A La Carte met Naaz: ‘Ik wil magie in mijn handen voelen’

Over dromen van gitaarriffs, bergbeklimmen en independent gaan

Naaz in een rode jurk hangend aan een rots
  • Atze de Vrieze

Zangeres Naaz heeft een hoop kracht in haar handen. Ze blijkt talent te hebben als bergbeklimmer. Niet zo gek, zou haar broer zeggen, want Koerden komen immers uit de bergen. Maar zit er ook creativiteit in die handen? Dat probeert ze uit te vinden, vertelt ze in het A La Carte interview.

Aperitief: Wat is je craving?
‘Mijn craving is extreem specifiek: ik wil een soort rockstar-gitaarriffs kunnen spelen. Als ik mensen hun handen over een instrument zie gaan, ben ik altijd helemaal mesmerized. Ik romantiseer dan niet per se die persoon, maar wel wat die handen kunnen.’

‘Ik heb bijna een jaar geleden een gitaar gekocht. Ik ben nog niet virtuoos, dat kunnen we rustig stellen. Maar dat was ook een soort concept achter die EP die ik uitbracht voordat het album uitkomt, Bought Me A Guitar: dat ik mezelf wilde gunnen hoe het is om met je handen je gevoel te kunnen vertalen. Ik ben niet opgegroeid met muziek en muziekinstrumenten thuis, dus het voelde altijd alsof het al te laat was, alsof ik dat niet meer kon. Tot ik vorig jaar dacht: nee, ik bepaal zelf mijn narratief. Ik heb nog heel lang. Als ik nu begin, dan kan ik echt wel over twee jaar doen wat mijn craving is.’

‘Mijn stem als instrument heb ik wel gemasterd, ik kan met mijn stem eigenlijk alles doen wat ik wil. Sommige mensen kunnen dat met hun handen. Ik ken die magie met mijn stem, en ik zou die ook heel graag met mijn handen willen kennen. Dat is voor mij de magie.’


Amuse: Wat is je favoriete sport (en ben je fanatiek?)
‘Mijn favoriete sport is klimmen. Ik doe dat nu drie jaar. Mijn broer is calisthenics-atleet en hij zei altijd: jij bent Koerdisch, dus jij bent fysiek sterk aangelegd, want Koerden komen uit de bergen. Dus jij zou goed moeten kunnen klimmen. Toen gaf hij me klimschoenen, en inderdaad bleek dat ik heel sterke vingers heb. Ik kon mezelf eigenlijk vanaf het begin al optrekken met alleen mijn vingers. Toen werd ik heel snel goed. Nu klim ik op hoog niveau, en het is mijn grootste hobby naast muziek. Ik doe het twee keer per week. Ik heb ook mijn diploma voor klimmen met touw gehaald, dus ik mag echt hoog. En ik ben ook echt sterk geworden. Als je me op het podium ziet met licht van boven, lijkt het soms alsof ik een soort bodybuilder ben. Dat is misschien overdreven, maar ik ben wel echt heel sterk.’

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.

cookie-instellingen aanpassen
The Sky Knows I Exist

Heb je het belang van sporten onderschat?
'Ja, heel erg. Ik wist niet dat als je je lichaam sterker maakt, je geest ook sterker wordt. Ik ben ook gestopt met antidepressiva en ADD-medicatie, omdat ik dacht: als ik genoeg sport, krijg ik die dopamine ook. Voor mij werkt dat echt zo. Ik gebruik sport als een soort medicatie. Ik voel me mentaal ook sterker, omdat ik weet dat mijn lichaam zulke lijpe dingen kan.’

Als ik op die muur zit, voel ik echt een overlevingsgevoel. Maar dan de positieve vorm. Van: ik kan dit, ik red mezelf wel. Je oerinstinct komt naar boven. Alles wat sociaal is, alles wat van je verwacht wordt, valt weg. Je bent gewoon aan het overleven op een leuke manier. En dat gevoel neem ik ook mee de wereld in. Als ik ergens angst voel, denk ik: ja maar ik ben supersterk, ik kan mezelf wel beschermen.’

