Pfaff tourverslag (met heel veel fijne vakantiekiekjes) Pfaff tourverslag (met heel veel fijne vakantiekiekjes)

"Bas spreekt en vloekt wat in het Italiaans, wat men altijd wel kan waarderen"

Pfaff tourverslag (met heel veel fijne vakantiekiekjes)

"Bas spreekt en vloekt wat in het Italiaans, wat men altijd wel kan waarderen"

Pfaff nam net als Blues Brother Castro een digitale camera mee op tournee, maar één van de twee drummers; Michiel Verburgh, schreef ook een zeer uitvoerig verslag. Beleef het mee op 3VOOR12/Amsterdam.

"Bas spreekt en vloekt wat in het Italiaans, wat men altijd wel kan waarderen"

Dag 1 – 25/04/2005 Gisteren in de OCCII gespeeld met Macrocosmica en Suma en daarna de spullen daar laten staan. We doen verwoede pogingen om de hele boel in de Pausmobiel (Renault Express voor de kenners) te stouwen, instrumenten, ondergoed voor drie weken, drie Pfaffleden en Corina, omdat de geplande VW-bus met panne bij Biarritz staat. Onder toezicht van Joni’s uitzwaaicomité lukt het, hoewel de achterpassagiers bij een noodstop bedolven zullen worden onder gitaren en slaapzakken... ach, we hoeven alleen maar naar Hannover voorlopig. Ergens in Duitsland rijdt een bezopen automobilist ons en daarna zichzelf bijna van de Autobahn, en gezien de schade aan zijn voorkant is het al eerder misgegaan. In Hannover is de club vrij snel gevonden, ook al heb ik de geprinte routeplanner blijkbaar in Amsterdam op het dak van de auto laten liggen; Bei Chez Heinz ligt tegen een zwembad aan dat gelukkig op de bordjes staat. Het blijkt een leuke kelderclub te zijn, gerund door enthousiaste mensen en met goed eten en drinken. De organisatrice heeft op vakantie in Thailand het verhaaltje voor de flyer geschreven op basis van een google-search en zonder ons echt gehoord te hebben en omschrijft Pfaff als ‘Schnörkellosen, harten Punkrock’ in de betere naaimachinetraditie. Juist. Vooralsnog hangen we wat rond in de buurt en trappen wat tegen een voetbal die we confisqueren, omdat Suma nog moet arriveren en soundchecken. Een uurtje of wat na aankomst kunnen ook wij soundchecken en eten. We spelen die avond voor een man of 40 en worden zelfs gevraagd om een toegift, iets wat we normaliter terecht achterwege laten. Na het optreden kunnen we ontspannen leunen tegen de stonermuur van Suma, het is hun laatste optreden deze tour en de versterkers gaan nog net even een stukje harder dan gisteren. Vijftig meter verderop in de straat staat een huis waar we vannacht allemaal slapen, dus na een tijdje verplaatsen we ons om met de Zweden nog een potje Jenga te spelen en dan te gaan slapen. De tour begint bijna te goed, gevoed en gelaafd liggen we in een comfortabel bedje ons af te vragen of dit nog te overtreffen is. Dag 2+3 – 26+27/04/2005 Vandaag gaan we de bus ontmoeten in Frankrijk. Het idee was eerst dat de bus naar Duitsland zou komen, maar de onderdelen lieten op zich wachten en er trad dus weer vertraging op. Ironisch genoeg rijden we langs VW-fabrieken vol onderdelen voor Transporterbussen richting Reims. We fantaseren over een nachtelijke omruilactie midden in Parijs maar eindigen toch even voor Reims in Chateau-Thierry, een slaperig Frans dorpje, waar we om een uur of twee ’s nachts de bagage overladen en de Renault meegeven aan Haron en Nienke, die na een gedwongen verlengde vakantie niets liever willen dan terug naar Amsterdam. Wij rijden nog een stuk richting Metz en slapen wat tussen de truckers langs de snelweg. Na een paar uurtjes rijden we weg, door Duitsland en Oostenrijk naar Slovenië, zodat we daar een nacht extra kunnen slapen. Mooie bergen onderweg maar verder een saaie rit met veel regen. Het is even wennen aan de ruimte in zo’n bus en vooral aan het geklapper en gekletter bij het linkervoorwiel als je bergop rijdt, of gas geeft, of eigenlijk continu... De garage heeft gezegd dat de bus het nog wel een paar duizend kilometer