pleuris verdriet,” vertelt hij halverwege de set. “Maar ook een gezellige plaat: ‘Ronaldinho’.” De zaal juicht. Natuurlijk juicht de zaal.

Schaamteloos reclamemaken

Collectieve energie

Er wordt schaamteloos reclame gemaakt voor de Vierdaagsefeesten met het nummer In De Waal Zien Zakken. Alsof Nijmegen even het middelpunt van Amsterdam wordt, verschijnt er zelfs een Vierdaagsevlag op het podium. Het is propaganda waar je vrijwillig in meegaat. Even later schreeuwt de hele zaal “Ik haat de wouten” mee, alsof het een levensles betreft. De energie is collectief, bezweet en zonder nuance.

Tussen het beuken door sijpelt de kern van de nieuwe plaat naar boven. Minder lollig dan vroeger, minder masker. Meer mens. De clown en de kwetsbare man wisselen elkaar razendsnel af. ,,Het kan slecht gaan maar je moet altijd blijven dansen,” zegt Barry. Het voelt niet als een oneliner, maar als een overlevingsstrategie.

Nooit ironisch

Ongemakkelijke eerlijkheid

‘Henny Huisman is een vreselijke vent, m’n buurvrouw is een takkenwijf & mijn schutting is de mooiste’ we delen dit uur allemaal dezelfde mening. Het is absurd, het is kinderachtig, het is bevrijdend. Zoals zoveel bij Kaboutertje Putlucht.

Wat deze avond zo sterk maakt, is dat het nooit volledig ironisch wordt. Onder de schurende teksten en de schreeuwerige energie zit een onderlaag van ongemakkelijke eerlijkheid. De nieuwe nummers van ‘Hoe diep is een put’ laten zien dat de band niet alleen wil stinken, maar ook wil voelen. En dat voel je. In de moshpit. In de blikken tussen nummers door. In het moment waarop Barry even stilstaat terwijl de zaal doorbeukt.

Als de lichten aangaan, is Cinetol veranderd in een dampende put waar iedereen vrijwillig in is gesprongen. En waar, wonder boven wonder, ook weer uit te klimmen valt.