Code Rood: Nederlandse poppodia in de problemen
De zalen staan vol, maar de kassa’s zijn leeg: dit is waarom
‘Code Rood.’ Met koeienletters stond het boven het onderzoek van de Vereniging Nederlandse Poppodia en -Festivals naar de financiële situatie van poppodia. Bijna driekwart van de podia verwachtte in 2025 verlies te draaien, terwijl concerten juist nu enorm populair zijn. En de impact reikt verder dan alleen een paar rode cijfers op een begroting. ‘Het is één groot ecosysteem. Als je daar een paar tandwieltjes uithaalt, kan dat uiteindelijk grote gevolgen hebben.’
Viste jij ook achter het net bij Geese? Of bij Turnstile? Of bij RAYE? Stond je dan ook met honderden anderen in de loting van Ticketswap? Het zegt veel: popzalen in Nederland staan ramvol en het aantal concertbezoekers zit al jaren in een forse groeispurt. Toch gaat het niet goed met de Nederlandse poppodia. Sterker nog: de financiële situatie wordt nijpender met de dag. De zalen staan vol, maar de kassa’s zijn leeg. Hoe kan dat? Volgens dataspecialist van het VNPF Arne Dee is het geen tijdelijk dipje, maar een structureel probleem. ‘De kosten van poppodia stijgen al jaren sneller dan hun inkomsten,’ zegt hij. ‘Moet je nagaan. Als er geen toename in publiek was geweest, was het nog veel erger geweest. Eigenlijk is dat misschien nog wel het meest schrikbarende.’
Die kosten stijgen op meerdere fronten tegelijk. Programmakosten namen bijvoorbeeld fors toe. ‘Artiesten vragen terecht meer gage. Die moeten hun eigen crew betalen, reiskosten, hotels. Alles wordt duurder,’ zegt Dee. Ook de personeelskosten lopen op. ‘Als je de cao van de popsector vergelijkt met die van het theater, zitten wij best laag. We proberen dat nu een beetje in te halen,’ zegt Rik Peters, directeur van poppodium Mezz in Breda. ‘Alleen al daardoor stijgen de kosten flink.’ En dan is er nog de huisvesting. ‘Zelfs met de verhoging van de subsidies lopen we achter op de huur, die sneller omhoog ging,’ zegt Stoffel Spierings, directeur van Doornroosje in Nijmegen. ‘Dat legt druk op onze bedrijfsvoering om het hoofd boven water te houden.’
Alles wordt duurder, maar de gemeentelijke subsidies blijven dus achter. ‘Die subsidies groeien wel mee, maar lang niet snel genoeg,’ vertelt Dee. ‘Dan blijft er uiteindelijk onder de streep gewoon veel minder over. Soms kunnen ze dat met hun financiële reserves dekken, maar voor veel podia zijn die ook volledig opgedroogd.’
Kleine zalen, grote dilemma’s
De kostenstijging dwingt podia tot moeilijke afwegingen. Juist op het programma waar het meeste risico zit - zoals de opkomende acts in kleine zalen - moet vaak het eerst worden bezuinigd. 'We zijn wel echt gaan kijken wat de “bleeders” zijn, welke keuzes in de programmering het meeste geld kosten, en wat voor risico’s we daarmee nemen', vertelt Peters (Mezz). Over het algemeen betekent dat een minder spannend aanbod, minder innovatie, minder nieuwe namen. ‘Tributes zijn natuurlijk nu heel populair. Maar wij willen echt niet dat dat een heel groot deel van ons programma wordt. Je wil ook een plek zijn voor de jongeren. Daar zijn we nog steeds op gefocust, maar we zijn wel een stuk voorzichtiger in wat we niet doen en wat we nog wel doen.’