volhoudt, maar hij heeft er nog zo’n tienduizend te gaan met ons, hopelijk houdt ie het. In Izola is het even zoeken in het donker, tot blijkt dat we het vakantiepark ín moeten om via een smal slingerweggetje af te dalen naar de zee. De Shoto Klub is gevestigd in een soort strandpaviljoen aan het einde van de boulevard, met uitzicht op de lichtjes van Koper en Trieste. We drinken een blik pivo en gaan slapen in een klein raamloos hok met stapelbedden waar een kattenzeikgeur hangt (probleem met wilde katten blijkt later, goed de deur dichthouden dus). Dag 4 – 28/04/2005 Goed geslapen en de zee ligt er prachtig bij. Zullen we? De zeebonken nemen een duik en verliezen bijna een paar ledematen door onderkoeling terwijl Joni foto’s neemt. Iets te vroeg misschien, maar je bent wel goed wakker. We lopen het dorp in voor een lunchpizza, die helaas spaghetti wordt omdat er iets met de oven is, de serveerster lijkt ‘I faked the oven’ te zeggen, maar echt duidelijk wordt het niet. Met een ijsje in het zonnetje ontdooien we ook de laatste lichaamsdelen, drinken een espresso, lopen terug naar de club en hangen daar wat op de steiger. Tegen zevenen bouwen we op, soundchecken wat en krijgen een geweldige grillmaaltijd met lokale wijn voorgeschoteld door de tante van Cupa, die ons geboekt heeft. Voor ons debuteert er een lokale band en laat het publiek vast zien dat hier serieus gedronken wordt. Wij moeten morgen vroeg weer weg dus gedragen ons netjes, hoewel de lokale sterke drank er voor en na het spelen wel goed in gaat. In een voor ons doen extreem lange set (45 min.) doet Bas zijn best om de koning der lokale dronkaards van zich af te houden (Corina ook trouwens), met wisselend succes. Het schijnt een aardige jongen te zijn, maar hij kan niet tegen drank. Na het spelen drinken we een biertje op de steiger onder de sterren en lachen om het dikke pak Tolars wat we gekregen hebben voor het optreden. Even later lopen we tandenpoetsend door de club naar het toilet, wat hier blijkens de verbaasde blikken niet normaal is. Gekke Hollanders. Het slaaphok grenst aan de zaal, met een dun houten muurtje ertussen, dus de Chemical Brothers schudden ons bijkans het bed uit. Gelukkig houdt het vrij snel op, over vier uur gaat de wekker. Dag 5 – 29/04/2005 Kwart over zes en alles zit in de bus, op naar Pescara. Plankgas ratelen we door Italië, op een file na bij Padova (truck op zijn kant), we hebben een krap schema dus plassenespressobroodjetanken en door. We komen een uurtje te laat in Pescara aan maar dat blijkt geen probleem te zijn. In de immense sporthal waar het Indie Rocket Festival plaatsvindt staan een paar man tutto tranquillo het podium en licht op te bouwen, de catering is er nog niet en de meeste bands zijn nog onderweg. Organisator Paolo heeft wallen tot onder zijn neus en staat op het punt om om te vallen. Na een hoop gehang en gelanterfant staan we twee uur te laat te spelen voor anderhalve man en een gegrild varken (het avondeten blijkt later) in een galmend sportpaleis met een monitorman die 5 minuten geleden nog een werkbare mix had maar blijkbaar net een beroerte heeft gehad; willekeurig gaan dingen veel harder en zachter en als Bas uit wanhoop de monitor een duw geeft komt hij ‘m netjes rechtzetten... De lol is er snel vanaf. Na afloop is er goed eten, het is tenslotte Italië. Ondertussen is Gone Bald aangekomen, ze spelen pas morgen hier maar hadden gedwongen vrij. Te laat om ons te zien worstelen, maar op tijd om samen te eten en anekdotes en lulkoek uit te wisselen, waarna wij moeten gaan, richting Linz, op zoek naar een motel. Na drie uur rijden vinden we al knikkebollend een Class Hotel met heerlijke zachte bedden voor een paar uurtjes slaap en een superontbijt. Dag 6 – 30/04/2005 Het is nog een fiks end naar Linz (Oostenrijk) dus vroeg weg en doorkarren. Stops worden korter en efficiënter, espresso over panino schenken