Mono interview Mono interview

Alles voor en na Populism

, Tekst: Sander Grem Foto's: Daniel Baggerman,

Mono interview

Alles voor en na Populism

Tekst: Sander Grem Foto's: Daniel Baggerman, ,

Mono komt, na tien jaar, met het popalbum Populism. In 2004 verscheen No Can Dance; een postpunkplaat. ’n Gesprek met Bart Hoevenaars, singer/songwriter, gitarist en toetsenist van Mono, over onder andere het hoe en waarom van de genreverandering. 18 maart presenteert Mono hun cd Populism in Rotown.

Alles voor en na Populism

Mono bestaat dit jaar tien jaar en komt na de postpunkplaat No Can Dance uit 2004 nu met het album Populism. Bart 'Mono' Hoevenaars: "Al snel na No Can Dance wist ik dat ik een echte poplaat wilde maken. Het kon me niet schelen of het live allemaal wel kon." Bart Hoevenaars over Brian Wilson, Paul McCartney, en Jerry Cantrell in de zoektocht naar het ideale popliedje. "Waarom is iets nou mooi?" Drie jongens, tweede klas middelbare school, willen in een band spelen die klinkt als Nirvana. Dat niemand een noot kan spelen, maakt niet uit. Bart: "Het was mijn keuze om een band te beginnen. Dus daarom ben ik gitaar gaan spelen. Dat ging heel automatisch Dat was ook met Menno Bouma en Max Maas. We oefenden in een ruimte op het Heemraadsplein, elke zondagochtend. Na een aantal omzwervingen, zijn we vrij snel naar Via Ritmo, het oude Waterfront, gegaan." "Na Nirvana zijn we van alles gaan ontdekken. De hele Amerikaanse underground. The Jesus Lizard heb ik nog in De Vlerk gezien. Fugazi, Sonic Youth, Alice in Chains, al die postpunk en alles wat daarmee te maken heeft." "No Can Dance was de live set die we toen speelden. Er staan nummers op die we al vijf jaar speelden. En ook wel nummers die een jaar voor het verschijnen van No Can Dance ontstonden." "No Can Dance is een hele rare plaat geweest qua opnemen, want die hebben we in twee periodes opgenomen. Acht van die nummers waren toen redelijk klaar, zelfs afgemixt en toen had ik er eigenlijk ook geen zin meer in. Ik was het wel een beetje zat allemaal. Maar ja, die plaat moest er toch wel komen. Want ik wilde het toch afsluiten om verder te gaan. En het werd ook tijd dat er iets van ons uitkwam, we hadden alleen nog maar de 7" Right Time uit 2002, maar een single levert niet zoveel aandacht op. Daar kun je niet zoveel mee." 3VOOR12 Rotterdam: " Wist je toen al wat je met de volgende plaat wilde doen?" "Ja, vrij snel daarna had ik al een idee, namelijk meer een popplaat maken. En ook echt een album schrijven en het dan pas opnemen. Niet eerst nadenken of het live wel kan. Want dat was bij No Can Dance heel erg het idee, eigenlijk was er geen idee, maar omdat Menno Bakker zo werkte, gewoon een band opnemen zoals ze klinken. De Steve Albini manier. Dat vond ik toen al af en toe frustrerend. Ik wilde eigenlijk veel meer. Als ik een orgel wil gebruiken, dat wil ik dat er gewoon bovenop doen. Als we daar acht mensen voor nodig hebben, dat zien we later wel hoe we dat live doen." "Mijn muzikale ontwikkeling is in die periode wel teruggegaan in de tijd. En heel veel popdingen gingen me raken. Harmoniën, melodiën, het echte popliedje. Meer dan alleen maar de energie van een band. Of de punk of 'in your face' stijl." "Ik kreeg veel meer interesse in hoe liedjes in elkaar zitten. Waarom is iets nou mooi? Ik wilde dat meer gaan begrijpen en daar meer aandacht aan besteden." "Het was een openbaring voor me toen ik ontdekte dat The Beach Boys helemaal niet alleen over die surfliedjes ging. Dat is misschien een tiende van wat ze hebben