Interview Nuno Dos Santos: 'Soms snap ik het nog steeds niet helemaal' Interview Nuno Dos Santos: 'Soms snap ik het nog steeds niet helemaal'

Utrechtse producer over labelcompilatie, de Amsterdamse scene en modulaire synthesizers

, Ralph-Hermen Huiskamp

Interview Nuno Dos Santos: 'Soms snap ik het nog steeds niet helemaal'

Utrechtse producer over labelcompilatie, de Amsterdamse scene en modulaire synthesizers

Ralph-Hermen Huiskamp ,

Vrijdag verscheen Somewhere II, het tweede en laatste deel van de Something Happening Somewhere-labelcompilatie. Nuno Dos Santos, de man achter SoHaSo, begon het label twee jaar terug, en heeft altijd nieuwe projecten op stapel liggen. Andere labels, samenwerkingen, en natuurlijk zijn carrière als DJ en producer. Een stabiele factor in de Nederlandse clubscene, en tegelijk een beetje op de achtergrond. Weinig grote interviews, geen constante stroom aan gevatte tweets, vooral altijd druk en mateloos enthousiast over muziek. "Ik ben benieuwd hoe het straks opgeschreven staat, ik lijk in interviews vaak zo'n overdreven type die alleen maar in superlatieven praat."

In het Utrechtse café waar het we hebben afgesproken gaat het natuurlijk eerst over die compilatie. Veertien tracks, allemaal van verschillende producers. Één van Dos Santos zelf, 'Wibaut127', verscheen eerder al op de Trouw-tribute LP. Een andere track klinkt ook bekend in de oren. 'At The Violet Hour', van de nog vrij onbekende Belgische producer Kiani & His Legion. Het is misschien wel het hoogtepunt van de compilatie. Een dik aangezette kick, hypnotizerende loop, en vooral een zoemende sirene die tergend traag zich dwars door het hele nummer snijdt. De track blijkt al even standaard mee te gaan in de platentas van Mano Le Tough, hij wist er er afgelopen Dekmantel Festival al het hoofdpodium mee gek te draaien. Daar kennen we hem dus van.

Het nummer is typerend voor de hele compilatie. Alle nummers zijn van het type dat een set net die extra zet de diepte in kunnen geven. Altijd ligt er een melancholische climax op de loer. Alleen daar uit merk je al dat Nuno Dos Santos, die in zijn eigen set altijd de diepte op zoekt, nadrukkelijk zijn eigen stempel op zijn label drukt. “Ik ben nu zelf ook weer bezig met een remix voor Christian Löffler. Hij wordt echt super duister en melancholisch. Ik denk echt dat niemand hem gaat draaien, haha! Soms denk ik, ik ga echt een techno-track maken nu, maar het wordt altijd weer emo. Misschien moet ik het gewoon maar eens loslaten, het gaat gewoon zo bij mij.”

De ziel er uit 
Wie hem de laatste jaren heeft gevolgd, heeft ongetwijfeld gemerkt dat Dos Santos veel draait, maar minder eigen werk naar buiten brengt. Something Happening Somewhere eist nogal wat tijd. “Het zijn vooral veel kleine dingen. Gisteren verscheen de compilatie op iTunes, en toen bleek dat er wat namen niet klopten. Dat moet ik dan weer regelen met Kompakt, dat alle vinyl en digitale distributie doet. Soms lijkt het wel alsof het vooral veel e-mailen is, zo’n label. En dan organiseer ik ook nog die SoHaSo avonden. Op 18 september doen we er weer een in TivoliVredenburg, op de ADE-zondag een, en binnenkort voor het eerst in Ruigoord. Heel veel e-mails, en alles loopt door elkaar. Gelukkig heb ik wat mensen die me een beetje helpen. Maar toch, volgens mij moet ik binnenkort met een hamer overal even wat klappen op geven, zodat ik weer tijd heb om echt de studio in te gaan.”

Bezig met eigen werk dus. Een eigen EP, ergens volgend jaar op SoHaSO. Geen album, daar was Dos Santos wel even klaar mee, na het album met TJ Kong uit 2010. "Ik heb het produceren echt van hem geleerd. Maar als ik het album terug luister, denk ik dat we er toch een beetje de ziel uit geproduceerd hebben. Er zaten heel veel ideeën in, maar het was uiteindelijk te clean. Altijd nog weer even dit aanpassen, dat aanpassen. Op een gegeven moment ben je zo lang met de arrangementen bezig dat de ziel er uit is. We hebben ooit nog binnen drie uur een remix in elkaar gezet, en dat is voor mijn gevoel nog steeds het mooiste wat we samen gemaakt hebben. Daar blijkt de speelsheid, of rauwheid echt nog uit." 

