Benny Rodrigues: ‘Als iemand supertof draait, dan kan ik de allergrootste afterkoning uitspelen’
Meest begeesterde dj van Nederland draait als afsluiter op Dekmantel

Zondag is het zover: dan sluit de meest begeesterde dj van Nederland Dekmantel Festival als headliner (een term die hij trouwens zelf maar onzinnig vindt, en dat siert hem!). Uitstekend moment om hem een A La Carte voor te leggen: wij stellen een menu samen van vragen, hij beantwoordt ze. Hoe kan het ook anders: een gesprek waarin vooral z’n epische drive en liefde voor de muziek het hoofdonderwerp is, en hoe vaak hij zelf nog op de dansvloer staat te swingen. ‘Of ik nou twintig, dertig, veertig, tachtig of honderd ben, de muziek is het heilige vuur dat ik blijf nastreven. Zodra dat stopt, is er denk ik ook geen Benny meer.’
Aperitief: Wanneer was de laatste keer dat je blown away werd door een dj-set?
‘Dat was vrij recent. Het was na Draaimolen, vorig jaar. Toen draaide PLO Man in de BRET. Hij heeft een hele sophisticated smaak die ergens in het midden zit tussen diepe techno, minimal en dubby shit. Geen overdadige breaks met grote climaxen, geen goedkope trucjes, geen effectbejag, het is allemaal heel minimalistisch en puur. En… hij heeft een onwijs goede smaak, precies die smaak die ik wil horen op de dansvloer en die me als dj inspireert. Ik had hem nog nooit live horen spelen, alleen online sets, en op Draaimolen was ik hem misgelopen omdat ik daarvoor een andere gig had. Dus toen ik zag dat Dekmantel iets aankondigde in de BRET met unnanounced line-up, heb ik ’s ochtends meteen de programmeur gemaild. Bleek hij er dus te staan! Ik helemaal excited, brak als ik was ben ik er in mijn eentje heengegaan. Ik kwam precies aan bij zijn eerste plaat en ik wist vanaf de derde plaat: dit gaat me heel hard raken. Het was… een beetje emotioneel, zelfs.’
Emotioneel?
Zijn ogen worden troebel. ‘Kijk, ik draai zelf, maar ik zie mezelf nog steeds vooral als liefhebber van muziek, en vooral: liefhebber van andere dj’s die me inspireren. Maar na covid waren veel dj’s waar ik tegenop keek, en naar wie ik blind toeging, een andere richting opgegaan. Platter, commerciëler, niet meer zo spannend. Dat komt natuurlijk door social media: we zitten allemaal in een soort snelkookpan, moeten snel scoren. Ik snap het wel. Maar… ik ben heel vaak teleurgesteld de laatste jaren, dacht even: misschien is het tijdperk voor “mijn” smaak gewoon voorbij. En toen stond ik daar bij PLO Man, en dacht ik: ja, godver, dít is waarom ik ooit op de dansvloer terecht ben gekomen, waarom ik ooit als jongetje naar Planet E begon te luisteren om muziek te ontdekken via dj’s.’ Hij pinkt een klein traantje weg, moet daarna even om zichzelf gniffelen. ‘Ik heb hem ook echt een berichtje gestuurd. Wauw, we hebben elkaar nooit ontmoet, maar je hebt me vannacht weer het geloof teruggegeven dat er mensen zijn die vanuit puurheid zoeken naar muziek.’
Amuse: Wanneer stapte je voor het laatst uit je comfort zone?

Hij tuurt naar de kaart. ‘Hmm, dat heeft ook met covid te maken. Daarvoor maakte ik altijd muziek in de computer. Ik had wel wat hardware verzameld, maar gebruikte dat niet. Tijdens covid heb ik de computer overboord gegooid, al m’n hardware aangesloten en mezelf dat aangeleerd, door dingen in één take op te nemen. Ik kwam in een rabbit hole terecht: binnen een maand had ik meer geleerd dan in twintig jaar op de computer. God, waarom heb ik dit niet veel eerder gedaan? Op een computer was ik vooral bezig met geluidjes zoeken, door presets scrollen. Ik had niets geleerd over de synthese erachter en hoe die geluiden tot stand komen. Alsof ik met bestaande samples werkte, in plaats van schilderen met een eigen palet aan kleuren.’
