Trainspotting: de cultfilm die ook een popmuziek-monument werd Trainspotting: de cultfilm die ook een popmuziek-monument werd

Gaat het T2 ook lukken?

, Atze de Vrieze

Afgelopen donderdag ging ie in premiere: T2 Trainspotting. De opvolger van de populaire Engelse cultfilm liet maar liefst 21 jaar op zich wachten, ondanks dat – of natuurlijk juist doordat – het een film is die uitgroeide tot misschien wel DE film van een generatie. Niet alleen de film, ook de soundtrack werd een monument van de jaren negentig.

Zo ging het vaak: er was een feestje, en je had het over Trainspotting. Pulp Fiction of Trainspotting, dat waren de films waar het altijd over ging. Die laatste was een film over vier doelloze Schotse twintigers - drie junkies en een zuiplap - die op hun eigen manier mijmeren over hun doelen in het leven. Of over het doelbewust omzeilen van het hebben van een doel. ‘Choose life’, improviseren ze losjes op de anti-drugs campagneslogan van eind jaren tachtig. ‘Choose a job. Choose a career. Choose a family. Choose a fucking big television, choose washing machines, cars, compact disc players and electrical tin openers. Choose good health, low cholesterol, and dental insurance.’ De lijst wordt langer en langer en steeds cynischer, tot hoofdpersoon Mark Renton verklaart: ‘I chose not to choose life. I chose something else. And the reasons? There are no reasons. Who needs reasons when there’s heroin?’

Een beetje Trainspotting-kijker kende die passage natuurlijk helemaal uit zijn hoofd. ‘Wij’ waren per slot van rekening zelf 16, 17, en in allerlei vormen bezig met diezelfde vragen. En als iemand dan opmerkte dat-ie de film nog nooit gezien had, maakte je meteen een afspraak voor volgende week vrijdag. Zak chips erbij, VHS erin en nog een keer Mark Renton op de vlucht voor die winkelbeveiligers die hij zojuist besloten heeft, op de magische muziek van Iggy Pop’s Lust For Life. Nog een keer Renton die te veel heroïne gebruikt heeft en met Lou Reed’s Perfect Day als soundtrack met tapijt en al door de grond zakt. Want ja, het was onmogelijk Trainspotting te bekijken zonder het over de muziek te hebben.

Trainspotting is de film van Lust For Life, maar het is vooral ook de doorbraak van Underworld. Ja, ze hadden al wat succes, maar het ontplofte pas echt toen Danny Boyle een 12 inch uit de winkel plukte die perfect paste onder zijn slotscène. Underworld-frontman Karl Hyde zag het in eerste instantie helemaal niet zitten. Zijn groep bestond op dat moment al een stel thirty-somethings dat het in de jaren tachtig geprobeerd had in talloze bandjes. Met drugs hadden ze niets. Een groot drinker was Karl Hyde wel, zo bezingt ie in Born Slippy: ‘Lager lager, mega mega white thing!’ Maar Hyde zag een stukje en viel als een blok voor de film. Hij zag natuurlijk meteen dat de film niet echt draait om heroïne, maar meer om vriendschap en om wat je maakt van je leven. De house en technowereld was ook helemaal geen heroïnescene. En zo zit het ook niet in de film. De opwindende, ontploffende UK rave-scene dient juist als tegenwicht aan de geïsoleerde, egocentrische heroïnewereld. House draaide om drank en xtc, het was juist extreem sociaal. Hoe dan ook: Trainspotting was voor veel liefhebbers van britpop het moment dat het kwartje viel, en waardoor Underworld die ene act werd die omarmd werd door het alternatieve rockpubliek. 

In andere muziekscenes was heroïne veel gewoner. In de grunge natuurlijk, waar al meerdere pophelden eraan ten onder gingen, met twee jaar voor Trainspotting de grote Kurt Cobain als grootste voorbeeld. Maar ook een aantal acts op de soundtrack van de film had er mee te maken. Al wisten we dat soms pas veel later. Neem Blur bijvoorbeeld, te horen op de aftiteling van de film. In die tijd wisten we niets van Damon Albarns heroïnegebruik. Toen het nummer Beetlebum in Engeland op nummer 1 stond, had eigenlijk niemand door dat het over de beruchte bruine drug ging. Damon Albarn had het eigenlijk via zijn vriendin Justine Frischmann, een van de grootste gevallen helden van de britpop.

