Na jaren van stilte, waarin jazzliefhebbers in de hofstad het iconische North Sea Jazz Festival vooral als herinnering moesten koesteren, klinkt er eindelijk weer iets dat voelt als een grote ademteug frisse lucht. Amare opent haar deuren voor een volwaardig jazzfestival dat Den Haag lange tijd moest missen:New Tide Festival. Met de belofte een mix te bieden van traditionele en moderne jazz. Daarmee richt het zich zowel op doorgewinterde liefhebbers als op nieuwsgierige nieuwkomers die zich graag laten verrassen. Met namen als Brintex Collective, The Harlem Gospel Travelers, Meshell Ndegeocello en Kurt Rosenwinkel op het affiche is Den Haag weer even het muzikale knooppunt dat het ooit was, en dat het duidelijk opnieuw wil zijn.

“Wordt het North Sea Jazz gemist?”

“Of Den Haag het North Sea Jazz mist en of we daar nog een trauma aan over hebben gehouden,” vroeg zaalhost Paula Udondek zich gisteren hardop af. Het gemis was voelbaar, maar de vraag is vooral of dit initiatief nu eindelijk serieus wordt ingevuld.


Wie op de eerste avond van het New Tide Festival kwam voor dat oude festivalgevoel, kwam misschien enigszins bedrogen uit. Amare levert dat gevoel niet vanzelf, ondanks de inspanningen van de Haagse DJ Ome Steef, die het publiek in de foyer toch aan het dansen kreeg, op zichzelf al een prestatie in het koele Amare. Op wat overijverig beveiligingspersoneel na zijn het vooral kleine groeipijntjes waar een nieuwkomer als New Tide doorheen moet.

Paula Udondek

Dansen in de foyer

Imanol Emede Trio

Imanol Emede Trio

Imanol Emede Trio toont finesse in de Spinoza Foyer

Winnaar van de Nicolaï Prijs schakelt moeiteloos tussen verstilling en vingervlug vuurwerk

De Spinoza Foyer van Amare oogt een beetje als een uit de kluiten gewassen klaslokaal. Achterin loopt een bar over de volle breedte van de ruimte en er is precies één ingang en uitgang. In die setting staat het Imanol Emede Trio simpelweg op de vloer van de zaal, zonder podium. Vanaf rij drie verdwijnt drummer Eloi Pascual al half uit beeld. Het publiek kiest daarom vooral voor de luisterstand. De Argentijnse gitarist Imanol Emede winnaar van de Nicolaï Prijs van het Koninklijk Conservatorium, speelt hier samen met contrabassist Aniol Torrents en drummer Pascual.
 

Saxofonist Rolf Delfos, al decennialang een vertrouwde naam in de Nederlandse jazzscene, praat het programma aan elkaar.

Het trio opent met twee composities die volgens Emede gaan over leven en dood. De gitarist speelt met een kristalheldere toon en beweegt soepel tussen rustige passages en tempowisselingen. In de melodische lijnen en warme klank klinkt af en toe een vleugje van de moderne jazztraditie door, ergens in de geest van muzikanten als Roy Hargrove.

Binnen het trio krijgt iedere muzikant de ruimte om naar voren te stappen. Regelmatig breken korte, vingervlugge solo’s door de composities heen: Torrents met een stevige contrabassolo, Pascual met speelse accenten op het drumstel en Emede zelf met zijn snelle, heldere gitaarlijnen.

Halverwege verschijnt Duke Ellingtons ‘Prelude To A Kiss’, licht gespeeld. Daarna volgen eigen composities waarin Emede’s virtuoze spel centraal staat. Ondertussen leggen Pascual en Torrents eigenzinnige drum- en baspatronen neer waarop de gitarist vrij kan bewegen.

Het trio is bovendien geen onbekende van het gebouw. Alle drie de muzikanten zijn verbonden aan het Koninklijk Conservatorium, dat letterlijk boven Amare gevestigd is. Tegen het einde van de set is de foyer inmiddels goed volgestroomd en blijkt uit de enthousiaste reacties dat het trio het publiek moeiteloos meeneemt. 

Imanol Emede Trio

Brintex Collective

Het groovende energievolle Rotterdamse sextet opent strak en grijpt het publiek direct met acid‑jazz grooves waarin blazers en ritmesectie evenwicht zoeken tussen strakheid en spontaniteit.  De verhalende composities, waaronder het nummer ‘Time to let go’ dat, bandleider Brenn Luiten, evenals het album Make It Make Sense opdraagt aan zijn moeder die recent overleed. Persoonlijke verhalen die het optreden een stuk extra lading geeft.