‘Ik zie mezelf vooral als dj, niet als producer. Muziek maken deed ik erbij, vooral uit verveling eigenlijk. Maar door met hardware te werken kwam ik erachter dat DIT eigenlijk mijn comfortzone was, en voor het eerst écht genoot van muziek maken. Ik ben een project gestart, dat heet ROD20…’
… waarmee je in covid die ROD20 In The Mix-cd had gemaakt, hé? En je hebt ook wat uitgebracht op het label van Jeff Mills.
‘Klopt, klopt. Ik heb twee albums uitgebracht op zijn label, op Axis inderdaad. En dat was een experiment met een SH101, dat is een andere synthesizer, en zo waren er allemaal experimentjes met verschillende synthesizers, de ene voor Jeff Mills, de andere meer dansvloergericht. Maar met elke machine, of elke combinatie van machines, ging er weer een blik aan fantasieën en inspiraties open. Ik heb – en da’s niet om stoer te doen! – zo’n tweeduizend tracks opgenomen in twee jaar tijd. Op een gegeven moment heb ik alles weer op pauze gezet: de wereld ging weer draaien, ik was natuurlijk weer druk met andere dingen. Maar er ligt nog zóveel muziek die ik wil uitbrengen uit die tijd.’
Voorgerecht: Wat was er vroeger écht beter, en welke kritiek op de moderne dj-scene vind jij maar onzin?
Hij tuurt naar de kaart en leest de vragen voor. ‘Wat was je meest hectische dj-weekend? Hmm… Heb je je weleens vergist in de locatie van een gig?’ Hij schudt zijn hoofd lachend. ‘Nee, nee, nee.’
Echt niet?! Ik dacht: als jij zes gigs per weekend aftikt, en alles óók nog zelf boekt en bijhoudt dan raak je toch ooit eens het spoor bijster?
‘Nee, nee. Volgens mij ben ik in mijn beginjaren, in 2002 of zo, een keer per ongeluk een dag eerder aangekomen op een gig. Toen had ik me vergist in de datum, maar dat was gelukkig een dag eerder dan te laat.’ Hij lacht. ‘Maar een locatie? Nee, zeker niet!’
Hij kijkt weer naar de kaart. ‘Nee, dan wil ik liever deze beantwoorden: wat was er vroeger écht beter? Voor mij is de dansvloer gewoon heilig, punt. Het is de plek waar we samenkomen, waar we enkel maar bezig zijn met hier en nu. Dat was vroeger véél meer zo, weet je, zonder mobieltjes, zonder camera’s. Ik moet wel zeggen: ik word altijd een beetje naar van die zure boomers die zeggen dat alles vroeger beter was, want als we in de jaren negentig telefoontjes hadden gehad, zouden we er allemaal aan hebben meegedaan. Maar ik ben blij dat ik die tijd heb meegemaakt.’
We keuvelen een tijdje over telefoons op de dansvloer, over clubs met no phone policies, hoe content maken steeds belangrijker is geworden in de dj-scene en hoe Benny dat jarenlang probeerde te negeren. ‘Ik ben pas twee jaar geleden begonnen met Instagram. En die video’s gaan doen, na veel pijn en moeite. Ik kwam erachter: je kunt niet teren op je naam of reputatie, je moet zichtbaar blijven.’
Waar merkte je dat aan? Aan je boekingen?
‘Nog niet, maar omdat ik mijn eigen boekingen doe zit ik er kort op. Promoters zeiden: “Oké, we boeken je nu voor de honderdste keer op ons festival, maar we moeten wel IETS hebben om mee te kunnen promoten.” Tussen 2020 en 2024 zijn een boel artiesten ontploft, en ik voelde: als ik dit nu niet ga doen, ga ik daar over een paar seizoenen last van hebben. En ik zag ook dat het werkte in het voordeel van artiesten die… eh… tja, een soort fake it ‘till you make it. Constant video’s posten, visible blijven. Ik heb op een festival gespeeld met een artiest waarvan ik wist dat die voor een lege zaal stond, en later zag ik dat die een video postte met beelden van vier uur ná z’n set, toen het helemaal vol stond. Of video’s die zo zijn geschoten, dat je niet ziet dat de dj’s voor een lege zaal staan. Er wordt een beeld geschetst: “We zijn zo succesvol.” En weet je, dat merkte ik dan ook: de fees werden daadwerkelijk hoger, de aanvragen werden meer.’
Ja, daar zou je gemakkelijk cynisch van kunnen worden.
