De derde festivaldag van Roadburn staat dit jaar vooral in het teken van de bloeiende Nederlandse blackmetalscene, culminerend in het Maalstroomproject, dat speciaal voor deze gelegenheid enkele ‘leading lights’ van de verschillende deelnemende groepen bij elkaar heeft gebracht voor een unieke eenmalige show. Het bericht dat de muzikale en artistieke duizendpoot Michiel Eikenaar, tot twee jaar geleden het markante visuele middelpunt van afsluitende reguliere act Dodecahedron, na een lang ziekbed is overleden, geeft deze dag voor zijn vrienden en goede bekenden onverwacht een erg wrange bijsmaak. Zijn oude band laat zich echter niet uit het veld slaan en zet een allesverzengend optreden neer, als een onvergetelijk knallend saluut.

De eerste band die in Het Patronaat mag aantreden om Neerlands nieuwe duistere oogst voor het voetlicht te brengen, is Witte Wieven, de Tilburgse band rond gitariste Carmen Raats en drummer Sarban Grimminck. Beiden hebben al de nodige muzikale ervaring, niet alleen als muzikant, maar ook achter het mengpaneel. Deze act is echter nog redelijk vers (dit is zowaar pas het eerste optreden), en toch is in de chronologisch opgebouwde set al een duidelijke ontwikkeling hoorbaar, ook omdat enig materiaal al langer op de plank lag. De nummers van de eerste EP slagen er vooral goed in direct een zekere stemming op te roepen, op basis van vrij eenvoudige zwartmuzikale ideeën met gevoelvolle doomaccenten. Het latere werk is complexer van aard, en dankt veel aan de ritmische basis van Grimminck. Voor een debuut is dit door atmosferische zwart/witbeelden van nevelige bossen begeleide concert, dat live ook steunt op de inbreng van gastmuzikanten Joris Bonis en Dave van Beek, opvallend hecht, en daar de meeste toeschouwers begrijpelijkerwijs nog niet van de band gehoord hebben, is de reactie er één van bijna unanieme positieve verrassing. Een mooi begin van deze regionaal georiënteerde dag.

Wolvennest

We maken even een uitstapje naar de zuiderburen van Wolvennest, die twee jaar geleden nog in een veel te krappe Extase hun duistere soundscapes aan het opeengepakte publiek presenteerden. De stap naar de Main Stage is natuurlijk bepaald een grote, maar de band blijkt deze aan te kunnen, en presenteert een volle zaal een meeslepend audiovisueel spektakel. Hierop vervoegen we ons snel weer bij Het Patronaat voor de set van Turia, een drietal uit de omgeving van Nijmegen, dat een bijpassende biologisch-dynamische plattelandssfeer uitademt, waarin het occulte natuurgevoel centraal staat. De bandleden lijken in het begin wat onwennig of zenuwachtig, en in dat beeld past wel dat de zangeres veelvuldig naar de fles grijpt, maar wellicht helpt dit haar ook gewoon om haar gutturaal-raspende vocalen voort te brengen, die overigens prima in orde zijn. Licht jammer is wel dat de versterking een aantal keren wegvalt, maar die zweem van kneuterigheid geeft dit houtje-touwtje-concert met een bijzonder woest meppende drummer ook wel weer een zekere charme.

Turia

Dankzij een goed geïnformeerde medebezoeker weten we dat Caspar Brötzmann, de zoon van de gisteren optredende blazerbaas Peter, aan het einde van de set van Sumac een riedeltje zal meespelen, dus hebben we nog een extra reden om de band rond bezig bijtje Aaron Turner op ons ‘to-watch’-lijstje te zetten. Wanneer we Het Patronaat uitlopen, blijkt het buiten zowaar te hagelen – hagel op Roadburn, dat is echt iets nieuws. Gelukkig hoeven we alleen maar de Veemarkstraat over te steken om weer in 013 te komen en ons naar de grote zaal te begeven, waarvoor zowaar, waarschijnlijk mede vanwege de weersomstandigheden, een zekere rij staat – ook al een novum. Ondanks deze kleine onvoorziene tegenslag weten we toch redelijk vlot het balkon te bereiken, vanwaar we inderdaad al snel Caspar op het podium zien verschijnen, om nu eens met een basgitaar een extra dimensie toe te voegen aan het logge, dwingende sludgegeluid van de band.

