Hoe online muziekplatforms de underground in je woonkamer brengen Hoe online muziekplatforms de underground in je woonkamer brengen

Online Radio Festival brengt zes toonaangevende sites samen

, Atze de Vrieze

Hoe online muziekplatforms de underground in je woonkamer brengen

Online Radio Festival brengt zes toonaangevende sites samen

Atze de Vrieze ,

Dit weekend bundelt het Muziekgebouw Aan ’t IJ in Amsterdam zes toonaangevende muziekplatforms tijdens het Online Radio Festival. Zes platforms die midden in de underground van hun stad zitten, en die wereldwijd de huiskamers in streamen. Wat beweegt en typeert ze? “Wij zijn geen ‘hit makers’, eerder ‘hit destroyers’.

“Aaaah. Je kunt niet bij Red Light Radio geweest zijn en niet deze geur geroken hebben.” Hugo van Heijningen maakt de deur van de studio even open voor we naar boven vertrekken. Een stevige geur van sigaretten, een lichte tint bier en vooral mannelijke lichaamsgeur stijgt op uit de kleine ruimte met het rode licht aan het Oudekerksplein. Het bordje ‘no sex’ boven de ingang is niet overbodig. Een deur verderop zit een sexshop, op de hoek staan voluptueuze donkere dames in het raam. Je kunt het met de beste wil van de wereld geen stank noemen. Wat hier in het kleine hoofdkwartier van Red Light Radio hangt, is een geur die suggereert dat het hier gebeurt. En dat is ook zo. Van de grote schoonmaak op de Wallen hebben creatieve mensen geprofiteerd. In het kantoorpand boven de studio zetelen onder andere Shuffler.fm en Dj Sandeman, even verderop zit Quartier Putain, het koffiezaakje en hoofdkwartier van label Top-Notch.

Future Vintage 221 @ Red Light Radio 04-28-2015 by Red Light Radio on Mixcloud

Super lokaal, voor de hele wereld
Vijf jaar geleden betrokken Hugo van Heijningen en Orpheu de Jong dit leegstaande hoerenkotje, in eerste instantie anti-kraak en voor een paar maanden. Een crowdfundingactie hield het idee levend. Om hoeveel geld dat ging? In je herinnering waarschijnlijk 300.000 euro. “Maar het was een nulletje minder”, lacht Van Heijningen. “We hebben er anderhalf jaar op geteerd. We hebben onszelf zo min mogelijk uitbetaald, en de kosten zo laag mogelijk gehouden.” Vanaf het begin bleek de animo voor Red Light Radio in de Amsterdamse scene. Of beter: de Amsterdamse scenes. Want op de cultzender hoor je zomaar achter elkaar een discoshow, een metaluurtje en een exquise selectie West-Afrikaanse nuggets. Van Heijningen: “Er gebeurt zo veel in de stad Amsterdam. Het idee was om zoveel mogelijk mensen bij het platform te betrekken. Talenten, mensen die zelf muziek maken, of mensen met een mooie collectie. We willen onze luisteraars muziek laten horen die ze nog nooit gehoord hebben, muziek waarvan je verbaasd bent dat het bestaat.”
 