Hun hybride sound tussen jazz, hiphop en elektronica is sterk geïnspireerd door het geluid uit de Londens jazzscene. Bands als Joe Armon Jones. Ezra Collective en Robert Glasper hebben hier zeker aan bijgedragen. De Rotterdammers benaderen jazz als een open genre. Zij mixen clubritmes, jazz en urban invloeden tot een organisch geheel. Brintex brengt eigentijdse energie: rauw, ritmisch, forward‑thinking.

 

.

Brintex Collective

Brintex Collective

Juraj Stanik ft. Jesse van Ruller

Vier muzikanten, één geluid

Voor de deur van de Spinoza Foyer vormt zich inmiddels een flinke rij wachtende bezoekers. Binnen oogt de zaal nog best ruim, maar door de enkele ingang en uitgang laat de overigens vriendelijke beveiliging slechts mondjesmaat nieuwe mensen naar binnen. Het levert een wat vreemd schouwspel op, buiten een rij jazzliefhebbers, binnen een band die ondertussen gewoon staat te spelen.

Op het podium zit pianist Juraj Stanik, met gitarist Jesse van Ruller als gast. De introductie vertelt dat Stanik ooit begon als cellist voordat hij zich, gelukkig voor het publiek, volledig op de piano stortte. Dat bleek een goede keuze, want inmiddels heeft de pianist een indrukwekkende carrière opgebouwd. Juraj is tegenwoordig bovendien docent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij eerder ook studeerde.

De band blijkt waanzinnig goed op elkaar ingespeeld. Stanik en Van Ruller vinden elkaar moeiteloos in korte muzikale gesprekken tussen piano en gitaar, terwijl de ritmesectie het geheel strak bij elkaar houdt. Binnen het kwartet krijgt iedere muzikant de ruimte om naar voren te stappen en zo nu en dan even boven zichzelf uit te stijgen.

Aan het einde van de set krijgt de ritmesectie nog een laatste moment in de schijnwerpers met een uitgebreide solo die vanuit het publiek zelfs een kleine staande ovatie oplevert.

Juraj Stanik ft Jesse van Ruller

Meshell Ndegeocello

Meshell Ndegeocello

I’m not a talker

Ndegeocello blijft, ondanks haar indrukwekkende statuur, een opvallend introverte podiumpersoonlijkheid. “I’m not a talker. There is a lot of talking in this world,” zegt ze, waarmee ze haar kritische, soms cynische blik op de tijdgeest subtiel benadrukt. De Amerikaanse bassist en zangeres is een muzikale omnivoor: even thuis in hiphop, soul en rock als in jazz, wat haar lange lijst samenwerkingen overtuigend bewijst.

Tijdens haar recente optredens bestaat haar set vrijwel uitsluitend muziek van het album No More Water: The Gospel of James Baldwin. Deze plaat is een spirituele, muzikale herinterpretatie van Baldwins werk, waarin Ndegeocello diens thema’s rond religie, macht en identiteit naar het podium vertaalt. Haar concerten zijn geen spektakelshows, maar ingetogen, meditatieve reflecties, precies in de geest van Baldwin.

In Den Haag verweeft de 57‑jarige artieste dit materiaal met werk uit haar omvangrijke oeuvre. Haar band speelt in dienst van de sfeer: compacte, zorgvuldig opgebouwde soundscapes zonder bombast. Organist Jake Sherman drukt een opvallend stempel op het geluid, terwijl multi-instrumentalist drummer Abe Rounds en vocalist Justin Hicks de warme, spirituele gelaagdheid verder verdiepen. Hoogtepunten zijn onder meer 'Bitter', een verstilde versie van Lennons 'Imagine' en een indringende uitvoering van 'Hatred'.

Sinds haar debuut 'Plantation lullabies' (1993) geldt Ndegeocello als een van de grondleggers van de neo-soul. Met ‘No more water’ bewijst ze opnieuw hoe ze maatschappelijke thema’s van religie tot racisme weet te vertalen naar een diep muzikale taal.

Meshell Ndegeocello

Egle Petrosiute & Djãmen met Songs I Call Home

Braziliaans-Litouws huiskamerfeest in de Spinoza Foyer

Terwijl elders in Amare het publiek zich verzamelt voor Candy Dulfer, speelt in de Spinoza Foyer een veel intiemere set. Zangeres Egle Petrosiute en gitarist Djâmen staan hier met hun project 'Songs I Call Home'  samen met piano, een zes-snarige bas en drums. Het optreden maakt deel uit van Podium De Nieuwe Kamer een Haags podium voor jazz, wereld- en improvisatiemuziek dat al jaren een belangrijke broedplaats vormt voor lokale muzikanten, al is onlangs helaas de subsidie voor het initiatief weggevallen.