gedaan. Niet alleen Brian Wilson, maar ook Carl Wilson en Dennis Wilson hebben echt bizar mooie popliedjes geschreven. En The Beatles. Ik heb Paul McCartney's oeuvre doorgespit, bizarre melodiën. Dat je in drie minuten zoveel kan zeggen op zo'n simpele manier. Van daaruit komen steeds meer dingen. Op dezelfde manier als waar ik vanuit Nirvana allerlei dingen ontdekte. Todd Rundgren, Billy Joel, hoe dat in elkaar steekt. Dat is echt vakmanschap. Het is toch heel anders dan die rauwe energie. Wat ook nog steeds heel tof is. Als je ons live nu ziet, zit dat er ook nog steeds heel erg in. Dat vind ik ook nog steeds heel belangrijk." "Alice in Chains is ook een voorbeeld van een band die binnen een harde stijl speelt, maar wel heel melodieus. Jerry Cantrell schrijft ook popliedjes in een hele dikke laag modder. Wat het tof maakt. Net als bij Nirvana eigenlijk. Ik had altijd al dat dàt me het meeste aansprak. Zelfs bij een band als Sonic Youth. Die hele uitgesponnen dingen, vond ik meestal het minst interessant." "Muzikaal kan Populism helemaal uiteenlopen, maar als gevoel is het een geheel. Het zijn ook heel persoonlijke teksten. Toen ik het aan het maken was, wilde ik dat het een 'songs in the key of love' plaat zou worden. Vrij naar 'songs in the key of life' van Stevie Wonder. Maar dan over een liefde die begint en kapot gaat en weer opnieuw begint. Een plaat over de liefde, maar dan wel helemaal vanuit mijn beleving, zonder het zo persoonlijk te maken dat het letterlijk over mij gaat." "Smile is een nummer dat een hele direkte tekst heeft. Dat vind ik ook het moeilijkste nummer om naar te luisteren. Dat nummer lag er al heel lang. Ik had, denk ik, niet de kwaliteiten als songschrijver om dat af te maken. Het is ook zo breekbaar. Als het net niet goed is, kan het tenenkrommend worden." "Smile is qua structuur gebaseerd op Imagine van John Lennon en Evolution Nr.9 is een knipoog naar Revolution Nr.9. Het is gebaseerd op de songstructuur en akkoordenprogressie van Brian Wilson. Bij dat nummer ben ik eerst naar Brian Wilson gaan luisteren en toen ben ik dat gaan schrijven. Voor de rest zijn het nummers die gewoon zijn ontstaan." "Als een nummer een bepaalde sfeer had, hebben we het die ook gegeven, in plaats van er allemaal Mono nummers van te maken. En ik denk dat het daardoor uiteindelijk meer een geheel is geworden, juist door de variatie. Zoals het verhaal waar de plaat over moest gaan, ook een heleboel verschillende kanten heeft." "Het laatste liedje noemde ik op mijn laptop al 'chanson'. Zo'n sfeer had het voor mij. Toen ik een dichtregel van Rimbaud las, paste dat perfect, een tekst van de romantische dichter." "Max heeft twee teksten op dit album geschreven. Flood the Sea en Point of no Return. De laatste mailde die me toen hij in Berlijn zat, en de volgdende dag mailde ik hem dat liedje. Hij zat net in een relatiecrisis en had daardoor genoeg inspiratie. Dat waren weer twee liedjes." Inmiddels is Mono een viertal geworden. Bart's broer Jos werd gevraagd om gitaar in de band te spelen. Bart speelt live gitaar en toetsen. "Je moet ook iemand vinden die erbij past en onze grappen in de oefenruimte kan begrijpen. We zitten al tien jaar bij elkaar. Het is heel moeilijk om er dan als buitenstaander in te passen. Bovendien hielp hij ons ook weer over een dood punt heen. Als je zolang bij elkaar bent, ontstaan er ook negatieve manieren van communiceren. Het voelt nu echt weer net zo fris als voor No Can Dance." Te zien: Zondag 18 maart a.s. in Rotown (cd presentatie)

nu op 3voor12