De zachte kant van Kneecap: ‘Zeg het niet, doe het’
In bed met Louis Theroux, steunende ogen en het verlies van een dierbare
Wat een jaar was het voor Kneecap. De rapgroep uit Belfast brak door met een fantastische grappig-grimmige biopic en sterke optredens, maar werd vooral het middelpunt van een storm toen ze aangeklaagd werden voor ‘terrorisme’. Onzin natuurlijk, maar ga er maar aan staan. Met het nieuwe album FENIAN hoopt het trio het rumoer achter zich te laten.
Een opmerkelijk verzoek van de platenmaatschappij vooraf aan het interview met Kneecap. Of de interviewer niet te diep in wil gaan op de rechtszaak of politieke kwesties. Wat is het geval: de groep is in het verleden door internationale journalisten meermaals uit de tent gelokt, op jacht naar splijtende quotes over pak hem beet de premier van Engeland, de antisemitische rants van YE of de genocide in Gaza. Daarom zal er bij elk gesprek - het is digitaal - een medewerker van het label zitten om de boel in de gaten te houden. Ja, dat menen ze.
Niet te veel over politiek, dat is toch een beetje alsof je Mathieu van der Poel niet mag vragen naar die splijtende demarrage waarmee hij iedereen achter zich liet. Alsof je Rob Jetten enkel naar zijn favoriete kleur mag vragen. Kneecap draait om politiek, en de halve nieuwe plaat FENIAN gaat over die rechtszaak.
Neem het begin van 'Carnival': 'Maidin mhaith your honour, an innocent bystander os comhair na cúirte, níl mé buartha, you can try slander, m’ainm of high standards, ní mise an chéad Éireannach sa seomra seo a bhí on trial on trumped up lies n charges.'
Ok, Iers is een ingewikkelde taal, maar het betekent zoiets als: 'Goedemorgen, edelachtbare, ik sta hier als een onschuldige voor de rechtbank. Ik maak me geen zorgen, u kunt proberen mij zwart te maken, ik ben niet de eerste Ier in deze zaal die terechtstaat op basis van verzonnen leugens en aanklachten.'
Mo Chara memoreert in die track hoe de ellende begon op Coachella, waar hen duidelijk te verstaan gegeven was om zich niet uit te spreken over Palestina. Iets wat Kneecap altijd deed en dus ook daar. Terug in Engeland ging het helemaal mis, toen de groep onder een vergrootglas kwam te liggen en een oud filmpje opdook waarop Mo Chara met een Hezbollah vlag zwaaide. Hij zelf verklaarde dat iemand uit het publiek de vlag aangegeven had en dat hij in het moment niet helemaal doorhad wat hij deed. Zijn tegenstanders zagen het anders. Mo Chara en zijn Kneecap bende, dat was een stel terroristen, die veroordeeld moest worden. De groep werd uiteindelijk vrijgesproken.
Goed, daarover dus liever niet. Een merkwaardig verzoek, maar laten we eens kijken wat er gebeurt als we het respecteren. Laten we op zoek gaan naar de andere kant van Kneecap, de zachte kant. Wat gebeurt er als we naar liefdes, passies, favoriete plekken, vriendschappen en familiebanden vragen? Gewapend met een lijst mierzoete vragen treden we Mo Chara tegemoet.
Wat is het liefste dat iemand het afgelopen jaar voor je heeft gedaan?
Mo Chara knippert met zijn ogen, lacht dan en zegt zonder al te veel nadenken: ‘Ok. Dat is grappig. Want het komt meteen alweer neer op politiek.’
Het antwoord: de rechtszaak. De honderden mensen die hij niet kende, die dagenlang voor de rechtbank stonden om hem te steunen. ‘Ze namen twee, drie uur van hun dag om daar gewoon te staan. Dat is best wel… ja, dat is héél lief.’ Mo Chara vertelt over het gevoel bekeken te worden. ‘Ik voelde me nooit alleen,’ zegt hij. ‘Alsof er heel veel ogen op je gericht zijn. En het was fijn om te zien dat er ook ogen waren die me steunden.’
Alleen zijn is sowieso niet echt een optie voor Kneecap. De groep is eerder een vriendengroep die toevallig een van de meest besproken acts van het moment werd. Mo Chara somt ze op alsof het een voetbalteam is: Móglaí Bap, DJ Próvaí, managers Dan en Páter. ‘We waren allemaal al vrienden vóór dit begon. We zijn nog steeds dezelfde als tien jaar geleden,’ zegt hij. ‘Als iemand het moeilijk heeft, pakt de ander het op.’
Waar voel je je thuis?
‘In bed.’
