Taxidermist houdt ruimte voor tragiek Taxidermist houdt ruimte voor tragiek

Eerbetoon aan kleine zaal van Doornroosje

, Joeri Pisart

Taxidermist houdt ruimte voor tragiek

Eerbetoon aan kleine zaal van Doornroosje

Joeri Pisart ,

Aanstaande vrijdag presenteert het Nijmeegse Taxidermist haar nieuwe plaat Desert Calm in de kleine zaal van Doornroosje. Enige jaren hebben de heren gesleuteld aan het resultaat, eindelijk zijn ze daarmee klaar voor het grote publiek. Kwetsbaar en krachtig tegelijkertijd, zo vertellen ze. “Eigenlijk klinken we hard en zielig.”

6 oktober 2012, bijna anderhalf jaar geleden inmiddels. In een afgeragd pand, diep in Nijmegen West, ben ik aanwezig bij opnames voor het nieuwe album van Taxidermist. Eigenlijk zou de kleine studio aldaar worden gebruikt. In plaats daarvan wordt toch gekozen voor een gigantische fabrieksruimte. Naast een overdaad aan waterschade en stof biedt de locatie ook een fenomenale galm. Als volleerd dirigenten gebaren producers en opnametechnici Xavier Teerling en Nick van den Eertwegh in de rondte. De kwantiteit aan ideeën die ze hebben, lijken soms inspirerend, maar soms ook tergend voor de muzikanten. Delen van het repertoire worden immers omgegooid, dat gaat gepaard met enige frustraties. Desondanks is de sfeer bij vlagen magisch. In een week tijd moeten voldoende liedjes op band staan om een korte cd uit te brengen. Er rijst verbazing als januari 2013 gitarist Jan van Tiel aangeeft dat de plannen zijn gewijzigd. De nummers zullen afzonderlijk van elkaar online worden uitgebracht. Althans, zo lijkt het. In maart 2014 spreek ik de band weer. Met twaalf nummers gedrukt op vinyl is het eindproduct een feit, dat 4 april aanstaande wordt gepresenteerd. Met gepaste trots praat het viertal over haar nieuwe wapenfeit.
 
Was het maken van Desert Calm een lijdensweg?
Bijna verontwaardigd declameert bassist Wouter: “Nee man!”
Stijn, leadzanger en gitarist: “We waren wel lang ontevreden, maar het was zeker geen lijdensweg.”
Jan: “Van Nick hoorden we dat de eerste opnames een 7 waard waren, maar dat het een 9 kon worden. Het zou zonde zijn om het zo de deur uit te doen. Daar sloten we ons bij aan.”
Wouter: “Na twee jaar opnames op drie verschillende locaties hadden we uiteindelijk een vergaarbak van geluiden, waardoor we bijna niet meer hoorden wat noodzaak was. Dan mag je dingen wegflikkeren en dat is heerlijk.”
Stijn kijkt grijnzend rond: “Ik durf het best te verklappen aan mijn bandgenoten, maar ik heb de plaat iedere dag geluisterd sinds hij af is om te checken of ik er nog steeds achter sta. Dat is nog steeds het geval, het is echt een goede plaat.”
 
Wat kenmerkt jullie geluid?
Wouter: “Laatst zei iemand: jullie spelen hard en zielig. Dat vonden we allemaal wel een mooie beschrijving van onze muziek. Men kan zich er perfect in verliezen.”
Stijn spreekt het alsnog tegen: “Als je oppervlakkig luistert klopt dat. Voor mensen die gitaren met distortion hard vinden, is het inderdaad hard. Het zielige komt tot uiting in de stukken rustige muziek over pijn. De rode draad in de teksten is eigenlijk vooral hard, niet pathethisch. Het past bij David Lynch. Of bij Bowling For Columbine en Elephant, films over jongens die het recht in eigen handen nemen en uiteindelijk kiezen voor de meest rampzalige optie. Mijn leven is meer niveau burgertrut, maar de lyrics komen alsnog uit een donkere uithoek van mijn fantasie. Ik droom dergelijke dingen en dan zijn het eigenlijk geen nachtmerries. Op mijn vijftiende, toen ik zwolg in Nirvana vroeg mijn vader: ‘Is het leven dan zo kut?’ Whatever. Dat is de invalshoek en interpretatie van anderen, niet die van mij. Ik hoor er nog steeds optimisme in.” 
 
Waarin is dat optimisme dan alsnog terug te vinden?
Stijn: “De rode draad van de plaat is eigenlijk een bepaalde Desert Calm. Je rijdt door de woestijn. Aanvankelijk optimistisch, totdat het water op is terwijl de zon op je bol schijnt. Je komt bij een meer met de naam Mono Lake [JP: het zesde en laatste nummer op de eerste kant van het vinyl]. Het is alleen maar zout water, dus je gaat dood als je ervan drinkt. Uiteindelijk raak je door deze samenloop van omstandigheden in een staat van delirium.”
Na enkele gezamenlijke pogingen om een positieve noot te vinden in de muziek, rust er een twijfelende stilte. Het enthousiasme van de band is helder maar correspondeert eigenlijk niet met de thematiek die ze tekstueel aansnijden, zo beseffen ze ogenschijnlijk. Teun: “Misschien zit die vrolijkheid meer in ons. Als we spelen, zijn we bijna altijd gelukkig. Soms kan ik me er wel over verbazen, black-metal bands die bij interviews vrolijke bierboeren blijken te zijn. In zekere zin zijn we niet heel anders dan zij.”
 
Waarom presenteren jullie de langspeler in de kleine zaal van Doornroosje?
Wouter: “De laatste opnames, die we helemaal zelfstandig hebben gedaan en het beste onze essentie vangen, hebben daar plaatsgevonden. Ik weet niet wat het is, maar die zaal klinkt prachtig.”
Teun, drummer: “Het heeft voordelen dat Wouter daar als producent werkt. We gooiden de kroeg open, konden een weekend doorwerken en hadden met niemand gezeik.”
Wouter: “Het is heel jammer dat die zaal verdwijnt. We willen graag de presentatie vormgeven zoals de opnames en met ons concert een laatste eerbetoon leveren aan die plek.”
 
Het programma op 4 april is nogal gevarieerd: het start met proza van Gerjon Gijsbers op muziek van Gerben Elburg en eindigt met acid house. Wachten liefhebbers van Taxidermist daar wel op?
Wouter: “Als je er een andere rockband bij zet, is het vooral veel van hetzelfde. Je wordt bovendien met elkaar vergeleken. Dat draait  vaak voor een van de bands uit op een teleurstelling. Uiteindelijk moet het een goed feest zijn. En ik weet niet of je ooit eerder de teksten van Gerjon Gijsbers hebt gelezen, maar die zijn ook hard en zielig.”
Teun: “Aan het einde brengt Minotaur Electronics remixen van onze plaat en draaien Freek Fabricius en Reza Athar dansbare muziek. Dan zijn alle ooms en tantes naar huis, kunnen de stoelen en banken aan de kant en wordt er gedanst tot het einde van de nacht.”
 
 
Taxidermist + Gerjon Gijsbers en Gerben Elburg & Afterparty met: Freek Fabricius + Reza Athar + M.E. (Minotaur Electronics)
Vrijdag 4 april - Doornroosje
Open: 20:30 uur
Start: 21:15 uur
 

nu op 3voor12