Steven Charlot vindt zijn balans in zoetgevooisde indie-r&b

Amsterdamse producer/singer-songwriter brengt fijngevoelige tweede EP uit

  • Malou Miedema

Heb je nog een muzikale tip nodig? Zoek niet verder: de tweede EP van Steven Charlot klinkt als een gespreid bedje. We stellen je voor aan de Amsterdamse producer/singer-sonwriter.

Oh oh, luister naar een liedje als Steven Charlot’s ‘Sunday Morning’, en je gaat als vanzelf een beetje zweven op de wolkjes die hij opblaast met zijn kopstem. ‘Dat hoge, dat vind ik heel mooi,’ zegt Steven Geraerts (zijn echte naam) erover. ‘Zes jaar geleden luisterde ik heel veel naar Nick Murphy van Chet Faker, daarna naar Jordan Rakei en Jeff Buckley. Zij hebben allebei dat hoge, veel gebruik van kopstem. Maar ik ben altijd op zoek geweest naar mijn eigen stem: hoe gebruik ik die? Dat is de kunst. Zelf geef ik ook zangles, ik denk dat ik er daardoor extra mee bezig ben.’

Vandaag verschijnt zijn tweede EP Society’s Face Pt. II, een vervolg op de EP waarmee hij met de Popronde meespeelde. Zijn signatuur: zoetgevooisde indie-r&b en neo-soul, soms funky, dan weer dromerig of toch zwoel, maar altijd met met een soort fijngevoeligheid. ‘Ik ben best laat begonnen met muziek maken: ik speelde altijd en stond niet op het podium met mijn eigen muziek. Ik ben mijn moeder verloren op mijn achttiende, toen ben ik in een vluchtreactie gaan studeren. Op een gegeven moment vroeg mijn stiefmoeder: wat mis je het meest aan haar? Nou, dat ik altijd met vragen kon komen en ze een rationeel antwoord had. Ik worstelde met de vraag of muziek mijn pad was. Blijkbaar hadden mijn stiefmoeder en zij een gesprek gehad voor het overlijden: als ik ooit op een kruispunt tussen hoofd en hart stond, moest ik áltijd voor mijn hart kiezen. Dat was het bloeimoment: ik ga dit doen, en heb nooit meer teruggekeken. En hoe dieper ik bij mezelf kom, hoe beter ik die emotie in de muziek kan leggen.’

Op deze EP vindt hij zijn balans. ‘Ik heb ooit gelezen over een Zwitserse psycholoog, Carl Jung. Hij schreef dat je los van het innerlijke kind ook een innerlijke man en vrouw hebt, animus en anima. De eerste staat voor intuïtie en verbinding, de andere voor focus en daadkracht. Allebei hebben aandacht nodig om in balans te zijn. Zo schreef ik de vorige EP in een periode dat het niet zo goed met me ging, in deze bleek achteraf veel meer zelfliefde te zitten. Het is lichter dan het eerste project, de andere zijde van dezelfde medaille.’

Op de EP hoor je ook zijn muzikale smaakpalet: zo staat er een smaakvolle Outkastcover op, en hoor je ook bossa novaritmes op de plaat. ‘Hele tijdloze muziek vind ik dat.’ Oh, en ‘Sunday Morning’ is een ode aan neo-soulgrondlegger D’Angelo, aan die funk-maar-niet-funk-grooves die zo perfect in de pocket vallen.  ‘Ik werk samen met een goeie vriend, Luuk van der Vlist. Toen we op Vlieland aan het schrijven waren luisterden we non-stop naar Black Messiah.  Wat ik heel cool vind: je kunt honderden sporen maken, mensen hun breinen kietelen met allerlei verschillende sounds, maar zij deden dat niet: een paar sporen, pure muzikaliteit en simpliciteit. En toch is het ingewikkeld! Heel smaakvol. Dat vind ik belangrijk: dat je er over tien, twintig jaar kunt luisteren, en dat het nog steeds relevant voelt.’

Op 1 juli speelt Steven Charlot in de bovenzaal van Paradiso.

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.

cookie-instellingen aanpassen
Society's Face pt. II