Festivalverslag Nirwana Tuinfeest 2014: de zaterdag Festivalverslag Nirwana Tuinfeest 2014: de zaterdag

Met recensies over shows van onder andere Dotan, Mozes and the Firstborn, De Staat en Band Of Skulls

, Tekst: Patric Muris en Thijs Portz / Fotografie: Brendy Wijdeven en Patric Muris

Festivalverslag Nirwana Tuinfeest 2014: de zaterdag

Met recensies over shows van onder andere Dotan, Mozes and the Firstborn, De Staat en Band Of Skulls

Tekst: Patric Muris en Thijs Portz / Fotografie: Brendy Wijdeven en Patric Muris ,

Na de zwaar op gitaren leunende vrijdag, gaat Nirwana op de wederom uitverkochte zaterdag verder met een iets gevarieerder programma. Hoewel rock nog steeds de boventoon voert, is er met acts als Chef'Special en Dotan ook plaats voor een wat luchtiger geluid. Met een aantal Nederlandse topacts op het affiche, zou er naast de dreigende regen zomaar iets heel moois in de lucht kunnen hangen vandaag.

An Illusion

Het is een goede gewoonte van Nirwana om een veelbelovende lokale band het grote podium te laten openen. Niet altijd een even dankbare taak, maar voor een beginnende band een uitgelezen kans om zich in de kijker te spelen. Vandaag valt het piepjonge, Lieropse An Illusion die eer te beurt.
Afgaande op het lege festivalterrein lijkt het erop dat de vrijdag de nodige slachtoffers heeft gemaakt. Als het dan na een minuut of tien ook nog begint te regenen, speelt An Illusion letterlijk voor een handjevol mensen.

De band laat zich echter van zijn beste kant zien en speelt een half uur rock die duidelijk geënt is op de oude meesters, maar nu gedragen wordt door de indrukwekkende muzikaliteit van zanger en gitarist Davey Steevens. Die staat onbewogen, verveeld bijna, op het podium maar strooit met knappe gitaarsolo’s en laat zich ook vocaal niet onbetuigd. Hoewel er nog flink wat werk, vooral op het gebied van podiumpresentatie en spelplezier, aan de winkel is voor dit jonge viertal, laat An Illusion zien dat het veel in huis heeft en dat een plek op het podium van Nirwana meer dan verdiend is. (TP)
 

Dotan

Hij benoemt het niet alleen, maar vraagt het publiek ook maar meteen om wat flexibel te zijn. Of om tot rust te komen tijdens zijn show; Dotan staat geprogrammeerd tussen twee rockbands en zorgt daarmee voor een groot contrast. Dat dikt hij nog eens wat aan door een soortgelijke set te spelen als op singer-songwriter-festival Naked Song, eind juni in het Muziekgebouw. Ter verduidelijking: dat is een indoor festival waar artiesten gevraagd worden hun muziek uit te kleden en zo intiem mogelijk te brengen. Nirwana wil het juist volledig aangekleed, met alles uit de kast. Daar lijkt Dotan zich niets van aan te trekken. Hij heeft natuurlijk die monsterhit die het op ieder festival goed zal doen op zak en laat bij de opening van zijn show maar meteen even horen dat hij die heeft meegenomen. Een tactisch geplaatst zoethoudertje. Na ‘Home II’ blijft hij doorgaan in de semi-versterkte modus. Het optreden mist iedere vaart en begint past wat te swingen als ‘Fall’ wordt ingezet en de gitaarsnaren eens echt aangeslagen worden. ‘Stolen Dance’, de goed uitgekozen cover van Milky Chance – een muzikale allemansvriend wordt mooi gebracht, maar op een veel te laag tempo. Het dancekarakter is verruild voor kamermuziek, maar toch vindt het publiek nog een manier om erop te dansen.
 

Dotan blijft de gehele set de angel er hardhandig uit halen. De set die op Naked Song nog zo goed paste, slaat hier, om begrijpelijke redenen, regelmatig de plank mis. Wellicht is het dat de sympathieke zanger zijn vraag beantwoord ziet en het publiek zo vroeg op de dag nog alle geduld kan opbrengen, meer waarschijnlijker is het dat afsluiter ‘Home’ voor velen het wachten waard is geweest. Eindelijk komt de bekende subtiele bombastiek met volle samenzang en stevige slagen op de extra floortom dan tot uiting. De fluwelen handschoentjes zijn afgedaan en een ware festivalact richt zich op. De band ziet dat het nummer zijn verwachte werking heeft, maar kan nog niet alle schroom van zich af gooien. De blikken gaan wat angstig rond en ieder lachje verdwijnt snel weer in een ernstig grimas waardoor moeilijk vast te stellen is of de band het een beetje naar zijn zin heeft. Van het publiek kan dat gerust met enige zekerheid gezegd worden. (PM)

Mozes and the Firstborn

Dat Mozes and the Firstborn in Lierop, Nederland op het podium staat, mag een klein wonder heten. De Verenigde Staten lopen namelijk weg met Eindhovens Trots en als het zo doorgaat, krijgt de band binnenkort een green card waarna we ze niet meer terugzien. Zo ver is het gelukkig nog niet. De opnames voor de tweede plaat vinden gewoon in Nederland plaats en zanger Melle Dielesen geeft aan dat het fijn is weer een keer in Brabant te spelen.