Het is de grote gemene deler van de platforms die meedoen aan het Online Radio Festival in het Muziekgebouw Aan ’t IJ. Ze zijn super lokaal, en richten zich tot de nieuwsgierige mensen in de hele wereld. Zo werkt niche op internet: inzoomen zo ver als je kunt, en vervolgens uitvergroten naar een potentieel publiek dat oneindig veel groter is dan die lokale scene. NTS uit Londen doet mee aan het festival, net als Berlin Community Radio, Stroom uit België en de moeder van de online nichestations: Dublab uit Los Angeles. Boiler Room is er ook bij. Dat Londense initiatief mag je dan wel niet direct ‘radio’ noemen, maar broadcasten doen ze natuurlijk wel. Net als Red Light Radio werd Boiler Room een jaar of vijf geleden opgericht door twee jonge gasten, Thristian Richards en Blaise Bellville. Hun eerste feestje gaven ze in een door duivenstront geïnfecteerd pakhuis in Elephant & Castle, Londen. Webcam erop, streamen via Ustream, en gaan. Ook deze jongens zaten midden in de underground van hun stad. Binnen een paar maanden hadden ze onder andere Jamie XX en James Blake te gast op hun verder alles behalve high profile feestjes. Het publiek bestond in eerste instantie uit vrienden, vervolgens uit de incrowd die je altijd op de gastenlijst tegenkomt, en pas in laatste instantie echt publiek. Het werkte: mensen over de hele wereld stemden af.
Zo populair dat een parodie niet uit kon blijven
Vijf jaar later werken op het hoofdkwartier van Boiler Room in Londen zo’n 25 mensen, vertelt Gabriel Szatan, die zelf als student gewoon nog naar Boiler Room uitzendingen op zijn computer keek, maar sinds vorig jaar maakt hij deel uit van het bedrijf. 23 is hij nog maar, en hij klinkt alsof hij hoogstpersoonlijk al tien jaar aan het roer staat van het bedrijf. “In belangrijke steden als Amsterdam, Parijs, Berlijn en New York hebben we medewerkers zitten, die zelf avonden initiëren, en daar ook voor betaald krijgen. Alles bij elkaar zijn wereldwijd ongeveer 55 mensen bij de site betrokken.” Berlijn was als technohoofdstad logischerwijs de eerste satelliet van Boiler Room, Amsterdam volgde al snel, en inmiddels is het platform zelfs doorgedrongen tot in Moskou. Het heeft inmiddels een miljoen likes op Facebook, 243.000 volgers op Twitter en 669.000 abonnees op YouTube, en daarmee heeft het een enorm bereik op sociale media. Boiler Room is inmiddels zo populair dat een parodie niet uit kon blijven. Makkelijk natuurlijk, met al die hipsters die zich om de dj verdringen. Ben Klock wordt hier flink in de zeik genomen. De Duitse techno-dj reageert in stijl: hij draait de plaat uit de parodie een keer echt in zijn set.
 
Boiler Room vindt zijn oorsprong in de ‘pirate radio’ cultuur van Londen, die altijd een sterke motor geweest is achter de elektronische subculturen van de stad. Niet voor niets zijn de banden met NTS sterk. Maar in de loop der jaren richtte Boiler Room zich ook op subculturen in andere steden. “Sommige mensen kennen ons als grime platform, anderen als trendy techno website”, zegt Szatan. “Iemand uit New York kan zomaar inschakelen bij een Poolse funkavond, terwijl de volgende dag op een groot festival kunnen zijn met Caribou als headliner. Boiler Room is flink gegroeid de afgelopen jaren. Toch betekent dat niet dat we alleen maar grote namen willen hebben. Eerder proberen we de underground een overground exposure te geven.” 
 
Bouwen aan je portfolio
Met name Boiler Room - maar eigenlijk alle betrokken platforms - zijn rechtstreeks verbonden aan de ontwikkelingen in de muziekindustrie van de afgelopen vijftien jaar. Muziek is alom beschikbaar op internet, en ‘coole’ sites als Boiler Room vertegenwoordigen een enorme kans op exposure. In geen andere cultuur dan de dance werd daar zo gretig gebruik van gemaakt. “Wij doen alles in samenspraak met de artiesten”, zegt Szatan, “Ze willen graag bij ons draaien. De wereld is natuurlijk ook veranderd. Vroeger maakte je een product dat 15 pond kostte en dat je probeerde te verkopen. Nu is het zo dat iemand uit Venezuela je XLR8R mix hoort en je wil boeken. Je ziet dat artiesten bezig zijn met het bouwen van een portfolio. Dat is niet nieuw, het is al vijf, misschien wel tien jaar de standaard. Toch zag je in de eerste dagen van Boiler Room nog kritische geluiden: Boiler Room zou de markt kapot maken.”
 
