In 2024 maakte België plots kennis met TEUN, dankzij een tweede plek op HUMO’s Rock Rally. Tot dan toe zong Teun Truijen vooral in de relatieve schaduw, in de band van Eefje de Visser. Inmiddels ligt er een beeldige debuut-ep in de vorm van Home is Growing on Me. Vanavond spreken we haar in Maastricht, vlak bij de plek waar ze 21 jaar geleden werd geboren.

Terwijl op deze ijskoude donderdagavond in januari de sneeuw van het dak glijdt, wandelt TEUN verkleumd de Playground van ’s Limburgs mooiste poptempel binnen. De ijzige kou die ook binnen in de Muziekgieterij in de muren lijkt te zitten, maakt al snel plaats voor warmte: nadat we wat persfoto’s hebben gemaakt, geeft ze fotografe Vera een knuffel. “Een hand voelt ook maar zo afstandelijk,” zegt ze. Het zegt alles over haar warme en openhartige persoonlijkheid.

Het moet zo’n twaalf jaar geleden zijn geweest dat TEUN met haar ouders naar een Spijkers met Koppenshow ging om haar idool aan het werk te zien: Eefje de Visser. “Ik was negen, ik was starstruck,” zegt ze. Haar moeder, die tassen ontwerpt, maakte destijds ook leren sleutelhangers. Eén daarvan kon TEUN persoonlijk aan Eefje overhandigen. “Mijn moeder en Eefje zijn toen in contact gebleven. Een keer kwam Eefje zelfs een tas uitzoeken in de winkel van mijn moeder, en toen maakte ze me zo gek dat ik een van mijn eigen liedjes moest zingen voor Eefje. Daar was ik toen echt even kwaad om, maar nu kan ik het juist heel goed waarderen.” Dat ze zelf tien jaar later met diezelfde Eefje de Visser voor pak ’m beet 30.000 bezoekers een iconische show speelde op Down The Rabbit Hole, is even maf als wonderlijk.

“Wow, er is zó veel gebeurd in die tien jaar,” zegt TEUN zelf bijna als understatement. “Ik ben op mijn vijftiende in m’n eentje naar Tilburg verhuisd om mijn dansopleiding af te maken. Soms vraag ik me nog af: ‘Hoe de fuck heb ik dat gedaan?’ Ik woonde opeens op mezelf, in een studentenhuis tussen mensen die veel ouder dan me waren in een heel andere levensfase zaten.” Toch voelde die stap voor haar en haar ouders helemaal juist. “Ik denk dat ik een kind was dat nooit echt de normale weg bewandelde. Dat moet ik ook accepteren. Ik heb te weinig geduld om op het leven te zitten wachten. Leeftijd is iets voor later – ik vergeet mijn eigen leeftijd soms ook.

Het zegt veel over de opvoeding die TEUN heeft genoten: creatief, open en vrij. “Ik ben heel dankbaar voor de vrijheid en het vertrouwen dat mijn ouders mij hebben gegeven. Dat is niet vanzelfsprekend, en hoe ouder ik word, hoe meer ik dat besef.” Voor haar ouders moet het ook gek zijn geweest dat haar broertje op dertienjarige leeftijd uit huis ging om bij een gastgezin te wonen voor zijn rugbyopleiding. “Ze waren opeens kindloos, terwijl wij nog zo jong waren.”

Na het afronden van zowel haar havo- als dansopleiding dreigde TEUN even in een gat te vallen. Professioneel wilde ze niet verder met dansen, maar muziek bleef altijd trekken. Ze nam de tijd om na te denken en vulde die met een bijbaantje in een crematorium in Tilburg — een plek die haar verraste. “Ik ging daar werken omdat ik me superhard frustreerde over het lage minimumloon in Nederland voor mijn leeftijd,” zegt ze. “Ik stond op eigen benen en wilde ook financieel voor mezelf zorgen. Bovendien gaf het me een heel ander beeld van de dood — dat heb ik er echt uit meegenomen.”

TEUN zou TEUN niet zijn als de volgende wending niet alweer snel op de stoep stond. Ze kreeg een telefoontje van Eefje de Visser met de vraag of ze mee wilde spelen op Lowlands, waarvoor De Visser extra danseressen zocht. Dat het zo liep, is minder toeval dan het lijkt. “Mijn moeder en Eefje zijn eigenlijk goede vriendinnen geworden. Zij en PJ (Pieterjan Coppejans, de man van Eefje) kwamen wel eens bij ons thuis eten, en wij zijn ook wel eens bij hen in Gent op bezoek geweest. Ze wisten dat ik met eigen muziek bezig was én dat ik danste. Ik heb Eefje ook al eerder geholpen met het ontwikkelen van choreo’s.”

Die keren dat TEUN met Eefje op het podium stond (ze zit inmiddels al een tijdje vast in de band), veranderden haar visie. “Toen dacht ik: oké, dit wil ik écht.” En ondanks afwijzingen bij de Herman Brood Academie en het Conservatorium in Amsterdam, richtte ze sindsdien al haar energie op haar muziek. “Die afwijzing op het Conservatorium deed een paar uur pijn. Maar na een glas wijn met mijn vader dacht ik: ‘Fuck it, dit is het. Ik ga dit doen. Zonder academie dan maar. Ik ga mijn eigen nummers opnemen.’”

