ADE26: Dit zijn de echte helden van de club
De spotlight op de nachtwerkers

Tuurlijk, zonder dj’s valt er niet veel te dansen, maar laten we in aanloop naar ADE eens een ode brengen aan de mensen die de club écht draaiende houden. Vijf portretten van de nachtwerkers, runners en technici, de mensen die vaak onzichtbaar zijn maar de langste uren maken en keihard werken om te zorgen dat wij onszelf zorgeloos kunnen verliezen in de nacht.
Chrissie Quast (30)
Technisch manager en producent, Club RAUM

‘Wat ik hier precies doe? Die vraag krijg ik heel vaak als mensen me heel autistisch in m’n eentje op de dansvloer zien staren in het niets. Ik leid het lichtteam en het geluidsteam van RAUM als technisch manager en technisch producent, en ’s nachts doe ik vaak zelf het geluid. Dat houdt in: ik begin de avond met de dj-gear klaarzetten, soundchecken, kijken of alle speakers het doen, draaitafels klaarzetten.’
‘En tussendoor? Tussendoor ben ik vooral aan het luisteren. Klinkt het geluid goed? Staat het hard genoeg? Of te hard? Als een dj daar verschillen in maakt: voorzichtig compenseren. En daarna kijk ik: is er genoeg sub? Is het hoog heel pijnlijk voor de oren? Vanaf dat punt kom je in een soort rabbit hole, waar je ontelbaar veel keuzes hebt hoe je het geluid kunt vormen. In hyperfocus ben ik de hele nacht door perfectie aan het chasen. En dat vind ik het leukste werk ter wereld.’
‘Het zijn vaak lange shifts, 10 tot 12 uur, soms wel langer. Ik moet dus wel oppassen voor mijn gehoor, ook oppassen dat ik geen vermoeide oren krijg.’ Lachend: ‘Dan kun je het ook helemaal verpesten namelijk. Dan ga ik even naar de wc, kom ik terug en denk ik: “WAT HEB IK NOU WEER GEDAAN?!”’
‘Soms is het fucking stressvol. Draaitafels bijvoorbeeld, dat zijn eigenlijk fucking oldtimers. Je kan ermee de weg op, je weet ongeveer wat je er wel en niet mee moet doen om hem te laten rijden, maar het blijft een oldtimer. Hij kan er midden op de weg mee kappen. Je hebt dan niet de tijd om ‘m naar de garage te brengen, je moet het nú fixen. Laatst viel tijdens de verjaardag van KI/KI het geluid in één klap uit, precies op de helft van haar set. Nou, wij hadden maar een minuutje om het weer aan te krijgen. Dat zijn stressvolle momenten. We hebben ook weleens gehad dat tijdens een feest de ene kant van de stack zo klonk van “SHJGGGGGG SHJGGGGGGGG!”, alsof het doormidden aan het scheuren was. Nou, dan komt je kennis te pas, en je stressbestendigheid. Iedereen kijkt naar jóú als geluidspersoon, jij bent de enige die dat kan oplossen op zo’n moment.'
‘Ik heb genoeg technici gehad die me midden in de nacht wakker bellen in paniek, omdat ze niet weten waar het vandaan komt. Dan moet ik aan de telefoon meehelpen troubleshooten, of naar RAUM toe. Als ik op een andere plek werk, en ik kan het oplossen, dan denk ik: “YES! Ik heb de show gered.” Dan geeft het een kick. Hier voel ik me dan vooral verantwoordelijk. Tijdens ADE sta ik 24 uur per dag on call. Ik zeg altijd: als je er niet uitkomt, twee keer bellen. Dan bel je door mijn ‘niet storen’ heen. Er hoeft maar íéts mis te gaan en ik moet een keer een nacht en dag doorhalen. Spannend, het is echt een marathon.’
‘Tegelijkertijd vind ik het heel mooi om een bijdrage te kunnen leveren aan het clubleven. Ik kan de sociale omgeving soms ook een beetje overwhelming vinden, om mezelf nuttig te maken in een club is voor mij ook een manier om erbij te zijn, en dan wel vanuit mijn eigen comfort zone. En RAUM is een queerclub, daar draag ik heel graag aan bij.’
