Dit is de duizelingwekkende visie achter Rosalía’s LUX tour

‘De fysieke ervaring is belangrijker dan de digitale’

  • Atze de Vrieze

Deze week doet Rosalía's LUX tour eindelijk Nederland aan, met twee concerten in Ziggo Dome. De Rotterdamse ontwerper Dennis Vanderbroeck was nauw betrokken bij het verbluffende stage design en legt uit wat er allemaal te zien is op en zelfs náást het podium.

‘Zij is zo magnetisch', zegt scenograaf Dennis Vanderbroeck, ‘dat je haar eigenlijk alleen maar in een spot hoeft te zetten en een lied laten zingen. Dan ben je er.’ Ok. Dat klinkt nogal als een understatement voor een van de meest besproken tours van dit jaar, geroemd om zijn uitbundige decor en choreografie. Maar het is wél het punt, zegt hij. De LUX World Tour van Rosalía, die dit voorjaar door de grote arena's van Europa trekt, is gebouwd op het principe: minder afleiding, meer aanwezigheid. Minder spektakel, meer lichaam.

Vanderbroeck werkt vanuit zijn eigen studio in Rotterdam en maakt deel uit van het kleine creatieve team achter de show. Scenic design is zijn vak, samen met Pilar, Rosalía's zus en creative director. 'Het zijn allemaal theatre kids,' zegt hij over het team. 'En ik kom ook uit het theater. Die taal, dat jargon, dat is mij bekend. En daar voel ik me super comfortabel bij.'

Het begon met een jurk

De eerste connectie tussen Dennis Vanderbroeck en Rosalía kwam tot stand via diezelfde zus, en banaal genoeg liep het via Instagram. Pilar had daar werk van Vanderbroeck gezien. De eerste samenwerking werd een luisterfeestje rond de release van het album, afgelopen najaar. Dat klinkt bescheiden, maar dat was het helemaal niet, zoals niets aan deze tour klein en bescheiden is. Het was - hou je vast - ‘een performatieve ervaring’ in het Nationaal Museum van Catalonië in Barcelona voor duizend mensen, waarbij het volledige album integraal werd gespeeld, inclusief tracks die uiteindelijk niet op de officiële plaat belandden. Rosalía zou niet zingen, maar ze zou er wel zijn. De vraag was: hoe creëer je een ruimte waarin iemand ‘er gewoon kan zijn’, samen met duizend andere mensen?

Het antwoord was een jurk die groeide. Vanderbroeck en zijn team bouwden een verhoging in de museumhal. Rosalía lag helemaal voorin, mooi uitgelicht. Achter haar: meters en meters witte stof. De jurk groeide in vier stappen, synchroon aan de vier aktes van het album, totdat het projectievlak zestien bij dertig meter besloeg en de teksten van de nummers - voor Rosalía altijd van cruciaal belang - over haar kleding en de museumwand werden uitgespreid. Achter haar stond ook nog een orgel, onderdeel van de museumcollectie. Haar stem was er dan misschien niet, het statige instrument gaf het geheel toch iets muzikaals. 'Het was bijna alsof je naar de kerk ging,' zegt hij. 'Iets sacraals.' Die listening party werd het visitekaartje, de tour was een logisch vervolg.

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

Een danseres van Degas

Het is alsof de Spaanse rechtstreeks vanuit dat museum in Barcelona als een kostbaar artefact naar het podium getransporteerd is. De LUX-show opent namelijk met een kist, een fine art crate, het soort houten flightcase die musea gebruiken om kostbare schilderijen en beeldhouwwerken te verschepen. 

Vanderbroeck gaat de belangrijkste kunstwerken waarnaar de show knipoogt af. ‘Rosalía komt eruit in een tutu, een directe verwijzing naar Edgar Degas, die een beroemd schilderij met ballerina's maakte. En de kist gaat niet zomaar open: hij klapt open in de vorm van een kruis. Als je goed kijkt naar de binnenwanden, zie je daar ansichtkaarten geplakt. Het zijn reproducties van kunstwerken, inspiratie waar Rosalía oog in oog mee staat op het laatste moment voor ze de zaal instapt.’ De referenties keren allemaal terug in de show: zo bevat de choreografie van ‘Berghain’, het meest geruchtmakende nummer van LUX, duidelijke knipogen naar Francisco Goya's schilderij ‘Witches’ Sabbath’. De heiligenbeelden uit LUX keren terug in een biechtstoel-opstelling halverwege de show.

LUX bevat volgens Vanderbroeck niet alleen verwijzingen naar de kunst zelf, het gaat ook over hoe we die kunst bekijken. Het duidelijkst zie je dat op het moment dat de zangeres achter een vergulde lijst gaat staan en fans het podium op worden gehaald. Het publiek stormt naar voren, telefoons gaan omhoog, alsof ze met zijn allen voor de Mona Lisa staan: honderden mensen die met hun scherm naar iets ongrijpbaars staan te kijken. ‘Het is een tongue-in-cheek commentaar op de manier waarop we in 2026 naar kunst kijken.’ Of beter: een angstbeeld. 

