Dekmantel 2026 zondag: Het grote concert van de Dekstreet Boys

En de headlineset van Benny Rodrigues

  • Malou Miedema

Het regent op zondag WTF-platen in The Greenhouse, die wordt afgesloten door de grote b2b2b2b van Ben UFO, Call Super, Objekt en Pariah, zo’n beetje dé vier kopstukken uit de UK dance-hoek die de afgelopen jaren een nog prominentere rol heeft gekregen op Dekmantel Festival. Zo zijn er in de laatste uurtjes van de zondag allerlei waanzinnige closingsets.

De subs schudden als een bezetene. De planken wobbelen mee. En rondom de Greenhouse is IEDERE vierkante cm bezaaid met feestneuzen, vriendengroepen er niet bij pasten in de duidelijk té kleine nieuwe ecocamping-tipi van het festival en dus rondom de extra subs gaan staan die vannacht bij de stage zijn gezet.

Welkom bij The Dekstreet Boys, de optelsom van Ben UFO + Call Super + Objekt + Pariah = de ultieme boyband in de Dekmantelhoek (RadioRadio’s Venz bedacht de bijnaam in een Instagramcomment, en die is sindsdien overgenomen in de wandelgangen van het festival). Waarom het hier zo druk is? Omdat deze vier lange Britse slungels top royalty zijn in de avontuurlijke UK dance-hoek, en samen de dream blunt rotation zijn van iedere danceveelvraat die avontuurlijke kruisverbanden wil horen tussen UK clubmuziek, leftfield house, techno, global bass, dub en andersoortige WTF-platen (en dan het liefst voortreffelijk gemixt). Allemaal zijn ze meegegroeid met Dekmantel, ze zijn ook onderling goede vrienden, draaiden b2b’s in allerlei wisselende samenstellingen maar deden nooit eerder één lange b2b2b2b. Om maar te zeggen: deze vijf uur lange set in The Greenhouse is nogal Een Moment (en het is dat ik een mooi rond verhaal wil schrijven over deze Dekmantelzondag, anders had ik mezelf ook met duct tape vastgeplakt aan de booth).

Pariah laat de boel na twintig minuten voor het eerst ontploffen, met een UK bass-plaat met spinbacks en een bas die begint te wobben na de dubbreak. Vervolgens stookt Ben UFO het vuurtje op met een stevige percussieve tool. Wanneer Objekt even later de diepte induikt met een baslijn als een lawine, is het antwoord een rauwe 4x4-plaat met speelse acidlijn die de tent meteen weer bij de lurven grijpt. Het gevolg: een bomvolle tent die staat te springen bij iedere afslag en ingekopte voorzet. Fun! Grappig ook, hoe ze elkaars vuurtje continu opstoken, elkaar willen verrassen met de weirde afslagen die ze nemen en daar zichtbaar plezier in hebben. Dus staat Objekt even later het hardst te swingen wanneer hij zelf een dancepunktune van The Rapture inmixt in een stevige hardgrooveplaat, en begint Pariah hoofdschuddend te grinniken bij de ‘Satisfaction'-edit die Ben UFO opgooit. Ja, dan snap je wel dat everybody binnen no-time zijn body staat te rocken en de Dekstreet Boys de Greenhouse binnenstebuiten keren, al helemaal als ze in de finale afsluiten met UK garage, oldschool UK rave, breaks en dubstep van het energiekste soort. Episch tot de macht vier!

de Greenhouse op Dekmantel 's nachts
© Tim Buiting

Een überheadliner als opener en speciale sets

Veelzeggend weer dat ze deze b2b2b2b speciaal voor Dekmantel reserveren, en zo doen meer artiesten graag iets speciaals in het Amsterdamse Bos. Singer-songwriter Sampha draait om half één ’s middags een exclusief dj-setje te draaien in de RADAR (met helaas te weinig beseffers voor zijn snufferd), Steve Rachmad laat iets later horen hoe cool zijn dubtechno-alias Parallel 9 ook alweer is in een uitstekende b2b met Richard Akingbehin. En zowel Jane Fitz als CCL draaien vroege sets die voortborduren op het geluid van hun radioshows: die eerste met trage, bedwelmende downtempo, die laatste met atmosferische clubplaten, weirde dub vol spookvocalen en synthpop van Severed Heads die supergoed valt in de Greenhouse.

