Nog één última - met Solomun op Ibiza

Zo lang de muziek door gaat, is er geen angst

Solomun dj
  • Atze de Vrieze
  • Alicia Karsonopoero

Voor de veertiende keer vult de Hamburgse dj Solomun het hele seizoen de zondagen van Ibiza-club Pacha. In die veertien jaar groeide hij uit tot een iconische dj, befaamd om zijn lange, lange sets. Atze de Vrieze zocht hem op en mocht twee dagen op zijn vingers kijken.

As long as the music plays you don't have to be afraid. De woorden flitsen aan op een scherm boven de dj booth van club Pacha als Solomun na zes uur en een kwartier zijn laatste plaat instart, Daft Punk's ‘Lose Yourself To Dance’. Mensen wijzen naar de woorden, maken er een foto van. Het is kwart over acht, maandagochtend. Buiten gaan de kinderen naar school, eigenlijk allang tijd voor de nachtdieren om uit het straatbeeld verdwenen te zijn en terug in hun holen te kruipen. Dat is best wel een ding, want op Ibiza is het elke dag weekend. Maar ja, probeer Solomun maar eens te stoppen. Hij staat bekend om zijn lange, lange sets. Altijd is er nog één ultima, en anders een after. As long as the music plays. Een meisje met lange rode extentions en nog veel rodere lippen hangt net te ver over de rand van Solomuns booth. Ze trekt haar topje recht, lacht om zichzelf, knipoogt en schreeuwt Solomuns naam.  

In het spoor van King Solomun

Mladen Solomun geeft liever geen interviews. Ja, vier jaar terug stelde hij zich open voor een enorm profiel in The New Yorker, en toevallig wordt dit weekend de coverfoto van de Rolling Stone Italië onthuld waar hij als eerste dj ooit op staat, maar reken er niet op dat hij ergens dit weekend rustig gaat zitten voor een gesprek. Vijf minuutjes in het voorbijgaan is realistischer. Vandaag is het veel te druk, want de opening van het Ibiza-seizoen is krankzinnig hectisch. En Solomun heeft het zichzelf ook nog eens moeilijk gemaakt. Waar hij op zijn normale +1 avonden altijd een gast uitnodigt (o.a. Peggy Gou, Chloe Caillet, Jamie xx, Skrillex, Kettama en acteur Idris Elba) doet hij vandaag alles in zijn eentje. Veel tijd heeft hij niet, maar vanaf de eerste rij toekijken kan wel. 

Pacha, de club is een begrip op Ibiza sinds 1973, ver voordat het housevirus het eiland eind jaren tachtig in zijn greep kreeg en elke zomer veranderde in een bizarre draaikolk van beats, luxe en spiritualiteit. Het beroemde logo met de twee kersen (je wil er direct een knoopje in leggen met je tong) is overal op het eiland. Waar nieuwere clubs als Ushuaia en UNVRS opvallen met hun high tech uitstraling, is Pacha een relatief old school nachtclub: donker, met sluip-door-gangetjes. Eén zo'n gang is fel verlicht en volledig voorzien van spiegels. Hier kun je uitgebreid checken of je er nog zo perfect uitziet als toen je eerder op de avond in de Uber stapte. Of niet natuurlijk.

Solomun dj
© Alicia Karsonopoero/3voor12

Warriors in vrolijke kleuren

Solomuns Ibiza carrière begon in 2011, met een niet te geslaagd feest in een hotelclub die een paar weken later al dicht ging. In diezelfde week zag Solomun in DC10 dat het wél kan, ook met zijn soort muziek. Eerst was er vervolgens een bescheiden residency in club Sankeys met een clubfeest waarbij jonge ravers zichzelf verfden met warrior strepen in vrolijke neonkleuren. Vanaf 2013 mocht hij de zondagavond in Pacha invullen, een van de meest prestigieuze clubs van het eiland.

