Het is vrijdag 26 januari. Vanavond staan in Vera drie bands geprogrammeerd. Het voorprogramma kennen we maar al te goed: Frontsector. Deze band uit eigen Stad heeft al menigmaal bewezen dat ze een lekker optreden neer kunnen zetten. Het hoofdprogramma van vanavond is een double bill: Splinter en The Covids. Splinter komt uit Den Haag en The Covids uit Amsterdam. We maken ons op voor een avond vol punk, passie en pogo.

Frontsector

Volgens de laatste Vera Poll is Frontsector de op drie na beste band uit Groningen. De harde punk-formatie heeft vooral een heel sterke live-reputatie opgebouwd. Het is dan ook niet vreemd dat er zich direct veel publiek bij het podium meldt zodra deze concertavond begint. Is er nog wel sprake van een ‘voorprogramma’? En is Frontsector net zo goed niet een van de publiekstrekkers van de avond? Er is namelijk amper sprake van afwachtend warmdraaien. Zanger Sil Zijlstra vertelt dat het de derde keer is, nee, de vierde keer, dat de band in dit pand optreedt: “Zin in! Let’s fucking go!” 

De zaal is direct bij het eerste nummer - Carpet - los aan het gaan. Het jasje van de zanger gaat ook al rap uit. Hij draagt een T-shirt van Real Farmer. De mosh is los al bij het tweede nummer van de avond. Zijlstra pakt met terging in zijn pas de ruimte op het podium. Bassist Haico Menger en gitarist Dylan Hayes zien er heel zelfverzekerd - en ook heel tevreden - uit. Niks geen onwennigheid, hier op dit hoofdpodium hoort Frontsector volledig thuis. De vurigheid neemt toe tijdens de set, dat dat überhaupt nog mogelijk is.

Halverwege wordt de band voorgesteld en er wordt verteld dat er nu even geen merch is. Jammer.  “Probeer maar gewoon een beetje gek te gaan,” adviseert Sil: “Let’s Go!” En daar gaan we weer! Er is geen moment rust, geen seconde staan we stil. De gekte heerst, en ook de nieuwe nummers van deze set weten te overtuigen. Zoals afsluiter Geruis, een nieuwe Nederlandstalige.

“Maak er een mooie van!”, horen we aan het eind van het optreden vanaf het podium. Nou, het was al een mooie, hoor! In de grote zaal is gescoord door Groningen. Knappe band die hier nog eens langszij kan gaan.

Frontsector

Splinter

Het is al duidelijk vanaf het moment dat het podium wordt klaargemaakt voor de volgende act: Splinter is geen punkband. Dat er een vet mooi oud orgel wordt klaargezet, dat is niet direct een weggever. Maar je ziet aan de outfits en de haren van de bandleden dat er een walm van glam om de band heen hangt. Uiterlijk is ook belangrijk, een kek lichtgevend showelement wordt neergezet en voordat de show begint wordt er wat rook aan het beeld toegevoegd. En dan horen we Sir Cliff Richard. 

Dat we als opwarmer Living Doll te horen krijgen zegt iets over het showgehalte van de band Splinter. Haha, een beetje guitig doen. En als de band in volle glorie is te aanschouwen, vallen direct de show-poses op van blikvanger-zanger Douwe Truijens. Ja, dit is echt iets anders dan Frontsector - al gaat ook hier na het eerste nummer het jasje van de frontman uit.

De Hagenezen spelen zeer dansbare rockmuziek. En het is heel duidelijk, de muzikanten zijn zeer goed. Van begin tot eind maakt vooral het groovy Hammond-orgel-geluid van Gert-Jan Gutman indruk. Maar de rock poses en de smeuïge en dansbare groove van het optreden kunnen niet direct verbloemen dat niet alle composities erg sterk zijn. Een nummer als Soviet Schoolgirl, bijvoorbeeld. Dit heeft een lekker funky rockgeluid, maar de opbouw is cliché en het refrein is simplistisch. Op de plaat gaat het snel vervelen, vermoeden we, het gevaar van de jaren tachtig kitsch ligt op de loer.