en al plassend opeten met in de andere hand de brandstofslang. Weer door die mooie bergen en redelijk op tijd in Linz waar twee keer per jaar stadsfeesten gehouden worden aan de Donau, recht voor de deur van de Stadtwerkstatt... goeie timing. Dus dwars over de markt met de bus, tussen de zonnebrillen, de t-shirts en de kruidendrankjes door naar de ingang. We laden uit en lopen een rondje over de kermis/markt met Bratwürstl, Schlagerpalast en toeterzatte Linzners. Gezellig! De Stwst is een mooi formaat zaal met een goede en snelle geluidsman en heerlijk eten. We wachten tot er wat volk is en uiteindelijk staat er een man of 40 in de zaal te klappen en joelen. Na ons speelt Electrocute, met een paar biertjes en een zonnebril op best leuk om te zien en horen. De flessen bier vliegen er doorheen dus waggelen we om een uur of eh, laat, naar de luxe maar lege flat om de hoek om te gaan pitten. Dag 7 – 01/05/2005 Van Linz rossen we terug naar Italië, naar Migliarina di Carpi, een gehucht bij Modena. In een voormalig weeshuis omringd door Toscaanse cipressen is een zaaltje vol Italiaanse luxepunkertjes. Eigenlijk staan ze vooral buiten, mobiel in de hand, leunend tegen de auto. Traditiegetrouw is het eten weer prima en het wachten lang, en na een rij punk/emo/hardcorebands uit de buurt (waarvan een wel een volle zaal had, blijkbaar populair hier) staan we om half een te spelen voor 10, 15 personen die gelukkig blijven en enthousiast zijn, zodat het toch nog een leuk optreden wordt. Bas spreekt en vloekt wat in het Italiaans, wat men altijd wel kan waarderen en we spelen een korte, snelle set. Na afloop hangen we wat, knikkeren de laatste jeugdigen eruit en genieten van een goede Italiaanse plattelandsnacht vol krekels en duiven. Dag 8 – 02/05/2005 In de ochtend rijden we op zoek naar ontbijt naar Carpi, een iets groter dorp vlakbij en eten een lekker bammetje op het fraaie, stille piazza. We stappen weer in het bussie en rijden richting Siena over een fraai kronkelend weggetje vol gaten en kuilen maar met fraaie uitzichten. We hebben een paar dagen voordat we in Rome moeten zijn dus tranquillo is het motto. Siena zelf blijkt tot de nok gevuld met reli-feestgangers maar een kilometer of 10 terug kunnen we een kamer voor vier krijgen in Badesse. We douchen wat, draaien een wasje en lezen een boek (althans, Bas leest voor uit W2P van Hans Sibbel) en rijden dan binnendoor naar Siena voor het avondeten. Prachtige stad, ook in het donker, en prima eten met goede huiswijn bij Vitti buiten op een of ander minipleintje. Met een ijsje en espresso erachteraan lopen we langs Piazza del Campo en de Duomo terug naar de bus en rijden terug naar Badesse voor een vroegertje. Dag 9 – 03/05/2005 Rustig aan rijden we naar Rome over de kustweg. Onderweg een broodje pittige spinata en met het verkeer mee rijden we ontspannen richting de Eeuwige Stinkstad/Verkeersopstopping. Eindelijk kom ik ook eens in Rome. Het is even zoeken naar de plek waar we de sleutel van onze slaapplek voor de komende twee nachten op kunnen pikken, en eenmaal daar aangekomen blijkt dat de geplande rendez-voustijd niet haalbaar is voor onze sleutelman wegens softwareproblemen bij een klant. Damn you, Bill Gates! We lopen een rondje en eten een broodje, daarna rijden we een rondje Forum Romanum/Colosseum/Terme di Carracalla als volleerde zaptoeristen die Rome alleen door busruiten bekijken. We rijden naar de slaapplek, parkeren bussie op hoop van zegen (ach, de paus is vlakbij toch?) tegen een lantaarnpaal en lopen Trastevere in, weinig toeristen maar een leuke buurt. Langzaam maar zeker bereiken we het centrum waar ons de sleutel eindelijk wordt overhandigd door een motorrijder, ergens bij een hoop antieke klerezooi. We zetten ons neer op een terras in een charmant steegje, eten een goeie pizza en zien de gezelligheid in de steeg gestaag toenemen. Bas herinnerde zich deze