Szatan wijst erop dat eigenlijk iedereen in de elektronische muziek meedoet in dit circus. “Je moet er hard voor werken. Je kunt het haast niet meer doen zoals Aphex Twin, Boards Of Canada en Squarepusher dat in de jaren negentig deden. Iets uitbrengen, geen interviews geven, nauwelijks optreden en onderduiken in je studio tot je weer iets nieuws af hebt. Iemand als Flying Lotus geeft tegenwoordig zipjes met oude beats weg om de aandacht vast te houden. Het lijkt me uitputtend, maar de markt is nu eenmaal heel anders dan in 1995.” 
 
De Napster revolutie
Nog veel dichter bij het vuur zat Dublab. De site uit Los Angeles werd al opgericht in 1999, midden in de Napster hype. Mark McNeill was in die tijd als student aan de University Of Southern California betrokken bij een studentenradiostation toen hij er achter kwam dat daar ergens een Real Media server stond die door niemand gebruikt werd. “We hebben ze overtuigd ons de licentie te geven”, zegt McNeill, die een week voor het Online Radio Festival in Keulen zit om daar Dublab Duitsland te lanceren. “In die tijd hadden de meeste mensen nog een inbelverbinding. Onze stream was 56K, waarvan 32 gebruikt werd voor de video. Het geluid klonk als een tinnen blikje, maar het was belangrijk om ook te laten zien dat het gemaakt werd door echte mensen.”
Ook bij Dublab zien ze natuurlijk dat sommige grote partijen uit alle macht proberen muziek weer uit het gratis domein te verdrijven. Onbegrijpelijk, vindt McNeill, die zelf vindt dat het supporten van artiesten en het gratis aanbieden van muziek elkaar helemaal niet uitsluit. “Het is toch belachelijk dat dit ineens weer onderwerp van gesprek is”, zegt hij. “We zijn zestien jaar voorbij de revolutie in de toegankelijkheid van muziek. De slimste mensen uit de tussenliggende periode zijn zij die de kracht van de ‘sharing’ wereld in hun voordeel gebruikt hebben. Bedenk je ook: muziek wordt al gemaakt zo lang als mensen bestaan. Daarbij vergeleken is de periode dat andere mensen dan de makers veel geld verdienen aan die muziek, echt een een ‘blip on the screen’. De partijen die het proces willen terugdraaien, vertragen de natuurlijk beweging die muziek maakt. Artiesten hebben zelf de macht weer in handen. Ze kunnen hun muziek licenseren, ze kunnen touren, ze kunnen merchandise verkopen.”
 
Een Red Light Radio hit? Die bestaat niet
Het helpt misschien dat Dublab zich bepaald niet richt op commercieel aantrekkelijke muziek. Ook bij Dublab hebben ze de ambitie zo ver mogelijk vooruit te kijken, vaak nog voor er een significant publiek is. “Het liefst laten we muziek rechtstreeks vanuit de studio horen, zoals vroeger in Detroit de verse soulplaten rechtstreeks vanaf de lopende band naar de radio gebracht werden. Die ambitie konden we ook waarmaken, omdat veel van onze resident dj’s zelf ook muziek maakten. Producer Daedelus bijvoorbeeld was al betrokken bij de voorloper van Dublab. Hij heeft heel wat nieuwe tracks geprimeurd in zijn eigen uitzending, gewoon om uit te proberen. Het is ook interessant hoe de dj’s uit LA vervolgens de wereld overvliegen, connectie leggen, muziek mee terug nemen, de lokale cultuur diverser maken. Alles versterkt elkaar, en zo ontstaat een wereldwijd netwerk. Duitsland is niet de enige plek waar nu een Dublab satelliet is. Al jaren werken we in Japan, onlangs is ook Dublab Spanje gestart.”
Dublab onderhoudt van huis uit nauwe banden met de underground hiphop- en elektronicascene in LA, met artiesten als Flying Lotus en Gaslamp Killer. Je zou kunnen zeggen dat zij de ‘hits’ van het station zijn. Want hits in de traditionele zin, daar maken ze zich geen moment druk om bij Dublab. Het zorgvuldig bouwen aan songs, werken met playlists en hitschijven, het past niet bij het platform. “Ik denk dat we juist al zo lang bestaan omdat we altijd op zoek zijn naar nieuwe dingen”, zegt McNeill. “Dingen waar we oprecht benieuwd naar zijn.” “Een Red Light Radio hit?”, zegt ook Hugo van Heijningen. “Nee, ik geloof niet dat die er is. Je moet je voorstellen dat je met vier vrienden in de auto zit, of in mijn geval de bandbus. Wij zijn die jongen op de passagiersstoel met de iPod in zijn hand, die het ene na het andere liedje aan de rest wil laten horen.” Orpheu de Jong: “Of er wel eens een nummer tien keer gedraaid is bij ons? Jawel, dat denk ik wel. Maar de twintig zal ie niet aantikken.”
 