Opvallend is de gitaar zonder echte klankkast: een open frame waar de snaren als het ware in de lucht hangen. Het instrument geeft Djâmen volledige controle over dynamiek en ritme, waardoor zelfs de kleinste tik op de snaren hoorbaar blijft.

Ondanks een uitgebreide publieke soundcheck voelt het begin nog wat zoekend, alsof het ensemble  en de techniek nog even de juiste balans moet vinden. Zodra Petrosiute het publiek persoonlijk toespreekt, ontstaat er echter een intiemere sfeer waarin de muziek beter landt.

De composities wisselen tussen werk van de gitarist en van de zangeres. Het resultaat voelt als een klein Braziliaans-Litouws huiskamerfeestje: lichte muziek over zwaardere thema’s.
Wanneer Petrosiute in het Engels zingt, krijgt het geheel soms een licht musicalachtige kleur, iets waar je zin in moet hebben.

Terwijl Dulfer elders in het gebouw begint, stroomt een deel van het publiek richting de grote zaal. Wie blijft zitten, krijgt echter een set vol subtiele ritmes en kleine muzikale details, zoals Djâmen die tussendoor een mini-tamboerijn tevoorschijn haalt om het ritme een extra zetje te geven.

 

Egle Petrosiute and Djãmen

Kurt Rosenwinkel

lyrisch, helder en bijna vocale lijnen

In een slechts beperkt gevulde zaal wordt de echte jazzliefhebber op z’n wenken bediend. De inmiddels 55‑jarige gitarist geldt al jaren als een van de meest invloedrijke stemmen in de moderne jazz, en dat laat hij in Amare opnieuw horen. Zijn spel is lyrisch, helder en doordrenkt van lange, bijna vocale lijnen. Een stijl die duidelijk is gevormd door invloeden van Pat Metheny en John Scofield, maar volledig zijn eigen signatuur draagt.

Rosenwinkels trio – met Dario Deidda op bas en Greg Hutchinson op drums – speelt met een transparantie en onderlinge communicatie die meteen opvalt. De ruimte in de muziek, de subtiele dynamiek en het voortdurende gesprek tussen gitaar, contrabas en drums maken de set tot een technisch hoogstaande, maar vooral muzikale ervaring. De drummer schildert met brushes, Deidda legt warme fundamenten, en Rosenwinkel weeft daaroverheen zijn dromerige harmonieën en melodische lijnen.

Braziliaanse invloeden, een wezenlijk onderdeel van zijn latere muzikale identiteit, kleuren zijn spel subtiel maar onmiskenbaar. Ritmes en melodieën die doen denken aan zijn album Caipi sijpelen door in de moderne post‑bop en fusion die zijn trio neerzet. Tegelijkertijd blijft zijn Europese harmonische verfijning hoorbaar, een echo van zijn jarenlange verblijf op het continent.

De set bevat zowel eigen werk als zorgvuldig gekozen jazz standards. Een verstilde versie van ‘All or nothing at all’ en een prachtige uitvoering van Charles Mingus’ ‘Self‑Portrait in three colors’ dat Rosenwinkel eerder opnam behoren tot de hoogtepunten. Zijn toon, warm en zangachtig met veel sustain, reverb en delay, maakt dat de muziek soms bijna vocaal aanvoelt. Rosenwinkel vertelt verhalen zonder woorden, enkel met akkoorden en melodie.

Getooid met een Van‑Morrison‑achtig petje en volledig opgaand in zijn eigen klankuniversum, levert Rosenwinkel een slotact af die ingetogen én meeslepend is. Lyrische, harmonisch rijke moderne jazz, gespeeld door een trio dat op wereldniveau opereert. 

 

 

Kurt Rosenwinkel

Kurt Rosenwinkel

Candy Dulfer, Nigel Hall and Eric "Benny" Bloom

stilzitten is niet de bedoeling

In de grote zaal van Amare zit het publiek bij aanvang nog keurig op de stoelen. Candy Dulfer denkt daar anders over. “Als je wil dansen: gewoon doen,” zegt ze vanaf het podium. Het duurt nog even voordat iedereen dat advies opvolgt, maar duidelijk is: stilzitten is niet de bedoeling.

Dulfer straalt en deelt het podium met Nigel Hall en Eric “Benny” Bloom van de Amerikaanse funkband Lettuce. De ritmesectie is opvallend jong, en staat als een huis. Hall schakelt moeiteloos tussen zang, toetsen en de rol van energieke MC, terwijl Bloom met zijn trompet voortdurend de dialoog zoekt met Dulfers saxofoon. Een perfecte match, zeker als je bedenkt dat de band slechts één keer samen heeft geoefend. En, uiteindelijk, houdt niemand het meer vol op zijn stoel. Candy had gelijk: stil blijven zitten blijkt onmogelijk.

