Solo en mr. a balladeer: two men, one interview Solo en mr. a balladeer: two men, one interview

Flamman: “Luister niet naar mij, luister naar Case Mayfield”

, Tekst: Niels Spinhoven / Foto's: Tim van Veen

Solo en mr. a balladeer: two men, one interview

Flamman: “Luister niet naar mij, luister naar Case Mayfield”

Tekst: Niels Spinhoven / Foto's: Tim van Veen ,

Michiel Flamman en Marinus de Goederen: twee songwriters met een vergelijkbaar verhaal. Flamman kende successen met het duo Solo. De Goederen kreeg landelijke bekendheid met a balladeer. En beiden zetten een bewuste stap weg van deze bands. Aangekomen op een kruispunt van hun beider carrièrepaden, nemen ze een moment om gezamenlijk terug te kijken op de weg die achter hen ligt. De voorstelling waarin dat verhaal wordt verteld, heet dan ook Two Men, One Story. 3voor12/Utrecht spreekt beiden vlak voor de generale repetitie voor hun eerste voorstelling in het Luxor in Arnhem.

Bijzonder aan deze repetitie is dat het ook de eerste live-repetitie wordt. Flamman woont sinds mei 2011 in Berlijn. De eerdere repetities vonden daarom vooral plaats via Skype, wat ondanks een kleine vertraging best goed ging, besluiten ze tot hun eigen verbazing. We zitten op het zonnige terras van het Utrechtse Café West aan de groene thee. De heren hebben er al een korte autorit opzitten en zetten het in de auto al gestarte gesprek voort. Flamman, verstopt achter een zorgvuldig gecultiveerde puntbaard en een grote Ray-Ban, praat energiek en geanimeerd, terwijl De Goederen van onder zijn baseballcap kalm luistert en op de door Flamman afgevuurde meningen reageert.

Het verloop van de meest recente jaren van de muzikale carrière van Michiel Flamman is ronduit grillig. In november 2008 verscheen Solo’s laatste album Before We Part, dat ook de breuk met toetsenist Simon Gitsels inluidde. Flamman speelde vervolgens enkele optredens in zijn eentje, daarbij nieuw werk aankondigend. Hij herhaalde de belofte in september 2010 in EKKO, terwijl hij een set speelde met vrijwel uitsluitend nieuw materiaal. Materiaal dat tot op de dag van vandaag nog niet is uitgebracht. In 2011 verlaat Flamman Utrecht om zich te vestigen in Berlijn. 

Je zou kunnen concluderen dat hij na Solo verwikkeld is geraakt in een zoektocht en dat het einde daarvan nog niet in zicht is. Flamman bevestigt dat beeld: “Solo begon als een project waarin ik de liedjes kon gebruiken die niet bij Perkin (Flammans toenmalige band, red.) pasten. Simon en ik namen de liedjes van Solo-debuut Songs ’n Sounds in zeven dagen op. Daar zat niet het idee van het maken van een album achter. Dat kwam pas toen Minco Eggersman (At The Close Of Everyday) een selectie en een sequence van de liedjes voorstelde. Het succes van Songs ‘n Sounds kwam ook voor ons onverwacht. We waren opeens Solo en maakten luisterliedjes met piano en akoestische gitaar. Dat realiseerde ik me steeds meer toen we Before We Part maakten. Het voelde steeds meer alsof ik bezig was met het nadoen van Solo. Het wrong en schuurde niet meer, de urgentie was weg. Ik ging twijfelen en die twijfel zorgde ervoor dat Simon stopte. Hoewel ik nog steeds van mening ben dat Before We Part onze beste plaat is.”

Ook Marinus de Goederen trapte bij zijn zeer succesvolle band a balladeer na Where Are You Bambi Woods?, hun tweede album uit 2008, op de rem. In de periode tussen 2004 en 2008 groeide a balladeer ongekend snel uit tot een band met landelijke bekendheid, in navolging van de door 3FM omarmde single ‘Swim With Sam’. De verdiende aandacht bracht de band een grote fanschare en optredens in een uitverkochte Melkweg en op Lowlands.