Het publiek kan het echter niet veel schelen op dit moment, het plezier is daarvoor te groot. Met een hele andere dynamiek en met een flinke dosis Haagse bluf kan er dus net zo goed energie in de zaal worden opgewekt. De mosh is tijdens dit optreden logischerwijs wat afgenomen, maar het is nu vooral erg lekker dansen.

Voordat de set eindigt komt er een cover voorbij  - opgedragen aan de helden van Vera: No More Heroes van The Stranglers past perfect in de set. En het is een prettige opmaat naar de finale van deze show. Het nummer Every Circus Needs A Clown begint in de eerste seconde als een Ace Of Spades-light met weer dat vette orgelgeluid, maar gaat al snel over in een Radar Love-groove. Het nummer wordt lang, lang uitgesponnen waarbij de zanger zelfs voor een hele tijd niet op het podium aanwezig is. De rollende Cesar Zuiderwijk-roffel is erg goed. En wederom worden we verliefd op de Hammond. Het is lastig om stil bij te staan. Al klinkt het zo bekend en wat voorspelbaar.

Op het moment dat je zin krijgt om “No more speed, I’m almost there” te zingen komt zanger Douwe weer terug op het podium. Zijn armen zwepen het publiek weer op en hij sluit weer aan voor de laatste paar seconden van het nummer. Het is allemaal erg goed gedaan door de band, qua showgehalte. “Jullie zijn het vetste publiek wat we tot nu toe hebben gehad,” wordt ons toe geschreeuwd. Je ziet duidelijk dat de band erg heeft genoten van deze zaal. De sfeer is dan ook weer ouderwets goed hier.

Splinter

The Covids

Ja, het is een goed feest tot nu toe. Getuige ook het gebroken glaswerk op de vloer her en der. Gelukkig is er een veger en blik aanwezig. De vloer moet zo veel mogelijk glasvrij zijn voor straks. We zien en horen tijdens een soundcheck dat ons ten opzichte van de vorige band weer een andere dynamiek te wachten staat. Hier geen bandleden met rock-poses, dit wordt een rechttoe rechtaan optreden met verhoogde kans op pogo en mosh. De Amsterdamse band The Covids staat te boek als een pure punkrockband. Hier horen we dus bij opkomst ook geen Cliff. Het is gewoon aftikken en gaan! Al heeft zanger Mehdi Tallal dan wel weer een wacky zonnebrilletje op. Eventjes dan.

De set bestaat uit uptempo, melodieuze punkrock. En het zet de zaal meer dan in beweging. Sommige nummers klinken als vergeten klassiekers uit de jaren zeventig. De zanger kijkt indringend en zet zijn strot goed open. Andere bandleden zingen mee. De band is goed op elkaar ingespeeld. Er zijn sinds de oprichting al veel vlieguren geweest, dat moet gewoon wel. Het publiek is er volkomen klaar voor, en bereid ook tot het uiterste te gaan. De beste mosh van de avond komt al snel voorbij, in gang gezet door de manie op het podium.

Er komt ook een cover voorbij, Cop Cars van The Boys, niet omdat de band dat per se nodig heeft, maar gewoon als eerbetoon en omdat het kan. De set klopt van alle kanten, het heeft vurig Amsterdams venijn, maar is ook vrolijkmakend. De band is aanstekelijk. Hoogtepunten zijn onder andere de nummers Night Tight, Keep Running en Roots. Maar de rest doet er eigenlijk niet veel voor onder. Nog wat hoogtepunten: er zijn de nodige crowdsurfers en er is een charmante achterwaartse stagedive. 

Wanneer het veertiende nummer van de reguliere set is gespeeld, Your Eyes, wordt er direct afgetikt voor de toegift: Epitome. De stem van zanger Mehdi is wat minder scherp geworden na alle inspanningen, maar hij blijft geven. Net als de rest van de band. Nog even een paar minuten gekte en dan is het klaar. Wat een perfect leuke set is de conclusie: een vrolijke revolutie waardig!

The Covids

Crowdsurfer