Tussen melancholie en nihilisme: Billy Corgan over Mellon Collie

Smashing Pumpkins klassieker wordt een rockopera… zonder gitaren

  • Atze de Vrieze

Toen Billy Corgan in 1995 met zijn band Smashing Pumpkins het album Mellon Collie And The Infinite Sadness opnam, kon hij natuurlijk ook niet weten dat het de laatste echt grote plaat van de band zou blijken. De Pumpkins waren op de top van hun roem, het album werd een magnum opus met 28 liedjes. In De Doelen in Rotterdam zal het album deze week omgetoverd worden tot een klassiek stuk, een rockopera… zonder gitaren.

Wie Mellon Collie And The Infinite Sadness vaak gehoord heeft (lees: iedere fan van Smashing Pumpkins) kan zich er allicht weinig bij voorstellen. Geen gitaren? Maar hoe moet dat dan met de schurende ‘rage’ in ‘Bullet With Butterfly Wings’? Met razende rocksongs als ‘Jellybelly’ en ‘XYU’? En toch, is het verrassend dat dit gemaakt is? Nee, niet per se. Als je Mellon Collie als rockalbum zou moeten typeren, dan zou de term 'barok' niet gek zijn. Het was een gezamenlijke vriend in Chicago die er bij Billy Corgan op aandrong dat hij eens met The Lyric Opera moest praten. Corgan snapte niet goed waarom een operahuis interesse zou hebben in een rockmuzikant, maar ging evengoed naar het gesprek toe met een plan: geen 'opera goes rock', geen band die meespeelt met een orkest. Nee, andersom! Het operahuis was verrast en meteen verkocht. In dezelfde vergadering werd de deal gesloten.

Alvast een kleine disclaimer: verwacht niet dat je Billy Corgan in De Doelen veel op het podium zult zien. Oh jawel, hij is er zeker zelf bij, en hij zal ook zingen, maar de plaat zal uitgevoerd worden door een volledig orkest, mét operazangers. Voor Corgan zit de winst niet in nostalgie, maar in nieuw publiek. Niet, zoals je verwacht, een nieuw publiek voor Mellon Collie: het gaat hem vooral om jonge mensen die voor het eerst een operahuis binnenstappen. 'Tachtig procent van de mensen die naar de show in Chicago kwamen, was nog nooit in een operahuis geweest', vertelt hij. 'Om die muziek zo gepresenteerd te horen, met liedjes die ze al kenden, was voor hen een enorm krachtige ervaring.'

Het meest intensieve werk lag bij dirigent en arrangeur James Lowe, die de nummers moest herschrijven voor orkest en koor. Corgan bleef intussen nauw betrokken. 'Zo vertaalde hij mijn muzikale ideeën steeds naar zijn beste versie daarvan. En dan bekritiseerden we het weer: dit is te traag, of dit is hier een beetje saai, kan het spannender? Of: ik denk dat je het hier overdrijft, dit voelt niet goed. Zo gingen we heen en weer tot het aardig in de buurt kwam.' Pas bij de repetities met het volledige orkest en koor viel alles op zijn plek. 'Toen ik het voor het eerst zo hoorde, dacht ik alleen: wow, hij heeft dit ongelofelijk goed gedaan.'

Corgan en Lowe kwamen vaak uit bij de muziek van George Gershwin, en dat is geen toeval, al ligt zijn eigen klassieke voorkeur eigenlijk ergens anders. 'Als je tegen mij zou zeggen: kies één persoon, dan zou ik de hele dag naar Bach luisteren', zegt hij. 'Met geen van de grote meesters kun je iets verkeerd doen.' Maar Gershwin is voor hem een ander soort ijkpunt: een ‘popcomponist’ die de oversteek maakte naar het operahuis, met onder meer Porgy and Bess. 'Dat geeft me een soort routekaart voor hoe je dat kunt doen.'