pizzeria (Dar Poeta) nog van een aantal jaar terug en gezien de hoeveelheid wachtend volk is het hier nog altijd berehip. We maken plaats voor de lokale eters en slenteren naar de andere kant van de Tevere, naar ‘huis’, laden de spullen toch maar uit en zakken met een straatbiertje in de hand af naar een terrasje. Alweer een zware dag. Dag 10 – 04/05/2005 Na een goede nachtrust in het “bescheiden stulpje” van onze gastvrouw en een supermarktontbijtje lopen we naar het centrum. Via een aantal verplichte sightsee-punten (when in Rome, do as the tourists) slenteren we door de stad, ons aanpassend aan de lokale gewoontes (zonnebril op de neus en het andere geslacht nakijken tot je op je smoel gaat). We eten pasta in een Ierse pub (een paar Guinness-reclames et voilà, Ierse pub) en fantastisch lekker ijs. Per tram keren we terug naar onze casa temporalia om de spullen weer in te laden. Tijd om te proberen de zaal te vinden, ergens in het Vijgensteegje om de hoek van Piazza Navona. Tegen de richting, tussen de talloze scooters door, dubbel parkerend en continu toeterend (we voelen ons al aardig thuis hier) moeten we het laatste stuk toch lopen met de spullen. Wonderlijk genoeg voor zo’n grote drukke stad vinden we vrijwel direct een parkeerplek, aan de Tevere, voor maar 1 euro per uur (we blijven Amsterdammers...). Il Locale is een charmant pijpenlaatje waar we vanavond spelen met Mdungu uit Rotterdam – ga je naar Rome voor een optreden, sta je prompt met een andere Nederlandse band te spelen. We zetten de drumkits naast elkaar vóór het podium voor een snelle changeover later, Bas op het podium brult wat in de microfoon en hup, soundcheck pronto. We lopen naar Piazza Navona om onze gastvrouw en vriend én Haron te ontmoeten; als eigenaar van bussie kan hij niet te lang zonder haar dus vanaf nu gaat Haron mee met Pfaff. Op straat eten we een bordje paprika en bleekselderij tussen de hippe yuppen en lopen daarna terug naar de zaal. Om een uur of elf spelen we voor een behoorlijk gevulde en enthousiaste zaal een lekker setje. Onze gastvrouw had een zootje vrienden en collega’s opgetrommeld en een van de leden van Mdungu komt uit Rome, dus dat levert ook aardig wat volk op. Op straat is het iets lekkerder dan binnen, dus de op West-Afrikaanse leest geschoeide pop van Mdungu wordt half binnen, half buiten beluisterd. Lekker strak, swingend en uiterst dansbaar. Na het optreden lijken de overige verkeersdeelnemers te slapen en kunnen we na een hoop steken en keren in de smalle steegjes een stuk dichterbij komen om in te laden. Als we wegrijden leidt een verkeerde afslag ons weg van de rivier waarna we zowat bij de paus in bed belanden; verdwaald in Rome, moet je ook eens meemaken. Na een half uurtje dwalen zijn we thuis, uitladen en slapen, over 6 uur weer opstaan en naar het zonnige zuiden. Dag 11 – 05/05/2005 Strumenti de bus in (nog steeds niet weggesleept of gejat, zoals eergisteren Mdungu overkomen is; hun auto is gestolen, nota bene bij het Vaticaan om de hoek), panini en caffè binnen en gaan met bussie, het drukke Rome uit naar het rustige en rustieke zuiden. Langs Napels rijden we naar Altamura, bij Bari in de buurt. Het laatste half uur over een prachtige landweg, tussen olijfboomgaarden en kale, ongerepte heuvelen. Altamura zelf is een stad met zo’n 70.000 inwoners en een fraai oud centrum vol kronkelsteegjes. In zo’n steegje is de studio annex slaapruimte gevestigd van onze contacten Peppe en Mimmo, in een leuk oud pandje. We dumpen de slaapspullen en omdat men de hele tijd waarschuwt voor inbraak en/of autodiefstal rijden we meteen naar de Fever-club, een pianobar-cum-karaoketent bij het station, een stukkie buiten het centrum. In de kelderzaal is een laag podiumpje waar we de boel opstellen en een soundcheckje doen. Er wordt weer geweldig eten geserveerd met heerlijke Barbera d’Asti en, naar het schijnt, het beste brood