Ze zetten Pacha naar hun hand, onder meer door de inrichting van de club naar hun hand te zetten: de dj booth werd van de rand van de club naar het midden verplaatst, tussen de VIP-tafels maar wel - cruciaal - met de rug naar hen toe. De dj was zó overtuigd dat het een onderscheidende move was dat ze de eerste vijf jaar contractueel vast lieten leggen dat alleen Solomun zijn dj booth zo mocht neerzetten. Inmiddels is het de vaste plek geworden op de meeste avonden. Solomuns stijl - relatief trage house die vraagt om veel meer geduld dan de hyper-EDM van David Guetta en Martin Garrix - was in die tijd niet wat mensen associeerden met Ibiza, maar zijn residency bleek een schot in de roos. 

Heldenontvangst

Het is vijf minuten voor twee uur als Solomun de dj booth binnenkomt, een boom van een vent met lang haar en een baard. Hij heeft het aura van een onverslaanbare strijder, en hij wordt ontvangen als een kampioen. Op zijn rug de woorden All Night Long. Terwijl de dj in een kluwen mensen voortbeweegt en zijn warm-ups, duo Kimonos, bedankt, stijgt een gejuich op uit de club. Dit is het ongemakkelijke moment om aan Solomun voorgesteld te worden. Dit is Atze de Vrieze, hij kijkt de hele nacht over je schouder. Solomun knikt, geeft een stevige hand, lacht en gaat aan het werk. Vanaf de eerste track tilt hij de club naar een nieuw level.

Hij mag dan een aura van onaantastbaarheid om zich heen hebben, de mensen om hem heen beschrijven Solomun allemaal als een bescheiden, zachtaardige man. Een man die zijn moeilijke jeugd als geboren Bosniër en getogen Hamburger (maar in ziel nog steeds onmiskenbaar Bosniër) omzette in een obsessie met muziek. Een superster is hij, maar voor hem hoeft dat niet, liever niet zelfs. Dat zou ook de reden zijn dat hij jarenlang helemaal geen pers in zijn buurt toeliet. Solomun is zeker niet de enige dj die af en toe een Boiler Room doen genoeg media vindt. En die elf jaar oude Boiler Room uit Tulum, dat is nog altijd de sessie met de meeste views van allemaal. Ever. Pas het afgelopen jaar ziet hij de meerwaarde in van journalisten uitnodigen. Al laat hij zich nog altijd liever observeren dan bevragen.

solomun in pacha
© Alicia Karsonopoero/3voor12

De kunst van het uitstellen

Misschien is dit dan een mooi moment om eens uit te leggen wat Solomun nu precies doet als dj. In die zes uur wijkt hij nauwelijks af van het tempo van 128 bpm, en toch gebeurt er van alles in zijn sets. Hij begint met kale techhouse, die drijft op niet veel meer dan een kick, een bassline en een melodietje, maar hij houdt ook van open breaks waaruit hij met percussie en filters naar drops bouwt. Elke vijf minuten een piek, maar lang niet elke drop geeft de voldoening waar je als danser naar snakt. Dat is nou net de kunst van die lange, geduldige sets van Solomun. Hij geeft genoeg, maar hij neemt rustig een halfuur de tijd om de club écht te laten ontploffen. Dan flitsen de lichten in oogverblindend wit en gaan de handen omhoog. Bij de grootste pieken beginnen de mensen collectief te joelen en te springen.

Dat bereikt hij soms met een hit of een vocal, maar net zo vaak met puur instrumentale elektronische tracks die drijven op een distorted synth hook of manisch over elkaar heen geprogrammeerde percussie. Nico Rac's hysterische house banger ‘On The Floor’ is zo'n plaat, die begint met een steady groove maar binnen een minuut over de kop gejaagd wordt met intense vocals. En een of andere edit van polyGOD's ‘Get High’, waarin zowaar een rewind geprogrammeerd zit. Een hit die werkt: Snap's ‘The First The Last Eternity’, een eurotrance plaat uit de 90s die niet drijft op wilde energie maar juist op weidse melancholie. Solomun kijkt tevreden om zich heen met een soort ‘yeah, I know'-blik.

Een killer remix

Solomun draait veel eigen producties en edits, veelal nog niet uit. Zo heeft hij momenteel een gekke en tamelijk out of the box banger met Skrillex (inderdaad een kruising van melodische techno met serieus basgewicht) en een euforische 80s track met heavy synths die ik niet thuis kan brengen. Als hij die in de finale van zijn set inzet na van 90s hit ‘King Of My Castle’ (het lome origineel!) knikt de vrouw die er niets van snapte dat wat haar betreft de inlossing van alle beloftes daar is.  