Mozes and the Firstborn is een hitmachine. Dat zou je op basis van de uitstraling van de band niet verwachten, maar de nummers, die op het kruispunt van garage en grunge liggen, zijn stuk voor stuk ijzersterk. Het grootste bewijs daarvoor is misschien wel dat het geweldige ‘Burn, Burn, Burn’, dat vandaag een van de hoogtepunten vormt, niet op het debuutalbum verscheen, maar slechts als B-kantje van ‘I Got Skills’ uitgegeven werd. Maar ook de nummers van het vorig jaar verschenen, titelloze album liegen er niet om. ‘Bloodsucker’, ‘Seasons’ en ‘Gimme Some’; ze komen allemaal voorbij en worden hard, strak en zuiver gebracht.

De band wordt daarbij geholpen door het goede geluid in Lierop en ook het onstuimige weer geeft het optreden extra lading. Mozes and the Firstborn is, hoe kan het ook anders, feilloos op elkaar ingespeeld en werkt zich moeiteloos door de setlist heen. Helaas slaat het enthousiasme op het podium niet over op het tamme publiek, maar daar laat Mozes and the Firstborn zich niet door ontmoedigen. Het laat de haren wapperen, de gitaren piepen en knarsen en zorgt voor een vroeg hoogtepunt op de zaterdag. (TP)
 

White Cowbell Oklahoma

Plat. Een ander woord is er niet voor het Canadese White Cowbell Oklahoma. Zes cowboyhoeden, een cowbell, nummers over vagina’s, veel testosteron en de geijkte grootspraak over alcohol- en wietconsumptie; je moet er van houden. De toegevoegde waarde van de band moet komen van de cowbell uit de bandnaam. Deze wordt in Lierop niet al te bekwaam bespeeld door ‘Mr. Chicken Bill’, een vriend van de band. Gedurende het hele optreden loopt hij met zijn cowbell over het podium, waarbij hij het voor elkaar krijgt zijn aanslag telkens tegelijk met de snaredrum te laten vallen. Uiteraard met het gevolg dat zijn noeste arbeid niet te horen is. Gelukkig weet Mr. Bill het instrument nog wel te gebruiken om er bier mee het publiek in te slingeren.

Zonder cowbell blijft White Oklahoma over. Dat brengt onvervalste bluesy rock-n’-roll, voorzien van ontelbare solo’s en lange jams, waarin het de grotere thema’s des levens bezingt. Hoewel niet slecht gespeeld, duren de nummers zonder uitzondering veel te lang en maakt de gimmick rond de band het moeilijk de muziek op waarde te schatten. Positieve uitzondering vormt de langharige gitarist die één nummer lang de kans krijgt zijn vocale capaciteiten te etaleren. Dat doet hij met verve: hij steekt zowaar Bruce Dickinson van Iron Maiden naar de kroon en kan bovendien ook nog jodelen. Het is helaas het enige memorabele moment in een set van een uur. (TP)
 

Chef'Special

Waar de spelvreugde bij Dotan ver te zoeken was, spat het plezier er bij Chef’Special er gedurende het hele optreden van af. Wat een swingende, vrolijke en funky mix weten zij op energieke wijze te brengen. Waar de band van Dotan behoorlijk anoniem was, heeft bij Chef’Special iedereen wel de nodige flair. Een ieder vervult zijn rol met overgave, met de zanger voorop in de strijd. Dat Chef’Special niet voor een gat te vangen is, mag inmiddels wel bekend zijn, maar voor wie nog twijfelde komt in ‘Peculiar’ de bevestiging: reggae, pop, afrofunk en hiphop zijn genoteerd. De cross-over zit nauwkeurig in elkaar, maar de band weet evengoed te verrassen; met een gitaarsolo, een meeschreeuwende drummer en zelfs drum ‘n’ bass. De beat in ‘Carnivore’ is ronduit explosief, maar de echte uitbarsting is er wanneer Macklemore & Ryan Lewis’ ‘Cant Hold Us’ erin wordt gegooid. Het is oppassen geblazen voor zwaaiende armen nu. 
 

De zanger vroeg, in zijn voortdurend gebruikte Nederlands-Engelse slang, of Lierop wil bouncen zoals het nog nooit heeft gebouncet. En dat is precies wat het nu doet. Chef’Special is een festivalact bij uitstek: het heeft een aanstekelijke zomerse set, energieke – en zeer bekwame – muzikanten, hits en de verbroederingsfactor. Iemand met een Bert Visscher-shirt staat te springen naast iemand met een Alter Bridge-shirt terwijl er een met een Peter Pan Speedrock-shirt rustig naast staat. En dan moet het live altijd weer aangrijpende ‘In Your Arms’, een van de beste popliedjes van Nederlandse makelij in de laatste jaren, nog komen. Daar wordt natuurlijk mee afgesloten, wat ervoor zorgt dat de feeststemming eigenhandig weer de nek om wordt gedraaid. En daarmee laat Chef’Special de festivalweide achter zoals die is aangetroffen: veilig en rustig. (PM)