Geen grap. Gewoon: in bed. Na maanden van tours, interviews, festivals en rechtszaken is zijn ideale dag verrassend klein. Koffie. Sport op tv. Een documentaire. Gordijnen dicht. Deken mee naar de bank. ‘Ik kan 24 uur liggen zonder een geluid te maken.’
Documentaires zijn zijn safe space. Louis Theroux vooral, uiteraard. Subculturen, vreemde mensen, werelden waar hij zelf niet in zit. ‘Hij geeft mensen genoeg touw om zichzelf op te hangen,’ zegt Mo Chara bewonderend.
Op zoek naar de zachte kant in het spijkerharde activistische album FENIAN belandt Mo Chara bij ‘Irish Goodbye’. Een nummer dat niet eens van hem is, maar van zijn bandmaat Móglaí Bap, over diens overleden moeder. Hij citeert een regel van Kae Tempest, die op het nummer te horen is: ‘Why is it always the best of us that can’t bear to be.’ Het nummer gaat niet over grote gebaren, legt Mo Chara uit. Niet over begrafenissen of dramatische afscheidsmomenten. Maar over de kleine dingen die verdwijnen. Een wandeling. Een kop koffie. Samen lunchen. ‘Dat is wat je het meest mist. Hij heeft dat gevoel perfect gevangen.’
Zoals je misschien in die ene zin al hoorde, maakte Móglaí Bap’s moeder in 2020 zelf een einde aan haar leven. Tragisch genoeg waren de Kneecaps op dat moment bezig met een ode aan hun moeders, een liedje dat hij haar nooit heeft kunnen laten horen. Het is nogal een rauwe ode, ‘MAM’, want Móglaí Bap rapt er over de puinhoop in het huis, over de kou als de verwarming weer eens stuk was en haar woede als hij een taakje niet uitgevoerd had. Het leven ging haar duidelijk niet gemakkelijk af. In interviews koppelde Kneecap het persoonlijke drama in Móglaí Bap’s familie regelmatig aan de slechte mentale gezondheid van veel mensen in Belfast, een stad waar zelfdoding niet ongewoon is.
Mo Chara, Móglaí Bap en DJ Próvaí groeiden op in het westen van Belfast, een sterk republikeins gekleurd deel van de stad. Waar je ook bent, zegt Mo Chara, altijd is daar die ene constante aan de horizon: de Black Mountain. Eigenlijk meer een heuvel dan een berg – een kleine vierhonderd meter hoog – maar wel één die als een natuurlijke muur achter de stad ligt en uitkijkt over alles: de wijken, de haven, bij helder weer zelfs de zee.
Vanuit de achtertuin van zijn ouderlijk huis liep je er zo op. Als tieners hingen ze er rond in de zomer, maakten ze vuurtjes, rookten ze joints en keken ze uit over de stad beneden. ‘We zijn opgegroeid op die berg,’ zegt hij. Een plek waar nog iets van stilte en natuur te vinden is, midden in de stad. ‘Veel steden hebben dat niet.’ Voor hem is het simpel: dat is de mooiste plek van Belfast. Of goed, corrigeert hij zichzelf, de mooiste plek van het noorden van Ierland.
Dan een vraag waarvan je zelf ook wel kunt bedenken dat het antwoord politiek geladen is: wat is het mooiste spreekwoord in de Ierse taal. De Ierse taal, lange tijd onderdrukt en gemarginaliseerd in Noord Ierland (Mo Chara: ‘Zo zou ik het nooit noemen, ik noem het ‘het noorden van Ierland’), is het belangrijkste wapen van Kneecap. In de hilarische en wrange biopic waarin Kneecap zichzelf speelde, is te zien waarom het gebruik van die taal zo’n daad van verzet is. De film heeft qua vibe wel wat weg van Trainspotting, maar dan niet met heroïne junkies maar rebellerende jongeren uit Belfast, waarvan er één een soort spookvader heeft, een activist die geweld niet schuwde en die een schaduwbestaan leeft op vlucht voor de Britse instanties.
Een spreekwoord dus:
Na habair é, déan é. Zeg het niet. Doe het.
Het is ontstaan uit noodzaak. Ierse scholen die zonder steun van de staat werden opgebouwd, leraren die jarenlang gratis werkten, ouders die zelf de boel draaiende hielden. Geen woorden, maar daden. Eigenlijk is dat de enige manier om Kneecap goed te begrijpen. Niet als provocateurs die met vlaggen zwaaien of politici uitschelden, maar als een groep die handelt naar wat voor hen vanzelfsprekend is. Soms onhandig, soms te snel, soms met alle gevolgen van dien. Maar altijd vanuit dezelfde plek. En dus kom je, zelfs als je het níet over politiek wilt hebben, daar toch weer uit. In de rechtszaal. Op een festival. In een nummer over een moeder die er niet meer is. Of gewoon thuis op de bank, onder een deken, met de gordijnen dicht.
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.