Wars van trends
Die snelheid is een belangrijk element in de producties van Dos Santos. Rond dezelfde tijd als SoHaSo begon hij HiFi, een aan Trouw gekoppeld labeltje dat hij samen met Patrice Bäumel runde. Het idee was dat producers er binnen een uur gekke edits of tools voorin elkaar zetten. Vooral plezier hebben in de studio, en niet alles helemaal uitdenken. Hij is zelf dan ook absoluut geen purist als het om produceren gaat. Verwacht dus geen ellenlange betogen over waarom je echt per se puur analoog moet produceren, of waarom je het best alles met software kan maken. "Gewoon, alles van beide werelden. Ik heb net een waanzinnige Prophet 6 synthesizer gekocht, maar gebruik net zo goed hele mooie softsynths.”

Zo makkelijk hij switcht tussen hardware en software, zo makkelijk werkt hij ook aan tig projecten tegelijk. Hij runt het label, treedt veel op, werkt met Falco Benz aan nieuwe tracks, en er komt iets aan met Janne Schra. "We zitten nu bij de zelfde publisher, en zo kreeg ik wat vocals opgestuurd die ze nog had liggen. Ik heb er wel een hoop van weggegooid, maar het wordt echt tof. Ik hoop dat ik in de toekomst meer van dat soort dingen kan doen.” Dat gaat overigens nog een stuk verder dan werken met vocals van popartiesten, of remixes maken. “Ik heb zangles, en het lijkt me tof om daar iets mee te doen. Niet dat ik dan opeens iets heel anders ga doen, zoals veel dance-artiesten die een album maken. Ik wil dus geen dance maken met normale instrumenten, maar echt een indie-album. Singer-songwriter met wat elektronica, dat zou fantastisch zijn.”

Een opvallend pragmatische insteek, zeker aangezien nogal wat producers enorm principieel stelling nemen als het gaat om het produceren van eigen muziek. Of neem bijvoorbeeld de modulaire synths. Prachtige apparaten, maar zo onderhand lijkt het het instrument in te worden gezet als bloedserieus kwaliteitskeurmerk. Alsof het gebruik ervan iets zegt over de kwaliteit van de track of de producer. “Precies, eindelijk iemand die er ook zo over denkt! Ik wil uiteindelijk gewoon muziek horen, niet een arpeggio van achttien minuten. Ik heb er zelf ook wel eens mee gewerkt, en ik vond het vooral leuk om mee te spelen. Als je het opneemt klinkt het super wollig, alle frequenties door elkaar. Je moet het enorm goed uitmixen wil het ergens naar klinken. Maar laatst hoorde ik wel iets van Colin (Benders, Kyteman), die gebruikte het echt in een stuk van tien minuten. Echt toegepast, heel erg emo. Dat was wel weer heel goed.’

'Soms snap ik het nog steeds niet helemaal'
Maar naast labelbaas en producer kent dansend Nederland Nuno Dos Santos natuurlijk vooral als DJ. Al bijna 20 jaar. Ergens rond 2000 stuurde hij, toen nog vooral grafisch ontwerper, een mix op cassette naar de Red Bull Music Academy. Hij werd uitgekozen, en toen ging het hard. Een paar jaar later mocht hij in de Escape uit de handen van Duncan Stutterheim de ID&T Talent of the Year-award ontvangen. In de tussentijd is er een hoop gebeurd. Resident in Club 11, later in Trouw, en inmiddels ook optredens in de rest van de wereld. “In het buitenland staat het Nederlandse publiek er nog steeds om bekend dat je als DJ echt moet rammen, maar dat is gelukkig aan het veranderen. Ik heb het idee dat de laatste jaren steeds meer open minded zijn. Ik kan nu de randen opzoeken zonder dat ik een biertje naar mijn hoofd gegooid krijg.”

“Het gaat me altijd om die diepte en die randen. Anders kan ik net zo goed alleen maar makkelijke platen draaien. Dat kan nu, meer dan eerder. Vroeger als ik indie draaide, dan zag ik het publiek echt kijken. 'Huh, wat is dit?' Dan moest ik het in die tracks er na weer gaan goedmaken. Nu kan ik tussen de house en techno ook meer bandjes draaien, organische muziek, disco, Afrikaans. Dat kon eerder écht niet. Ik zie bijvoorbeeld in Paradigm mensen echt helemaal los gaan. Puur op de platen die je draait. Tegelijk snap ik het soms nog steeds niet helemaal, vooral met Amsterdam. Soms lijkt het daar te gaan om obscure dingen, of juist echt om hits. Het gaat volgens mij altijd om een balans, en die lijkt bij sommige hipsters soms helemaal verdwenen. Dat vond ik ook zo mooi van Four Tet op Dekmantel. Die draaide een súper commerciële plaat van Pryda, en dan zag je opeens alle coole mensen die alleen maar naar Afrikaanse muziek luisteren ook hun handen in de lucht steken. 'Ha!', dacht ik. Die plaat staat ook gewoon in de Beatport top 10, dan valt zo’n wereldje in één plaat helemaal in elkaar. Geniaal."

Nu op 3voor12