van Italië; als je Altamura binnenrijdt staat er dan ook Città del Pane op de borden. ’s Middags hadden we al staan genieten van de gevulde foccaccia bij de bakker op het plein voor de kerk, tussen de gelovigen in processie. De club stroomt later op de avond behoorlijk vol en het publiek reageert goed op de muziek en Bas zijn aankondigingen, inmiddels hebben we de meeste titels veritaliaanst. Na afloop hangen we wat buiten rond, beland ik twee keer bovenop bussie (had ik iets verkeerds gezegd?), doen we binnen een dansje en gaan dan slapen. We hadden begrepen dat de lege bus wel bij de club kon blijven staan en we naar huis zouden lopen maar dat blijkt toch ook niet verstandig, dus rijden we terug en slapen de twee dappersten in de laadruimte, de anderen in de studio. Ook daar slaapt eigenlijk altijd iemand vanwege de veiligheid van hun eigen spullen. Het lijkt toch zo’n vredig stadje... Dag 12 – 06/05/2005 We hadden gedacht hier in het zuiden lekker te gaan zwemmen, omdat we maar 70 kilometer hoeven te rijden naar Fasano, maar het regent stadig en het is maar een graad of zestien. Zul je altijd zien. We lopen een rondje door het centrum over de grote gladde stenen, drinken een espresso, kopen flessen Padre Peppe (heerlijke lokale kruidenbitter die we gisteren geproefd hebben) en gaan na een paar uur de spullen halen. We besluiten wel naar zee te rijden, hoewel het steeds harder gaat regenen. Na een rit door het stille binnenland vol leuke punthuisjes komen we aan in Torre Canne-aan-zee waar nog niet veel open is, maar we vinden een strandtent met lekkere mosselsoep en broodjes geroosterde inktvistentakel. Langzaam rijden en glijden we (onderweg spelen de remmen op bij een afslag en iedereen is een tijdje stil) richting Fasano. Tegen de tijd dat we daar aankomen is er sprake van een halve zondvloed die de afwatering niet kan verwerken, de wegen staan blank en hele rivieren stromen door het centrum. We worden opgepikt door onze contactpersoon en volgen zijn amfibievoertuig naar het huis waar we spelen en slapen, een stukje buiten de stad. De rit voert over smalle weggetjes vol bruin golvend water en het is zoeken naar de grens tussen weg en berm. Het zaaltje is in de schuur van een mooie witte hoeve, maar bij mooi weer speelt men meestal buiten op de binnenplaats. Vandaag dus niet. We leggen een kaartje op het podium want niemand heeft haast hier, bouwen na een tijdje op en doen weer eens een soundcheckje (meestal worden alleen de bassdrums en zang versterkt, dus dat is snel geregeld). We krijgen een eenvoudige doch smakelijke maaltijd met biologische wijn uit de buurt, leggen nog maar een kaartje vóór het podium en wachten af of er publiek komt. Als er wat mensen zijn spelen we een setje voor een vrij apathisch publiek, compleet anders dan in Altamura. Aangezien er een stevige wietdamp boven het volk hangt zal het daar wel aan liggen. Na afloop kaarten we nog eens, waaien we buiten een beetje uit, drinken een glaasje Padre Peppe en als iedereen naar huis is slapen we wat. Dag 13 – 07/05/2005 De zon schijnt weer maar je waait bijkans uit de broek. De douche is weer eens ijzig koud, het gaat al bijna wennen. We pakken in en gaan op weg naar het noorden, naar Viterbo. Na een half uurtje slaan we af bij San Vito om even aan zee te staan. Het is een dorpje van niks maar er staat een prachtige abdij en een oude wachttoren op het strandje en we waaien even lekker door. Verder gebeurt er onderweg niet veel (op een luchtshow van een straaljagerstuntteam na), en uren later bereiken we Viterbo om meteen 30 kilometer door de heuvels te rijden naar Bolsena, waar de clubeigenaars wonen. Ze hebben voor ons een krakend stapelbed geboekt in een schitterend voormalig klooster, wat hoger gelegen en uitkijkend over het Lago di Bolsena; de mooiste slaapplek van de tour. Ook al zijn we aan de late kant, het tempo gaat niet omhoog, het lijkt