L.A. Sagne: van woongroep tot punkplaat

Amsterdamse punkband viert saamhorigheid op hun debuut

Bandleden van bovenaf gefotografeerd, allemaal zogenaamd plassend in een rood urinoir hok
  • Marit Rijkeboer
  • Lisa Franssen

Vanuit een woongroep waar generaties, verhalen en idealen samenkomen, groeide ook de basis voor de punkmuziek van L.A. Sagne. Of zoals ze zelf zeggen: ‘In alle lelijkheid ontstaat een mooie gemeenschap.’ Vandaag verschijnt hun debuutalbum Good Company.

Een ruime woonkeuken, waar de kachel brandt en de geur van verse koffie hangt. En dát allemaal midden in het centrum van Amsterdam: de woongroep van L.A. Sagne-vocalist Tara Wilts is zo’n plek waar de meesten wel zouden willen wonen. Ze woont samen met meerdere generaties (ze had zelfs ooit een huisgenoot van tachtig) in een huis waar niet alleen de keuken en het sanitair gedeeld worden, maar ook hun levensvisie. ‘Ik denk dat er heel veel waarde in zit om mensen van verschillende leeftijden en levenspaden om je heen te hebben,’ zegt Tara erover. Een soort hippiehuis anno 2026 voor stadsmensen, waar iedereen elkaar helpt waar dat nodig is. Maar helaas, het leven laat zich niet altijd van zijn mooiste kant zien. ‘Ik ben iets meer dan een jaar terug de plek waar ik me het meest thuis voelde in de wereld, kwijtgeraakt’, vertelt Tara, ‘niet alleen een huis dus, maar echt een gemeenschap’. 

Het zit namelijk zo: Tara woonde hiervoor in een oud asielzoekerscentrum aan de Zuiderzeeweg in Amsterdam. Ook dat was een soort woongroep, met veel buitenruimte en aandacht voor kunst. ‘Als je hulp nodig had met iets, bijvoorbeeld klussen of filmen, was er altijd wel iemand’, vertelt ze. Het gebouw stond echter op de slooplijst om plaats te maken voor middenklassewoningen. ‘Iets wat ik als muzikant waarschijnlijk nooit zou kunnen betalen,’ zegt Tara, terwijl ze slikt. ‘Ik ben de plek kwijtgeraakt waar ik me het meest thuis voelde. Het was niet zomaar een huis, maar echt een gemeenschap, iets wat je niet vaak meer meemaakt in een grote stad.’

Portretfoto van de vier bandleden van L.A. Sagne
© David Hup

‘In alle lelijkheid ontstaat een mooie gemeenschap’
Die ervaring vormde de inspiratiebron voor het debuutalbum van de punkband,Good Company, vertelt Joost. ‘Die hechte gemeenschap komt steeds weer terug in de plaat. Uit die rafelranden, alle chaos en lelijkheid ontstaat een mooie gemeenschap. Het is ook een goed synoniem voor wat punkmuziek is, of in ieder geval de soort punkmuziek die wij maken. Het is niet altijd mooi, maar brengt wel mensen samen.’ 

Na hun eerste garagepunk-EP wilde L.A. Sagne met hun debuutplaat toch een andere richting op. ‘Het is minder garage, minder 180 kilometer per uur. Het is bulldozer-energie: breed, cool lopen door de stad’, vertelt Joost. Daar is ‘I’m A Girl’ een perfect voorbeeld van, legt Tara uit. ‘Ik voel me vet stoer als ik dat nummer zing.’ Het blijft onmiskenbaar punk: rauw en fel, maar er is meer ruimte voor de tekst van het nummer. De track opende bovendien het compilatiealbum Girls to the Front Vol. 1, die vorig jaar op Internationale Vrouwendag de stem van FLINTA-fronted bands extra in de spotlight zette. 

Levensvuur
Saamhorigheid en punk gaan hand in hand, volgens Tara. ‘Je hebt allemaal dezelfde overtuigingen. Wat een punkgemeenschap zo sterk maakt, is dat mensen met weinig middelen veel voor elkaar kunnen krijgen, gewoon omdat ze er helemaal voor gaan. Zolang je er maar in gelooft en de liefde voor het leven en een bepaald levensvuur in stopt.’ Joost vult aan: ‘En elkaar steunen, want alleen dán werkt het. Als niemand dat zou doen dan werkt het niet, maar als je dat met heel veel mensen doet en daar ook echt de kracht van met z'n allen van inziet.’

