Dutch Design Week: Rufus Wainwright over de visuele kant van zijn werk Dutch Design Week: Rufus Wainwright over de visuele kant van zijn werk

De jurken van Callas, ridder in glanzend harnas, kerstposter met kindertekeningen

, Atze de Vrieze

Dutch Design Week: Rufus Wainwright over de visuele kant van zijn werk

De jurken van Callas, ridder in glanzend harnas, kerstposter met kindertekeningen

Atze de Vrieze ,

Voor het eerst kent de Dutch Design Week dit jaar ook een muziekprogramma, dat 25 oktober in Muziekgebouw Frits Philips wordt afgesloten door Rufus Wainwright. Een goede gelegenheid om de esthetisch zeer uitgesproken zanger eens te vragen naar de visuele kant van zijn werk.

Rufus Wainwright gaat door het leven als de kroonprins van de popmuziek. Hij is de zoon van zanger Loudon Wainwright III en zangeres Kate McGarrigle, en ook zijn zus Martha is een succesvol artiest. Hij is homoseksueel, maar hij heeft ook een dochter met blauw bloed, met de dochter van Leonard Cohen. Maar meest van alles dankt hij zijn koninklijke aura aan de extravagante designs van alles wat hij doet. Hij poseerde als ridder op een van zijn albums, liet zich vastleggen achter de fabuleuze Steinway piano, werd muzikale hofleverancier van Viktor & Rolf en speelt het liefst in zalen die het predikaat ‘koninklijk’ verdienen.
 
Met enige moeite heeft Rufus Wainwright zich los kunnen rukken van zijn belangrijkste taak van de dag: het ontwerpen van de poster voor het Wainwright kerstconcert. Het is een traditie die Rufus nieuw leven ingeblazen heeft nadat in 2010 zijn moeder overleed. Een kerstshow, het is in feite precies wat je mag verwachten van een artiest als hij, altijd bezig met het herinterpreteren van onwrikbare tradities. Teruggrijpen, maar wel met een prikkelende vrijheid. ‘Matisse zei eens: de ultieme kunst is als kinderen tekenen. Ik ben gek op wat mijn dochter en mijn neefjes tekenen. De poster wordt dit jaar een gezamenlijk werk: ik heb sterren gemaakt, en de figuurtjes die daaruit dwarrelen, zijn door de kinderen getekend.’
 
Vanavond speelt Wainwright niet in zo’n statige opera-zaal, maar in een veredelde bar om de hoek. Om de boodschappen te kunnen betalen, grapt hij. ‘Voor mij persoonlijk maakt het niet eens zoveel verschil of ik nu in een bar of een concertzaal speel’, zegt Wainwright. ‘Het grootste deel van de tijd zing ik toch met mijn ogen dicht, mijn manier om de mensen mee te zuigen in mijn performance. Maar er zijn altijd momenten dat een zaal als de Royal Albert Hall of Olympia het overneemt, dat je even de geest voelt van het gebouw. Carré in Amsterdam is ook een prachtige zaal die dat kan, ik heb er een paar keer gespeeld. In mijn favoriete zaal in Amsterdam heb ik nog nooit opgetreden, het Concertgebouw.’
 
De voorliefde voor die zalen is natuurlijk niet alleen esthetisch. In zijn tienerjaren ontwikkelde Rufus Wainwright een grote voorliefde (of zoals ie het zelf noemt: obsessie) voor klassieke muziek. Meer speciaal: de prima donna. ‘De muziek, maar alles er omheen sprak me aan. Het ligt diep verankerd in mijn psyche.’ Wainwright maakte een opera genaamd Prima Donna, die in 2009 in premiere ging en dit jaar als cd-uitgave verscheen. ‘Voor mij persoonlijk was Prima Donna een groot succes, ondanks dat er ook mensen in de klassieke wereld waren die het belachelijk vonden dat ik een romantische opera schreef. Natuurlijk vind ik het belangrijk om in de klassieke wereld gerespecteerd te worden, ik wil immers dat mijn werk beklijft. Ik weet ook dat van geen enkele grote operaschrijver het eerste stuk het best was. Momenteel werk ik aan een werk over de Romeinse keizer Hadrianus. In 2018 moet het af zijn. Als het goed is heb ik mezelf dan verbeterd.’
 
Prima Donna is een regelrechte ode aan de opera-diva, en voor een film bij het stuk leende Wainwright tien authentieke jurken van de grote operazangeres Maria Callas. ‘Die jurken zijn nationaal erfgoed’, vertelt hij, ‘Je kunt ze alleen huren als je ook de twee assistenten kunt betalen die de jurken begeleiden. Het waren twee oudere Italiaanse dames. Prachtige karakters, alsof ze zo uit een Fellini film gestapt waren. Ergens tijdens die shoot maakte ik een foto van hoofdrolspeler Cindy Sherman in de witte jurk van La Somnambula. Die gaf ik aan een goede vriendin van me die kunstschilder is, Delia Brown. Haar interpretatie werd de hoes van Prima Donna.’
 
Veel van zijn eerdere hoezen ontwierp Wainwright zelf, en het toont ook hoe hij het beeld van de prinselijke artiest zelf stuurde. Kijk bijvoorbeeld naar de cover van Poses, zijn tweede plaat. Die is nog wit, met in het midden een tamelijk eenvoudige zwart-wit-foto van de zanger. Totaal anders dan de barokke opvolgers Want One en Want Two, waarop hij oogt alsof ie alles kan. ‘Poses is voor mij een enorm belangrijk album,’ zegt Wainwright, ‘Ik wilde koste wat kost tonen dat ik visie en talent had, dat ik het kon. De focus lag heel sterk op de muziek, al zitten er in het binnenwerk van die hoes wel wat interessante design-aspecten. Ik denk dat ik in mijn opzet geslaagd ben, er zijn veel mensen die het mijn beste werk vinden.’
 
‘Want One en Want Two vielen samen met de meest dramatische periode in mijn leven. Ik moest alle zeilen bijzetten om geen slachtoffer van de industrie te worden. Ik worstelde met drugs, ik dronk te veel, ik maakte mezelf helemaal gek. Juist daarom beeldde ik mezelf af als een ridder in een glanzend harnas. Mijn leven was een sprookje, maar niet in de mooie zin, meer als Doornroosje tussen de giftige doorns. Het is ook niet makkelijk om die hoezen terug te zien, het brengt herinneringen terug. Tegelijk was het simpelweg een periode die heel veel mensen doorgaan als ze jong zijn. Hoe mooi je ook bent, in de spiegel zie je een lelijk persoon. Als ik mezelf nu terug zie op foto’s denk ik: wat een prachtige jonge man was ik eigenlijk, waarom haatte ik mezelf zo?’
 
Inmiddels is Wainwright 42, is hij getrouwd en een volwassen dandy. Een paar jaar terug werd hij uitgeroepen tot officieel gezicht van de legendarische Steinway piano’s, en dat staat hem goed. ‘Een van de meest trotse momenten in mijn leven was de dag dat het bedrijf Steinway verkocht werd, en mijn foto in de krant stond. Het mooie aan die piano’s vind ik: hun design is functioneel. Of ze nou door Karl Lagerfeld ontworpen of knalrood zijn, dat maakt niet zoveel uit, ze moeten groot en indrukwekkend zijn omdat de akoestiek dat van ze vraagt. Precies de juiste balans.’ Hij lacht en zegt: ‘Precies zoals mijn kerstposters.’

nu op 3voor12