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'instagram'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

Bekijk deze Instagram post

Bezig met laden...

Het orkest in het midden

Bij de release van LUX - het album - legde Rosalía veel nadruk op het menselijke ambacht. Er was nul AI komen kijken bij het maakproces, herhaalde ze steeds. Alle instrumenten zijn echt, en dat zijn er heel veel. Precies daarom heeft ze het orkest bij de tour midden in de zaal geposteerd. Midden in de ruimte, midden in de aandacht. De muzikanten krijgen elke avond een overweldigende ovatie als ze alleen al de zaal in lopen, op weg naar hun plek. 'Zij zijn de B-stage,' zegt Vanderbroeck. 'En door die positie midden in de zaal maak je gelijk een connectie tussen het publiek, de muzikanten en de artiest.' 

Een van de meest spectaculaire momenten in de show is grappig genoeg juist als ze níet spelen: tijdens 'Berghain', dat aan het einde een techno-kant op gaat, heeft het orkest even niets te doen. Ze zijn op dat moment even geen muzikanten. Ze staan gewoon in de zaal. En dus gaan ze mee raven. De dirigente, de cellisten, de violisten, ze gaan helemaal uit hun dak.

'Een ingeving op het laatste moment,' zegt Vanderbroeck. 'Misschien moeten ze ook mee raven?! En dat doen ze inderdaad.'

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'instagram'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

Bekijk deze Instagram post

Bezig met laden...

Open coulissen

Er is nog iets ongewoons aan de decors: alles staat de hele tijd op het podium. Props verschijnen en verdwijnen niet. De coulissen zijn niet afgehangen, de zijkanten zijn open. Als je aan de rand van de zaal staat, zie je de mechanismen, de elementen, en dat maakt de performance als het ware transparant.

Het is een keuze die Vanderbroeck direct herkent vanuit zijn theaterachtergrond. 'Alsof je in een repetitieruimte bent,' zegt hij. Een soort open, onverborgen performance space, waarbij de show zichzelf niet verstopt. Dit raakt aan iets wat hij ziet als een bredere tegenstelling in de hedendaagse popmuziek: de vraag of een concert primair bestaat als fysieke ervaring op het moment zelf of als iets wat daarna nog leeft in de digitale wereld. ‘De Charli XCX Brat Tour was in wezen één grote videoclip’, noemt hij als voorbeeld. Visueel fantastisch, gedocumenteerd voor de eeuwigheid. Maar het fysieke live element bleef ondergeschikt, vond hij. Bij Rosalía is de volgorde omgekeerd. De camera's in de show zijn er niet om te documenteren maar om dichter bij haar te komen.

'De fysieke ervaring van het concert is belangrijker dan de digitale,' zegt Vanderbroeck. 'Zo is de show gemaakt. En dat is uitzonderlijk in deze tijd. Dat kan ik met zekerheid zeggen.'

We zagen dat al eerder bij Rosalía. Bij haar vorige tour stonden op zeker moment mensen op het podium met telefoons. Dus niet met peperdure megacamera's, maar heel demonstratief op precies de manier waarop het publiek dat tegenwoordig doet. Een slimme provocatie. Vanderbroeck herkende die aanpak onmiddellijk uit de theaterwereld. 'Jan Versweyveld, scenograaf van Ivo van Hove, doet dat al twintig jaar op die manier.'

Handen vuil maken

Vanderbroeck ging dit project alleen in, zonder team. Hands-on, tot en met de ansichtkaarten die hij eigenhandig in de kist plakte. Na acht, negen jaar een studio runnen was dit een terugkeer naar de basis. 'Get your hands dirty again,' zoals hij het noemt. Put the work in.

De eerste show was in Lyon. Backstage, na afloop, in wat eigenlijk een loading dock was, kwamen de mensen bij elkaar. Er volgde een ontlading. Niet de gepolijste ontlading van een goed geoliede machine, maar de ruwe, onbeheersbare energie van mensen die maandenlang hebben gewerkt aan iets wat nu eindelijk staat.

'Fuck, ok, het staat er,' is hoe Vanderbroeck het omschrijft.

Hij heeft de show inmiddels vier, vijf keer gezien en merkt hoe hij groeit. Hoe Rosalía gaandeweg steeds weer nieuwe dingen vindt. Hoe achttienduizend mensen die voor je staan iets doen met een mens. En uiteindelijk herhaalt hij nog maar eens hoe het met al die barokke aankleding toch terugkomt bij de basis: 'Zet haar in een spot,' zegt hij, 'en laat haar het lied zingen.’