Het is iets na half negen als De Règâhs het podium van Musicon oplopen. Groen-gele lichten kleuren de zaal en het podium, er is een gemengd publiek, en de sfeer zit er meteen goed in: het eerste liedje wordt direct teruggezongen door de zaal. Gitarist Roy de Rijke peilt de stemming: hij vraagt drie keer “alles lekkâh?”, in zijn beste Haags. Dit wordt drie keer beantwoord met een luide “heu” vanuit de zaal.
Al vroeg volgt Naai Nâh, Naai Nâh (Nai No, Nai No) van het album Den Haag… Olé. Een Spaans-Haags liedje, met simpel refrein en maximaal meezinggehalte. Buiten is het winter en heeft het gesneeuwd, maar binnen voelt het als een strandtent in juli. Er wordt gedanst alsof niemand morgen hoeft te werken.
Wanneer De Rijke vraagt of de zaal “de meisjes uit Den Haag” kent, klinkt een overtuigd ja. “Mooi, dan hoeven we die niet te doen.” Uiteraard starten zijn bandleden het liedje toch in: De Mèsjes Ùit Den Haag (De Allermooiste Meisjes). Daarna volgt weer een vraag richting het publiek: “handen omhoog voor wie níét uit Den Haag komt?”. Als reactie van de band volgt hun liedje Le-luk (Lelijk). De grap landt goed bij het publiek, zelfs de mensen die zojuist nog hun hand opstaken dansen, vrolijk mee.