Niche of toch breder, dit is XII Thorns… “Om te beginnen schrijf je het met Romeinse cijfers. Dat ziet er mysterieus uit. We maken een combinatie tussen black metal en deathcore, twee extreme metal genres. Sinds het begin van de band hebben wij black metal invloeden toegevoegd. Je merkt dat dit voor de doorsnee metal liefhebber een schot in de roos is. Want vaak wordt het deathcore genre door metalheads niet gezien als een echt metalgenre, maar meer een subcategorie uit de hardcore/metalcore. Maar met de toevoeging van black metal wordt het wel weer gezien als metal. En dat is wat wij doen.”
“We hebben al samen gespeeld in voorafgaande bands. Met Prospect hebben we eigenlijk de basis gelegd. Daarnaast zaten onze drummer, één van onze gitaristen en de bassist in Forgettofogive. Dat is samen gekomen tot XII Thorns.” Met al die ervaring hebben de heren iets nieuws gecreëerd, waarover goed is nagedacht. “Omdat we wisten wat wel en wat niet zou werken. Alles met XII Thorns is vanuit een sterke visie over sound, songwriting, beeldgebruik en live ervaring gedaan, waarbij we letten op consistentie. Zo werken we bijvoorbeeld in een popschema, wat bij de extremere vormen van metal niet perse gebruikelijk is. Daar is het raggen. En voor de muziekliefhebber is dat ontcijferen. XII Thorns is daar echter vrij toegankelijk in. Dat is een bewuste keuze.” Ook bij de keuze van de naam is goed nagedacht over de vibe, de vindbaarheid, maar ook over de uitspraak. “XII ligt bijvoorbeeld iets gemakkelijker dan XIII Thorns. Bij de eerste EP hadden we voor Latijnse namen gekozen. En voor namen van demonen uit het boek ‘The lesser key of Solomon’. Dus bewust geen Engelstalige namen, omdat dat cheesy over zou kunnen komen. Op de EP Duyvelsziele (2025) hebben we juist alles in het oud-Nederlands gedaan. Dat deden we vanwege onze roots en black metal invloeden, maar ook vanwege de focus op Nederland, Duitsland en België. En als daar in de toekomst ook mogelijkheden zijn voor grote tours of optredens met grote bands, waardoor XII Thorns nog verder gebracht kan worden… natuurlijk doen we dat dan, honderd procent!”