erop dat een Italiaan alleen haast heeft als zij/hij achter het stuur zit. We drinken een biertje op het terras en kletsen wat met de Engels/Italiaanse clubeigenaar Robert en zijn Botswaans/Deense vrouw en haar half-Nederlandse dochtertje. Daarna volgt een hachelijke rit door de donkere heuvels naar de club in Viterbo, bussie heeft moeite Rob in zijn Bmw te volgen en moet er hard aan trekken. The Garage ligt erg leuk tegen een oude stadsmuur-met-uitkijktorens aan, en is een lekker donkere tent met een wat ruige uitstraling. We bouwen op en checken sound, eten een fikse pizza bij de buren om elf uur en spelen voor een matig gevulde zaal om 1 uur. Na afloop hangen we wat buiten rond en besluiten om een uur of 3 dat we zelf de weg terug gaan vinden. We laden de instrumenten in en rijden terug naar ons kloosterbedje waar we om een uur of half vijf inrollen. Dag 14 – 08/05/2005 Tegen elven worden we wakker, douchen half warm, half koud en dalen af naar het centrumpje van Bolsena voor een broodje en een pizzapunt. We kijken nog even bij het fraaie meer en rijden dan over een kronkelweggetje de heuvels in, langs prachtige vergezichten en langs het mooi gelegen Orvieto noordwaarts. Dinsdag moeten we in Hull zijn, 2100 kilometer verderop. We rijden tot de honger te groot wordt en het gerammel der magen het gerommel van de bus overstemt, eten een pizza con karaoke langs de autostrada, om daarna verder te rijden tot Aosta, waar we een hotel zoeken en nog een glaasje Fasaanse wijn drinken. Dag 15 – 09/05/2005 Een korte nacht, een warme douche en een behoorlijk ontbijt, waarna we de Carrefour aan de andere kant van het parkeerterrein binnenvallen voor pasta, koffie en olijfolie. Met de bus tot het dak volgeladen gaan we weer op weg naar de UK. Vlak voor Frankrijk nog een stop voor sigaretten en postzegels (om de een of andere reden was er geen postzegel te krijgen in Zuid-Italië, niente bolli) en dan tuffen we de Mont Blanctunnel door Frankrijk in, door de prachtige Alpen. Snel tanken en een broodje jambon eten, en dan ontvangen we bevestiging dat hoe laat we ook in Hull aankomen, er zal een bed voor ons klaarstaan. Afijn, Frankrijk is best groot en bij Parijs staat er altijd wel een file, ter hoogte van Rouen hebben we het dan ook wel gehad. Als we doorgaan naar Hull komen we ’s ochtends vroeg aan, heb je niks aan, en we hebben nog bedacht om in Londen te overnachten bij een vriendin maar ook dat is ons nog te ver. We eten patat en kleffe pizza in de bus in een grauwe voorstad van Rouen en gaan op zoek naar een goedkoop motelletje. Haron heeft stiekempjes zijn vriendin een sms gestuurd en zij heeft via internet een Etap-motel gevonden vlak buiten Rouen én ze heeft meteen gereserveerd dus we liggen al snel weer op een oor, tussen de vertegenwoordigers en hun callgirls. Dag 16 – 10/05/2005 We gaan een tikkie laat weg, rijden naar de ferry in Calais, in Dover er weer af en scheuren dan zo snel we kunnen (filetje bij Dartford) naar The New Adelphi in Hull waar we tegen zevenen arriveren. Hallo, daar zijn we weer. We schudden handen met Blues Brother Castro (we spelen de komende vijf dagen samen) en de Adelphianen, zetten de tweede drumkit neer en spelen al snel een kort setje voor een langzaam vollopende zaal. BBC speelt na ons en als laatste Marble Valley, de band van Steve West (voorheen drummer in Pavement) met een aantal Hullse oudgedienden in de gelederen en Remko ‘Shouten’ op laptop en bourbonfles. Als de meeste bezoekers na het sluiten van de bar (11 uur...) zijn vertrokken spelen we wat potjes killer in de biljartkamer en drinken nog wat pinten Guinness. Met onze slaapspullen schommelen we later met zijn tienen een paar honderd meter naar ons slaapadres, een ruim huis met een stel schatten van bewoners (Bod uit o.a. Fonda 500 en haar vriend Ewan) die ons verwennen met een nachtelijk brood- en wijnfestijn. Om een uur of vier is