Tramhaus: ‘Hoelang blijf je dit nog doen?’

Het parallelle universum van de tourende band

tramhaus bandfoto
  • Atze de Vrieze

Ze waren net terug, maar dinsdag stapt Tramhaus alweer in de tourbus. De vijf Rotterdammers zijn een magisch verbond aangegaan: het leven on the road. Dat doen ze met een nieuwe plaat op zak: Blisters. ‘Het is alsof je een andere taal spreekt.’

Een hele band van vijf leden tegelijk interviewen - dat weet iedereen die wel eens muzikanten interviewt - is doorgaans een slecht idee. Vaak praat iedereen door elkaar en blijft één van de leden stil in de hoek (doorgaans de bassist of de drummer) en doe je toch vergeefse moeite die ook aan bod te laten komen. Of erger: er ontspint zich een geanimeerd gesprek vol inside jokes en halve anekdotes waar je helemaal niets mee kunt. So here we are, in Rotown met de vijf leden van Tramhaus, die er een anti-hiërarchische bandopvatting op na houden, klaar om het tegendeel te bewijzen. 

Gisteren hield de band hiernaast op de stoep van Plato zijn tweede album Blister ten doop. Het was toch een soort homecoming, en de hele Nieuwe Binnenweg hing vol posters. Veertig minuten hebben ze op straat staan spelen, en hard ook, maar de politie reed slechts langs en besloot dat Rotterdam grotere problemen heeft. Toch een gemiste kans voor de content.

De Rotterdamse band Tramhaus bestaat sinds 2020 en speelde in 2024 alleen al 125 shows, waarvan 94 in het buitenland. Een liveband dus, maar niet voor elk publiek. Dat bleek vroeg in hun carrière, toen hun boeker ze een keer een bedrijfsfeest aanbood. Of ze dat wilden, wist hij niet (natuurlijk niet), maar het betaalde goed. Waarschijnlijk zouden ze het vreselijk vinden, dacht de band, maar laten we het een keer doen. Bij aankomst stond er een dj met een saxofonist naast het podium. Gasten liepen rond in glitterpakken, er was een clown met ballonnen, de bitterballen gingen rond. Tramhaus begon te spelen. Geen reactie. Nul. ‘Mensen stonden letterlijk met hun rug naar het podium,’ vertelt Lukas Jansen, de frontman en blikvanger van de band. ‘Dan voel je je echt een clown.' Dus deed hij na elk nummer een kledingstuk uit, tot hij in zijn onderbroek op de dj-booth stond. De bitterballen bleven populairder. Bassist Julia Vroegh wilde door de grond zakken, maar moest vooral heel erg lachen. Gitarist Micha Zaat: ‘Ik kan het zelf niet doen, maar ik ben heel blij dat Luuk het heeft gedaan.’ Het tekent de zanger: ‘Ik ben constant op zoek naar het uitlokken van een reactie, maar niet met vaste trucjes.’ Julia: ‘Ik mis die momenten meestal. Het komt vaak genoeg voor dat ik even niet oplet en Lukas ineens kwijt ben.’

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.

cookie-instellingen aanpassen
Blister

Veel rennen, altijd haast

Blister dus. Blaren onder de voeten, blaren op de vingers: die houd je over aan het constante touren. Altijd onderweg, nooit thuis, tot diep in Europa, onlangs zelfs tot Japan aan toe. Niet voor niets opent de plaat met ‘Plovdiv’, genoemd naar de Bulgaarse stad waar de band eens speelde (en de basis voor het liedje vastlegde), met een regel over tijd ‘inslikken’ en het gebrek aan een thuis. De nummers zijn ook echt onderweg geschreven, vertelt Micha Zaat. ‘Veel rennen, er is altijd haast.’

Die onrust zit in zo'n beetje elke track. Je hoort hem in de stormachtige punk, soms bijna hardcore, en in de anxiety van de rustigere nummers, die opvallend sterk aan Fontaines D.C. doen denken. Lukas Jansen: ‘Ik belichaam die onrust heel erg, maar ik ben daarin gek genoeg juist op zoek naar rust. Al lukt dat natuurlijk niet.’ Drummer Jim Luijten is na een tour thuis vooral rusteloos: ‘Ik ben er een beetje verslaafd aan.’ Tegelijk is duidelijk waar dat leven onderweg voor dient: als ontsnapping uit de sleur. Blister is een ode aan een grillige way of life.