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.

cookie-instellingen aanpassen
Mellon Collie And The Infinite Sadness (Deluxe Edition)

Woede en vervreemding

Terug naar 1995. Mellon Collie was destijds een cruciale plaat. Zo’n album waar iedereen het over had. Twee jaar eerder was Smashing Pumpkins al doorgebroken met Siamese Dream, een kanon van een rockplaat die nog steeds meer dan het beluisteren waard is, met songs als ‘Today’, ‘Cherub Rock’ en ballad ‘Disarm’. Hoewel de band uit Chicago kwam, werd hij voortdurend in één adem genoemd met de grunge uit Seattle. Niet helemaal terecht, vindt Corgan zelf ook. 'We waren altijd geïrriteerd dat we op één hoop werden gegooid met de Seattle-bands, die we verder best mochten', zegt hij. 'We speelden met een aantal van hen, we kenden velen van hen, en we waren fan, maar we probeerden niet hetzelfde te doen als zij. Dat was een heel specifieke scene, met een ander soort doelen. Wij zaten veel meer in de classic rock, en je zou kunnen beweren dat de shoegaze-invloed op ons groter was dan wat er uit Seattle kwam.'

Aan het schrijven en opnemen van Mellon Collie zelf heeft Corgan gemengde herinneringen. Het was, zegt hij, een waanzinnig intense periode van acht maanden, waarin hij zelf voortdurend de leiding nam. Billy Corgan wás Smashing Pumpkins, zeker in die fase. Hij schreef de nummers, stuurde de productie en bepaalde de artistieke koers, terwijl er ondertussen voortdurend onenigheid was met gitarist James Iha en bassiste D'Arcy Wretzky. En met drummer Jimmy Chamberlin liep het helemaal mis. Chamberlin worstelde al langer met een heroïneverslaving. Tijdens de Mellon Collie-tour, op 12 juli 1996, overleed tour-keyboardist Jonathan Melvoin aan een overdosis in een hotelkamer, nadat hij samen met Chamberlin had gebruikt. Chamberlin werd uit de band gezet. Later vertelde Corgan dat Chamberlin al twee keer eerder tijdens diezelfde tournee een overdosis had gehad, maar dat de band dat destijds nog buiten de publiciteit had kunnen houden.

Dat die druk, van binnenuit én van buitenaf, doorsijpelt in de muziek, verbaast niet. 'Aan de ene kant bereikte ik enorm veel succes, en beheerste ik heel moeilijke dingen muzikaal', zegt Corgan over die periode. 'Aan de andere kant worstelde ik persoonlijk met de vraag hoe ik paste in de compleet geschifte machine die Smashing Pumpkins heette.' De leadsingle, ‘Bullet with Butterfly Wings’, vangt de dubbele gevoelens over de roem het scherpst: woede en vervreemding tegenover het besef dat hij precies had bereikt wat hij wilde. Het refrein - 'despite all my rage, I am still just a rat in a cage' - werd dé samenvatting van een band die op het toppunt van haar succes eigenlijk al aan het uiteenvallen was.

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

Megalomaan plan

De spanning tussen twee schijnbaar onverenigbare uitersten - tussen melancholie en nihilisme - is precies waar Mellon Collie op drijft. Voor Corgan gingen ze hand in hand. 'Ik ben een Pisces', legt hij uit. 'En als je iets van astrologie weet: dat sterrenbeeld draait om balans, om tegengestelde krachten. Het zijn de twee vissen die elk een andere kant op zwemmen. Ik wist dus dat ik deze zwaarte wilde laten samengaan met een soort eenzame lusteloosheid.'

Het nihilisme hoor je onder meer in Zero:

Intoxicated with the madness / I'm in love with my sadness / Bullshit fakers, enchanted kingdoms / The fashion victims chew their charcoal teeth / I never let on / That I was on a sinking ship / I never let on that I was down

De melancholie zit dan weer in de klassieke single 1979, een ode aan de jeugd:

(To die young) Double-cross the vacant and the bored / (To die young) They're not sure just what we have in store / (To die young) Morphine city slippin' dues, down to see

Hoe fysiek die worsteling soms was, blijkt uit deze anekdote, een verhaal dat zomaar een mythe had kunnen zijn maar volgens Corgan wel degelijk waar: voor de gitaarsolo aan het einde van ‘An Ode to No One’ besloot Corgan op zijn knieën te gaan zitten, vlak voor een keihard aangezette gitaarversterker. Aan het einde van elke take gooide hij zijn gitaar tegen de speaker. En als de take niet goed genoeg was, moest hij weer terug: gitaar stemmen, op zijn knieën, opnieuw. Dat ging uren zo door. 'Uiteindelijk begonnen mijn vingers te bloeden', zegt hij. 'Maar het doel is om de take te pakken. Zodra je de take hebt, kun je de rest van je leven herstellen. Maar op dat moment is het nu of nooit.'