‘Absoluut. Maar het is belangrijk om cynisme niet de boventoon te laten voeren: ik snap ook waarom dj’s dat willen doen. Laat ik dan in ieder geval dichtbij mezelf blijven, en de boel niet mooier maken dan het is.’ Dus is Benny schoorvoetend met een videograaf gaan werken. ‘Ik heb voor het eerst wat geplaatst op Koningsdag 2024, op Loveland. En toen kreeg ik zoveel reacties: “Hey, Benny je bent weer terug!” Ik zal eerlijk zijn: ik had die connectie ook een beetje gemist.’ Grinnik.

Tussengerecht: Wat doe je om je hoofd leeg te maken?
‘Lopen, wandelen, maar da’s geen spannend antwoord. Eigenlijk is het antwoord: muziek luisteren. Grappig, ik sprak een tijd geleden met Kasper, de eigenaar van Thuishaven. Hij draait sinds covid steeds vaker op zijn eigen feesten, en zei gekscherend: als ik aan het draaien ben, dan hoef ik niet de gastheer uit te hangen. Dat was een grapje, maar dat kwam heel erg bij mij binnen. Ik besefte: wanneer ik draai, is dat het ENIGE moment dat ik nergens anders mee bezig ben. Ik kan niet stilzitten, ben continu aan het overdenken, in gesprek met mezelf.’
Waar gaat het dan over?
‘Hoe ik overkom: doe ik te bot of te zakelijk? Waar het heengaat met de dj-scene, met de wereld. Maar als ik draai, dan ben ik alleen maar bezig met de volgende plaat en hoe ik die ga inmixen en uitmixen. Dan zit ik in een flowstate, dan ben ik alleen maar met dat ene ding bezig. Soms zijn het de overgangen. Tracks hebben gedeeltes: eerst een intro van 16 bars, daarna nog 16 bars met de hi-hats erin dan komt het thema. Daarna heb je divisies van 16 bars, of 8 bars. Dat heet phrasing, las ik laatst ergens. Als ik aan het draaien ben, en al die phrasings van de inkomende en uitgaande plaat kloppen met elkaar? De hi-hats van de oude plaat verdwijnen, en de hi-hats van de nieuwe komen er nét in? Van dat soort lullige, nerdy dingetjes kan ik intens genieten. Ik denk dat ik me op geen moment meer ontspannen voel dan dat.’
Hoofdgerecht: Welke levensgebeurtenis heeft je echt gevormd?
‘De vragen worden wel steeds zwaarder, hé?’ Hij aarzelt voor hij een vraag kiest. ‘Hmmm… Welke levensgebeurtenis… Ja, nou ja, dat ik bij mijn vader ben gaan wonen, zeker weten. Eerst woonde ik bij mijn moeder in Rotterdam-West. Toen ik dertien was, is zij verhuisd naar Portugal. En ik ging niet mee, ik had school en voetbal. Toen moest ik bij mijn vader wonen. Maar hij leefde zijn tweede of derde jeugd: hij was eind dertig, had een jongere vriendin en was echt alleen maar met partyen bezig. Daar zijn ook, eh, andere dingen gebeurd die me gevormd hebben, maar het belangrijkste: door hem ben ik in aanraking gekomen met housemuziek: via Planet E, het radioprogramma waar hij naar luisterde. Hij had het over dj’s, over Michel de Hey, over Ronald Molendijk, over Nighttown, waar hij uitging. Hij schetste een wereld, en dat heeft me op een pad gezet waar ik nooit van ben afgeweken. Als veertienjarige was ik alleen maar met housemuziek bezig. Ik werd geobsedeerd, heb veel te vroeg school verlaten en ben snel in een platenzaak gaan werken.
Michel de Hey heeft je echt onder de vleugels genomen, toch? Ik kan me voorstellen dat als jonge gast toen ook wel…. Hmm, misschien geen vaderfiguren, maar wel mensen die zich over je ontfermden hebt gevonden in de housewereld.
‘Ja, goede vraag. Michel en ik hebben een interessante relatie. Planet E was zijn radioprogramma, en hij was toen on top of the world : eigen radioshow, eigen clubnacht, werd overal geboekt. Eerst was ik een soort groupie van hem, ik belde altijd in om tickets te winnen voor mijn vader zodat hij uit kon gaan en ik in de studio mocht langskomen. Maar hij en zijn vaste crew, Jeroen (Jay Samuel) en Nick, vooral die laatste twee, dat waren de mede-residents van zijn avond, zij werkten ook in de platenzaak. En zij hebben me als een soort verwonderd kind bij de arm genomen en geaccepteerd in dat wereldje. Ronald Molendijk ook. Ze waren een soort familie voor me.’