iedereen compleet gaar en rollen we de slaapzakken uit op bed, bank en vloer. Dag 17 – 11/05/2005 We hoeven maar een uurtje te rijden (naar Leeds) en met tien man in een huis duurt het even voor iedereen klaar is voor het ontbijt, dus zitten we om een uur of vier buiten bij de pub voor een Engels ontbijt in de on-Engelse zon. Als we het ontbijt binnen hebben krijgen we een berichtje uit Leeds; over anderhalf uur staat het avondeten klaar... We donderen alles weer in de bussen en na een saai ritje staan we met een bordje couscous en groenten op de stoep bij Dom’s huis, onze gastheer voor de vijfde keer Leeds. Al snel rijden we naar de Fenton, een pub met een bovenzaaltje met podiumpje en John Peel-muurschildering, om uit te laden en te soundchecken. Ook hier begint het vroeg en gaat de tent om elf uur dicht, dus snel spelen en snel ombouwen. Happy Happy Joy Joy en Cowtown spelen zoals ze dat alleen in Leeds kunnen, snel, ogenschijnlijk simpel en complex tegelijk en met een grote grijns op het gezicht. BBC blaast het stof uit alle hoeken en gaten van de zaal met veel nieuw werk en wij proberen het kort te houden en snel af te breken (ze kennen ons toch wel na vijf keer hier gespeeld te hebben) voor de laatste band, Tigers! Een portie kronkelposthardcorerock in de beste Leedsiaanse traditie die helaas na tien minuten bruusk afgebroken wordt, het is tenslotte al elf uur. We laden weer in en rijden terug naar Dom’s huis om een paar uur later te gaan pitten. Door miscommunicatie verwachtte men eigenlijk alleen Pfaff met een man of vier, dus het is even inschikken, gelukkig voor de huisgenoten maar voor een nacht. Dag 18 – 12/05/2005 Het geplande optreden in The Attik in Leicester vanavond stond als een van de eerste maar niemand heeft sindsdien gereageerd op Bas zijn mails en verzoeken om informatie dus cancelen we de boel maar. BBC heeft vanavond een optreden in Bury St Edmunds staan en als we ons best doen om kort en snel achter elkaar aan te spelen mogen we mee. We twijfelen een beetje omdat er verder geen slaapplekken geregeld zijn, ook voor BBC niet, maar we gaan toch mee, we zien wel wat het wordt. Leeds zien een aantal van ons in juli wel weer, onder een andere naam en in een andere gedaante. In Bury enz. voetballen we een tijd lang op het glooiende parkeerterrein bij de pub tegenover het kerkhof, tot de geluidsman er is en we kunnen soundchecken. Na wat heen en weer gebel en gedoe komt het erop neer dat de bikkels in de bussen slapen en de watjes in een B&B verderop. Na een snelle hap in het dorp en een verkeerde route terug komen we wat laat bij de pub, de eerste band heeft al gespeeld. We vermaken ons met de tweede band (iets emo-achtigs) en een pint. De bandleden zijn hooguit zestien, net als het publiek, voornamelijk Avril Lavigne-klonen en te schaars geklede meisjes met hun bebaarde vaders als chauffeur. Gaandeweg raakt de pub steeds leger (morgen weer naar school, kinders) maar we spelen allebei nog best lekker. Elf uur, bar dicht, nog even napraten tussen de straatracertjes die voor de politie schuilen achter de heg van het parkeerterrein en dan vroeg naar bed, de B&B’ers na een wandelingetje door slapend Bury en de busbikkels na een potje kaarten en de laatste blikken bier. Dag 19 – 13/05/2005 Na een stevig ontbijt, gebakken door de uitbater van de B&B, een douche en wat gelanterfant komen de bussen naar ons toe, laden we in en rijden we door mooi Suf- en Norfolk naar Norwich. Al vrij snel hebben we het Norwich Arts Centre gevonden, een oude kerk in een pittoresk straatje vol muziek- en cd-winkels. We ontmoeten de organisatoren van de Wombatwombat-avond waarop we spelen, dumpen de spullen via de achteringang in een donker hok en splitsen ons op, sommigen gaan toch maar even douchen en anderen trekken de stad in. Een paar uur later komen we weer samen en langzaam maar zeker bouwen we op, soundchecken we en