These Seats Are Taken vs. Namedropping: 1-0 These Seats Are Taken vs. Namedropping: 1-0

Or: How I learned to stop worrying and love the Hoff

, Maarten Wagemakers,

These Seats Are Taken vs. Namedropping: 1-0

Or: How I learned to stop worrying and love the Hoff

Maarten Wagemakers, ,

Onlangs struikelden onze collega’s van 3VOOR12/Limburg al over de superlatieven bij het bespreken van ‘The Penny Arcade ep’, de eerste echte demo van These Seats Are Taken. Het viertal uit Horst/Sevenum wilde klaarblijkelijk toch een second opinion aanvragen na al die woorden van lof, waarna wij prompt ook een recensie-exemplaar in onze handen kregen gedrukt. Gezien hun verrassende overwinning bij Kaf en Koren konden we zo’n buitenkansje natuurlijk niet aan ons voorbij laten gaan.

Or: How I learned to stop worrying and love the Hoff

Eigenlijk ontkom je er niet aan als beginnende band. Het maakt eigenlijk niet eens uit of je nu gewoon je favoriete bandje probeert na te spelen, of je bandgeluid hebt ontwikkeld na een loodzware, drie jaar durende meditatie in een Tibetaans monnikenklooster. Zo gauw de schrijvende pers je in de smiezen krijgt, wordt er toch wel weer een etiketje opgeplakt. U kunt zich vast nog wel herinneren dat ineens iedere hoge mannenstem werd vergeleken met die van Jeff Buckley of Thom Yorke, of dat iedere hoekige gitaarlijn zou zijn afgekeken van Franz Ferdinand (over Wire en Gang of Four werd nochtans amper gerept). Terecht of niet, namedropping is een vast onderdeel bij het categoriseren van de nieuwe oogst. En soms is het verdraaid lastig om er weer van af te komen. Zie bijvoorbeeld het Limburgse These Seats Are Taken, van wie ‘The Penny Arcade ep’ onlangs uit kwam. Sleutelwoorden in zo een beetje elke recensie tot dusver: Maxïmo Park en The Futureheads. Punky britpop met verrassende wendingen en meerstemmige koortjes, een beproefd concept waarvan twee jaar geleden elke Britse platenbobo een bobbel in de broek kreeg. Het is helaas ook een omschrijving die voor dozijnen nieuwe Britse bandjes zou kunnen gelden, dus wat maakt TSAT nu precies het fenomeen dat in korte tijd hoge ogen wist te gooien bij Nu of Nooit (runner-up) en Kaf en Koren (winnaar)? Is dat gewoon te wijten aan dezelfde ‘polderhipheid’ die het bizarre succes van The Girls verklaart, of kan het viertal uit Horst serieus wedijveren met het geweld aan de overkant van de Noordzee? De nummers op deze ep bieden niet direct uitsluitsel daarover. Natuurlijk heeft TSAT te maken met de bekende kwaaltjes onder jonge Nederlandse bands (geen geweldige productie, niet altijd even overtuigend Brits accent), maar dat is niet direct iets onoverkomelijks op de langere termijn. Belangrijker is de kwaliteit van de nummers zelf, die in dit genre toch vallen of staan bij de kracht van de melodie. En waar ze niet bij alle nummers in staat zijn zich los te wrikken van hun invloeden, weten ze met een gezonde dosis humor en een paar verrassende hooks toch een aantal keer te overtuigen. Zo is opener ‘Penny Arcade’ weliswaar wat slordig op plaat terecht gekomen, dat wordt ruimschoots gecompenseerd door het aanstekelijke punkrefrein en de prima break. En hoe kun je nu niet een goedkeurende grijns op je gezicht krijgen als de band vol overgave de namen van de Pacman-spookjes (“Blinky! Pinky! Clyde! Inky! Sue!”) scandeert? Een grijns die vervolgens zo mogelijk nog breder wordt met de daaropvolgende track, een ode aan cultheld David Hasselhoff. Waarom ze van mening zijn dat een aan de fles geraakte bikinigluurder president moet worden is mij een raadsel (ik weet het, don’t hassle the Hoff…), maar verdomd dat ‘Hasselhoff (When Chesthair was still Fashionable)’ je toch niet keihard mee laat schreeuwen om hem de lanceercodes van het grootste nucleaire arsenaal ter wereld toe te vertrouwen. Hooked on a feeling, indeed! Het middengedeelte van de ep is helaas minder opzienbarend, met nummers die zich iets te makkelijk laten identificeren met de bovengenoemde inspiraties (‘A study on heartbreak’, ‘Burn these burning gardens’), terwijl ze zich ook wat vergalopperen aan een wel erg geforceerde break in ballad ‘Runaway’. Het idee achter het laatstgenoemde nummer is op zich best aardig (de band bezingt het feit dat een meisje van huis is weggelopen, en na een muzikaal intermezzo tegen het einde krijgen we een soort VH1-achtige “where are they now?”-update met haar uiteindelijke lot), maar met een dergelijk thema had er best iets meer epiek in het nummer gelegd kunnen worden. Wat nu rest is een wat dunne ballad met een curieus wormvormig aanhangsel, die je er vooral aan doet herinneren dat de heren hier misschien toch een kans mee hebben laten liggen. Het laatste nummer maakt echter weer veel goed. Natuurlijk, ‘Strange and Fascinating’ biedt weinig nieuws onder de Futureheads-zon, maar bewijst andermaal dat de heren wel degelijk kunnen schrijven. Compact, aanstekelijk, ijzersterk in haar eenvoud, geen noot te veel: het is het dichtst dat TSAT bij het perfecte popliedje weet te komen op deze ep. De band komt in de breedte nog wel wat te kort, waardoor ze het juk van het Namedroppen nog niet helemaal van zich af weten te schudden. Maar met een acceptabele fifty-fifty score heb je op 1 schijfje al meer waar voor je geld dan bij de meeste opgeklopte Britse hypes tegenwoordig. En om met een bijzonder geforceerde, kreunwaardige metafoor te eindigen die het ongetwijfeld goed doet als ‘blurb’: de langzaam maar zeker verzadigende markt van Britse new wave bandjes is als een stoelendans. De muziek blijft met minimale variaties in nagenoeg dezelfde vorm doorspelen, maar met de toenemende verveling van het publiek verdwijnen ook steeds meer van de meegebrachte opklapstoeltjes, tot alleen de echte gepokt en gemazelde veteranen een plekje kunnen vinden. Wat dat betreft is het dan maar goed ook dat These Seats Are Taken voorlopig vier stoelen voor zichzelf heeft gereserveerd.

Nu op 3voor12