Na dit feest van dissonantie en feedback is het weer tijd voor iets swingenders, zoals het bij vlagen bijna luchtige, behoorlijk dansbare blackmetalgeluid van Laster, dat we met een gerust hart één der origineelste loten aan de jonge blackmetalboom van eigen bodem mogen noemen.Voor ons herbergt hun geluid verder geen verrassingen meer, maar op de vele nieuwkomers zal hun versie van de duistere kunsten zeker een aangenaam en verfrissend effect hebben gehad. Het knorren der maag overstemt vervolgens elke denkbare muzikale wens, en wanneer dit geluid tot zwijgen is gebracht treffen we voor Het Patronaat een rij voor Terzij de Horde, dat reeds aan zijn show begonnen is.

Orchestra Of Constant Distress

Dan nemen we maar een kijkje bij het Orchestra Of Constant Distress, dat ons zuiver vanwege de herkenbare naam intrigeert. Achteraf zien we dat Glerakur wellicht ook een goede optie was geweest (dat is echt een aanrader, om na zo’n dag eens te kijken naar alle shows die er geweest zijn, en dan spijt te hebben van je keuzes – zoiets heerlijks), maar daar staat tegenover dat we dan de indrukwekkende moves van de gitarist van dit minimalistische angstorkestje hadden moeten missen, en dat was ook best jammer geweest. De repetitief voortdreunende ritmische klankgolven, die worden gelardeerd met doordringende, schurende pieptonen, kunnen inderdaad heel goed doorgaan voor een muzikale verbeelding van voortdurende stress, waarop je, zoals het eerdergenoemde bandlid ons toont, toch ook nog prima kunt dansen.

Dodecahedron

Sommige dingen verdragen echter geen ironie, en om de aan het begin al genoemde reden mag het concert van Dodecahedron met recht zwaarbeladen worden genoemd, zowel voor een groot deel van de bezoekers als voor de band. De nieuwe frontman William, de enige waarvan het gezicht niet schuilgaat achter een kap, is zichtbaar aangeslagen, zozeer dat we ons even afvragen of het optreden uiteindelijk wel doorgang zal vinden. Wanneer men dan toch begint, en de wijsvinger van één der bandleden de lucht in gaat bij wijze van eerbetoon, kan alle opgekropte emotie zich op en voor het podium ontladen. De klanken van Dodecahedron lenen zich bij uitstek voor het uitleven van gevoelens van onmacht, verdriet en woede, en zeker de vocalist zet hier iets neer dat zonder deze intense droefheid nooit zo krachtig was overgekomen. Een beter optreden heeft dit Dodecahedron niet gegeven en zal het ook niet meer geven. R.I.P. Michiel Eikenaar.

Dodecahedron/William van der Voort

Het slot van het concert van Sleep heeft ons in de huidige gemoedstoestand niets te brengen, dus gaan we maar even buiten zitten om te wachten op de start van Maalstroom. Deze samenwerking tussen bandleden van zeer uiteenlopende acts vergast ons op een aantal samengeweven composities, die als rode draad een verhaal over de overgang van platteland naar stad en de daarmee gepaard gaande aanpassingsproblemen hebben – een gegeven kortom dat direct uit het alledaagse leven van veel van de contribuanten is genomen, opvallend ver verwijderd van de metafysische of kosmische thema’s die in dit genre meer gebruikelijk zijn, althans op het eerste gezicht. Origineel, en voor de wat oudere bezoeker ook wel enigszins vertederend. Goed, deze leidraad biedt natuurlijk genoeg aanknopingspunten voor een duistere compositie, uitgaande van luidende dorpskerkklokken en meer donker rurale klanken, die langzaam overgaan in de ziedende chaos van de grote stad.

Maalstroom

Het geheel kent verschillende, vrij op zichzelf staande onderdelen, die telkens een ander aspect van de overgang belichten – eerst het dreigende, intimiderende van de grote stad, later ook het ambigue plezier en tenslotte zelfs de verstilling die een grote stad bij nacht soms kan bieden; dat stuk doet bijna ambient-achtig aan, en laat ons wel wat denken aan een plaat als ‘Perdition City’ van Ulver. Als we aan het einde weer de klokken horen luiden, maar dan van een duidelijk groter uitgevallen kerk, is de cirkel rond – ook in de stad zijn goden, of is ruimte voor spiritualiteit, of wat u er verder maar bij denken wil (ook in de stad, met al haar afleiding, ontkom je niet aan de dood, bijvoorbeeld). Uit de aard der zaak was dit een samenvloeiing van zeer heterogene elementen, maar een bijzondere ervaring was het zeker, en het is ook duidelijk dat de samenstellende leden hier behoorlijk wat tijd in gestoken hebben. Zo kunnen we hoopvol gestemd over de nieuwe generatie de thuisreis aanvaarden.

Maalstroom