De Zwarte Cross-route van Henry Welling De Zwarte Cross-route van Henry Welling

, Redactie 3voor12 Gelderland

De Zwarte Cross-route van Henry Welling

Redactie 3voor12 Gelderland ,

De Zwarte Cross puilt ook dit jaar weer uit van de spectaculaire bands en acts. Er spelen meer dan 150 bands en per dag treden er een paar honderd theaterartiesten op. Om je wegwijs te maken in de muzikale jungle stellen Zwarte Cross-artiesten hun favoriete festivalroute samen. Vandaag aan het woord: Henry Welling; de Elendzanger, de Ulk, de Heujmaker. Henry speelt op zaterdag 21 juli om 19.30 uur in de Tipi op de Theaterweide.

Voor de hoeveelste keer kom je op de ZC?
Voor de vierde keer.

Voor de hoeveelste keer speel je op de ZC?
Ik speel ook voor de vierde keer op de Zwarte Cross, in totaal heb ik na deze editie drie keer solo en één keer met gitarist Rob Roemers gespeeld. Rob speelde mee op mijn laatste cd De Elendzanger en was ook gitarist in de befaamde Huntenpop-bezetting. Alle keren dat ik op de Zwarte Cross speelde, stond ik natuurlijk in de tipi. Daar heb ik pa’tent’ op. Al hoop ik toch ook ooit met mijn band op een ander, wat groter podium te staan. Maar als singer-songwriter maakt het niet uit of ik voor 30 of 300 man (of dames, nog liever) speel. Je moet dan gewoon jezelf blijven, want je kunt je niet verschuilen. In je eentje ga je met de billen bloot, niet iedereen durft dat. Al heeft het ook voordelen hoor, je kunt stiekem eens een extra tel in een nummer stoppen of van gedachte wisselen met iemand in het publiek. Dat moet je met een band niet flikken, dan krijg je heibel. Daar kun je niet ‘stechelen’ met maten omdat een tekstfragment je even is ontschoten. ‘Dan mo’j bi-j de les blieven. Hoe smik ow dat?’

Wie zou je heel graag zien spelen op de ZC?
De ‘olde’ Guy Clark, dat zou geweldig zijn. Johnny Cash speelde vaak nummers van hem. En Bonnie Raitt, die zou ik ook heel graag zien op de Zwarte Cross. Als Ray LaMontagne (geen kleinzoon van Chiel) zowel oud als nieuw materiaal komt zingen, sta ik vooraan. Net als bij Keb Mo, die is natuurlijk ook wel goed.

Heb je iets met motorcross?
Als dertienjarige kocht ik van persfotograaf Theo Kock een damesbrommer (‘van zien zuster gewes’). Daarmee mocht ik crossen achter het voetbalveld in Kilder op een zandpad. Niks dan bult en gat. Ik mocht hem van mijn vader pas starten als ik ook daadwerkelijk op dat zandpad was, maar ik was vaak de oprit nog niet af of ik scheurde al weg. Ik kon niet wachten, wat een vrij gevoel was dat. Dat gevoel probeerde ik als tiener op de mavo weer te pakken te krijgen, maar dat lukte niet echt. Eerst voerde ik een ouwe DKW op en dat viel natuurlijk wel op. Ik werd nogal belachelijk gemaakt door Yamaha-rijders. Daarna kocht ik een Zundapp, met handversnelling natuurlijk. Die reed ik, toen ik een wesp in mijn helm kreeg, in de greppel. Einde crosscarrière. Onlangs kreeg ik een boek over de Zundapp en geloof het of niet; ik wil er weer een. ‘Ik wil mien Zundapp trug’. Zou een goede titel zijn voor een song.
Ik ben vaak naar de TT (Tourist Trophy) in Assen geweest en ook Francorchamps heb ik regelmatig bezocht, maar een echte crosser kan ik mezelf niet noemen. Ik heb ook maar een aantal malen motor gereden. Dat was tijdens de opnames van de streektaalserie ‘Van Jonge Leu en Oale Groond’. Het feit dat de Zwarte Cross carnaval, kermis en cross in één is, maakt dat mensen sneller beginnen te ademen en harder gaan lopen. Je wilt er snel bij zijn, je zou eens wat missen!

Wat is je gouden tip voor de ZC festivalganger?
Draag een hoofddeksel. Drink water als je ‘kameraod bier geet haol’n’. En doe geen teenslippers aan.

Tante Rikie heeft haar eigen ‘Uitopia’ gesticht, wat mag in jouw heilstaat absoluut niet ontbreken?
Wat niet mag ontbreken, is natuurlijk een flinke subsidie voor elke artiest die een cd wil opnemen. Verder moet er altijd een gitaar binnen handbereik zijn en moet je niet als melaatse worden aangekeken als je een sigaret opsteekt of overdag al eens een biertje wilt drinken. Daarnaast moeten al die talentenjachten op tv weg. Als je aan zo’n zangtrut vraagt wat ze later wil worden, zegt ze: beroemd. Dat is geen beroep, troel!

Dwars door het programma crossen met Henry Welling:
Je moet naar Katinka Polderman. Met een ogenschijnlijk simpel gemak brengt ze haar oerdroge liedjes. Met een prachtige sloomheid maakt ze Monique Smit belachelijk. Dan is je dag toch goed? Nou Jan nog.

Verder moet je natuurlijk even langs de VandeVen band. Clemens van de Ven blijft een must see voor iedereen. Jammer en stom dat ik die vent nog nooit persoonlijk ontmoet heb.

Dan Beth Hart. Ze geeft je het gevoel dat je in de kroeg zit en naar een geweldige band in topvorm zit te kijken en luisteren. Soms is ze gevoelig (als het over haar zus gaat), soms schreeuwt ze d’r huig uit de strot.

Tot slot, als je echt wilt genieten, kijk dan naar de festivalgangers. Heerlijk; mensen kijken! Ga zomaar met de kont op een houtblok zitten laat het gepeupel aan je voorbij trekken. De ene keer denk je: wat een portret! De andere keer mompel je: zo zou ik er ook wel bij willen lopen, maar dat vindt mijn schoonmoeder vast niet prettig. Maar heb even een paar dagen schijt aan de buren, laat je gaan. ‘Slakker ow maor lekker uut!’

nu op 3voor12