Op 18 maart brengen we onze stem uit voor de gemeenteraadsverkiezingen. In Den Haag draait het om thema’s zoals betaalbaar wonen, veiligheid en het verkeer. Wij zoomen in op de Haagse popscene. Hoe zien Haagse politieke partijen de toekomst van Popstad Den Haag? Dit keer is het woord aan Jonne Tuijn van Volt. Op 12 maart staat hij op het podium tijdens het Haags Popdebat.

De vraag waarom een pan-Europese partij als Volt meedoet aan de Haagse gemeenteraadsverkiezingen krijgt Jonne Tuijn vaker. Het antwoord is simpel: Europa begint achter je voordeur. Daar komt bij dat Volt in heel Europa inspiratie opdoet voor het oplossen van lokale problemen. Zo zou Den Haag waar het gaat om huisvesting een voorbeeld kunnen nemen aan Wenen. Voor cultuur kijkt de co-lijsttrekker naar Berlijn. “Waar wij in Nederland in steden als Amsterdam en Den Haag over tienduizenden euro’s subsidie spreken, gaat het in Berlijn over structureel honderdduizenden euro’s.”

Ervaring in de Haagse gemeentepolitiek heeft Volt nog niet. De partij doet voor het eerst mee. Dat wil niet zeggen dat Tuijn niet heeft opgelet. “Wat ik heel tof vind is dat de gemeente die tienjarige cultuurvisie heeft uitgerold. Dat zegt wel dat Den Haag serieus werk wil gaan maken van kunst en cultuur.” Wat Volt betreft mag dat nog wel wat meer. Voor ze kunnen meepraten, moet de partij echter eerst een plekje in de gemeenteraad veroveren. Dat is nog geen zekerheid; bij een vorige peiling koerste Volt nog af op één zetel. Bij de meest recente was die alweer verdwenen.

Tuijn is een muziekliefhebber, zowel als luisteraar als uitvoerende. “De afgelopen jaren ben ik begonnen en ook weer gestopt met pianolessen”, vertelt hij. Nu volgt het aspirant-raadslid zangles bij Carrera’s Muziekatelier (hoewel hij dit in aanloop naar de verkiezingen tijdelijk heeft onderbroken). Hij noemt zichzelf een beginner die wekelijks uitkijkt naar zijn les. “Ik haal er zoveel plezier uit, en rust in mijn hoofd. Het is echt goed voor je mentale gezondheid.”

“Als het gaat om Haagse iconen, dan ben ik wel enorm fan van Frenna”, gaat Tuijn door. Dat is niet alleen omdat hij de muziek heel goed vindt. “Ik vind het ook heel tof dat hij hele jonge groepen aan zich verbindt die zich door zijn muziek echt vertegenwoordigd voelen.” Ook Son Mieux kan hij waarderen. “Ik ben bij zangles ook een aantal nummers van hen aan het instuderen.”

De stellingen

Om een serieuze popstad te zijn, moet de helft van het cultuurbudget naar popmuziek gaan
“Ik denk echt dat Den Haag alles in zich heeft om serieuze popstad te zijn”, begint Tuijn, waarbij hij grote namen als Di-rect, Son Mieux en Kane aanhaalt. Om dat zo te houden, vindt Volt dat er meer op de lange termijn gepland moet worden. “Dus plannen die acht jaar vooruit kijken in plaats van twee.” Tegelijkertijd gelooft de co-lijsttrekker niet dat een heel strak percentage van het totale cultuurbudget automatisch naar één discipline zou moeten gaan. “Wat voor ons voorop staat, is dat popmuziek binnen het cultuurbeleid het gewicht en de prioriteit krijgt die past bij de identiteit van Den Haag.”

Festivals en poppodia met financiering van de gemeente moeten vernieuwend programmeren, ook als dat minder bezoekers trekt
Dat vindt Tuijn ook. “Ik wil dat Den Haag vernieuwing aanjaagt en jong talent een podium geeft, en dat gaat wat ons betreft boven de kaartverkoop.” Wel heeft hij een voorbehoud. “Je moet wel de vraag stellen: programmeren wij voor heel Den Haag?” Hij haalt een onderzoek aan waaruit bleek dat maar 30% van de Haagse inwoners op dit moment gebruik maakt van het cultuuraanbod. Dat percentage zou omhoog moeten, vindt Tuijn. “Daarom willen wij dat de gemeente veel meer gaat programmeren in en met de wijken. Zorg voor een representatief aanbod waar mensen binnen die wijken zich in herkennen. Niet alles hoeft zich te concentreren op het centrum.”

Culturele subsidies komen te vaak terecht bij dezelfde instellingen en makers
“Wij vinden sowieso dat het systeem van subsidieverstrekking veel transparanter moet, want het is nu vaak onduidelijk waarom de ene instelling wel en de andere instelling geen of minder subsidie krijgt.” Ook zou het makkelijker moeten worden om subsidies aan te vragen. “Minder bureaucratie en minder bewijslast. Geef makers dat vertrouwen zodat ze iets goeds kunnen doen voor de stad waar meer mensen van kunnen profiteren dan die 30% waar ik het net over had.”