Daar staat even later ook A Guy Called Gerald, die eruit ziet als een zolderkamergeleerde, met z’n twee laptops aangesloten op een mixer. Met zijn klassieke album Black Secret Technology (1995) formuleerde hij, na zijn 808 State-avonturen, een wegspace-variant op de jungle en drum ’n bass die iedereen van Goldie en LTJ Bukem inspireerde. En die komt hij vandaag spelen. Uit de hupsende menigte blijkt wel hoe ijzersterk die sound overeind gebleven, en iedere keer dat hij die diepe breaks eens naar voren trekt in de mix, z’n vingers in kleine pistooltjes geplooid, wordt er meteen als een malle gehost. Fun! Verrassend vrolijk is ook de show van The Black Dog, de IDM-pioniers die samen met Aphex Twin en Autechre aan de wieg stond van de bliepbloepelektronica die Warp Records populariseerde. Anno 2026 valt het bliepbloepgehalte wel mee, blijkt bij deze eerste Nederlandse show in forever. Ze schuiven juist verrassend straffe 4x4-kicks onder die schmierende ambientpads en melodieën. De grijze mannen met Warpshirts staan er chinstrokend naar te kijken, de jonkies vooraan snappen meteen: ah, hierop mag je ook gewoon met je vuisten maaien!

En hebben we het over *exclusieve* sets? Dan móéten we het even hebben over Jeff Mills. Meestal staat de überheadliner hier als afsluiter op de mainstage (maar liefst vijf van de twaalf edities verzorgde hij het slotakkoord), maar dit jaar opent hij de Selectorsstage tussen 11.00 en 14.00 als special treat voor de weekendtickethouders. Wie staan daar om stipt 11? De echte strijders die zich op de laatste dag nog op tijd uit bed weten te slepen (shoutout naar de heldin die nauwelijks heeft geslapen na de surprise-set van Skrillex in Garage Noord, hopelijk heb je je Espresso Martini gevonden!), en natuurlijk de diehardfans: gasten die Live At The Liquid Roomshirts dragen, die gelukzalig toekijken hoe Jeff eens niet ‘The Bells’ luidt maar een ontspannen ontbijtje voorschotelt met warmbloedige house, afrobeat vol trompetten en zwoele disco. En, zeker in het laatste halfuur, een vol bord steenkoude klassiekers: ‘Good Life van Innercity’, ‘The Bomb!’ van The Bucketheads, ‘Move Your Body’ en ‘Supernature’, het zijn stuk voor stuk dansvloerevergreens waarbij de armen steeds nét wat euforischer in de lucht worden gegooid. De Selectorsstage is ondertussen al helemaal volgestroomd. En verdomd, is dat nou een glimlachje dat doorbreekt op Jeff’s gezicht?