Maar de grootste killer van de set is Solomuns unreleased remix van ‘Somebody Told Me’, een klassieker van The Killers die inmiddels iedereen kent en die door Solomun dynamisch uit elkaar getrokken wordt. Solomun primeurde deze track in de thuisstad van The Killers tijdens Electric Daisy Carnival, twee weken eerder. De coupletten trekt hij zoveel mogelijk leeg, waardoor hij het meezingrefrein dubbel kan laten aankomen, en bij de trancy tweede drop zelfs drie keer zo hard. De overgebleven dansers geven nog één keer alles, aangevuurd door de dj zelf. 

He don't sleep

Als Solomun zijn set een kwartiertje later beëindigt, gaat hij even zitten achter de booth. Lang draaien is bepaald geen licht werk, en Solomun heeft al wat van dit soort marathons in zijn benen. Voor het podium zijn de fans in verwarring. Waar is hij nou? Komt er nog meer? Of is er ergens een after?

Die is er, maar niet zoals vroeger, toen Solomun echt niet van ophouden wist en van after naar after rolde. In 2013, zijn eerste ‘grote seizoen’ hier, speelde hij in een jaar tijd op maar liefst 36 afters, tekende de New Yorker op. Iedere taxichauffeur van Ibiza heeft wel zo'n verhaal over Solomun, merk je zodra je er een vertelt dat de dj na zijn set bijna een volle nacht rust kon pakken voor zijn volgende set. ‘Impossible’, lacht de chauffeur met een dik Spaans accent. ‘I don't believe you, Solomun, he don't sleep.’

Maar dat heeft hij toch echt, blijkt als hij rond half acht aankomt in club 528, een openlucht amfitheater in de heuvels richting San Antoni. Mensen zeggen dat het een voormalige dierentuin is en dat het geen amfitheater is maar een zeeleeuwenhok, maar dat schijnt dan weer niet waar te zijn. Het is een vrij grote venue, we zijn hier niet op een van de befaamde villa-afters van Solomun, waarvan in de loop der jaren geregeld filmpjes viral gingen, van eindeloze sessies voor misschien 500 uitverkorenen. 

In het voorbijgaan

Daar is hij, vandaag gekleed in een wit shirt en een zwarte korte broek, een klein maar veelbetekenend kruisje om zijn nek. In zijn handen houdt hij een klein leren buideltasje waar hij zijn usb's in bewaart. Niet om zijn nek, maar met twee handen voor zijn buik geklemd, goed beschermd. Zodra hij het hek binnenstapt komt hij op ons af en begint een praatje. Ik complimenteer hem met die spreuk aan het einde van zijn set. As long as the music plays you don't have to be afraid, duidelijk een mission statement. Het geeft duiding aan zijn obsessie met alsmaar door- en doorgaan, en betekenis aan dansen. ‘Het komt uit een track die ik maakte voor de show met Anyma in The Sphere in Las Vegas’, legt hij uit. De stem in de track vertelt dat mensen die alleen in een donker bos dwalen de neiging hebben te gaan zingen of fluiten. Het is inderdaad een gevoel waarmee hij mensen naar huis wil sturen. Hij bouwt er heel zorgvuldig naartoe, naar het beoogde ultieme geluk van zo'n avond, en vervolgens wil hij het zo lang mogelijk vasthouden. 

Solomun luistert naar veel muziek, heel veel muziek, en hoewel hij bepaalde hoekstenen heeft waar hij gedurende een seizoen vaak op terugvalt, kiest hij het liefst elke avond zoveel mogelijk nieuwe tracks. Dat is een steeds grotere opgave, beaamt hij, in de tijd waarin de elektronische scene overspoeld wordt door hele en halve AI creaties. Hij staat er niet principieel afwijzend tegenover, ‘maar meestal is het te gepolijst’, zegt hij. ‘We gaan een interessante tijd tegemoet als muziekwereld. Het is nu al heel veel wat er op ons af komt.’ 