De soundtracks van Trainspotting

Trainspotting - Original Soundtrack
1. Iggy Pop - Lust For Life
2. Brian Eno - Deep Blue Day
3. Primal Scream - Transporting
4. Sleeper - Atomic
5. New Order - Temptation (1987 version)
6. Iggy Pop - Nightclubbing
7. Blur - Sing
8. Lou Reed - Perfect Day
9. Pulp - Mile End
10. Bedrock - For What You Dream Of
11. Elastica - 2:1
12. Leftfield - A Final Hit
13. Underworld - Born Slippy (NUXX)
14. Damon Albarn - Closet Romantic
 

T2 Trainspotting - Original Soundtrack
1. Iggy Pop - Lust for Life (The Prodigy Remix)
2. High Contrast - Shotgun Mouthwash 
3. Wolf Alice - Silk 
4. Young Fathers - Get Up
5. Frankie Goes To Hollywood - Relax 
6. Underworld - Eventually But (Spud’s Letter to Gail) [feat. Ewen Bremner] 
7. Young Fathers - Only God Knows
8. The Rubberbandits - Dad’s Best Friend
9. Blondie - Dreaming
10. Queen - Radio Ga Ga
11. Run DMC vs Jason Nevins - It’s Like That 
12. The Clash - (White Man) in Hammersmith Palais
13. Young Fathers - Rain Or Shine
14. Fat White Family - Whitest Boy On the Beach 
15. Underworld - Slow Slippy
 

Die Justine Frischmann was een fantastisch mooie vrouw met nogal een geschiedenis in de scene, want ze was eerst het vriendinnetje van Bret Anderson van Suede, zat ook in die band, maar ze begon liever een eigen groep: Elastica, drie vrouwen en een man. Ze zijn ver weg gezakt in de collectieve herinnering, maar hun debuutalbum was ongelofelijk succesvol in die tijd, en dat voor een toch behoorlijk punk-achtige plaat. Dankzij de smack duurde het veel te lang voor de opvolger van hun debuut uitkwam, het momentum was allang voorbij. Hun beste liedje heet 2:1 en het krijgt in de film Trainspotting een nog uitgebreider rol dan Born Slippy en Lust For Life. Het wordt namelijk in zijn geheel gespeeld, 2:31 lang, in de fish & chips-scène. Nog een andere Britpop-classic leverde een track aan de soundtrack: Mile End, een liedje over junks in een kraakpand dat speciaal geschreven lijkt voor de film, behalve dan dat het over een wijk in Londen gaat.

Er waren critici die vonden dat Trainspotting het junkbestaan teveel ophemelde, omdat de karakters veel te sympathiek waren. Was dat nou echt zo? Ja, de karakters in de film waren supersterk, en de junks in de film waren zelfs een stuk sympathieker dan de agressieve zuiplap Begbie, maar er was uiteindelijk toch weinig twijfel over mogelijk: het bestaan als heroïneverslaafde was niets om trots op te zijn. Anders dan in de seventies en eighties werd heroïne in de nineties in toenemende mate gezien als een losersdrug, en dat beeld versterkt Trainspotting alleen maar. Je gebruikt het niet recreatief, maar om een groot probleem in je leven op te lossen. De befaamde baby-scène, de afkickpassage, en natuurlijk het verhaal van vriend Tommy, het sloot naadloos aan bij de tragische situatie die je ook hier in Nederland op straat zag. Bijvoorbeeld in Hoog Catharijne, een broeinest van heroinejunks. Andere Tijden maakte er onlangs een interessante aflevering over.

Dat de muziek zo’n prominente rol speelde in de film is niet zo raar, ook niet dat de film zo aansprak bij de typische muzieknerd. Zowel het boek als de film barsten namelijk sowieso van de typisch jongensachtige feitjesdrift. Volgens regisseur ging de film dan ook niet alleen over opgroeien, maar ook over ‘mannelijkheid’ in al zijn verschijningsvormen. Over machogedrag en zelfs pure agressie, over de ongemakkelijke omgang tussen mannen en vrouwen, en dus ook over die dingen die mannen doen: nutteloze feitjes onthouden. De Trainspotters hebben - heroïnegebruik of niet - nog altijd oog voor de mooiste doelpunter aller tijden. Renton vergelijkt op een gegeven moment zelfs het euforische gevoel van een shot met een beroemd doelpunt uit de Schotse voetbalgeschiedenis, van Archie Gemmill tegen het grote Oranje. En Sick Boy, die heeft een obsessie voor James Bond-films. Leuk weetje: acteur Johnny Lee Miller, die Sick Boy speelt, is in werkelijkheid de zoon van Bernard Lee, de man die in talloze Bond-klassiekers de rol van M vertolkte. 007 zat hem in het bloed. 