De Staat

Aan De Staat de moeilijke taak om het feest dat Chef’Special wist aan te wakkeren een passend vervolg te geven. Het muzikale contrast tussen beide bands is groot en de kans dat Lierop net zo hard gaat op de grilligheid van de Nijmegenaren lijkt op voorhand vrij klein. En hoewel een uitgelaten menigte inderdaad uitblijft, doet De Staat alles goed. Vanaf de overrompelende opener ‘Ah, I See’ van het in 2011 verschenen ‘Machinery’ tot aan de keiharde afsluiter ‘Witch Doctor’ zorgt de band ervoor dat je ogen en oren tekort komt en, belangrijker nog, weet het de spanningsboog een uur lang vast te houden.

Want als De Staat op het podium staat, gebeurt er iets. Het samenspel en de afwisseling in zang tussen Torre Florim, toestenist Rocco Hueting en bassist Jop van Summeren en de complete gekte in de nummers zorgen voor een muzikale beleving die vandaag nog niet vertoond is. De Staat speelt als een geflipte metronoom. De hoekige, bijna militante drums van Tim van Delft zorgen voor het strakke fundament waarop de band de ene na de andere bizarre vondst neerlegt. Niet zelden lijkt een nummer totaal te ontsporen waarna het toch allemaal weer ‘goedkomt’ en doorswingt. Want als De Staat een ding doet, is het dat: monumentaal swingen. (TP)
 

Band Of Skulls

Met inmiddels drie, zij het steeds wat aan impact afnemende, albums en een paar aardige hits is Band Of Skulls nog steeds een goeie band voor het festivalseizoen. De grote festivals worden dit jaar in Nederland overgeslagen, maar voor de kleinere zoals Paaspop en Nirwana Tuinfeest is het dan ook meteen een smaakmaker. Ook in Lierop, dat goed reageert op de set ondanks dat die wordt begonnen met drie nieuwe nummers. De verdeling is echter goed, want vrij snel daarna wordt ‘I Know What I Am’ ingezet en die hit heeft ook Lierop bereikt: er wordt meegezongen en zowaar voorzichtig wat gesprongen en geduwd. Het tot dan toe vrij tamme publiek lijkt nu wat te willen ontketenen. Het dwingt de zanger-gitarist van de band ertoe het publiek vaderlijk toe te spreken ‘aardig voor elkaar te zijn’. Een storm in een glas water, want de sfeer is gemoedelijk en Lierop heeft wel zin in deze rock-‘n-roll, zoals de band zijn geluid noemt als het publiek wordt toegesproken. 

Van alle albums komen wel wat nummers voorbij, met ‘I Guess I Know You Fairly Well’ en afsluiter ‘Death By Diamonds And Pearls’ als enkele hoogtepunten. De nummers van het laatste album, ‘Himalayan’, bieden meer ruimte voor de afzonderlijke zang van de gitarist en bassist. Die pakt in de late avond op Nirwana erg goed uit, mede doordat het geluid perfect staat afgesteld om de stilistische rock van de band goed over te laten brengen. Het blijft een fijne band om aan het werk te zien, dat Band Of Skulls. Lierop reageert er ook goed op, maar als de Toy Dolls hun eerste feestnummer inzetten, is meteen duidelijk waar het hartje van ze werkelijk sneller van gaat kloppen. (PM)

The Toy Dolls

White Cowbell Oklahoma is niet de enige gimmick die vandaag het podium in Lierop bestijgt. Ook het Britse The Toy Dolls moet het voor een groot deel hebben van zijn imago. De oerpunkers, opgericht in 1979, zijn nog steeds ‘lekker gek’ en weigeren volwassen te worden. Slimme zet van de organisatie om het trio als headliner te programmeren. Want met het nodige bier achter de kiezen, is de aanstekelijke drie-akkoorden-punk van The Toy Dolls de ideale soundtrack. 

De band krijgt vijf kwartier de tijd en speelt daarin – we zijn al snel de tel kwijtgeraakt – een nummer of dertig. Of veertig. Hoe het ook zij, het optreden van The Toy Dolls werkt; ze stoppen persoonlijk het ‘feest’ in het Nirwana Tuinfeest. Hoewel de mannen toch al redelijk op leeftijd zijn, stuiteren ze als een stel jonge honden over het podium en volharden in hun synchrone loopjes, dansjes en andere trucs. In de schier eindeloze stroom aan nummers vormt ‘Nellie The Elephant’ uiteraard het hoogtepunt. Wat er gezongen wordt is niet belangrijk, maar iedereen kent de melodie en kan nog net zijn of haar armen omhoog steken. Muzikaal gezien niet het beste wat we vandaag voorgeschoteld kregen, wel de geijkte band om in Lierop het licht uit te doen. (TP)

Gezien: Nirwana Tuinfeest 2014, de zaterdag, op 16 augustus 2014, in Lierop.

nu op 3voor12