Mellon Collie was dus een aardig megalomaan plan, vond ook zijn label. Corgan hield voet bij stuk tegen de platenmaatschappij, die eigenlijk helemaal geen dubbelalbum wilde. Hij verwees destijds naar The Beatles' White Album als precedent, al vergat hij er handig bij te vermelden dat dat een dubbel-lp was, en Mellon Collie een dubbel-cd. Daar past simpelweg veel meer muziek op: 28 nummers, ruim twee uur, met uitschieters als het meer dan zeven minuten durende ‘Thru the Eyes of Ruby’, het even lange en keiharde ‘XYU’, en het bijna negen-en-een-half minuten klokkende ‘Porcelina of the Vast Oceans’. 'Ik had met mijn grote mond een enorme cheque uitgeschreven', zegt Corgan over dat moment, 'en we wisten niet zeker of we die konden verzilveren.'

‘Er zijn nummers op Mellon Collie waarvan ik me niet herinner dat ik ze heb geschreven', zegt hij. 'Ik wéét dat ik het nummer heb geschreven. Ik heb een blaadje met de tekst, en een demo van mezelf die het inzingt in een studio - maar ik heb geen enkele herinnering aan wat ik dacht, wat ik deed, wat er om me heen gebeurde.' Er werden destijds ruim vijftig nummers geschreven, waarvan er 28 de plaat haalden. Corgan zelf was iedere dag twaalf tot veertien uur in de studio. 'Het is voor mij gewoon één lange waas van nummers, akkoorden, ideeën.'

Één avond herinnert hij zich haarscherp: de nacht dat de drums voor ‘Tonight, Tonight’ werden opgenomen. 'We wisten dat het moeilijk zou worden, door alle emotionele wendingen in het nummer', vertelt hij. Producer Flood liet de band een eerste take doen, toen een tweede. Na die tweede take liepen Corgan en drummer Jimmy Chamberlin naar Flood en zeiden: dat is de take. 'Hij zei: dat kan niet, het kan niet dat je dat in twee keer voor elkaar kreeg. En wij zeiden: nee, dat is de take, we zeggen het je. En dat was ook de take.'

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

Controlfreak

Dat controlfreak Corgan dertig jaar later bereid was om diezelfde nummers zonder gitaren, zonder band, aan een orkest over te laten, is minder gek dan het klinkt, vindt hij zelf. 'Ik heb een unieke positie, omdat het me als componist niet zoveel uitmaakt hoe een nummer wordt geïnterpreteerd', zegt hij. 'Ik weet dat dat vreemd klinkt, maar dat heb ik al heel vroeg geleerd.' Een van de grote voordelen bij het maken van Mellon Collie was destijds de samenwerking met producer Flood, die eerder met U2, PJ Harvey en Depeche Mode had gewerkt. Flood kwam uit het Engelse studiocircuit en had veel samengewerkt met Brian Eno en Daniel Lanois - twee producers die volgens Corgan geloofden in een vorm van deconstructie: muziek uit elkaar halen en op een andere manier weer in elkaar zetten. 'Door met Flood te werken, leerden we dat het niet zozeer gaat om de versie van een nummer, maar om de vraag of het iets nieuws en onverwachts aan energie brengt', legt hij uit. 'Dat zie je ook in het werk van Bowie: leg een zware gitaar over een discobeat, en je zou niet verwachten dat daar iets nieuws ontstaat, maar toch voel je die energie. Die gedachte zit ingebakken in mijn manier van componeren. Ik hou me niet zo vast aan de compositie zelf. Ik houd me vast aan de interpretatie, aan de vraag of die interpretatie werkt.'

Corgan verwijst ook graag naar Bob Dylan, die in zijn memoires Chronicles beschrijft hoe hij het op een gegeven moment beu werd om precies dezelfde nummers te blijven zingen, omdat ze niet meer betekenden wat ze op zijn vijfentwintigste betekenden. Door simpelweg het ritme van zijn zang te veranderen, ontketende Dylan een compleet andere energie, en realiseerde hij zich dat hij dichter stond bij de traditie van de folk- en bluesartiesten die hij als kind bewonderde: interpretatieve artiesten die muziek niet als een dwangbuis zagen, maar als een mondelinge traditie die je telkens opnieuw moest herinterpreteren. 'Je laat de compositie simpelweg door een andere set invloeden lopen', zegt Corgan, 'en er moet iets anders uitkomen.'