Door naar 2017, 21 jaar na de eerste film. Voor mij als 36-jarige ligt het origineel vastgeklonken in de formatieve fase van volwassen smaak, die ergens tussen je vijftiende en je twintigste ligt. Dingen die in die periode gebeuren, hebben de grootste kans om later ‘nostaligsche’ gevoelens aan te wakkeren. En daar lijkt regisseur Danny Boyle zich maar al te goed van bewust. Hij heeft zelfs extra lang gewacht om dat gevoel nog wat aan te sterken. Het boek dat ten grondslag ligt aan deze film ligt er per slot van rekening al meer dan tien jaar. Het heet geen Trainspotting 2 of T2, maar Porno, een verwijzing naar de schemerige zaakjes waar Sick Boy tegenwoordig zijn geld mee verdient met zijn Bulgaarse vriendinnetje. 

Danny Boyle wilde het dus nog wat langer laten rijpen, omdat hij precies dat onderwerp thema van zijn film laat zijn: nostalgie. Danny Boyle zegt er zelf over: 'We probeerden het tien jaar geleden, maar het lukte niet, onder andere omdat de jongens nog te veel op zichzelf leken.' En Johnny Lee Miller - Sickboy - zegt: 'Een doodnormale sequel was saai geweest, als het alleen draait om wraak. De enige manier waarop we het interessant konden maken, is er complete levens tussen te zetten.' Of nog beter, in de woorden van Danny Boyle: 'Trainspotting gaat over hoe je als je jong bent geen fuck om dingen geeft, bovenal niet om de tijd. Maar in T2 draait het om: het is de tijd die geen fuck om jou geeft.' Het Choose Life van 1996 wordt omgezet in een terugblik: wat heb je nu eigenlijk gedaan met je leven? Twintig jaar nadat-ie er vandoor ging met 16.000 pond uit een drugsdeal gaat Mark Renton dan ook terug om oude banden aan te halen. Als een toerist in zijn eigen jeugd, aldus Sick Boy. En ja, er is nogal wat herkenbaar. De cast is compleet, inclusief klungel Spud, agressieveling Begbie en de onbetrouwbare straatvechter Sick Boy. Maar ook gangster Mikey Forrester is nog steeds in business, en zelfs de vader van Mark Renton keert terug. 

En ze knipogen nogal wat naar je. Zo'n beetje alles wat je onthouden hebt uit de oorspronkelijke film flitst langs. Soms heel obvious, soms in subtiele shots. Treinen ja, toiletpotten ook. Natuurlijk zitten die knipogen ook in de muziek. Ik bedoel: hoe lang heb je precies nodig om Iggy's Lust For Life te herkennen? Vijf seconden? Twee? Een fractie? Ja, je hoort ook een piano-versie van 'Perfect Day', je hoort een uitgeklede 'Born Slippy' en je hoort een remix van 'Lust For Life' door The Prodigy, die overigens de boeken in kan als de lelijkste remix ooit. Maar echt, niet te doen. Een beter gevoel heeft de soundtrack voor indie, met een mooie Wolf Alice-track en de wild boys van nu: Fat White Family. Meest opvallende nieuwe act is Young Fathers, een groep die in Nederland bijna niemand kent maar die een paar jaar geleden zomaar de Mercury Prize won en die met maar liefst drie nummers in de film te horen is. Of deze nieuwe soundtrack net zo’n impact gaat hebben als die van het origineel? Ongetwijfeld niet. Dat finger­spitzen­gefühl is kennelijk twee decennia later niet meer zo makkelijk op te brengen.

Hoe dan ook, de sequel die er waarschijnlijk nooit zou komen is er toch. En iedereen die twintig jaar geleden minstens drie keer die Trainspotting tape in de videorecorder stopte, iedereen voor wie Born Slippy al twintig jaar te boek staat als een onwrikbare klassieker, gaat straks uit de bioscoop naar huis met de vraag: wat heb IK nou eigenlijk gedaan met mijn leven de afgelopen twintig jaar? Met je baan, je familie, je elektrische blikopener, je tandartsverzekering en je fucking grote televisie.

Stories

nu op 3voor12