Die omwenteling begint met een radicale reset. Alles gaat op de schop: Van de schermen en de lichtsetting tot de komst van een tweede zaal, maar vooral de programmeerfilosofie. Het eerste jaar trekken Jam en Jali het hele blik genres open: van techno, disco tot melodische house - alles moet een keer de vloer op om te voelen wat werkt, wat doodvalt en waar de energie zit. De conclusie is verrassend simpel: een consistente sound rond house, in al z’n varianten, maakt dat publiek Shelter durft te vertrouwen. Tech, minimal, afro, deep en Disco - zolang het in die brede housestraat blijft, kunnen mensen komen zonder de line-up van tevoren uit het hoofd te kennen, met nog genoeg ruimte voor verrassingen onderweg.
Het idee daarachter is bijna opvoedkundig. De ‘commerciëlere’ avonden - met namen als Job de Jong of Max Dean - trekken een nieuw, jong publiek naar binnen. De generatie die door drie jaar corona nauwelijks een club van binnen heeft kunnen zien, moet ergens beginnen; niet iedereen stapt meteen een obscure, dwarse nacht in op een achterafstage van een festival. Een voorbeeld van de keuzes die de jongens maken vanuit hun eigen ervaring als clubganger? De leeftijd waarmee je Shelter in mag, van 21 naar 18 verlagen. Jam: ,,Toen wij naar Amsterdam verhuisden, werd ik net achttien. Het was midden in corona, dus wij hebben toen niet eens echt heel veel meegemaakt.”