Naaz met een gitaar
© Mike Jurriën/NAAZ

Voorgerecht: Hoeveel grip heb je op je carrière?
‘Op een niet-emotionele manier heb ik eigenlijk heel weinig grip op mijn carrière. In de zin van: de industrie is de industrie, en die verandert constant. Algoritmes hebben nu zoveel invloed. Het enige wat ik kan doen is hele goede muziek maken en mijn best doen om dat te promoten. Maar of de wereld mij op dat moment relevant vindt, of het algoritme mij leuk vindt, daar heb ik geen controle over.’

‘Dat vind ik wel frustrerend. Vroeger had je meer tastemakers, mensen die bepaalden wat goed was. Dat had ook nadelen, maar het zorgde er wel voor dat mensen echt probeerden goede muziek te maken. Nu voelt het soms alsof vooral de sales people winnen. Alsof er gemeten wordt op basis van cijfers, terwijl dat niet hetzelfde is als kwaliteit.’

‘Ik heb er wel bewust voor gekozen om onafhankelijk te zijn. Dus ik ben gestopt en daarna onafhankelijk teruggekomen, en dat ben ik nog steeds. Dat betekent dat ik in praktische zin juist heel veel grip heb: ik bepaal wat ik uitbreng, wanneer ik het uitbreng, hoe het klinkt. Niemand die tegen mij zegt wat ik moet veranderen aan een liedje.’

‘Maar tegelijkertijd sta je ook buiten het systeem. Dus in die zin heb je juist weer minder grip. Dat is gewoon een keuze. Ik ben heel dankbaar dat niemand zich inhoudelijk bemoeit met mijn muziek. Dat er vertrouwen is dat ik en mijn producer weten wat we doen. Ik kan me bijna niet meer voorstellen hoe het is om verteld te worden wat ik moet maken.’

‘Het is wel veel werk, maar ik werk met mensen die dit ook echt als hun kunstproject zien. En voor mij is het belangrijk dat het sustainable is. Ik wil muziek maken die ik echt vet vind, waar ik intellectueel rijker van word. Daarom doe ik ook andere dingen ernaast. Ik heb net een hele theatervoorstelling gecomponeerd, en ik ga de hoofdrol spelen in een Koerdische opera op het Holland Festival. Ik vind het ook heel fijn dat mijn hele bestaan niet afhankelijk is van streams of hits. Dat als dat wegvalt, ik nog steeds dingen heb waar ik mijn creativiteit in kwijt kan.’

Tussengerecht: Welke karaktereigenschap zit je in de weg?
‘Ik kan niet liegen. Ik ben echt super eerlijk. En ik denk wel dat je als popster in zekere zin moet kunnen liegen. Omdat het op heel veel niveaus een spel is. Je moet altijd aanstaan, altijd presteren, ook als het niet goed met je gaat. Dat kan ik wel, presteren, maar dat spel spelen zou mij slopen.’

‘Dat heeft ook met mijn autisme te maken. Ik kan gewoon niet doen alsof. Als ik iets niet voel, zie je dat meteen. En ik haal ook niet genoeg voldoening uit geld of roem om dat spel dan maar te spelen. Dat vind ik juist vaak onoprecht. Als mensen me helemaal geweldig vinden, snap ik dat soms niet eens zo goed.’

‘Vlak voordat ik stopte met mijn ‘eerste carrière’, zei iemand met wie ik werkte op een hele neerbuigende manier dat als ik het type artiest wilde zijn dat kleine shows speelt, boeken schrijft en arty muziek maakt, dat ik dat vooral moest doen, maar dan ook maar moest oprotten.’

‘En het gekke is: dat is eigenlijk precies wat ik wilde. Niet per se dat label, maar wel dat leven. Intieme shows, mensen echt raken, meerdere dingen maken. Alleen vond ik het toen nog moeilijk om daar echt van te genieten, omdat ik die stem nog in mijn hoofd had. Dat het niet genoeg was. Niet groot genoeg. Nu weet ik: dit is wie ik ben. En dat spel van de superster, dat past gewoon niet bij mij.’

