Hiqpy: ‘De term grensverleggend gedrag moet geclaimd worden’

Over perfectionisme, verleiding en gevaar

bandfoto van hiqpy
  • Atze de Vrieze

Eindelijk is het er, Hiqpy’s debuutalbum Slow Death Of A Good Girl, een album over het ontdekken van je identiteit, op avontuur in de stad Amsterdam. Ruim twee jaar nadat de Amsterdamse band op de radar kwam als groot talent lost hij de verwachtingen in.

Red flag, girl in red, zangeres Abir Hamam van de Amsterdamse band Hiqpy heeft duidelijk iets met de kleur rood. Het felrode truitje dat ze draagt in café Fonteyn aan de Nieuwmarkt onderstreept dat nog maar eens. Rood, de kleur van verleiding, kleur ook van gevaar. Het zijn die twee dingen die de gitaarband graag opzoekt, vertellen zangeres Abir Hamam en gitarist Victor ter Veld daags voor hun optreden op 3voor12’s Song van het Jaar-avond in TivoliVredenburg. 

Ze hebben alle kans gehad om in het rood te gaan de afgelopen twee jaar, want Hiqpy vloog als een wervelwind de Nederlandse popmuziek binnen. Dat begon twee jaar terug op het allerkleinste podium van Noorderslag, waar de Amsterdammers zich in amper een kwartier op de kaart wisten te zetten. ‘In een ziek lelijke tanktop’, lacht Victor ter Veld zichzelf uit. ‘Bij onze try out in het donker zag dat er wel leuk uit, maar daar stonden we dan in de entreehal, in het felle licht.’

Lelijke outfit of niet, Hiqpy werd overal genoteerd als groot talent en nam vervolgens rustig de tijd om een debuutplaat op te nemen. De afgelopen twee festivalzomers werd Hiqpy de meest geboekte band aan de onderkant van de poster, met onder meer een vlammend optreden op het kleinste podium van Pinkpop, een last minute invalbeurt op het grote Rock Werchter, een paar leerzame openingsslots op hoofdpodia. Ze zagen hun eigen aanhang al gestaag groeien, maar zagen ook de veel grotere hype rond Roxy Dekker vanaf rij 1. Victor: ‘Dan zie je haar omringd door vier gigantische gasten naar het podium begeleid worden. Dan zou ik haar best even succes willen wensen als muzikanten onder elkaar, maar dat kan op zo'n moment natuurlijk niet.’

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.

cookie-instellingen aanpassen
Slow Death Of A Good Girl

Coming of age

© MIKSFILES

Eigenlijk is het een ideaal scenario, wat Hiqpy doorloopt. Wel de hype, nog niet de haast en de druk. Rustig bouwen aan je eigen verhaal. Met de drie singles die ze tot nu toe uitbrachten begint al wel een rode lijn zichtbaar te worden. Zo gaat ‘Something’ over de verwarring van een nieuwe verliefdheid, is ‘Red Flag Magician’ een nummer over een persoon die steeds weer over je grenzen gaat en je toch blijft aantrekken, en draait ‘Girl In Red’ (do you listen?) om het ontdekken van verlangens en fantasieën. ‘’Girl In Red’ en ‘Something’ gaan over dezelfde persoon’, zegt Abir. Victor: ‘In de tijd dat die liedjes geschreven werden gingen Abir en ik soms samen uit, en dan zag ik liedjes soms voor mijn neus ontstaan.’

Klassieke coming of age-thematiek dus, vanuit het perspectief van een jonge vrouw die opgroeide in een islamitisch gezin met een alleenstaande moeder die uit Tunesië naar Nederland kwam. Abir Hamam groeide vanaf haar tweede op in ons land en brak op haar zestiende met het geloof. Ze vertelt het rustig, bijna luchtig, alsof het een logische stap was. ‘Mijn moeder zei over iets dat ik graag wilde: “Arabische, islamitische vrouwen doen dat niet.” En ik zei: “Maar wat als ik dat dan niet ben?”’ Het was een bommetje in huis, een botsing tussen werelden en waarden die tot dan toe stevig in elkaar verstrengeld zaten.’

Een paar jaar later, toen ze twintig was, deed ze juist een handreiking. Ze trouwde met haar vriendje, niet uit religieuze overtuiging, maar om de verhouding met haar moeder te verzachten. ‘Er kwam een imam langs, opa en oma in Tunesië waren blij, en voor de buitenwereld was alles keurig geregeld.’ Haar man was een Alkmaarse jongen, ‘Hollandser kan niet’, lacht ze. Inmiddels is hij niet meer haar man, maar nog altijd een van haar goede vrienden, en de man die tot op de dag van vandaag Hiqpy’s videoclips maakt. Hun scheiding vierden ze bijna als een ceremonie: met een dinerbon die ze van haar oom kregen voor hun huwelijk bestelden ze kreeft in het Van der Valk-hotel. ‘We wilden er een strik omheen doen,’ zegt ze. ‘Alles wat we van elkaar konden leren, hadden we geleerd.’

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'instagram'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

Bekijk deze Instagram post

Bezig met laden...

Brit met bakken ervaring

Voor de opname van hun debuutalbum trok Hiqpy de studio in met een Engelsman met een staat van dienst: Danton Supple, een producer die al werkte met Morrissey, Coldplay, Pet Shop Boys, Dusty Springfield, en noem er nog maar een paar. Toch noemt hij Hiqpy’s album Slow Death Of A Good Girl ‘een van de beste albums waar ik aan gewerkt heb’. Dat is nogal een compliment van iemand die veertig jaar geschiedenis meedraagt, en die ooit een jaar in de studio verbleef met Simple Minds, terwijl het nu met een overzichtelijk budget moest. Het bizarre is dan ook dat Supple niet gevráágd werd, maar de band zelf ontdekte. Zo’n verhaal als je normaal in films ziet, zeg maar. 

