A La Carte met Son Mieux: ‘Weg met het glitterpak’

Camiel Meiresonne wil de façade niet langer ophouden

Man met menukaart in hand kijkt in de camera
  • Timo Pisart

Weg met de schone schijn en de façade: Camiel Meiresonne van Son Mieux trekt zijn glitterpak uit en deelt op het nieuwe album 24 Hours wat er echt speelt in zijn hoofd. In dit A La Carte-interview kiest hij zelf de vragen van ons menu. Hij vertelt hoe dissociatie en depressie hem dwongen shows uit te stellen, en hoe de liefde hem weer terug de realiteit in trok.

Aperitief: Wat was het laatste concert waarvan je blown away was?

‘Dat was Nick Cave in de Ziggo Dome. Elke keer dat ik hem zie optreden ben ik blown away. De eerste keer was op Best Kept Secret, toen stond ik heel ver weg en kwam ik er na een half uur achter dat ik nog niet eens naar de schermen had gekeken, hij wist het hele veld zo naar hem toe te spelen. Dat was net nadat zijn zoon was overleden. Ik vond het zo knap dat hij een show wist te maken die beïnvloed was door die gebeurtenis, maar ook een viering van het leven. In alles: in de pijn ervan, de blijdschap. Het hele spectrum wist hij te vangen in dat moment.’

Wat neem je daarvan mee in je eigen performance?
‘Nou, in het stage design van onze Ziggo Dome-shows hadden wij letterlijk een stuk dat we The Cave Walk noemden, een podium dat wat lager was, om de nabijheid van het publiek te kunnen opzoeken. Ik vind het de kunst om zo’n gigantische plek zo intiem mogelijk te laten voelen, dat is voor ons een grote zoektocht. En met ons album heb ik geprobeerd om zo rauw en eerlijk mogelijk te zijn, het hoeft niet allemaal alleen maar hoopvol te zijn, het mag slecht gaan, het leven is af en toe kut.’

Iedereen wist natuurlijk wat er in het leven van Nick Cave speelde. Dat geldt ook voor jou: jullie hebben een tour verplaatst en een halfjaar rust genomen. Vind je het spannend om straks weer op het podium te staan, met al die ogen op je gericht?
‘Nee, alles behalve! Ik vond het eerlijk gezegd veel enger om op het podium te moeten stappen en de façade hoog te moeten houden dat het altijd goed met me gaat. Dat ik een blij liedje als “Multicolor” ook blij zou moeten spelen. Er viel een last van me af op het moment dat ik deelde hoe het echt met me ging.

‘Son Mieux is voor mij de plek geweest waarin muziek voor het eerst mijn dagboek werd, waar ik door het schrijven processen kon doormaken. Vorig jaar realiseerde ik dat ik sinds het grotere succes wat meer afstand was gaan nemen in mijn teksten, dat ik dingen op de oppervlakte hield, dat ik de diepte minder durfde op te zoeken omdat het voor een veel groter publiek was.’

Amuse: Wanneer heb je voor het laatst gehuild?

Man met handen in de zakken voor een gordijn
© Timo Pisart

‘Ik huil bijna nooit. In de periode dat ik mijn eerste depressies had, ging ik langs het strand wandelen om te proberen te huilen. Dat lukte nóóit. Een depressie is wat dat betreft ook juist niks meer voelen, dat wel willen maar het niet kunnen. En het gevoel dat je daar voor altijd in vastzit.’

‘De laatste keer dat ik heb gehuild, was na een sessie bij mijn psycholoog, een maand of drie geleden. Ik kwam uit bij een oud verdriet en zag nu pas de essentie van waar ik al jaren mee rondliep. Toen heb ik 25 minuten huilend op de wc gestaan, er kwam een stortvloed uit die al heel lang vastzat.’

Wil je vertellen wat er naar boven kwam?
‘Niet echt, het komt misschien nog wel een keer in een liedje terecht. Waar het op neerkwam: ik heb dingen jarenlang weggestopt. Maar het dreef steeds meer naar de oppervlakte, tot het echt hier in mijn gezicht schreeuwde: HALLO, kijk mij aan! Ik ben heel blij dat ik vorig jaar de tijd heb genomen om die dingen aan te kijken.

‘Ik heb de afgelopen jaren in zo’n sneltrein geleefd. Ik was verslaafd, nuchter worden ging gepaard met onze grote doorbraak. Ik had geen uitvlucht meer in het nachtleven, maar wel een uitvlucht in alleen maar blijven gáán, gáán, gáán. Wat dat betreft ook een soort dopaminerush die net zo goed verslavend kan zijn, het is the same fucking thing.’

