Rap en geweld: 'Het was juist een rapper die slachtoffer was'
Hiphopwereld wil best maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen
Het openbaar ministerie wil praten met de rapwereld. Dat kopte NRC afgelopen week in een uitgebreid interview met Job van Beekhoven, beleidsmaker van het Functioneel Parket. Doel: begrijpen wat in de wijken speelt en een maatschappelijke coalitie aangaan met artiesten die kwetsbare jongeren aanspreken met hun muziek. Zijn betoog valt in de hiphopwereld een stuk beter dan de oproep van de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb dat rappers hun verantwoordelijkheid moeten nemen voor vuurwapengeweld. Dat lijkt weliswaar hetzelfde, maar het verschil is essentieel.
Niet happen
10 januari 2019, het is tien dagen na de tragische dood van rapper Feis in de nieuwjaarsnacht, een dag voor zijn begrafenis. De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb houdt zijn traditionele nieuwjaarstoespraak, en daarin roept hij rappers op een einde te maken aan de verheerlijking van vuurwapengeweld. Hij wil met ze aan tafel, vertelt hij, en hij vindt dat ze hun verantwoordelijkheid moeten nemen.
Bizarre woorden die als een baksteen op de maag van de hiphopscene vallen. Want niet alleen is de timing fout, maar ook de strekking deugt niet. De dood van Feis had immers niets te maken met criminele activiteiten; hij probeerde een cafe-ruzie te sussen en werd bij de vechtpartij die volgde neergeschoten. En hoewel hij in zijn tracks verhalen van de straat vertelde, werd Feis juist bij uitstek gezien als een voorbeeld voor jongeren van de straat. Hij rapte namelijk juist over zijn pogingen zich aan het straatleven te onttrekken.
Eurosonic-Noorderslag nodigde Aboutaleb direct uit in debat te gaan op hun conferentie in Groningen. De burgemeester zegde toe, maar toen gebeurde er iets opmerkelijks: niemand uit de hiphopwereld wilde dat debat aangaan. Geen rappers, geen labeleigenaren, geen boekers, helemaal niemand. En ook in de media liet geen enkele rapper zich verleiden tot een weerwoord. Reken maar dat elke entertainmentrubriek de volledige klapper af gebeld heeft. Het was een statement: wij zijn niet zo dom als we lijken, we happen niet zomaar op zo’n uitspraak.
Farid Benmbarek van Feis’ label Top Notch ging ook niet in op de uitnodiging. Hij heeft geen goed woord over voor de manier waarop de Rotterdamse burgemeester handelde. ‘Aboutaleb vindt dat rappers zich bewust moeten worden van het gevaar van vuurwapens, maar het was juist een rapper die slachtoffer was van geweld. Er was geen enkele connectie tussen de carrière van Feis of zijn verleden op straat en deze gebeurtenis. Het is bovendien een veel te brede uitspraak. Het is als zeggen: boeken zijn gewelddadig. Dat een slimme man op zo’n belangrijke positie zoiets ondoordachts zegt nog voordat het slachtoffer begraven was, vind ik echt niet kunnen.’
Rapper Feis overleden
Feis: 'Doe mij maar een penthouse in de stad'
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Wat is nu het verschil tussen Aboutaleb en deze Van Beekhoven? Want ze lijken allebei hetzelfde te doen: rappers vragen om mee te denken over een oplossing voor vuurwapengeweld. Maar waar Aboutaleb een oorzakelijk verband tussen rap en geweld suggereert (verheerlijking leidt immers tot navolging) ziet Van Beekhoven een heel andere correlatie: de werelden van rappers en criminelen raken elkaar namelijk wel eens, maar ze zijn niet hetzelfde.
Sterker nog: muziek biedt voor veel jongeren in kansarme situaties een perspectief. De hiphopscene heeft de laatste jaren zijn eigen industrie opgebouwd, waarin niet alleen artiesten werken, maar ook boekers, managers en makers van videoclips. Van Beekhoven: ‘Ik wil rap niet criminaliseren. Ik wil door de bril van hiphop naar criminaliteit kijken, en zo het perspectief van onze aanklagers verrijken. Hoe meer zij snappen van de feiten en omstandigheden waaronder criminaliteit plaatsvindt, hoe betekenisvoller zij kunnen aanklagen. Waarom kiezen jongeren het criminele pad?’
Farid Benmbarek is natuurlijk niet gek. Hij ziet ook dat er een connectie is tussen hiphop het straatleven. En dat de paden van criminelen en rappers elkaar soms kruizen, bijvoorbeeld in clubs waar met geld gesmeten wordt. ‘Net als de paden van voetballers en horeca-ondernemers, trouwens. Jonge mensen die bezig zijn met geld verdienen en sociale status, komen elkaar op een bepaald moment tegen.’
De open benadering van Job van Beekhoven leidt al tot gesprekken achter de schermen. ‘Toen ik op Curacao was wilde hij graag praten over manieren om samen te kijken naar het kruispunt van entertainment en sociaal bewustzijn. Ik ben toen met hem gaan praten over ons boek Roofstaat, over de koloniale geschiedenis, dat we graag meer onder de aandacht wilden brengen.’
Samenwerkingen volgden in het project Jongeren Die Het Kunnen en een tentoonstelling van het Amsterdam Museum, in samenwerking met Marian Duff. Benmbarek: ‘Ik vind de manier waarop Job met oprechte interesse voor de cultuur vanuit de overheid probeert de minderbedeelde jongeren in de samenleving te begrijpen heel indrukwekkend. Ik maak niet vaak mee dat iemand zo in touch is en echt snapt wat er speelt.’