Hij vervolgt: ‘Het beste besluit dat ik de laatste jaren gemaakt heb, is een vriend die ik op zijn smaak vertrouw naar demo's en tracks te laten luisteren en een voorselectie te maken. Het kostte me vier jaar om hem te trainen op mijn smaak, maar dat scheelt mij enorm veel tijd. Je zou dat ook kunnen automatiseren, ja, maar de menselijke factor is heel belangrijk. Het komt heel nauw hoe je zo'n set opbouwen, en soms verkijk je je er toch op. Dan knalt een track toch harder dan je dacht en kun je niet meer terug.’ Over menselijke factor gesproken: Solomun is niet het type dj dat de booth in klimt om te zenden. Hij leest het publiek, zuigt hun energie op om ze vervolgens iets terug te geven. Vaak kiest hij vijf, zes mensen op de dansvloer uit om zich op te focussen. Hoe die reageren op een ingeslagen weg, is leidend.

Ik besluit hem het meest eerlijke compliment te geven over zijn Killers remix, de winner uit zijn set van vannacht. Ik zeg: ‘Ik heb een ongelooflijke hekel aan The Killers, maar jouw remix vind ik te gek.’ Hij kauwt er even op met een fronsende blik, maar besluit dan dat het inderdaad een groot compliment moet zijn. ‘Het origineel van dat nummer is te vol’, verklaart hij zijn dynamische ingreep. ‘Ik sta er trouwens echt van te kijken hoe goed jonge mensen dat nummer kennen, echt bizar.’ Oh ja, dat ene synthesizer-popnummer dat hij gisteren draaide, wat was dat nou? Hij kijkt me vragend aan en blijft me het antwoord schuldig. Ach, hij heeft zes uur staan draaien, minstens zeventig tracks.

Solomun lachend met zijn warm-up dj's Kimonos
© Alicia Karsonopoero/3voor12

Guitige oogjes

Van de Solomun family die gisteren in de booth stond is minstens driekwart weer op komen dagen, en ook in het publiek duikt een aantal dezelfde gezichten op. Solomun oogt ontspannen als hij aan zijn set begint, maakt dolletjes met weidse armgebaren, neemt shotjes met zijn team waarbij hij zijn ogen steeds guitig dichtknijpt, wat er vrij komisch uitziet bij zo'n reusachtige vent. Tegelijk vergeet hij de mensen op de vloer geen moment en begeleidt hij zijn climaxen met dansjes en klapgebaren. Af en toe, bij een absolute uitschieter, maakt hij een signature move, een soort halve draai met zijn been in de lucht en de vuisten gebald. 

De zon gaat langzaam maar zeker onder, Ibiza wordt gezegend met een zwoele zomeravond onder een uitzonderlijk grote oranje maan. ‘Just be good to me’, schalt een 80s r&b tune van The SOS Band in een nieuw techhouse jasje over de halve maan van publiek. Dan schiet het team in actie. Solomun wordt naar het toilet gerusht, iets wat hij de avond ervoor in Pacha als ik het me goed herinner niet een keer hoefde. Het kan, de track is lang genoeg. Als hij drie minuten later terug komt door de witte muur achter het podium schiet hij me aan. ‘Taylor Dayne’, zegt hij. ‘Je vroeg toch naar die ene track? Dat was Taylor Dayne's ‘Prove Your Love’, uit 1988, een edit die nog niet uit is.’ 

De set van vanavond duurt ‘maar’ drie uur en eindigt opnieuw met The Killers en Daft Punk, iets wat door de family zeker niet als een domper wordt ervaren. Sterker nog, die tweede drop van ‘Somebody Told Me’ gaat zowel op de vloer als achter de dj nog harder los dan vannacht. Opnieuw blijft Solomun na zijn set eerst even zitten achter de booth, alsof ie hem nog even los moet laten.

Solomun bevindt zich in het hart van Ibiza’s intense dance scene, maar voor hem gaat het alleen maar om de muziek. En die muziek betekent zoveel voor hem dat hij nooit kan stoppen met spelen. Het leidt tot een intens leven. Lange uren, weinig slaap. Het vraagt om een team dat werkt als een militaire operatie, maar dat gek genoeg ook voelt als een groep vrienden. Alleen zo krijgt hij het onmogelijke voor elkaar: in control zijn terwijl ie omringd wordt door chaos.