Voor andere podia zijn die keuzes nog drastischer. De Melkweg in Amsterdam moest volledig stoppen met programmeren in de bovenzaal. ‘Het is een zaal met een capaciteit van 250 mensen en elke avond die we daar doen kost ons geld,’ vertelt Laura Vogelsang, directeur van De Melkweg, in podcast De Machine. ‘Dat risico kunnen we momenteel niet nemen.’ Volgens Vogelsang staat daarmee de maatschappelijke rol van poppodia onder druk. ‘Poppodia hebben een maatschappelijke functie. Het zijn ideële organisaties met een missie en een doel. Gemeentes hebben baat bij een levendige jongerencultuur in de stad en wij richten ons op niches en subculturen. Die functie die dreigt onder druk te komen staan.’
Het ecosysteem
Die missie omvat niet alleen een plek bieden aan jong publiek, maar ook aan jonge artiesten. Opkomend talent moet zijn eerste meters kunnen maken in kleine zalen voordat het kan doorgroeien naar grotere podia. ‘Het kwetsbare programma, programma's die inzetten op cultuurontwikkeling, daar moet het meeste geld bij,’ zegt directeur Frens Frijns van 013 in Tilburg. Juist dat soort avonden komen onder druk te staan wanneer de marges kleiner worden. Volgens Peters (Mezz) werkt dat door in de hele popketen: ‘Een hele grote groep artiesten hebben minder geld en minder plekken om zich te ontwikkelen. Dat merk je misschien nu nog niet heel erg, maar over een aantal jaar wel.’
In Nijmegen is Merleyn - het kleine podium dat in 2008 werd overgenomen door Doornroosje - zo’n cruciale plek voor opkomend talent. ‘Daar zien we ook vaak rode cijfers. Maar als we daarmee stoppen, schieten we onszelf op de lange termijn in de voet,’ zegt directeur Stoffel Spierings. ‘Het is een permanente investering in het gezond houden van de keten. Je moet op alle niveaus faciliteiten hebben om een gezonde doorstroom te houden.’ Ook Arne Dee van de VNPF benadrukt dit: ‘Het is één groot ecosysteem. Als je daar een paar tandwieltjes uithaalt, kan dat uiteindelijk grote gevolgen hebben.’
Solidariteit binnen de sector
Ondertussen lijkt het aan de bovenkant van de sector, bij megazalen als AFAS Live en de Ziggodome, alsof de tours niet groot en duur genoeg kunnen. Volgens Vogelsang (Melkweg) is het belangrijk om te begrijpen dat het om twee verschillende werelden gaat. ‘Dat is eigenlijk bijna een andere sector. Dat zijn commerciële organisaties met hele andere belangen.’ Juist dáár ziet dataspecialist Arne Dee een mogelijke oplossing: meer solidariteit binnen de sector zelf. In het Verenigd Koninkrijk wordt bijvoorbeeld geëxperimenteerd met een ticketheffing op grote concerten, waarvan de opbrengst in een fonds voor kleinere podia en artiesten belandt. ‘Het is eigenlijk vreemd,’ zegt hij, ‘dat een beginnende artiest eerst in een kleine zaal speelt waar verlies op wordt gedraaid, en twee jaar later acht shows in een stadion uitverkoopt waar miljoenen worden verdiend. Daar vloeit nu nauwelijks iets van terug naar de plekken die in het begin hebben geïnvesteerd.’
De oplossing zou ook deels kunnen liggen bij de podia zelf, zegt Peters (Mezz), ‘Ik denk dat je podia ook kunt stimuleren om wat meer ondernemerschap te tonen. Maar tegelijkertijd moet je je ook afvragen: wat is nou het subsidieniveau dat erbij past? Is het logisch dat in heel veel steden theaters bijna twee keer zoveel subsidie krijgen per bezoeker dan een poppodium?’
Uiteindelijk blijft de échte oplossing volgens veel podia voor de hand liggend: ‘Meer subsidie naar poppodia,’ zegt Vogelsang (Melkweg). ‘Zo simpel is het. Alleen dat zijn helaas dingen die niet zomaar veranderen.’
Check hier alle cijfers van het VNPF onderzoek.