Mia Bilhim (23)
Runner en aankomend nachtmanager, RADION

‘Als runner zorg ik er vooral voor dat de bars bevoorraad blijven. Onze grote koelkast staat beneden, dus de hele nacht sjouw ik kratten en flessen naar de verschillende bars. Daarnaast haal ik bekers op en zorg ik dat het niet te vies wordt. Vooral als de dansvloer helemaal vol staat, kan dat best een uitdaging zijn. Dan gaan we vaak met z’n tweeën: de een loopt voorop met een zaklamp om ruimte te maken, de ander komt erachteraan met zo’n groot krat. Mensen schrikken soms als je ze aantikt terwijl ze helemaal in de muziek zitten, maar meestal zijn ze heel aardig. En naarmate de nacht vordert, worden mensen zich steeds minder bewust van hun omgeving. Dan staat iemand midden in een deuropening of op de trap terwijl jij met een zwaar krat langs moet. Je leert wanneer je wel en niet een overvolle dansvloer op moet gaan. Soms wacht je tot het iets rustiger wordt. Maar als alle bars zonder bekers dreigen te zitten, heb je geen keuze: dan móét je erdoorheen. Het is echt een marathon. Een normale shift begint om half elf ’s avonds en eindigt rond acht uur ’s ochtends, tijdens ADE of een weekender soms nog wat later.’
‘Maar runner zijn is meer dan bekers rapen en bars bevoorraden. Wij lopen van iedereen misschien wel het meest door de hele club. Je komt ook in hoekjes en gangen waar anderen minder vaak komen, dus soms ben jij de eerste die iemand ziet die niet goed gaat. Dan check je hoe het met diegene gaat en haal je zo nodig Club Care of security erbij. Dat is eigenlijk een onuitgesproken onderdeel van het werk. Terwijl je met een zwaar krat van A naar B loopt, moet je tegelijkertijd om je heen blijven kijken: gaat het met iedereen goed?’
‘Wat ik zo mooi vind aan het nachtleven is de vrijheid. Toen ik hier begon te werken, was ik nog niet begonnen met mijn transitie. RADION heeft me geholpen om zelfvertrouwen te krijgen en mezelf te ontdekken, ik kon dragen wat ik wilde, de make-up opdoen die ik wilde. En het bleef niet bij een club die op papier inclusief zegt te zijn: de mensen met wie ik werk en het management accepteerden me volledig zoals ik ben. Dat gevoel van vrijheid wil ik ook aan andere mensen kunnen geven.’
Robert de Vries alias Strobert (43)
Lichtartiest

‘Op mijn achttiende kreeg ik de kans om betaald naar Awakenings te gaan, om licht en geluid te kunnen opbouwen. Wie wil dat nou niet? Oftewel: opbouwen, daarna de hele nacht blijven, en het hele weekend amper slapen omdat je het feestje niet wilde missen, en daarna de afbouw. Zo ben ik in de evenementen begonnen, altijd een workaholic geweest. In 2008 is mijn lichtcarrière begonnen, toen heb ik mijn passie gevonden als lichtartiest. Dat was altijd mijn droom: het artiestschap weer aan de lichtman geven. In de jaren tachtig waren dat artiesten, stonden ze naast de dj. In 2000 niet meer. Nu begint dat wel weer terug te komen. Als ik een Wall of Sound-evenement met DVS1 doe, in Detroit of Los Angeles, dan sta ik ook op de poster.'
‘Ik krijg de beste plek in de zaal, ik krijg betaald om een feestje te vieren en ik kan mijn emotie uiten door middel van mijn licht. Het is een uitlaatklep, ik vergeet de hele wereld én zorg ervoor dat ook de mensen op de vloer de wereld vergeten. Even zorgeloos genieten. Dat is de taak van het nachtleven: om de mensen een uitvlucht te geven van hun beroerde levens, weg van de realiteit, even JEZELF voelen.'
‘De eerste keer op Katharsis kreeg ik de vraag: wil je de grenzen opzoeken? Met een stroboscoop kun je zo snel gaan dat je hersenen het loslaten. Fantastisch, het reinigen van je lichaam en je ziel. Eh… kreeg ik achteraf te horen dat er 36 mensen out waren gegaan! Daar baalde ik wel van: had me tijdens de show even een update gegeven, dan had ik een tikkeltje rustiger aan gedaan. Als lichtman is het óók je taak om te zorgen dat het veilig is. Voor iedereen. De hele nacht ben ik de mensen aan het scannen, kijk ik over de hoofdjes heen. Want als er iemand neervalt, zie je hoe alle hoofdjes naar één punt bewegen. Als er een EHBO’er voor je neus aan het werk is, dan stop je even met de stroboscopen. Of als er een knokpartij in de zaal is, en security erbij moet komen.’