Daar komt bij dat de subsidiepot als het aan Volt ligt een stuk groter kan, vooral zodat meer jonge makers er gebruik van kunnen maken. “Daarom investeren wij de komende jaren 12 miljoen extra in sport en cultuur.” Hoe de partij dat wil betalen? “We willen veel Europese subsidies binnenhalen, want wij denken dat Den Haag daar nu minimaal gebruik van maakt.” Tuijn haalt Berlijn weer aan. “Daar halen ze veel subsidies uit Europa omdat ze aan kunnen tonen dat zij door die investeringen in cultuur ook maatschappelijke opgaven weten aan te pakken.”

De gemeente moet alles op alles zetten om het Popradargebouw te behouden
“Dit is voor mij een persoonlijk speerpunt”, zegt Tuijn. “Ik woon er tegenover en ik vind het echt gaaf om te zien dat mensen van jong tot oud hun instrument uit hun auto slepen en daar naar binnen gaan. En het is natuurlijk al best wel lang echt een icoon en broedplaats waar we trots op moeten zijn, en die we moeten koesteren.”

Maar om het gebouw te behouden, moet er wel wat veranderen. “Laten we nou kijken hoe we er een multifunctionele invulling aan kunnen geven. Geef het meer een wijkfunctie, misschien een zorgloket, of het Stadsdeelkantoor. Dat zit nu ergens driehoog achter op het Loosduinse Hoofdplein. Het is onzichtbaar en onbereikbaar, laten we dat in het Popradargebouw huisvesten. En laat de gemeente het beheren.”

De gemeente moet leegstaand vastgoed meer inzetten voor popcultuur
Voor Volt ligt dat zeker binnen de mogelijkheden. ”De ongeveer 2500 panden in Den Haag die op dit moment leeg staan, zijn mij echt een doorn in het oog. Maak daar nou ruimte voor culturele en maatschappelijke initiatieven”, zegt Tuijn. Natuurlijk moet dat allemaal wel in overleg met de buurt. “Het kan niet zo zijn dat een ruimte van zondag op maandag verandert in een oefenruimte voor een hardrockband.”

Artiesten die optreden met gemeentelijke subsidie moeten altijd eerlijk betaald worden (Fair Pay)
Dat artiesten eerlijk betaald worden, vindt Tuijn “niet meer dan logisch.” Daarnaast denkt hij ook dat de gemeente hieraan kan bijdragen, hoewel de precieze manier waarop dit zou moeten gebeuren nog niet heel duidelijk is. “De gemeente moet de randvoorwaarden scheppen waarbinnen dit mogelijk gemaakt kan worden.”

De nacht in Den Haag is inclusief, divers, toegankelijk en veilig
“Als je het hebt over inclusief en divers, dan kan dat het wat Volt betreft nog echt wel beter, met meer en ander aanbod zodat meer mensen dan alleen de 30% waar ik het over had zich aangesproken voelen”, steekt Tuijn van wal. “Als je het hebt over toegankelijk en veilig, vind ik dat er echt nog te veel discriminatie is.” Zo zag hij dat hij als witte man in sommige clubs vaker gewoon kan doorlopen terwijl mensen die dat niet zijn, worden gefouilleerd. “Wat ik het allerbelangrijkste vind, is dat de nacht voor iedereen veilig en vooral vrij is. En niet dat je niet wordt binnengelaten bij een club om hoe je eruit ziet, of dat je als vrouw bang moet zijn om alleen over straat te lopen.”

Om dat voor elkaar te krijgen, zet Volt in op meer en betere training voor handhavers en politie om de signalen van intimidatie beter te herkennen. “Maar het vraagt ook van ons allemaal - van horecapersoneel tot bezoekers en omstanders - een andere mindset, we moeten echt naar een cultuuromslag.” Dat begint bij educatie op scholen, maar gaat ook over het inrichten van straten met betere verlichting. “En daarnaast zetten we ook veel meer in op inclusieve beleidsvorming waarin we kwetsbare doelgroepen betrekken bij het maken van beleid.”

Naar de nachtburgemeester wordt geluisterd.
“Ik hoop in ieder geval wel dat er naar haar geluisterd wordt. Wij vinden het zeker geen symbolische functie, maar echt een cruciale rol als verbinder van ondernemers, uitgaanspubliek en de gemeente”, zegt Tuijn.  “Als de nachtburgemeester met officiële adviezen komt, vind ik ook dat de gemeenteraad dat moet bespreken. En als ze daar vanaf willen wijken, moeten ze ook transparant zijn waarom.”

Maak deze zin af: Op mijn eerste dag als raadslid met cultuur in mijn portefeuille…
“…ga ik er werk van maken om Popradar een toekomstbestendige functie te geven en daarmee structureel te behouden en krijgt cultuur in Den Haag een enorme boost, zeker als het de Culturele Hoofdstad van 2033 wordt.”

Op donderdag 12 maart organiseren PAARD, Popradar en 3voor12 Den Haag het Haags Popdebat. In PAARD gaan vertegenwoordigers van verschillende politieke partijen met elkaar in gesprek over alles wat de Haagse muziekliefhebber raakt.

Onder leiding van debatleider Michiel Breedveld gaan kandidaat-raadsleden op basis van scherpe stellingen met elkaar in debat. Natuurlijk is er ook ruimte voor vragen uit het publiek.

In aanloop naar dit debat spreekt 3voor12 Den Haag alle deelnemers die hieraan willen meewerken. Voor het debat zelf zijn alle politieke partijen die in Den Haag meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen uitgenodigd. Niet alle partijen hebben gereageerd.

Toegang voor het debat is gratis, maar je moet wel even een ticket claimen via deze website.