Dulfer brak internationaal door met de wereldhit ‘Lily Was Here’ en bouwde daarna een indrukwekkende carrière op met samenwerkingen met onder anderen Prince, Dave Stewart en Nile Rodgers. Maar wie haar nu live ziet spelen merkt meteen dat optreden nog altijd haar grote liefde is.

Het repertoire beweegt soepel tussen funk, soul en de smooth jazz waar Dulfer al jaren mee wordt geassocieerd. Bij ‘Snakes’ van David Sanborn krijgen de blazers alle ruimte, terwijl ‘For The Love Of You’, bekend van Angie Stone, juist een laidback moment in de set brengt.

Wat vooral opvalt is de energie op het podium. Dulfer blijft de stralende spil van het geheel en stuurt de band met zichtbaar plezier strak aan, terwijl de muzikanten elkaar voortdurend opzoeken in korte solo’s en blazerslijnen.

Bij het Eddie Harris-nummer ‘It’s Alright Now’ verandert de zaal in een funkvloer. Op de trappen, langs het balkon en tussen de stoelen beweegt en zingt iedereen mee.

Op dezelfde trappen werden bezoekers eerder op de avond, tijdens het veel ingetogener concert van Meshell Ndegeocello, nog streng in de gaten gehouden en vrij luid en resoluut weggestuurd door de overijverige beveiliging. Nu lijkt daar weinig meer tegen te doen. De groove wint het uiteindelijk van de huisregels. En New Tide krijgt het funkfeest wat het nodig heeft.

 

Candy Dulfer

Candy Dulfer

The Harlem Gospel Travelers

Daniel von Piekartz en RADIOHOP

twee surprise acts tonen twee gezichten van New Tide

Laat op de avond staan er nog twee surprise acts op het programma. In de Spinoza Foyer verschijnt eerst Daniel von Piekartz, een muzikant die zich beweegt tussen funk, soul en groove. Op papier precies het soort muziek waarbij de stoelen eigenlijk zo snel mogelijk aan de kant moeten. Alleen.....de Spinoza Foyer zit nog vol met keurig zittende zestigplussers die het allemaal aandachtig volgen, maar duidelijk niet van plan zijn de dansvloer op te zoeken.

Von Piekartz en zijn band spelen een aantal dampende funk- en soulnummers, maar de setting werkt hier niet helemaal mee. Waar menig jazzfestival op dit tijdstip ergens een kleine clubachtige ruimte heeft waar het nog even los kan gaan, blijft het hier vooral een luisterconcert. Na twee nummers lonkt daarom de andere surprise act van de avond. Wie weet heeft Von Piekartz de zaal daarna alsnog van de stoelen gekregen.

Die blijkt te komen van RADIOHOP, een instrumentale band uit Amsterdam die jazz, hiphop, groove en improvisatie moeiteloos door elkaar laat lopen. De groep bestaat uit gitarist Johnny Biner, toetsenist Joshua Lutz, bassist Joel F. Svedberg en drummer Euan Jenkins. De band ontstond toen de vier elkaar leerden kennen tijdens hun jazzstudie in Amsterdam en samen begonnen te experimenteren met grooves, improvisatie en de beatcultuur rond producers als J Dilla.

Voor 3voor12 Den Haag misschien wel de interessantste act van de avond. RADIOHOP zoekt duidelijk het snijvlak op tussen jazz, hiphop en fusion, met invloeden die lopen van Herbie Hancock tot de moderne beat- en groove-scene. Dit soort muziek hoort thuis in kleine zalen, clubs en underground settings waar experiment en groove samenkomen. Op zichzelf dus een sterke en gedurfde programmering van New Tide om de band juist op dit tijdstip neer te zetten.

Alleen blijkt het publiek daar nog niet helemaal klaar voor. In de zaal staan nog geen twintig mensen. Dat voelt wrang, want de band speelt waanzinnig goed. De kleine groep aanwezigen wordt volledig meegezogen in het universum van RADIOHOP, een set van hoge muzikale kwaliteit waarin groove, improvisatie en soundscapes naadloos in elkaar overvloeien.

Juist hier wordt ook iets zichtbaar van het spanningsveld binnen het festival. Waar het publiek grotendeels bestaat uit oudere jazzliefhebbers, vormt een band als RADIOHOP juist de brug naar een jongere generatie luisteraars die hier nauwelijks aanwezig is. Muzikaal misschien wel een van de spannendste boekingen van de avond, maar ook een moment dat laat zien dat New Tide misschien nog zoekt naar welk publiek het precies wil bereiken.

 

RADIOHOP

RADIOHOP