Dat betekent niet dat alles zomaar overeind bleef staan. ‘Jellybelly’, een van de hardste nummers van de plaat, was volgens Corgan de eerste test. 'Tegen James Lowe zei ik: ik wil niet dat je probeert het bombast van ‘Jellybelly’ in een orkest te persen', vertelt hij. Lowe was juist gefascineerd door het idee dat een orkest zo snel en bombastisch zou kunnen spelen. 'Maar ik zei: ja, en dan? Ik denk niet dat dat de juiste manier is om de composities te gebruiken.' In de show is ‘Jellybelly’ nu een van de eerste nummers, compleet uitgekleed en vertraagd. 'Het klinkt meer als Duitse opera', zegt Corgan.

Niet alles kreeg een plek. 'Het doel was om iets te maken dat heel prettig en mooi is om naar te luisteren', zegt Corgan. 'Om echt de donkerdere kant van de plaat op te zoeken, vraag je om iets groters dan waar wij naar op zoek waren.' Hij sluit niet uit dat dat ooit alsnog gebeurt: als het werk ooit wordt omgebouwd tot een volwaardige opera, met kostuums, decor en personages, zou een deel van die donkerste muziek er wél in passen. Maar voor een avond die draait om schoonheid, vielen sommige nummers simpelweg af. Zo klinkt er in de show wel een muzikaal knipoogje naar ‘XYU’ - een nummer met een chaotisch, bijna ontsporend slot - maar niet de volledige, keiharde versie.

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

Olivia Rodrigo fans

Dat zo'n dertig jaar oude plaat nu weer een heel nieuwe laag publiek aanspreekt, verbaast Corgan zelf nog het meest. Mellon Collie heeft volgens hem 'een tweede, derde en vierde leven gekregen, want elke nieuwe generatie vindt de plaat opnieuw en ontdekt er weer andere dingen in.' Op TikTok zijn niet de bekendste hits uit de jaren negentig het populairst, maar juist minder voor de hand liggende nummers als ‘Galapogos’ en ‘In the Arms of Sleep’ en, tot zijn eigen verbazing, de akoestische demo's. 'Mensen houden echt van die akoestische demo's van Mellon Collie', zegt hij. 'Dat verbaast me enorm.'

Het is ook niet zomaar nostalgie: er is inmiddels een hele nieuwe generatie rockmusici die duidelijk door de plaat beïnvloed is, ergens tussen bedroom pop en grandioze rock. Corgan vergelijkt het met zijn eigen eerste kennismaking met Pink Floyd's Dark Side of the Moon, in de auto van een vriend. Die plaat was op dat moment pas dertien jaar oud. 'Het voelde voor mij als een andere planeet', zegt hij, 'omdat het een band was uit een andere tijd - ook al was dat maar dertien jaar terug.' Zijn eigen generatie kon zich toen nauwelijks voorstellen dat er ooit zoiets als blijvende waarde zou bestaan buiten de Beatles, de Stones of Elvis. 'Op dertien jaar is dat niets. Maar als iemand je nu zegt: dit is een klassieker, dertig jaar oud, dan snap je meteen waarom je ernaar moet luisteren.'

Waar de jaren negentig nog draaiden om nieuwe muziek, verdween die tijdlijn met de komst van streaming en TikTok compleet, merkt Corgan. Jongeren spelen oude nummers alsof ze net zijn uitgekomen. Het publiek bij Smashing Pumpkins-concerten is inmiddels grotendeels 25 jaar of jonger. Toch past Corgan zijn setlist niet aan op basis van streamingcijfers. 'Ik denk dat streaming een beetje bedrieglijk is', zegt hij. 'De mensen die luisteren zijn niet dezelfde mensen als die naar een concert komen.'

Het ultieme seal of approval van de nieuwe generatie kreeg Corgan afgelopen maand in zijn thuisstad Chicago, waar Smashing Pumpkins Lollapollooza afsloot met een set die de wereld over ging omdat Olivia Rodrigo een liedje meedeed. De popzangeres, die eerder al het podium deelde met David Byrne, een SNL flirt had met Jack White en The Cure met al haar starpower bij haar jonge fans introduceerde. En ook Yungblud, dé rockster van nu, speelde mee. Smashing Pumpkins speelde die avond zeven Mellon Collie songs, waaronder dat duet met Rodrigo, ‘Thirty-Three’ en de band voelde in decennia niet zo relevant.