worden alle dia- en filmprojectors neergezet in de schitterende kerkzaal, compleet met grafstenen-vloer en gedenktekens aan de muur. We krijgen weer eens een prima maaltijd en een bijna absurde hoeveelheid drank en wachten tot we kunnen spelen. Voor ons speelt een lokale band en in het café spelen ook nog een stapel lokale acts dus de ‘grote’ barloze zaal is niet erg gevuld maar wel gezellig als BBC en wij spelen. We worden weer eens teruggeroepen voor een toegift die wegens een lichte beneveldheid en vermoeidheid nogal beroerd uitpakt maar toch gewaardeerd wordt. Beide bands verkopen meer cd’s dan tot nu toe gelukt is en als we na afloop met zachte dwang de tent uit geveegd worden is iedereen zeer te spreken over Norwich. Steve, John Goodman lookalike en ook een Wombat, rijdt ons in een stevig tempo via de scenic route door de stad naar zijn huis, waar we nog wat drinken en praten en dan omvallen. Dag 20 – 14/05/2005 Steve bakt een ontbijtje, we rijden terug naar het Arts Centre waar BBC al staat in te laden en verlaten Norwich, op naar Londen. BBC maakt een omweg langs Bury St Edmunds waar ze een basgitaar hebben laten staan, wij rijden verder en komen in Londen onverwacht vlak langs ons logeeradres, zodat we alvast een hoop spul kunnen uitladen. Door naar de Notting Hill Arts Club, een betonnen kelder verstopt achter een simpele deur met een heel klein bordje op de muur; als we even de bus willen parkeren om de tent te kunnen zoeken staan we toevallig aan de achterkant van het pand waar iemand van Econoline zijn gitaren staat uit te laden, dus we hoeven niet verder te zoeken. We laden weer eens uit, wachten tot BBC de club ook gevonden heeft, lopen een rondje en komen op tijd terug voor de eerste band. De betonnen muren zijn inmiddels opgefleurd met projecties en er is al wat publiek, ook al is het pas vier uur. BBC speelt als tweede een goede set, wij slaan ons als derde door ons laatste optreden heen en dan kabbelt Econoline nog een tijdje voort. Om een uur of half negen zit alles weer in de bus en rijden we naar Camden met onze gastvrouw Ilaria en haar hyperactieve Zuidafrikaanse ex-huisgenote Chanti op de achterbank; vier mensen vertellen me waar ik heen moet, en de twee uit Londen hebben het geen enkele keer bij het rechte eind. Uiteindelijk belanden we toch op Arlington Road, bij Robb (onze webmeester) voor de deur, en laten we bus en spullen op goed geluk achter om een heerlijke Indiase maaltijd te gaan eten. Na het eten hobbelen we naar de Crown and Goose, onze stamkroeg op de hoek van Delancey Street. Nou ja, we hebben er wel eens eerder gezeten. We hangen nog een tijdje in Dublin Castle, een pub met dansvloer en een dj die vanaf de jaren 70 steeds verder teruggaat (als je Bob Dylan hard genoeg draait lijkt het vanzelf dansbaar) en rijden dan terug naar West Hampstead, naar het slaapadres. Bas en Haron gaan met Chanti nog naar een nachtbar en belanden bij iemand thuis op de bank; Joni, Corina en ik proberen te gaan pitten, hoewel Johnny, de Ierse ciderdrinkende vriend van Ilaria ons nog van alles te vertellen heeft over de revolutie die morgen begint. Eerst maar eens goed slapen, Johnny. Dag 21 – 15/05/2005 Om de overgang te versoepelen bestaat het ontbijt vandaag alleen uit een stuk toast met een plak gebakken bacon. Als Bas en Haron weer weten waar ze zijn en we elkaar met een kop koffie op een terrasje hervonden hebben gaan we maar eens, op huis aan. Londen uit, Dover, ferry op, fish and chips en een potje kaarten, ferry af – al duurt dat drie kwartier langer dan normaal wegens een of andere storing – en via Frankrijk en België arriveren we dan weer in Amsterdam om een uur of een in de nacht. De volgende ochtend sta ik automatisch mijn dekbed op te rollen en me af te vragen of de douche weer koud zal zijn en waar ik de komende nacht zal slapen. Het is weer even wennen na drie weken toeren...

Nu op 3voor12