Voelde het zo?
'Ja, ik zie nu dat het allemaal vermijding was van dingen die niet leuk zijn, van het durven vóélen. Ik heb geleefd met de gedachte dat het bestaan lineair was: alles moet alleen maar beter worden. Als een millennial, een nineties kid: opgroeien in een periode waarin heel weinig aan de hand was, veel rust en welvaart, ik heb het geluk dat ik heel geprivilegieerd ben opgegroeid.

‘Ik ben er echt keihard tegenaan gelopen dat het leven niet zo in elkaar zit: het is veel cyclischer, het gaat gepaard met goede momenten, maar daaropvolgend ook grote tegenslagen, depressieve fasen, mensen om je heen die er helemaal doorheen zitten. Ik heb altijd geloofd dat mijn jeugd perfect was, ik heb nooit begrepen waarom ik als jongvolwassene tegen zoveel dingen aanliep. Die huilsessie stond voor mij vooral symbool voor acceptatie.’

Voorgerecht: Ben jij op het podium dezelfde persoon als privé?

‘Steeds meer. Vroeger was er een heel groot contrast.’

Je noemde het net zelfs een façade.
‘Ik ben hierin gerold met een ideaalbeeld van wat een popster of rockster is, hoe dat eruit ziet. Pas later ging ik me afvragen: is dit dan wie ik ben? Of is dit een rol die ik me heb aangemeten? Voor mij is dit album een poging om dat te doorbreken. Als ik met mijn hart op de tong eerlijk vertel waar ik doorheen ga, dan werkt dat juist verbindend. We lopen allemaal rond op dezelfde aardkloot, we maken allemaal dezelfde stomme dagelijkse shit mee. Ik had deze week echt een kutweek, waarin ik helemaal gestresst en gedissocieerd raakte. Ik zei gisteren tegen mijn meisje: “Ik heb morgen die persdag, moet ik vrolijk gaan zitten doen.” Toen zei zij: “Je hoeft je toch helemaal niet beter voor te doen?” Oh ja. Dat was instant opluchting. Ik was zo gewend geraakt aan een masker ophouden…’

Een versie van jezelf spelen waar het altijd goed gaat, die succes uitstraalt.
‘Doodvermoeiend!’

Wat houdt dat dissociëren precies in? Dan krijg je het gevoel dat je niet meer in je eigen lichaam zit, toch?
‘Ja, ik heb een derealisatiestoornis die zich vooral uit in dissociaties. Dat betekent basically dat mijn realiteitsbesef af en toe wegvalt. Het heeft hele grote vormen aangenomen toen ik nog niet begreep wat het was. Het begon de laatste keer dat ik óóit drugs heb gebruikt. Toen heb ik een episode gehad van een hele dag waarin ik niet meer begreep waar ik was, of ik nog leefde, of ik wakker was, of ik sliep, of ik uit mijn dak was. Daarna ben ik hulp gaan zoeken. Nu komt dat af en toe in lichte vorm terug op emotionele en stressvolle momenten. Ik begon het de afgelopen drie jaar ook steeds meer op het podium te krijgen.’

Dat lijkt me niet zo gek: het is ook onwerkelijk om op een podium te staan voor 10.000 mensen die jóú toejuichen.
‘Ja, ik had er met mijn meisje ooit een gesprek over, toen visualiseerden we het zo: stel je voor dat we allemaal nog neanderthalers waren, dat er 10.000 neanderthalers onderaan een rots staan, en er eentje bovenop zit. Helemaal absurd. Een hele rare, megalomane situatie. Het resultaat was dat ik soms shows speelde die ik me achteraf niet meer kon herinneren. Op Instagram-filmpjes mezelf zag spelen alsof er niets aan de hand was, op een soort hele bizarre autopiloot. Dat was het moment dat ik wist: ik moet op zoek naar hulp, op deze manier kan ik dit niet blijven doen. Ik vond het persoonlijk heel fijn om een diagnose te krijgen: cool, I’m not the only one, dit is een daadwerkelijke stoornis, het heeft een oorzaak, je kunt ervoor in behandeling gaan.’

Over twee maanden sta je op de mainstage van Down The Rabbit Hole. Wat nou als je dit weer voelt? Wat kun je dan doen om jezelf te helpen?
‘De grootste oplossing is meditatie. Het is heel zintuiglijk: ik raak mijn contact met mijn zintuigen kwijt, waardoor ik in mijn hoofd op een hele rare plek terecht kom. Dus het simpelste handvat dat ik heb, is al mijn zintuigen afgaan. Voel maar wat je voelt, dat je benen bestaan. Wat proef je? Wat ruik je? Wat voel je op je huid? Dan snap ik meestal binnen een kwartier weer waar ik me begeef.’

