Op het kleine podiumpje in de hoek van Brandpunt, tussen de kamerplanten in alle soorten en maten, een aquarium met kikkervisjes en verschillende keramische werken, mag Koda, acronym voor Kind Of Doing Anything, de eerste editie van Luisterpunt aftrappen. Begeleid door alleen toetsen stelt de zanger zich kwetsbaar op, niet alleen omdat hij zonder instrument zit, maar ook vanwege zijn geladen teksten. Zo vertelt Koda dat zingen voor hem een manier is om zijn opgekropte gevoelens een beter plekje te geven. Alle zangers zingen bij Luisterpunt onversterkt, en daar doet Koda zijn voordeel mee. Hij weet met zijn dynamische stem namelijk behoorlijk wat volume te creëren. Zo levert hij heldere, hoge noten en gaat hij van heel groots naar heel klein. Qua stemgeluid is het net alsof je een jonge Conor Mason van Nothing but Thieves voor je hebt zitten.
Naarmate de set vordert, wordt Koda steeds zekerder, en al gauw zingt hij met ogenschijnlijk gemak de sterren van de hemel. Het zorgt, in combinatie met de af en toe swingende piano, voor kippenvel. Tijdens het laatste nummer mag het publiek de eerste en enige keer haar mond open doen. Koda vraagt of het publiek wil meezingen, omdat als hij met volledige bezetting speelt, ook achtergrondzang heeft. Het creëert een verbindend moment wanneer het publiek langzaam maar zeker steeds harder mee gaat zingen. Het is een slimme zet van Koda om het optreden iets spannender te maken.