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

Hoofdgerecht: Hoe verhoud jij je tot de wereld?
‘Dat vind ik een lastige vraag, omdat ik in Amsterdam woon. Ik heb het gevoel dat iedereen hier een beetje in een bubbel zit, inclusief ik. Ik woon aan de Prinsengracht, alles is dichtbij, alles is makkelijk. Soms voelt het bijna Disney-achtig. En dan vergeet ik bijna hoe zwaar ik het heb gehad. Als ik naar mijn ouders ga, of vriendinnen spreek die ook uit een Koerdische of islamitische familie komen en in een meer traditionele omgeving leven, dan voel ik dat contrast heel sterk. Dan besef ik hoeveel vrijheid ik heb. En daar heb ik echt voor gevochten. Alles wat ik heb gemaakt, al mijn kunst, dat was om hier te komen.’

‘Maar ik ben me er ook heel erg van bewust dat er heel veel mensen zijn zoals ik van vroeger, die daar nog zitten. Niet iedereen komt eruit. En ik ben eruit gekomen, maar wel met extreem veel problematiek. Echt heel veel. Dingen waar ik niet eens over mág praten. Dus ik voel wel een verantwoordelijkheid om die verhalen te blijven vertellen.’

‘Ik ben een vrouw van kleur uit een migrantenfamilie die dit leven voor zichzelf heeft opgebouwd. Maar het is ook dankzij mijn ouders. Zij zijn gevlucht, zij hebben die dapperheid gehad om een nieuw leven te beginnen. Dus daardoor kan ik hier zijn.’

‘Tegelijkertijd ben ik meer dan dat. Ik ben meer dan mijn afkomst, meer dan wat mijn ouders hebben meegemaakt, meer dan wat er in het Midden-Oosten gebeurt.


Kaas: Waar gaat je nieuwe album nou echt over?
‘Ik moest veel denken aan Rodin, die beeldhouwer. Hij zei: het beeld zit al in het marmer, ik haal alleen weg wat niet nodig is. Zo voelt dit album voor mij ook. Alsof ik niet iets nieuws aan het maken ben, maar juist alles aan het afpellen ben wat niet van mij is. Alles wat ik heb meegemaakt, alle verwachtingen, alle stemmen van buitenaf — dat zit er allemaal omheen. En dit is het proces van dat eraf halen. Totdat je overblijft met iets wat echt van jou is. Dat is ook waarom “Pure” zo belangrijk is. Dat idee dat je weer terug kan naar een soort kern. Niet dat er niets is gebeurd, maar dat je jezelf niet alleen maar definieert door wat er is gebeurd.’

Dessert: Wat is het liefste dat iemand dit jaar voor je gedaan heeft?
‘Mijn vriend die vorig jaar in de auto, toen we naar The Chain van Fleetwood Mac luisterden, tegen mij zei: “Zullen we morgen een gitaar voor je kopen?” Ik zei nog: nee schat, ik ben al 26, ik kan nu echt niet meer gitaar leren spelen. Maar hij is best wel streng voor mij op een goede manier. Hij wordt bijna boos als ik onzeker doe, omdat hij vindt dat ik daar geen reden voor heb. Dan zegt hij: weet je wel wie je bent?’

‘Dat is echt het meest waardevolle wat iemand me heeft gegeven. Niet alleen die gitaar, maar wat het symboliseert. Dat je jezelf iets mag geven waardoor je jezelf kunt uiten. Dat je niet afhankelijk hoeft te zijn van anderen om muziek te maken.’

‘En ik denk dat ik dit jaar die persoon ook een beetje zelf ben geworden. Dat ik tegen mezelf zeg: zullen we het gewoon doen? Dat ik die ruimte inneem. Vorig jaar had ik misschien nog getwijfeld, was ik misschien verlegen geweest. Nu denk ik gewoon: ik heb een facking goede plaat gemaakt, mensen moeten het horen.’