‘Ik was in Haarlem voor het Vinyl Festival, en las in het festivalboekje een stukje over Hiqpy dat me wel aansprak’, zegt hij. ‘Ik dacht: die locatie is dichtbij, dat red ik wel op en neer. Binnen een paar nummers hing ik al aan de telefoon met mijn kantoor: ik heb een band gezien, ik wil ze opnemen. Ik was echt onder de indruk, van de songs, maar ook van de individuele kracht van de muzikanten. Ik ben na afloop naar Victor en hun manager Tom gestapt. Bleek dat ik een van de vele mannen van middelbare leeftijd was die na shows met grote plannen op ze afstapt. Maar gelukkig hebben ze me teruggebeld.’

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'instagram'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

Bekijk deze Instagram post

Bezig met laden...

Perfectionisme

Individuele kracht, perfectionisme, het zijn belangrijke eigenschappen voor een band, maar je moet er ook maar mee kunnen omgaan. Af toe schuurde het best in de studio, geeft Victor ter Veld toe. ‘Er was wel een moment waar ik mijn eigen perfectionisme hard tegenkwam,’ zegt Victor. ‘Bij het outro van ‘The Building’. Die riff… ik was er heilig van overtuigd dat daar een bepaald vibrato in moest, een bepaalde manier van spelen. De rest vond juist dat die lijn helemaal straight moest zijn. Ik hoorde alleen nog maar via mijn koptelefoon wat er in de control room gezegd werd en op een gegeven moment werd ik daar echt lijp van. Echt: fuck you, weet je wel.’

Hij lacht er nu om, maar de frustratie zit nog ergens onder de oppervlakte. Abir knikt: ‘Zijn gezicht zegt dan genoeg. Niet per se schreeuwen, maar je ziet het wel. We zijn alle vier best perfectionistisch, dus als je dat bij elkaar gooit ontstaat er vanzelf frictie. Niet gemeen of zo, maar wel heel eerlijk.’ Die eerlijkheid is ook precies de reden dat het werkt, legt ze uit. Iedereen heeft zijn eigen domein. ‘Als ik ergens echt heilig van overtuigd ben op het gebied van vocals, dan is mijn mening uiteindelijk doorslaggevend. En dat geldt voor iedereen op zijn eigen instrument. Maar omdat we sommige lijnen samen spelen, moet je er wel samen uitkomen. Dan ga je dus discussiëren over zoiets kleins als een vibrato.’

Ze moest er zelf ook aan wennen, geeft ze toe. ‘Openstaan voor andermans ideeën, dat vond ik echt moeilijk. Soms ben je zo gewend aan hoe iets klinkt, dat elke verandering voelt alsof je een been breekt. Maar als je er dan toch in meegaat en het later terughoort, denk je: shit, dit is echt beter.’ Soms is het andersom. Dan moet de rest zich juist neerleggen bij Victors koppigheid. ‘Danton was het echt niet eens met de solo-sound van ‘Cruel Code’,’ zegt hij. ‘Hij heeft letterlijk met zijn vingers in zijn oren gestaan omdat hij het zo awful en noisy vond. En ik ben zó blij dat die solo er precies zo in zit als ik wilde.’ ‘Het helpt ook niet dat zijn amp altijd absurd hard staat,’ vult Abir aan. ‘Je kunt je handen in je oren stoppen, maar je wordt alsnog doof. En hij zit daar gewoon zonder oordoppen. Wij denken serieus dat Victor gewoon minder decibel hoort dan de rest.’ Victor grijnst. ‘Ik heb nog steeds geen tinnitus. Misschien ben ik superhuman.’

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

Geen rijkeluiskindje hoor

Victor ter Veld is trouwens een zoon van de linkse grachtengordel (‘geen rijkeluiskindje hoor’). Zijn achtergrond is haast het volstrekte tegenovergestelde van die van Abir. ‘Ik kom uit een gezin waarin progressief de standaard was,’ zegt hij. ‘Mijn moeder is echt een powervrouw, feminist in hart en nieren. Geloof speelde geen rol, we werden juist aangemoedigd om alles zelf te bevragen. Misschien dat ik daarom zo gefascineerd ben door de spanning tussen regels en vrijheid. Voor mij is het spannendste juist wat daartussen gebeurt.’

Hamam haakt aan: ‘Mijn moeder groeide op in een dorp op een berg in Tunesië. Daar was zij de eerste vrouw die een spijkerbroek droeg. Ze werd uitgescholden, maar ze deed het gewoon. Dus in haar wereld was ze progressief. Dat ze hier soms conservatiever lijkt, is eigenlijk een misverstand - ze is zó ver gekomen. Ze heeft zich op haar manier al lang bevrijd. Mensen zijn soms na de verhalen over mijn conservatieve jeugd verbaasd als ze haar ontmoeten, hoe leuk, intelligent en ruimdenkend ze is.’

‘Een grens is eigenlijk iets wat je heel moeilijk algemeen bepaalt. Iedereen ontwikkelt zich op zijn eigen tempo. Wij noemen dat grensverleggend gedrag,’ zegt Victor. ‘Die term moet geclaimd worden.’

‘Zit je nou te gaslighten?’ kaatst Abir plagend terug.

‘Nee,’ lacht hij. ‘Ik bedoel alleen: soms leer je pas waar je grens ligt door hem voorzichtig te verleggen. Dat hoort bij leven, bij kunst, bij volwassen worden.’