Kettingbotsingen in het VillaloBos

Villalobos op Dekmantel
© Tim Buiting

Diezelfde stage wordt, na de minimalistische technoset van Fumiya Tanaka, drieënhalfuur het VillaloBos gekroond. De enigmatische Chileen Ricardo Villalobos staat voor het eerst sinds acht (!) jaar weer eens op Dekmantel. Hij is de grote koning van de minimal en de microhouse, zijn track ‘Dexter’ (2023) was volgens velen de blauwdruk voor een hele generatie minimalproducers en hij kan de sterren van de hemel draaien, maar… ook zijn grootste fans zullen zeggen dat z’n set nogal, eh, hit or miss zijn, omdat-ie de reputatie heeft nogal naar de getver te gaan achter de decks. En dat is vandaag niet anders. Grappig hoe de sfeer bij de Selectorsstage ook meten 60% vager is dan op de rest van het terrein, net als Villalobos eigen entourage. Die ziet eruit alsof ze zojuist een Ibiza-superclub uit zijn gerold, een hele grote zonnebril hebben opgezet en daarna regelrecht het vliegtuig naar Amsterdam hebben gepakt. Ze stappen continu de booth in, terwijl Villalobos zwierend zijn platen opzet. Enkele prachtplaten, het mag gezegd worden. Alleen al die wonderschone ambienthouseklassieker van The Orb (in the Orbitalremix, natuurlijk!), met een sample van Minnie Ripperton en kwetterende vogeltjes. Die coole Chinese drumplaat die hij erdoorheen gooit. Een te gekke hiphouseplaat. Jammer alleen dat hij met zijn mixes de ene na de andere kettingbotsing veroorzaakt, en soms ellenlang opbouwt naar een moment dat niet wordt ingelost. Linksvoor staat een meisje ongelovig te lachen: “Hij zit gewoon met ons te fucken! Toch?’ Ehm, I don’t know man. Fans zullen zeggen dat die push-and-pull tussen briljant er een beetje bij hoort en dat zijn spannende platenkeuzes een hoop goedmaken, maar da’s het soort omdenken waar ik na de derde kettingbotsing al geen geduld meer voor heb.

Nee, dan Konduku, de man die diezelfde stage afsluit. De magie zit bij hem JUIST in de geduldige mixes, waarmee hij zijn minimalistische platen ruim de tijd geeft. Neem deze track van tobias.: tien minuten duurt-ie, de main elementen worden om de drie minuten geïntroduceerd en toch is-ie totaal bezwerend. Zo creëert hij een draaikolk van een set, die je onherroepelijk meezuigt in zijn stroming.

Stargazen tijdens de afsluitende set van Benny Rodrigues

Benny op Dekmantel
© Tim Buiting

Precies de juiste dj voor het juist moment, en datzelfde valt te zeggen voor Benny Rodrigues’ headlineset op de mainstage. Deze allereerste headlinespot op Dekmantel wordt hem extreem gegund: hij geldt al jaren als de hardstwerkende dj van Nederland, de man die feilloos kan (en wil!) aansluiten bij de smaak van zijn publiek, of-ie nou op Latin Village staat of op SlapFunk. Hij was er vanaf het begin bij toen hij in 2013 een lastminute Boiler Roomsessie deed als ROD, komt ieder jaar zelf swingen op zijn favoriete dj’s en heeft dus ook diep nagedacht over de afsluiting die The Loop verdient: de roots in Chicago en Detroit, de basis van de house en de techno waarop dit hele festival oorspronkelijk is gebouwd.

Het zijn echt stoere platen die hij draait, stevige mainstagemuziek die tegelijkertijd nooit aanvoelt als effectbejag. Zeker in het laatste halfuur weet hij de extase-kwabben flink te activeren, met synthlijnen die schitteren als de sterren waar The Belleville Three zich ooit over verwonderden toen ze de basis voor de techno legden. Neem deze uptempo groover. Deze epische Joris Voorntrack met modulerende arpeggio’s. En kippenvel all over, wanneer hij een groots emotioneel moment bouwt met de ‘Look How Hard I’ve Tried’ van Barker, een schitterende introspectieve technoplaat zonder kicks die meefonkelt met de lichten die in de ring van The Loop zijn gebouwd. Classy keuze! Daarna is iedere porie van het lijf natuurlijk ontvankelijk voor de emotionele boodschap van zijn allerlaatste plaat, een eighties synthpoptune met gitaarsolo en zeer toepasselijke tekst: ‘You’ll remember, I’ll remember, forever.’ We worden er de volgende dag nog mee wakker, een ideale opsomming van het ultieme festivalgevoel dat je van zo'n afsluitende set wil meekrijgen.