Op vrijdag 17 juni kwamen er drie totaal verschillende bands bij elkaar tijdens Patat Met in de Vorstin Hilversum. Onder het genot van een zakje patat aanschouwden wij hier een muzikale achtbaan.

CLOUDSURFERS

De avond begon knallend met de band CLOUDSURFERS. De band had een opvallende leadzanger met een shirt van voetbalclub Turkije en een meisje op de bas, die net zo hard kon rocken als de andere punkers. Verder stonden er op het podium maar liefst twee (half ontblote) drummers hun ziel er uit te slaan. Het was leuk om te zien hoe het publiek door deze jonge band helemaal door elkaar geschud werd. Twee van de bezoekers waren wat oudere mannen, die hard bezig waren hun jeugd aan te wakkeren op de dansvloer.

De muziek klonk zoals we garagerock gewend zijn: luid en onvoorspelbaar. Ook waren de nummers niet kort, misschien wel de  langste punk nummers dat ik ooit voorbij heb horen komen. Op het einde speelden ze een nummer waar eerst rustige zang werd gezongen met een onverwachte triangel als breekpunt van het nummer, zodat de luide gitaren weer konden opkomen. Dit experimentele, gekke en overwachtste maakte CLOUDSURFERS wel echt uniek.

Subterranean Street Society

De tweede band die op het podium kwam was echt een hele trip. Ze maken een mix van Folk, Alternative en Grunge. Na de soundcheck hadden ze toch nog behoefte aan een kleine drie minuten pauze wat het publiek wel erg ongeduldig maakte. Het optreden begon met het nummer ‘Wake Me Up Before I Go To Sleep’. Heel goed gekozen, het sleurde je gelijk in de mysterieuze sfeer van de band. Driestemmig gonsde ‘won't you wake me up’ door de zaal. Ze wisten er een mooie hallucinatie van te maken, echt alsof je in een droom zat. De leadzanger van deze band (Louis Puggaard-Müller) zou van mij een heel eigen artikel verdienen. Echt de ster van de avond. Zijn Paolo Nutini- achtige stem blies me helemaal omver en deed de band echt tot zijn goede. Hij speelde op een mooie blues gitaar die zorgde voor een folk geluid in de muziek. 

De drummer switchte af en toe van instrument (of speelde de instrumenten tegelijkertijd) en liet zien dat hij zelfs goed was op de keyboard, tamboerijn en stem. De interactie met het publiek was heel leuk tussen de nummers door. Hij vroeg de bar: ‘Is your money good’ wat eerst leek op een leuk praatje tussendoor was eigenlijk de inleiding van een nummer. Dat was wat het zo verrassend en perfect doorlopend maakten.  Louis wekte met zijn charismatische houding, het bezwete lange haar dat voor zijn gezicht hing, en van die waterige indringende ogen echt de nieuwsgierigheid op. De band was tussendoor veel bezig met het stemmen van de gitaar, waarop de bassist grapte: ‘We worden ook wel de subterranean tuning society genoemd ‘’. Als een van de laatste nummers een kwam er een ‘lullaby’(slaapliedje) met een grijns van Louis ‘’a real headbanger he’ met gelukkig daarna weer een bewegelijk nummer die de set van de band mooi afsluiten.

Queen's Pleasure

De laatste band van de avond begon rustig op het podium te komen: Queen's Pleasure. Eerst de ontblote gitarist en daarna de rest van de band in een pak. Alsof ze net van hun studentenvereniging borrel kwamen. De zanger loopt ijsberend om de microfoon heen en het publiek wacht gespannen tot de eerste zin door de microfoon klinkt. Het eerste nummer: ‘Niels’ is lekker pakkend met een mooie pauze tussen de luide instrumenten en de tekst ‘’you’re fucking crazy’’. 

De zanger zijn stem heeft veel weg van Alex Turner (leadzanger van de Arctic Monkeys) en heeft een lekker rauw randje. De muziek had veel weg van garage rock maar toch heel toegankelijk. Met af en toe een slokje bier tussendoor klinkt de band het gehele optreden energiek en amuserend. Het zou zomaar kunnen dat deze jongens over een tijd volgeboekt op elk festival staan (in zowel de UK als in Nederland) want de band lijkt geboren voor het podium en speelt hun set zo nonchalant doch professioneel.