Dat leven levert ook verhalen op. Zoals die keer in Kroatië, op een festival op een eiland ‘waar echt alleen maar stoners waren’, aldus Jim. De geluidsman had hasj meegenomen uit Duitsland, gekweekt door een vriend. Legaal in Duitsland, maar overduidelijk niet in Kroatië. En de volgende stop was Bosnië, buiten de EU, dus de band wilde ervan af. Weggeven lukte niet. Ook een jonge vrouw bij een fruitstalletje langs de weg begreep niets van de vraag of zij het misschien wilde hebben. In de achteruitkijkspiegel zagen ze haar meteen de telefoon pakken. Bij een tankstation belandde de hasj uiteindelijk in een container.

Toen ze weer naar buiten liepen, stond de politie er al: we weten dat jullie drugs bij je hebben. De cabine van het busje werd doorzocht. De laadruimte vol apparatuur lieten de agenten liever zitten, terwijl de hasj tien meter verderop in de afvalbak lag. Lukas zat achter het stuur en werd verantwoordelijk gehouden. De keus: mee naar het bureau voor een bloedtest en een nacht in de cel in afwachting van de uitslag, of ter plekke betalen. De boete begon bij 400 euro en liep op naar 1200, maar wie meteen afrekende, was klaar met 900. ‘Het was gewoon een super corrupte agent,’ zegt Jim.

Stad in verval

Touren is een parallel universum waar de meeste ‘normale’ mensen helemaal niets van snappen. ‘Het is een beetje alsof je twee verschillende talen spreekt,’ zegt Micha. Lukas merkt dat zijn berichten naar huis met de dag platter worden. Aan het begin van een tour stuurt hij nog enthousiaste verslagen, aan het eind is het ‘Hey, alles goed, hoe gaat het?’ Nadya's vriend zit zelf in een band en weet dus precies hoe het is, maar mist haar daardoor ook extra. En zodra zij thuiskomt, vertrekt hij. ‘Je moet iemand heel veel missen,’ zegt Julia.

Ook buiten de relatie schuurt het. Op verjaardagen merkt Micha dat hij moeite heeft uit te leggen wat hij doet: alles behalve negen tot vijf, geen stabiel inkomen. ‘Je past gewoon niet echt binnen een maatschappelijk geaccepteerde vorm van bestaan.’ Familie vindt het vet, maar vraagt ook hoe lang hij dit nog blijft doen. Pas als het in de krant staat, wordt het behapbaar, zegt Nadya. En wie probeert uit te leggen hoeveel werk en hoeveel wachten erin zit, klinkt al snel alsof-ie zit te zeuren.

Maar de vijf van Tramhaus hebben en verbond gesloten en staan zo al een tijdje bekend als Rotterdams finest. Die liefde is wederzijds, maar niet onvoorwaardelijk.  De thuisstad heeft inderdaad grotere problemen dan een band op de stoep. Op hun debuut refereerde de band met een cynische sneer naar de optimistische slogan ‘Make It Happen’. In het centrum is het de afgelopen tijd alleen maar erger geworden, vertelt Lukas. Hij kan een groepsapp laten zien met foto's van poep voor de voordeur, alleen al van de afgelopen week. ‘Er is een crackepidemie, en dat uit zich heel erg op straat.’ Volgens Julia verspreidt het zich inmiddels naar Zuid, waar in portieken wordt ingebroken, geslapen en gerookt.

‘Het is vervelend voor de mensen die er wonen, maar het is ook heel vervelend voor de mensen zelf,’ zegt Lukas. Sommigen kent hij al jaren, overblijvers van de heroïne-economie uit de jaren negentig. Eén van hen komt dagelijks langs bij Rotown, waar Lukas werkt, en vraagt hoe het gaat. Laatst vertelde hij dat hij ging trouwen, in de kroeg hiernaast. Lukas was uitgenodigd. Toen hij tijdens zijn werk naar buiten liep, zag hij hem ineens in een net pak staan. Wat hij als cadeau had meegenomen? ‘Ik heb een hand gegeven.’

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

Rat race

Is dat de rat race waar Lukas over zingt? De maatschappelijke druk waar dat soort mensen niet in mee kan? ‘Nou nee.’ Volgens hem gaat ‘Rat Race’ over je positie binnen je gezin: wat er van je verwacht wordt, wat de tradities zijn en hoe je daar constant mee worstelt. Lang hield hij zijn familie op afstand. Hij zat lang in de kast, en familie voelde niet veilig. Dat waren mensen met mogelijk vooroordelen, mensen die je kwijt kon raken. Gebeurde dat ook? ‘Nee, totaal niet.’ Intussen bouwde hij evengoed aan een chosen family, met vriendschappen ‘die voor altijd gaan zijn’. Sinds hij dertig werd, en zeker na de dood van zijn oma, omarmt hij zijn familie in Ridderkerk steeds meer. ‘Het beseffen waar je vandaan komt is ook heel belangrijk,’ zegt hij. ‘Dat probeer ik een beetje met "Rat Race" te beschrijven.’

