Virtuoos Geese weet precies waar het mee bezig is
Ongrijpbare Cameron Winter is een trefzekere frontman
Doornroosje heeft de primeur. Na de release van hun doorbraakalbum Getting Killed ging frontman Cameron Winter gek genoeg eerst op tour met zijn solowerk, maar hier in Nijmegen hebben we eindelijk de kans om Geese te zien. Het is een van de meest gewilde clubshows van het jaar. En dat blijkt terecht, want Geese speelt een overweldigend concert.
‘Like a sailor on a big green boat… you can be free and still come home.’ Cameron Winter zingt het alsof zijn kaken dichtgenaaid zijn, haast zonder te articuleren. Het haalt bij de Geese-sceptici het bloed onder de nagels vandaan, deze manier van zingen, zijn ogenschijnlijk afwezige blik erbij. Maar hier in Doornroosje Nijmegen, bij de eerste van twee Nederlandse shows na hun doorbraak met het album Getting Killed, zien we absoluut geen vage zwalker op het podium staan. Cameron Winter blijkt in zijn doodnormale grijze hoodie wel degelijk een van de meest trefzekere zangers van het moment, omgeven door een virtuoze band die precies weet wat–ie doet en waar je ruim een uur ademloos naar kunt staan kijken.
Het is ook bepaald geen betekenisloze zin, ‘you can be free and still come home’, uit ‘Au Pays Du Cocaine’, een van de meer kalme liedjes in het oeuvre van Geese. Het is een van de vele tekenen van de vrijheidsdrang die in zo'n beetje elk liedje van Geese zit. De teksten van de band worden vaak ongrijpbaar genoemd, maar tussen de surrealistische beelden tref je zo nu en dan een zin die iedereen begrijpt. Oh ja, wil je dat ik mijn belastingen betaal? ‘You're gonna have to nail me down!’, zingt Winter bijvoorbeeld in de wonderlijke uithaal die het liedje ‘Taxes’ openbreekt. De vuisten vooraan gaan massaal de lucht in als de band vol achter de frontman gaat staan. Op het spaarzaam verlichte balkon staan mensen met ontroering en bewondering te kijken naar deze band, die niet alleen veel dynamiek in een liedje legt, maar ook nog eens extra in een meeslepende set van vijf kwartier.
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.
Onverwachts afslaan
Geese is niet van gisteren. De band ontstond in de coronatijd in New York en bracht intussen al drie albums uit. Maar pas het laatste jaar ontstond er een cultus van bizarre proporties rond de band. Je kunt in New York geen hippe man met baard tegenkomen of hij begint over Geese. Geese is een manier om door het leven te stappen (geheel op je eigen voorwaarden), maar ook de ideale band voor ‘performative listening’: je kunt indruk maken door te beweren dat je deze ingewikkelde band begrijpt. Dat je de vreemde ritmes kunt volgen, dat je snapt wat Cameron Winter bedoelt als hij schreeuwt dat er een bom in zijn auto ligt.
Goed, de naam van de frontman is vaak genoeg gevallen, Geese is een kwartet, met Emily Green op gitaar, Max Bassin op drums, Dominic Digesu op bas, live af en toe aangevuld met extra toetsen van Sam Revaz. In het kale openingsnummer ‘Husbands’ toont Bassin zich direct, met een inhouden en tegelijk splijtende rechts-linkse, terwijl Winter zich probeert te ontdoen van ‘a horse on my back’, een zware last die hem neerdrukt. Direct daarna schakelt de band door naar het overrompeld felle ‘Getting Killed’, waarin Emily Green mag laten horen wat een waanzinnige gitarist ze is (zowel in het subtiele als in de volle uithaal) en Digesu bast alsof hij achterna gezeten wordt. ‘I'm getting killed by a pretty good life’, klinkt Winter's conclusie na een avond waarin de stad hem opgevroten en weer uitgespuugd heeft. Mooi hoe in het lichtplan de belangrijkste schakelpunten in de liedjes zo geaccentueerd worden dat ze nog helderder binnen komen. Het voelt als een band die aan het jammen is, alsof de band op elk moment onverwachts af kan slaan, maar elke uithaal, elke drumfill zit precies waar hij moet zitten.