‘Het is ook een zware baan: weinig slapen, hard werken, weinig verdienen, maar wel echt genieten. Ik werk voor veel verschillende clubs en partijen, ik heb half Amsterdam al gehad in de afgelopen twintig jaar. De dagen zijn heel afwisselend. Neem CODA op Amsterdam Dance Event: ik begin ’s ochtends om een uurtje of acht. Dan gaan we de zaal preppen en opbouwen. Ik start ook op voor de eerste lichtoperator. Dan ga ik ergens tussen 16.00 en 18.00 hopelijk even een hotel in om een paar uurtjes te slapen. Effe douchen, dan begin ik daarna weer rond middernacht, tot 12 uur ’s middags. Ja, 12 uur lang draaien, ik hou van de long haul, de allnighters. De truc is: altijd vooraf even douchen. Ook al heb je niet geslapen, je voelt je weer opgeladen, fris, wakker. Je pakt je slaap wanneer je die pakken kan. Als ik eerlijk ben: hoe minder ik heb geslapen, hoe beter mijn shows zijn. Dan overdenk ik niet, als ik moe ben gaat alles op autopilot, ik beland in een flow. Na de show wil ik dan ook geen mensen om me heen, ik wil effe rust, ontladen. Dan ben ik overwhelmed, kapot. Ik heb alles erin gestopt van mezelf.’
Adriano Rodriguez (31)
Creative director, event producer en scenografie-ontwerper, mede-oprichter Disturbia en SoundCora, creative & technical manager bij TILLATEC

‘Ik werk al meer dan tien jaar achter de schermen van festivals en clubs, van ontwerp tot opbouw en afbraak. Soms werk je maanden aan een festivalpodium, maar niemand weet uiteindelijk wie het heeft gemaakt. De dj komt een paar uur draaien en vertrekt weer, terwijl achter zo’n evenement een gigantisch proces zit. De mensen achter de schermen verdienen wat meer liefde.’
‘Toen De School ermee stopte en TILLATEC begon, had dit gebouw veel liefde nodig. Hoewel we hetzelfde gebouw delen, gebruikt TILLATEC allemaal andere ruimtes dan De School gebruikte. We moesten dus alles fixen: geluidsisolatie, licht, decoratie, ventilatie, plekken om te chillen en hoekjes waar je je kunt verstoppen. En er gaat hier voortdurend iets kapot. Lekkages, toiletten, ventilatie… In het begin klaagde iedereen erover hoe bloedheet het hier was. Het ingewikkelde was: TILLATEC zou eerst maar één jaar bestaan. Dan kregen we weer drie maanden erbij, en nóg drie maanden. Dus bij alles wat je wilde verbouwen dacht je: hoeveel geld kunnen we hierin stoppen als we niet weten hoe lang we hier nog van kunnen genieten?’
‘Ons eerste ADE hier was compleet gestoord. Alles werd tot het uiterste gedreven, ook de elektriciteit. Op een gegeven moment, pats, viel de stroom uit. We moesten ter plekke improviseren en een andere zaal openen. Op de WhatsApp: “We hebben iedereen hier nodig. Deze ruimte moet binnen een uur klaar zijn!” Dus iedereen rent door elkaar, de hele club staat vol bezoekers die zien dat er iets gebeurt en nieuwsgierig worden, en ondertussen probeer je gewoon die zaal uit de grond te stampen. Dat zijn momenten die je de rest van je leven niet vergeet.’
‘Of de condens, voordat de ventilatie goed werkte. Ik werd eens gebeld aan het begin van een evenement omdat er zoveel condens was dat ik naar de club moest rennen om afdakjes boven de dj te bouwen, zodat het niet óp de CDJ’s zou regenen. Een andere keer stond hier bij de ingang drie centimeter water op de vloer omdat de wc’s waren overspoeld. Deuren open en met z’n allen het water naar buiten duwen. Dat gebeurt dan gewoon midden in de nacht. Uiteindelijk is dát ook wat bepaalt hoe professioneel je bent: niet dat er nooit iets misgaat, maar hoe goed je problemen kunt oplossen.’