Een laptop met een goede geluidskaart
Zo’n groei als Boiler Room heeft Red Light Radio zeker niet doorgemaakt. Hugo en Orpheu runnen de tent nog altijd primair met zijn tweeën, met hulp van twee anderen. In de loop der jaren hostten ze steeds vaker zelf events, een interessante bron van inkomsten. Andere belangrijke geldschieter is schoenenmerk Converse, dat wereldwijd veel investeert in undergroundcultuur. Juist door het wereldwijde bereik zijn dit soort undergroundplatforms voor sommige merken heel interessante partners. Verder probeert Red Light Radio zichzelf vooral zo mobiel mogelijk te houden. Voor een studio op locatie is niet meer nodig dan een webcam, twee cd-spelers en een mengpaneel, een laptop met een goede geluidskaart en een solide internetverbinding.
 
Red Light is nog altijd niche, maar het is wel op de plekken waar het moet zijn. Zo had het twee jaar op rij een studio in het Fader Fort, het hipste feest van SXSW (niet toevallig ook door Converse gesponsord). En tijdens de slotmarathon van club Trouw zond Red Light Radio twee nachten uit vanuit de gang in de kelder. Daar was Red Light Radio geen toeschouwer, maar werd het volop onderdeel van een magisch clubweekend. De eerste nacht begon nog met interviews en een voorzichtig feestje, de tweede nacht begon alles bij hen. “Er was vuur in het hele pand, die nacht”, zegt De Jong. “Ik kwam binnen om een uur of vijf, zes. Onze ruimte lag helemaal bezaaid met bananenschillen, een paar spaced out mensen langs de muur. Ik dacht: dit gaat weird worden. Anderhalf uur later was het helemaal aan. De jongens van Beesmunt Soundsystem - residents bij ons - presteerden daar echt ongelofelijk, misschien wel hun favoriet ever.” Het meest ontroerend die nacht was wellicht Trax, de dj uit Chicago die in het slotweekend maar liefst drie keer aantrad, spontaan, om even voor half zes ’s ochtends de mensen toe te spreken. Een spreker is hij niet, maar hij wilde wel graag iets zeggen, en dat maakte zijn ode aan de club - ogen naar beneden, steeds even aarzelend als te veel mensen op de achtergrond doorpraten - echt ontroerend. “Onthoud: dit kind hier sterft niet.”
 
“Soms vergeten mensen wel eens dat ze een bevoorrechte generatie zijn”, zegt Gabriel Szatan van Boiler Room. “Je kunt enorm dicht op scenes in de hele wereld zitten dankzij scenes als de onze. Je zit zomaar ineens naar BokBok in een slaapkamer te kijken. Als je nu al kijkt hoe de techniek verbeterd is ten opzichte van de tijd dat wij begonnen, dat is ongelofelijk. En als je internet dan een keertje niet laadt, haal nog eens diep adem.”

Nu op 3voor12