‘Om terug te komen op Nick Cave: die man is zó aanwezig in het moment. Ik heb wel eens gehoord dat hij een soort pre-podium-ritueel van acht uur heeft. Helemaal lijp, maar ik snap het wel. Het gevoel om er echt te zíjn op het podium, dat is het beste gevoel ter wereld.’

Man kijkt op menukaart (in zwart-witfoto)
© Timo Pisart

Tussengerecht: Wat was de moeilijkste discussie binnen de band?

‘Anderhalf jaar geleden stonden we in de oefenruimte: we hebben een hele rits goede liedjes gemaakt, maar ik weet bij god niet meer hoe we hier een geheel van maken dat coherent is, waar we allemaal achter kunnen staan. We kwamen erachter dat we alleen nog maar concessies aan het doen waren. Als iedereen met elk detail blij moet zijn, kom je uiteindelijk op een soort eenheidsworst uit. Toen zijn we een volledige democratie geworden, zeven mensen met meningen die even belangrijk waren. Dat was zo’n mooie reis: iedereen mag input leveren, en het creatieve eindveto ligt bij mij.’

Hoofdgerecht: Hoe ben je veranderd in de afgelopen vijf jaar?

‘Ik liep lang rond met het idee dat ik zelf alles wel aan kon, dat het leven maakbaar was en alles alleen maar beter kon worden. Maar toen beleefde ik tegelijkertijd het grootste succes van mijn leven als het diepste dal. Ik ben erachter gekomen hoe erg ik de mensen om me heen nodig heb.’

De keren dat ik je eerder sprak, leek je een onuitputtelijke bron van energie te bevatten, maar ook nogal hyper en rusteloos te zijn. Nu straal je meer rust uit.
‘Klopt, ik ben een stuk rustiger geworden. Ik voel dat ik geen eindeloze energie heb, dat wil ik ook niet hebben. Ik wilde elke seconde van het leven pakken, alles voelen, niet slapen, alleen maar rondrennen. Ik dacht dat dát leven was. Nu zie ik dat je dan alleen maar aan het leven voorbij rent.’

‘Als ik bijvoorbeeld terugkijk op Lowlands: de show was waanzinnig, we hadden er zo lang naartoe gewerkt, maar mijn blijste herinneringen zijn aan het weekend eromheen: met z’n allen in een bungalowtje, ook met onze partners erbij, met ons familietje op schoolreis. Allerlei kleine momenten die ik deelde met de mensen die het dichtst bij me staan.’

Kaas: Waar gaat jullie nieuwe album nu echt over?

‘Eerst dacht ik dat deze plaat over hoop ging, over de ochtend als symbool van hoop. Maar eigenlijk gaat hij veel meer over acceptatie: het besef dat hoop en vertwijfeling elkaar altijd blijven afwisselen als dag en nacht. Dat je soms de verbinding voelt, en die ook weer kunt kwijtraken. Tegelijk gaat het heel erg over liefde en over het belang van die verbinding. Met elkaar, meer dan met wat dan ook. We leven in een tijd waarin het moeilijk is om hoopvol te blijven en makkelijk om elkaar uit het oog te verliezen. Juist daarom wilden we het groter maken dan alleen iets persoonlijks: het zijn universele thema’s.’

Dessert: Hoe heb je de liefde van je leven ontmoet?

Man kijkt weg van de camera
© Timo Pisart

‘Op de basisschool al! Zij zat een klas onder mij. Toen zijn we niet meteen verliefd geworden op elkaar, gelukkig maar, dat was dramatisch geweest. Later kwamen we elkaar weer tegen bij een strandtent. We zaten er beiden in ons eentje met hetzelfde doel: een hele dag effe alleen zijn. “Ik heb rust nodig, neem een boek en mijn dagboekje mee en that’s it.” We raakten aan de praat, hebben er tien uur gezeten en stopten niet meer met kletsen. Op de tweede date durfde ze me de vraag te stellen: “Ben jij verslaafd?” Ze heeft ervoor gezorgd dat ik mezelf ben gaan aankijken. Nu werken we veel samen, ze regisseert onze shows. We delen het leven en de kunst, dat is echt iets heel moois.’

Hoe regisseert ze jullie?
‘Het belangrijkste waar ze mee bezig is: hoe ben ik het meest mijzelf op dat podium? Er is niemand die me zo goed kent als zij, die zo goed weet waar die liedjes over gaan. Ik heb op het podium de neiging dingen te zeggen die heel groots klinken. Zij daagt me uit: “Wat zeg je hier nou eigenlijk? Wat wil je delen? Hoe laat je het achterste van je tong zien?”’

Ook wel confronterend om te horen, toch?
‘Sowieso. We hadden het al over de façade net: ik trek nu al mijn kleren uit. Weg met het glitterpak!’