Zo heeft ieder bandlid zijn eigen route afgelegd. Micha herkent veel in wat zijn frontman schrijft, de coming-out daargelaten. Ook hij was lang boos op zijn ouders, over hun scheiding en over de thuissituatie. Nu hij ongeveer de leeftijd heeft waarop zijn vader hem kreeg, kijkt hij er anders naar. ‘Ik ben nu 30, ik heb echt niet alles op een rijtje. En zij denk ik ook niet toen ze dertig waren.’ Als puber ontdek je dat je ouders niet alles weten. Pas later besef je dat ook kinderen krijgen niet iets is wat je pas doet als je alles op orde hebt. ‘Het is een beetje die illusie van: volwassen mensen hebben alles op een rijtje en snappen de wereld.’

Soms voelt Micha die dunne lijn tussen hobby en echt werk. Maar wie denkt dat Tramhaus voor de lol rondrijdt, vergist zich. De band werkt per land met labels en mensen uit de lokale scene, die ze onderweg leerden kennen. Toen een groot internationaal boekingskantoor aanklopte, zei de band nee: de mensen met wie ze werken zitten zelf in de scene en kennen de markt beter. ‘We sturen echt wel,’ zegt Lukas. ‘Wat is de volgende stap?’ Het gaat voor Tramhaus verder dan groei alleen. De band speelt ook in Moldavië, Kosovo en Bosnië, plekken waar weinig internationale bands komen, laat staan bands die ook op Best Kept Secret, Primavera Sound en Pohoda staan. Laten zien dat het kan, en de scenes daar aansluiten op een Europees netwerk. Begin juli speelde de band zelfs in het Oekraïense Lviv. Daar is lang over vergaderd, maar de band voelde zich verantwoordelijk om dat risico te nemen.

Terug naar de familie. Bij Jim ging het misschien wel het makkelijkst. Hij groeide op bij zijn moeder in Spijkenisse, terwijl zijn vader in Rotterdam woonde. ‘En mijn moeder was eigenlijk altijd heel erg supportive in alles wat ik wilde doen.’ De vraag was nooit of iets mocht, maar wat ze dan afspraken. Kwam hij zijn afspraak na, dan kreeg hij de volgende keer meer ruimte. Toen hij op zijn negentiende of twintigste naar Rotterdam verhuisde en vrienden van in de dertig kreeg, zag hij dat die ook maar wat aankloten. Dat haalde de druk eraf.

Nadya kwam er eerder achter, en op een harde manier. Haar vader werd ziek en overleed toen ze zeventien was en nog thuis woonde. Ze bleef langer thuis voor haar moeder, met wie ze vaak ruzie had omdat ze zo op elkaar lijken. Daarna veranderde hun band: ze zag haar moeder niet meer in die rol, maar als mens. ‘Het geeft heel veel rust.’ Als ze haar familie ziet, hoeft ze niet meer in de verdediging te schieten. 

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

De vijf leden van Tramhaus bevinden zich op een interessant punt: ze zijn allemaal zo rond de dertig, een cruciale fase in het moderne leven. In je twintiger jaren moet je alles bereiken, en voor je dertigste moet je jezelf op orde hebben, zegt Nadya. Althans, dat denkt iedereen. ‘Het gaat heel erg over het navigeren van het narratief,’ zegt Lukas over Blister. Hoe de wereld naar je kijkt, en hoe je naar jezelf kijkt. Dat de rest van de wereld een andere route neemt, merken ze heus wel. Om hen heen wordt ineens volop getrouwd, vertelt Nadya. ‘Ik dacht eerst: is het een trend ofzo? Maar het is natuurlijk de leeftijd.’

‘Ik vind dat we best wel ergens komen met vijf aan tafel,’ zeg ik tot besluit. Dat krijg je als een band weken per jaar in hetzelfde busje doorbrengt, kennelijk. ‘Ja,’ beaamt Lukas, ‘dat is echt zo, je gaat steeds meer door één lens kijken.’ Dinsdag vertrekt Tramhaus opnieuw op tour.