Parkway Drive andermaal wervelend

Heaven Shall Burn valt ietwat tegen in 013

Aäron van der Sanden ,

Als een geoliede tourmachine raast Parkway Drive de laatste jaren door Europa. Geen enkel metalfestival wordt overgeslagen, iedere stad lijkt te zijn bezocht. Dat dit niet hindert blijkt donderdagavond in 013, waar de band, samen met Carnifex, Northlane en de Duitsers van Heaven Shall Burn, een volgepakte zaal treft. Met een fraaie mix van death- en metalcore belooft het affiche veel goeds.

Carnifex

Het eerste optreden van de avond begint vroeg, klokslag 18.30. De timeline is inmiddels al een tijdje bekend, maar men blijft verbaasd dat Carnifex en niet Northlane als eerste op het podium staat. De Amerikanen lijken er zelf geen ene moer om te geven, want ze doen precies waar ze goed in zijn; de bezoekers trakteren op ongenadig harde deathcore. En dit met nummers als Die With Hope, van het gelijknamige en nieuwste album en Lie To My Face ("what the fuck!"). Hoewel de zaal bij lange na niet volstaat, ontstaat er toch een moshpit, hetzij bescheiden in omvang. Zo hard als Carnifex speelt, zo snel gaat de tijd; gevoelsmatig is het half uur binnen vijf minuten voorbij.
 

Northlane

Australische metalcore die sterk doet denken aan diens Britse evenknie; Northlane in een notendop. Hoewel de clean vocals van Marcus Bridge prima klinken, kan het contrast ten opzichte van voorganger Carnifex niet groter zijn. Northlane doet in veel opzichten denken aan Architects, gecombineerd met een veelvoud aan breakdowns en daarnaast nog meer clean zang. Niet verkeerd, maar het is even een flinke overgang. De band is zich bewust van de beperkte speeltijd en draait dus niet om de hete brei heen: muziek maken! Met Masquerade spelen ze gelukkig ook één van de hardere en ruigere nummers. Het moge duidelijk zijn dat de meeste mensen komen voor de volgende twee acts, maar de Jupiler Zaal staat inmiddels toch redelijk vol. Fijn voor dit vijftal uit Blacktown, New South Wales, dat aantoont er met een nieuwe zanger niet op achteruit te zijn gegaan. Bridge zingt niet altijd loepzuiver, maar heeft voloende uitstraling om daarvoor te compenseren. En zolang de bandleden zijn grunts begeleiden met breakdowns, blijft Northlane zeer aangenaam om naar te luisteren.

Heaven Shall Burn

Al sinds 1996 vormen zanger Marcus Bischoff en consorten het Duitse Heaven Shall Burn. Na al die jaren blijft de uitstraling van de vocalist misleidend; als een perfecte 'boy next door', totdat je dichterbij komt of wanneer hij zijn bek opentrekt. Daar kan het veganisme, een gemeenschappelijk kenmerk binnen de band, weinig aan veranderen. Met een totaal van zeven studio albums hebben de mannen een meer dan uitgebreid repetoire om een setlist mee samen te stellen. En van dit feit maken ze dan ook riant gebruik. Heaven Shall Burn trapt af met Counterweight, van de in 2006 verschenen plaat Deaf To Our Prayers. En gedurende het optreden komen ook tracks van het in 2002 uitgekomen album Whatever It May Take voorbij, waaronder Behind a Wall Of Silence. Het is duidelijk dat de meesten wachten op een tweetal nummers van Iconoclast 1: The Final Resistence. En met Black Tears en vervolgens Endzeit krijgt het publiek waar het zo naar uitkijkt. En schalt het 'We are, we are, we are the final ones' door het goedgevulde vertrek. Niet dat dit optreden in de geschiedenisboeken terechtkomt; daarvoor is het allemaal iets te mat en plichtmatig. Misschien dat de jaren toch beginnen te tellen? En waar de band eindigt met 'Like Gods Among Mortals', zou 'The Weapon They Fear' niet misstaan. Al met al; vermakelijk, maar zeker niet onvergetelijk.

Parkway Drive

Het is iedere keer weer een feest om Parkway Drive te zien spelen. Hoewel de meeste aanwezigen deze vijfkoppige Australische metalformatie al meerdere malen hebben gezien, blijft iedereen siked voor weer een show. En de band pakt groots uit; wanneer met Wild Eyes de show begint knallen de kanonnen flinke hoeveelheden confetti de zaal in; welcome, the party is about to begin! En een feest, dat wordt het. Met het eerste nummer zetten deze core-knapen direct de toon voor het restant van de avond; het gaat snel, hard en strak als een drugsverslaafde op Speedfest. Vlot bereiken de temperaturen tropische hoogtes, zeker wanneer de vlammenwerpers hun werk doen en iedereen in de zaal het nog nét wat warmer krijgt. Wat alleen maar aangeeft dat Parkway Drive boeiend blijft met diens mix van metal- en hardcore. Dankzij in totaal dertien nummers speelt de band de krappe anderhalf uur moeiteloos vol. Alle vier de platen passeren de revue en het publiek lijkt de oudere nummers, zoals Mutinity en Idols and Anchors, net zo goed te verteren als nieuwer werk, waaronder Swing en het eerdergenoemde Wild Eyes. Nadat de heren zich even backstage hebben teruggetrokken, komen ze (verrasing!) even later terug voor een welgemeende toegift. Met Horizons, van het gelijknamige album uit 2007 en, last but not least, Carrion (van dezelfde plaat), sluit de band de avond op toepasselijke wijze af. Parkway Drive valt eigenlijk nooit tegen, zo ook vanavond niet. Waar ook Northlane en Carnifex een prima indruk achterlaten, geldt het tegenovergestelde voor Heaven Shall Burn. Maar dat mag de pret niet drukken; liefhebbers van metal- en deathcore zijn deze donderdagavond prima vermaakt in 013.