‘Historisch gezien,’ vertelt Tara, ‘hadden mensen die punk maakten niet veel geld, maar wél hele felle overtuigingen over de maatschappij.’ Die houding is volgens haar nog altijd actueel.‘ Good Company is gewoon een afspiegeling van de dingen die wij de afgelopen twee jaar hebben meegemaakt,’ zegt Joost. De grootste frustratie: de volledig ontspoorde woningmarkt. Een probleem dat voor veel jongeren herkenbaar is. ‘Dat is ook wat ons heeft verbonden om deze muziek te maken,’ legt hij uit. ‘Het is ons persoonlijke verhaal als band, maar wel een dat voor een hele generatie herkenbaar is. Tot actie komen is sowieso heel belangrijk. Als je je openstelt naar andere perspectieven en met mensen in gesprek gaat kan dit al heel veel brengen.’

L.A. Sagne bandleden gepositioneerd voor dixie toiletten
© David Hup

Good Company blijft niet hangen in alleen maatschappijkritiek, er is ook gewoon ruimte voor alles wat het leven leuk maakt. ‘Er staan net zo goed nummers op over bier drinken en verliefd zijn,’ zegt Joost. Tara knikt. ‘Voor ons is muziek maken al een uitlaatklep. Maar voor veel mensen is juist naar een show gaan een manier om dingen te verwerken: even alles eruit dansen en keihard meezingen.’ ‘Ik probeerde dat net ook te zeggen, maar jij doet het veel beter’, grijnst Joost, waarop Tara roept: ‘Yes! eindelijk een keer!’

Armchair critic
Toch lijkt tot actie komen makkelijker gezegd dan gedaan. De wereld barst volgens de band van de ‘armchair critics’: mensen die haarfijn aanwijzen wat er misgaat, maar zelf gewoon blijven zitten waar ze zitten. Een pijnlijk detail: precies die rol is hun zelf ook niet vreemd. Sterker nog, iedereen lijkt er wel eens in te glijden. ‘I hate to admit it, I’m an armchair critic. As much as you hate to admit it, you’re an armchair critic too!’, zingt Tara op het gelijknamige nummer. ‘Zo serieus hoef je het ook weer niet te nemen,’ lacht Tara, ‘maar het is wel iets om over na te denken. Je kan namelijk nooit alles perfect doen. Als je elke week ergens staat te protesteren, maar wel sigaretten rookt en daarmee dus de tabaksindustrie steunt, ben je eigenlijk al niet goed bezig.’ 

Ingewikkelde vis
Een opvallende track waar we toch even nieuwsgierig naar waren: ‘Jean Paul’, want wie is dat eigenlijk? In het nummer neemt Tara afscheid van haar Jean Paul, die jaren geleden overleed. Dat klinkt zwaar, en dat is het ook, al blijkt het hier gewoon om een vis te gaan. Maar niet zomaar eentje. ‘Het was een hele lieve, maar hele ingewikkelde vis. Hij was vrijwel blind en kon het niet goed ruiken. Ik moest hem elke dag met de hand wormpjes voeren.’ En precies daar zit ’m de onmacht: Tara deed echt alles om haar ooit via Facebook geadopteerde vis in leven te houden. Maar hoe zorgzaam ze ook was, hij takelde langzaam af en uiteindelijk moest ze hem toch begraven. ‘Er kwamen zo’n tien mensen op zijn begrafenis, allemaal in pak.’

Ja, het gevoel van onmacht loopt als een rode draad door de plaat. Op het merkwaardige 'Jean Paul', op ‘Armchair Critic’, en ook op ‘Rain on my Skin’. Het lijkt voor Tara vrijwel onmogelijk om tevreden te zijn met haar maatschappelijke bijdrage: ‘Toen ik de tekst schreef voelde ik me zó gefrustreerd en overweldigd. Soms weet ik echt even niet meer wat ik moet doen om de wereld beter te maken.' Dus wat moet je dan doen? Het er lekker effe uit schreeuwen.

Dit voorjaar tourt L.A. Sagne door Nederland! Check hun Instagram voor de data.

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen