Na veertig jaar stilte klinkt er eindelijk weer geluid van Au Pairs. De iconische postpunkband uit de jaren tachtig staat bekend om hun dansbare muziek en het uitdagen van de traditionele rollen van man en vrouw. Met de huidige tour vieren ze niet de komst van nieuwe muziek, maar het 45-jarige bestaan van debuutalbum 'Playing With A Different Sex'. Vanavond staan ze uitgerekend in Poppodium Grenswerk in Venlo voor één van de weinige Europese shows. Let op, er is één klein verschil: driekwart van de originele bezetting ontbreekt.

Wick Bambix

De avond is goed gevuld met vrouwelijke punkartiesten. De Nederlandse Wick Bambix, ofwel Willia van Houdt, mag in haar thuisland de shows van Au Pairs openen. Wat bijzonder is, aangezien ze de Britse band zelf live heeft gezien als dertienjarige. Na drie soloalbums uitgebracht te hebben, zal ze deze vanavond live vertolken. Nieuw in de muziekwereld is ze zeker niet, na al een hele muzikale carrière achter de rug te hebben met Nijmeegse punkrockband Bambix. Vanavond zie je duidelijk het contrast met dat gitaargeweld: Wick speelt samen met haar gitarist en drummer ingetogen en akoestisch haar nummers. Het is folky, maar met een degelijke vleug aan punk en Wick laat zien dat ze een stem heeft die zich leent voor beide genres.

Ondanks dat het een stoere vrouw is, dreigt de set soms een beetje gezapig te worden. Na een kwartiertje wordt haar akoestische gitaar door een elektrische vervangen, waardoor haar karakter wat meer doorschemert en de woorden “one day the angel became a punk” betekenis krijgen. Voordat ze ‘Angel’ speelt, vertelt ze hoe ze als twaalfjarige haar haar kort knipte met een heggenschaar en vanaf toen punk is geworden. Tegen het einde zegt ze nog even anti-Trump gas te willen geven en een nummer van zijn grootste vijand te willen spelen, ofwel ‘Dancing In the Dark’ van Springsteen. Haar humor mag nog één keer blijken voordat ze van het podium afgaat: ze grapt dat ze een horloge heeft, maar het niet af kan lezen. Als ze zich realiseert dat ze zeven minuten over tijd is, neemt ze afscheid en krijgt het publiek nog een nuchtere “doei”.

Wick Bambix

Wick Bambix

Au Pairs

De Britse band, opgericht in 1978 na een ontmoeting bij een bushalte in Birmingham, heeft een flinke nalatenschap achtergelaten voor de postpunk. Met politieke teksten gefocust op feminisme en gelijkheid, was de groep in balans met twee vrouwelijke en twee mannelijke leden. Een lange carrière werd het niet: in 1983 was het einde al in zicht en sindsdien hebben de leden elkaar niet meer gezien. Frontvrouw Lesley Woods gooide haar leven om en ging rechten studeren, om tot op de dag van vandaag immigranten te helpen als advocaat. Woods vond het tijd voor een reünie, maar na een mislukte poging tot hereniging heeft ze, tot onvrede van de oude leden, een trademark aangevraagd en Au Pairs hervormd. Nu wordt ze vergezeld door Estella Adeyer (tevens bassist van feministische punkband Big Joanie), Jem Doulton en Alex Ward (ook leden van de Thurston Moore Group).

Als de band start met iconische nummers zoals ‘Come Again’ en ‘Love Song’, kun je meteen niet om de kenmerkende groove en dansbaarheid heen. De inmiddels 68-jarige Woods staat er sterk bij en schreeuwt nog even hard over de muziek heen. Hoewel Woods de zogenaamde frontwoman is, is bassist Estella Adeyer misschien wel de ster van de show. De meeste energie komt van haar kant af door haar enorme stage presence, de manier waarop ze de uptempo nummers met gemak bijhoudt en daarbij allesbehalve stil kan blijven staan. Bij ‘Armagh’, een nummer vernoemd naar een vrouwengevangenis in Noord-Ierland waar een enorm protest plaatsvond in de jaren '80, stelen de drums de show en worden de woorden “We don’t torture” flink meegezongen. Tussendoor worden ook drie nieuwe nummers ten gehore gebracht: ‘Let It Go’, ‘Cross the Bridge' en ‘In the Wrong Body’. Voor een punkband ontbreekt er wel lef en agressie, zelfs met een pittige frontwoman.

Au Pairs

Au Pairs

Er lijkt een disconnectie tussen de muzikanten en het publiek te zijn. Het voelt alsof je naar een groep professionals aan het kijken bent die aan het werk zijn, maar niet per se in het optreden opgaan en oog hebben voor hun bezoekers. Als er tussendoor gepraat wordt, gaat het vooral over het geklooi met de monitors en een oproep tot het kopen van de merch. De punk in het publiek is ook ver te zoeken en voor teksten die zo’n serieuze boodschap overdragen, is het spijtig dat er zoveel doorheen gepraat wordt. Opvallend is daarnaast dat de zaal overwegend gevuld is met blanke mannen van middelbare leeftijd. Op zich natuurlijk niks mis mee en ook logisch gezien het tijdperk waarin Au Pairs populair was, maar toch ironisch voor een progressieve feministische punkband. Het is vooral jammer dat een jonger publiek niet is bereikt, terwijl de muziek (helaas) nog zo relevant is.

Pas later in de show volgt het publiek de band meer. Dit leidt tijdens ‘You’ tot een kleine moshpit die al snel tot een einde komt als iemand valt. De levendigheid en speelsheid waar Playing with a Different Sex mee vol staat, was echter vóór dit nummer niet sterk aanwezig en het bijtende element van de muziek is pas voor het eerst duidelijk voelbaar. Twee nummers later stopt het optreden heel abrupt. Er heerst verwarring in de zaal. De band loopt weg en de gordijnen gaan al snel dicht. De show blijkt dan echt geëindigd te zijn met een cover van ‘Piece of My Heart' van Janis Joplin. Op zich geen slechte cover, maar wel een bijzondere afsluiter. Hoewel de meerderheid gelijk de zaal uit stroomt, blijft een flink aantal mensen toch hangen voor een dansje bij DJ-duo Schwarzer Echo. Al met al zorgt het duo wél voor een leuke afsluiter, met alternatieve muziek waardoor de dansvloer eindelijk opengaat.

Au Pairs

Au Pairs

Au Pairs