‘Ik kreeg uiteindelijk een moeizame relatie met mijn vader, en nadat we tien jaar lang geen contact hadden is hij overleden in 2010. Dat heeft me ook gevormd. Of nou ja, gevormd… Ik wil niet zeggen dat er geen familie is die zich over me heeft ontfermd, die was er wel. Ik woonde bij heel veel tante’s, bij mijn oma’s, dat soort dingen. Maar de reden dat ik zo onafhankelijk ben en mijn eigen boekingen doe, dat ik mijn eigen eilandje wilde creëren, dat is door alles wat ik heb meegemaakt. Ik wilde gewoon niemand tot last zijn, en mijn eigen ding creëren.’
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'soundcloud'-embed.

Kaas: Hoe houd je het spannend voor jezelf?
‘Ik ben constant bezig met muziek zoeken: oud, nieuw, online, in mijn eigen platencollectie, sets luisteren, van alles. Ik word wakker met de vraag: wat is er vandaag uitgekomen? Wat staat er allemaal op de promolijst? Ik heb geen concrete doelen die ik wil bereiken, geen plekken waar ik wil staan. Ik wil gewoon ELKE dag verwonderd raken door nieuwe muziek. En ik weet dat, zolang ik leef, mijn brein meteen overuren begint te draaien zodra ik een toffe house- of technoplaat hoor: “Die wil ik een keer draaien op een goed moment!” Soms duurt dat jaren, maar vaak ben ik blij dat ik het geduld heb gehad.
‘Toen alles stilviel tijdens covid, kwam ik erachter dat mijn identiteit helemaal aan mijn dj-zijn is gekoppeld: wat ben ik eigenlijk voor mens verder? Wat heb ik verder? Ik doe dit al vanaf mijn veertiende, volgend jaar vier ik mijn dertigjarig jubileum, en ik zou gewoon niet weten wat ik anders met mijn leven had moeten doen. Of ik nou twintig, dertig, veertig, tachtig of honderd ben, de muziek is het heilige vuur dat ik blijf nastreven. Zodra dat stopt, is er denk ik ook geen Benny meer. Hoe tragisch of intens dat ook klinkt.’
Ik… vind dat niet heel tragisch klinken, hoor. Ik denk dat de meeste mensen mogen dromen dat ze OOIT zo’n passie voor iets zullen voelen. Dat is maar weinig mensen gegeven, misschien is het wel de grootste gift die je had kunnen krijgen.
‘Dat is heel mooi gezegd, want ik krijg vaak de vraag: ben je trots op jezelf? Hmm, nee, het voelt meer als een gift.'
Ik vind het ongelooflijk dat jij vaak zes gigs in een weekend aftikt, maar het lijkt alsof je daar alleen maar méér energie daarvan krijgt.
‘Dat is ook zo! En hoe meer ik draai, hoe meer ik in die natuurlijke flowstate kom waarbij ik niet meer nadenk maar gewoon doe. Als ik bij een gig sta, en ik draai de dingen die ik wil horen, dan kan ik eindeloos doorgaan. Ook als ik op een dansvoer sta, bij een andere dj. Ik gebruik geen drugs, drink geen alcohol, nooit gedaan ook. Maar als ik op een feest sta, en iemand draait supertof? Dan weet ik dat ik twee dagen achter elkaar door kan gaan, en de grootste afterkoning kan uitspelen.’
Dessert: Welke jonge dj-collega is volgens jou de toekomst?
Wie me het meest bekoort, zijn de artiesten die in deze tijd, in deze ratrace-machine van engagement, likes scores en dj’s die hun eigen merk zijn, juist héél dicht bij zichzelf blijven en ermee kunnen leven dat ze daarmee niet iedereen bereiken. Dat vind ik anno 2026 krachtiger dan ooit: de jonge generaties zijn zo opgekomen in dat systeem dat ze bijna “voorgeprogrammeerd” zijn om te scoren. De artiesten die daar niet mee bezig zijn, en zich juist laten leiden door hun liefde voor de muziek vind ik heel inspirerend.’
‘Neem VUUR: in elk genre weet hij de toffe shit eruit te pikken en daartussen weer dwarsverbanden te leggen. Of iemand als Eileen, die soulvolle house draait en daar met vuur, passie en kracht achter staat. Zo zijn er wel meer dj’s die niet met alle winden meedraaien. In mijn wereld zouden zij bovenaan de poster staan.’


