Op 18 maart brengen we onze stem uit voor de gemeenteraadsverkiezingen. In Den Haag draait het om thema’s zoals betaalbaar wonen, veiligheid en het verkeer. Wij zoomen in op de Haagse popscene. Hoe zien Haagse politieke partijen de toekomst van Popstad Den Haag? Dit keer is het woord aan Stijn van Hilten van het CDA. Op 12 maart staat hij op het podium tijdens het Haags Popdebat.

Een van de speerpunten van Stijn van Hilten is: “meer muziek in de stad en gevarieerd cultuuraanbod”. Het staat zelfs op de flyer van de kandidaat van het CDA. Geen wonder dus dat zijn partij hem afvaardigt naar het Haags Popdebat. De 24-jarige Van Hilten staat op plaats 6 van de kieslijst, wat hem bij de meest recente peilingen nog geen zetel oplevert. Toch heeft hij goede hoop. “Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen scoorden we ook een stuk hoger dan de peilingen.”

De vraag wat zijn favoriete Haagse nummer is, zag Van Hilten al aankomen. Hij heeft zich dan ook goed ingeluisterd, waarna hij uitkwam bij ‘Dirty Love’ van Legowelt. “Het is een hele chille track met een beetje een ruw karakter en dat doet me denken aan Den Haag. Ik woon zelf met heel veel plezier in de Schilderswijk en daar kan het soms ook wat grimy zijn. Maar het is ook de eerste wijk waar ik eten van mijn buurvrouw krijg.”

Van Hilten geeft toe dat de focus van het CDA in de afgelopen jaren niet specifiek bij popmuziek lag, maar vooral bij cultuureducatie en cultuurparticipatie. “Dus vooral cultuur zo toegankelijk mogelijk maken voor jongeren en zorgen voor een divers aanbod zodat je in alle levensfasen en uit alle hoeken betrokken raakt bij cultuur.” Voor de komende periode wil de partij ervoor zorgen dat Den Haag popstad nummer één blijft, “waarbij we natuurlijk wel rekening houden met geluidsoverlast en dat soort dingen.”

De stellingen

Om een serieuze popstad te zijn, moet de helft van het cultuurbudget naar popmuziek gaan
“Het CDA wil een breed, divers en gevarieerd cultuuraanbod”, zegt Van Hilten. De helft van het cultuurbudget naar popmuziek vindt hij dan ook “extreem”. De kandidaat wil vooral dat het geld dat voor cultuur is bestemd daar daadwerkelijk terechtkomt in plaats van bij randzaken. “Dus bij het organiseren van leuke evenementen en dat soort dingen.” Hij pleit dan ook niet voor meer geld naar popmuziek, maar voor een betere besteding ervan. “Ik denk vooral dat je het hele netwerk van cultuurmaatschappelijke instellingen moet versterken, en dat popmuziek daarop meelift.”

Festivals en poppodia met financiering van de gemeente moeten vernieuwend kunnen programmeren, ook als dat minder bezoekers trekt
“Mijn hart zegt automatisch ja omdat ik echt van leuke, nieuwe initiatieven hou”, zegt Van Hilten. Maar tegelijkertijd moet volgens hem ook worden gekeken naar hoe die festivals en podia zichzelf kunnen bedruipen. “Waar liggen de krachten van organisaties als stichting Aight of de Grey Space in the Middle, en hoe kunnen ze bezoekers trekken zodat ze ook wat zelfstandig verdienvermogen hebben?”

Ook vindt hij niet dat elke organisatie iets spannends of nieuws moet doen. “Voor subsidie moet dat dus geen criterium zijn.” Tegelijkertijd is het volgens hem belangrijk om te kijken hoe er een gevarieerd en divers cultuuraanbod is.

Dat kan bijvoorbeeld door te kijken naar de Makersregeling. “Dat is een subsidiepotje van maximaal 9000 euro per aanvraag, maar dat is nu first come, first serve.” Anders gezegd: op het moment dat de inschrijving opengaat, drukken handige makers op enter, en een paar minuten later is het budget op. Dat moet anders kunnen, bijvoorbeeld met andere criteria die vernieuwing stimuleren. “Maar je moet ook versterken wat er al is, dus dat is een lastige balans.”

“Ik denk vooral dat je het hele netwerk van cultuurmaatschappelijke instellingen moet versterken, en dat popmuziek daarop meelift.”

Culturele subsidies komen nu te vaak terecht bij dezelfde instellingen en makers
Voor deze stelling verwijst Van Hilten terug naar wat hij hiervoor zei. “Het is niet erg om te koesteren wat je al hebt, maar je moet er tegelijk voor zorgen dat nieuwe spelers een eerlijke kans hebben.” Dat wil niet zeggen dat de gemeente enorm moet gaan investeren in compleet nieuwe dingen, vindt Van Hilten.

 Zo merkt hij op dat er in Den Haag van alles gebeurt op jazzgebied, maar dat je voor house en techno vooral in Rotterdam moet zijn. “De vraag is dan: moeten wij daar ook om bekend staan, en mijn antwoord is dan: nee. We moeten goede mobiliteit hebben van en naar Rotterdam zodat je onze studenten die daar gaan feesten veilig heen en terug krijgt.”