Dat deed ze samen met Daan Schepers, die ze kende uit de band van Eefje. “De samenwerking werd steeds intensiever en ik kwam vaker in Antwerpen omdat Daan daar woonde en zijn studio heeft.” Zo is de liefde voor de stad gegroeid en uitgemond in een tegelijk radicaal en logische keuze; verhuizen naar België. “Dat was een maffe periode”, zegt ze. “Ik heb vrij snel gevoeld dat ik daar heen moest om mijn muzikale dromen te verwezenlijken. Ik maakte met hartzeer mijn relatie uit, liet Tilburg achter me en begon weer opnieuw in een ander land.”

Dat zulke keuzes niet vanzelfsprekend zijn, weet TEUN zelf ook. “Ik heb mezelf zo vaak ontheemd dat ik op een bepaald moment nergens nog een thuisgevoel had.” Zonder vaste vriendengroep, familie in de buurt of een partner verloor ze elk houvast. “In mijn ongeduld was ik mezelf voorbijgelopen. Het klinkt misschien cliché, maar mijn enige optie was om mijn eigen thuis te worden. Geen gemakkelijke onderneming,” zegt ze, “maar de gevoelens die daarbij loskwamen bleken de perfecte voedingsbodem om songs te schrijven.”

Zo ontstond Home Is Growing on Me, haar debuut-ep. TEUN durft er nu trots op te zijn, al kijkt ze alweer vooruit. “Soms vind ik het gepolijste, en voorzichtige jammer”, zegt ze. “Het is moeilijk om dat diamantje in de demo — de eerste schets waarop een nummer nog ruw is, maar waar het kloppend hart vaak wel inzit — te beschermen tegen al het geweld van een studio.” Het maken van haar debuut voelde als een intens leerproces: zoeken, schaven, loslaten. En misschien juist daarin vond TEUN iets wat steeds meer als thuis begon te voelen.

En dan is er natuurlijk nog HUMO’s Rock Rally — iets waar we het toch ook even over moeten hebben. “Wat de fuck was dát?” lacht TEUN. “Ik woonde net een halfjaar in Antwerpen toen ik ineens een mail kreeg dat ik mee mocht doen. Ik had nog nooit een echte liveshow gespeeld met mijn eigen nummers. Die nummers waren niet eens af.” Ze vraagt zich hardop af wat ze daar eigenlijk deed, om zichzelf meteen weer te beantwoorden. “Twintig minuten blinde paniek, met een Digitakt-drumcomputertje en een Moog. Ik had geen enkel besef van wat voor impact die show zou hebben.

Die impact bleek aanzienlijk. TEUN eindigde boven acts als TJE en Lézard en hoefde alleen Maria Iskariot voor zich te dulden. Wanneer we het later hebben over inspirerende artiesten, duikt die naam opnieuw op. Opvallend genoeg noemt ze juist Maria Iskariot als voorbeeld. “Los van het muzikale dat goed zit,” zegt ze, “maar die liveshow klopt gewoon. En Helena Cazaerck is een enorm wijze vrouw. Het wérkt.” Ze pauzeert even. “Ik vind het heel interessant om te bestuderen waarom dingen werken bij artiesten die ik zelf helemaal niet ben.”

Van huis uit groeide TEUN op met artiesten als Kate Bush en Norah Jones — stemmen die haar al op jonge leeftijd richting zingen duwden. Kijken we naar recentere invloeden, dan noemt ze onder meer La Force en Kendrick Lamar. Over die laatste zegt ze: “Zijn manier van naar muziek kijken fascineert me. Wat hij wil vertellen zet hij áltijd voorop, en alles daaromheen bouwt hij daaronder. Alles staat in dienst van wat hij wil overbrengen — of dat nu betekent dat hij van genre verandert of zijn stem moet aanpassen. Dat vind ik echt prachtig.”

Toch spreekt TEUN met de meeste bewondering over Cameron Winter. De komende tijd zal ze zich volledig richten op nieuw materiaal, en de frontman van Geese maakte diepe indruk op haar. “Zijn manier van muziek maken, van produceren — dat neem ik heel erg mee om de menselijkheid in de muziek te omarmen,” zegt ze. Die ongepolijstheid die Winter met zich meedraagt, keert vaak terug in ons gesprek over haar nieuwe werk. “Allemaal los van elkaar maakt het totaal geen sense, maar samen klopt het helemaal. Die eigenwijsheid heeft me geïnspireerd om ook in mezelf veel meer vrij te laten.”

Op de vraag hoe haar nieuwe werk moet gaan klinken, reageert ze eerlijk. “Het staat nog echt in de kinderschoenen. De nummers staan al redelijk, maar de teksten moeten nog komen. Die ga ik hopelijk in Portugal schrijven. Qua stijl wordt het een stuk donkerder, harder, rauwer. Iets elektronischer. Minder pop, meer genre-bending. Bruter. Ongefilterder. Minder netjes afgewerkt.”

Al met al gaat TEUN een relatief rustig jaar tegemoet.“Na de tour met Eefje is vanaf april mijn agenda nog relatief leeg — dat is eng en nice tegelijk,” zegt ze. “Het geeft me veel tijd om te werken aan nieuwe muziek en een sterke live show. Ik geloof dat de juiste dingen mijn pad uiteindelijk vinden, dat is tot nu toe altijd zo geweest.” Ze sluit af in een toon die bijna geruststellend klinkt, vooral richting zichzelf. “Gelukkig heb ik tijd om te groeien en gun ik het mezelf steeds meer om die tijd te nemen.”