‘In deze industrie kun je altijd nog iets mooier maken. Daarom zeggen we als iemand vraagt wanneer het af is: “We will finish when the event starts.” Ik heb weleens meer dan 24 uur achter elkaar gewerkt. Tijdens het festivalseizoen hadden we soms drie of vier festivals in één week: overdag het ene project afmaken, meteen doorrijden om ’s nachts het volgende af te krijgen, even slapen en de volgende ochtend naar nummer drie. Vroeger ging ik daarna ook nog feesten en zonder slaap door naar de afbouw. Dat doe ik nu niet meer.’
‘ADE wordt weer een lange week. Soms werk je anderhalve dag door, ga je vijf of zes uur naar huis en begin je weer aan de volgende anderhalve dag. Maar als het eenmaal staat en ik op de dansvloer mensen zie dansen, rondkijken en de ruimte aan hun vrienden laten zien, weet ik weer waarom ik dit doe. Als het voorbij is, ben je vooral heel blij dat je de strijd hebt overleefd. En nee, ik heb er nooit spijt van. Het is het waard.’
‘Ik ben ook aan de slag bij de nieuwe club Ingang in Amsterdam-Noord. Ik ben echt verliefd op dat gebouw. De grote zaal is al prachtig, met hoge plafonds. Juist die hoogte geeft heel veel mogelijkheden om mooie decorstukken te maken. Het potentieel is enorm. Het hele team is supergemotiveerd om er iets moois van te maken.’
Amely Carmilova (30)
Barpersoon en runner bij TILLATEC

‘Ik ben runner en bartender. Dat runnen vind ik stiekem heel leuk. We noemen onszelf hier “de ratten”, wat eigenlijk de perfecte omschrijving is: we scharrelen overal tussendoor, bukken tussen dansende en neukende mensen door om bekers, flesjes en afval op te rapen. Mentaal is het heel zen: je zet je hersenen uit en doet gewoon taak na taak. Bar aanvullen, opruimen, afval verzamelen, opslag aanvullen, repeat. Hell yeah. Ik hou van structuur, en ze weten inmiddels: stuur Amely naar een probleem en het wordt opgelost. Ook als het een totale chaos is.’
‘Leuk publiek behandelt me als een mens. Rotpubliek ziet me soms als een veredelde bediende.’ Lachend: ‘Nou, als zij mij als bediende zien, zie ik hen als bowlingpins en mezelf als bowlingbal! Soms zijn er ook van die bezoekers die je dag maken. Ik liep eens op een totaal chaotische avond met een zware bak ijs te sjouwen, en uit het niets pakte iemand ’m van me over en hielp me tillen. Dat hoefde hij helemaal niet te doen. Ik heb hem daarna meteen wat tokens voor een gratis drankje gegeven. Zulke mensen waardeer ik echt.’
‘Alleen: lieve bezoekers, neuk alsjeblieft niet op de wc. Echt, doe het ergens anders. Als ik de toiletten aan het schoonmaken ben, een deur zit op slot maar niemand reageert, dan raak ik bezorgd. Dan denk ik: shit, is iemand aan het overdosen? Is iemand gedrogeerd? Moet ik awareness halen? En tachtig procent van de tijd staan er gewoon twee mensen te neuken. For fuck’s sake! Je bent in een queerclub, er zijn genoeg andere donkere hoekjes. Bovendien: weet je hoeveel mensen er al op die wc zijn geweest? Ewwwwww. Dus: niet neuken op de toiletten. Ik bel awareness omdat ik me zorgen om je maak!’
‘Als ik ergens vaak kom, eindig ik uiteindelijk tóch achter de bar. Zelfs bij squats waar ik gewoon bezoeker ben, sta ik op een gegeven moment vrijwillig bardiensten te draaien. Ik heb blijkbaar een doel nodig. Ik heb hiervoor in Griekse clubs gewerkt. Shitty Greek clubs, om precies te zijn. Als je denkt dat clubs hier soms onderbezet of chaotisch zijn: in Griekenland is het nog fucking erger. En het management is er ook een stuk kutter. Bij TILLATEC is het véééél beter geregeld, dit is oprecht de eerste baan in mijn leven waar ik van hou. Ik vind het heel verdrietig dat deze plek sluit. Uiteindelijk zijn het de mensen die een club maken. Nu stort ik me op mijn volgende levensproject: dj-collectief Umbral, nog zo’n groep inspirerende mensen.’