De Goederen: “Als je bij een grote platenmaatschappij zit, zoals bij a balladeer het geval was, speelt er zoveel mee bij het maken van een album. De investeringen zijn groot en daarmee ook de belangen. Op enig moment bemoeiden zoveel mensen zich met de band, dat ik mijn liefde voor het maken van muziek kwijtraakte. Ik besloot daarom om in 2010 het album Sorry, Kid in eigen beheer uit te brengen onder de naam mr. a balladeer. Ik wilde weer compromisloos te werk gaan. Ik ben erg trots op die plaat.

Op de vraag of het project Solo definitief ten einde is, antwoordt Flamman ontkennend noch bevestigend. “I don’t know. Tussen 2008 en nu is er een periode van een half jaar geweest dat ik mijn gitaar nauwelijks heb aangeraakt. Maar ik heb er ooit voor gekozen om muzikant te zijn en ik ben er inmiddels wel achter dat het een onderdeel van mezelf is waar ik niet aan ontsnap. Hoe moeilijk dat soms ook is. Ik heb nog veel materiaal liggen, waarvan ik niet weet of ik, en zo ja, wat ik ermee ga doen. Ook niet of ik dat doe onder de naam Solo. Ik zit in een veranderproces en heb besloten het eindresultaat pas naar buiten te brengen als dat er ligt. De beweging die ik maak is van hoofd naar hart, van liedjes naar rock, van verhaal naar sfeer en energie.”

Hij legt een blauwe cassettetape op tafel van A Tunnel To Oslo, waarop onder andere het resultaat van een productieve driedaagse opnamesessie te horen is die Flamman arrangeerde met Marinus de Goederen, Matthijs Kievit en Pim van der Werken. Flamman: “Het zijn donkere en ruwe schetsen die veelal spontaan zijn ontstaan. Ik werd geïnspireerd door Joshua Tillman. Hij brengt nu werk uit onder de naam Father John Misty, dus onder een pseudoniem waar geen verwachtingen of kaders aan kleven. Dat idee vond ik erg bevrijdend. Dat bracht me ertoe deze zeven outtakes op deze manier en op kleine schaal naar buiten te brengen.”

Flamman’s vertrek naar Berlijn beschrijft hij als een vlucht. “Nederland is verschrikkelijk af, aangeharkt en bezig met zichzelf. Ik moest weg uit dat kleine milieu en uit het geleuter in de waan van de dag. Berlijn is voor mij een soort bubbel om me daaraan te onttrekken. De stad is zeer vluchtig en structuur ontbreekt. Mensen komen energie halen en vertrekken weer. Er is een bruisend uitgaansleven, maar bijvoorbeeld geen bandjesscene. Berlijn wringt en heeft nog veel scherpe randjes. Net als goede popmuziek moet zijn. Dat moet ook wringen, het moet gevaarlijk zijn, niet enkel entertainment. De entertainmentindustrie heeft de popmuziek van zijn angel ontdaan. Kijk naar The Voice Of Holland. Dat gaat nooit om de muziek, dat is enkel het vehikel. Mensen houden van het format, niet van de artiesten of van de songs. Kan iemand zich Iris Kroes nog herinneren?" De Goederen: "Lenny Kravitz zou in de show optreden, maar moest playbacken om de kosten te drukken. Hoeveel gaat het dan nog om de muziek?”.

De Goederen en Flamman delen de pessimistische mening dat popmuziek de culturele voortrekkersrol heeft verloren. De Goederen: “Misschien heeft internet die rol wel overgenomen. Trends, meningen en ontwikkelingen gaan zo snel; als vandaag ergens iets opmerkelijks wordt gemaakt of gezegd, duikt iedereen er morgen bovenop om het overmorgen alweer vergeten te zijn.”

Er wordt even nagedacht over de vraag welke actuele bands of artiesten van nu hen nog wel inspireren. Flamman: “Ik luister momenteel erg veel Coil, maar dat is van midden jaren ’80. Ik vind Bart Constant erg goed. Zijn liedjes zijn vreemd en lijken langzaam op gang te komen, maar hebben een ongelofelijke drive.“ Beiden noemen ook Case Mayfield. De Goederen: “Hij is erg uitgesproken, zegt alles wat hij wil en doet er ook iets mee.” Flamman: “Case Mayfield is eigenlijk hoe ik zou willen zijn. Hart op de tong, altijd. Zet dat maar boven het stuk. Luister niet naar mij. Ik ben oud nieuws. Luister naar Case Mayfield.”

Te zien: Two Men, One Story, vrijdag 18 mei 2012 @ EKKO, Utrecht

nu op 3voor12