Gemeente moet alles op alles zetten om de huidige functie van het Popradargebouw te behouden
Nee, zegt Van Hilten daarop, maar met een belangrijk voorbehoud. Hij verwijst naar een motie van zijn partij die eerder dit jaar is aangenomen waarvoor de situatie rond Popradar mede de aanleiding was. “Het bleek dat 52% van hun budget niet gaat naar systeemtaken of de culturele functie, maar dat dit wordt uitgegeven aan het beheer van het gebouw, en zaken als ICT en de administratie”, was de constatering.

Het lijkt waarschijnlijk dat meer culturele instellingen dit hebben, dus ontstond het idee van een gemeenschappelijke beheerorganisatie die dit soort taken overneemt. De instellingen die daar gebruik van maken, kunnen zich vervolgens vooral bezighouden met hun culturele kerntaken. Naar zo’n organisatie wordt nu onderzoek gedaan, en dat wil Van Hilten afwachten. “We willen kijken wat uitvoerbaar en realistisch is, en naar aanleiding van het onderzoek evalueren.” En als blijkt dat er een betere oplossing is dan het behouden van het Popradargebouw, dan is dat wat het is.

De gemeente moet leegstaand vastgoed actiever inzetten voor popcultuur
Wat betreft leegstand ligt de focus van het CDA vooral op het realiseren van snelle, tijdelijke woningen in combinatie met voldoende voorzieningen. “Er staat in ons programma niet expliciet iets over muziek, maar ik kan me voorstellen dat zoiets in het vaarwater wordt meegenomen. Niet alle plekken zijn geschikt voor woningen.”

Artiesten die optreden met gemeentelijke subsidie (ook via systeeminstellingen) moeten altijd eerlijk betaald worden (fair pay)
“Mijn mening daarover is dat de verantwoordelijkheid daarvoor bij de organisaties moet liggen. En het is natuurlijk ook de vraag aan artiesten zelf of ze ergens willen optreden. Daar moet de gemeente zich niet in mengen.”

De nacht in Den Haag is inclusief, divers, toegankelijk en veilig
“Ik dat we daarvoor voornamelijk naar de gemeenschappen moeten luisteren”, zegt Van Hilten hierover. Zelf is hij een man van 1,93 meter die zich ook ’s nachts veilig voelt, maar om zich heen hoort hij signalen dat dit niet voor iedereen geldt. “CDA Den Haag wil zich dus meer inzetten voor veiligheid voor het nachtleven, zowel voor de LGBTQIA+-gemeenschap, voor jongeren, voor studenten, voor vrouwen, voor iedereen.”

Om dat voor elkaar te krijgen, moet er een veiligheidsregisseur komen. “Die gaat samen met een burgerpanel met vrouwen en LGBTQIA+-personen kijken welke plekken in de openbare ruimte met voorrang moeten worden aangepakt om veiliger te worden, te beginnen met onze stations en fietsbruggen.” Daarnaast zijn nog andere maatregelen mogelijk, zoals cameratoezicht en veiliger en verlichte fietsverbindingen tussen buitenwijken en het centrum. “En we gaan kijken naar een netwerk van haltebuddy’s en fietsmaatjes die mensen kunnen helpen met veilig thuiskomen.”

Naar de Nachtburgemeester wordt geluisterd
“Dat denk ik wel, maar of met alles wat die zegt wat gedaan wordt, dat weet ik niet”, antwoordt Van Hilten. Op de vraag of hij weet wie nu de nachtburgemeester van Den Haag is, moet hij ontkennend antwoorden. “Maar hopelijk, als je dit over een jaar of twee aan mij vraagt, zeg ik ja, uiteraard.”

Maak deze zin af: Op mijn eerste dag als raadslid met cultuur in mijn portefeuille….
“…zet ik me in voor meer muziek in de stad, in samenwerking met Popradar, stichting Aight, het conservatorium en meer van dat soort instellingen.” De CDA-kandidaat noemt Dublin, waar op verschillende plekken in de publieke ruimte stroompunten zijn waar muzikanten licht versterkte muziek kunnen spelen. Dat zou in Den Haag ook moeten kunnen. “Ik geloof heilig dat muziek verbroedert. En als iemand op een terrasje zit en er wordt wat livemuziek gespeeld, dan past dat bij het straatbeeld van een levendige, bruisende stad, en dat wil ik versterken.”

Stijn van Hilten

Op donderdag 12 maart organiseren PAARD, Popradar en 3voor12 Den Haag het Haags Popdebat. In PAARD gaan vertegenwoordigers van verschillende politieke partijen met elkaar in gesprek over alles wat de Haagse muziekliefhebber raakt.

Onder leiding van debatleider Michiel Breedveld gaan kandidaat-raadsleden op basis van scherpe stellingen met elkaar in debat. Natuurlijk is er ook ruimte voor vragen uit het publiek.

In aanloop naar dit debat spreekt 3voor12 Den Haag alle deelnemers die hieraan willen meewerken. Voor het debat zelf zijn alle politieke partijen die in Den Haag meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen uitgenodigd. Niet alle partijen hebben gereageerd.

Toegang voor het debat is gratis, maar je moet wel even een ticket claimen via deze website.