Trouw tot in den dood: Sandrien eist nog een allerlaatste plaat Trouw tot in den dood: Sandrien eist nog een allerlaatste plaat

"Als ik geen locatie vind waar ik me prettig bij voel, doe ik geen Imprint meer”

, Tim van der Steen

Trouw tot in den dood: Sandrien eist nog een allerlaatste plaat

"Als ik geen locatie vind waar ik me prettig bij voel, doe ik geen Imprint meer”

Tim van der Steen ,

Vanavond gaat Until The Music Stops van start. De laatste weekender in Trouw, daarna sluit de club voorgoed de deuren. Hiermee komt ook deze serie ten einde. In de afgelopen weken spraken we getrouwen over de club waar zij zich jaren thuis voelden en konden groeien. Na Job Jobse, Antal, Nuno Dos Santos, Patrice Bäumel en Joris Voorn, is het woord vandaag aan Sandrien. De Amsterdamse technokoningin die met haar Imprint-avonden techno naar Trouw bracht en een stevig stempel drukte op het geluid in Amsterdam.

Wat is Trouw voor jou?
“Mijn huis, mijn familie eigenlijk. Het is zo’n warm bad en iedereen is zo lief. Er werken mensen met een goed hart en ik heb er heel veel vrijheid en vertrouwen gekregen om te doen wat ik daar doe. Zaterdag was de laatste Imprint en ik had geen betere afsluiter kunnen wensen. Het was feest, iedereen was er die er door de jaren was geweest. Ik ging afsluiten van acht tot tien, toen ik de laatste plaat opzette moest ik wel even huilen. Ik dacht ‘shit, dit is er straks niet meer.’”

“Toen ik klaar was kwamen mensen naar mij toe die zeiden: ‘Ik wil je zo graag bedanken voor wat jij voor mij hebt gedaan, het heeft zo veel voor me betekend.’ Echt veel mensen hebben dat tegen mij gezegd, ik heb zelf nooit in de gaten gehad wat voor impact mijn avonden op andere mensen hebben gehad. Die waardering komt er nu wel uit, ze kwamen met knuffeltjes en cadeautjes. Mensen doen echt hun best om dat voor je te doen, bizar gewoon. Wauw wat mooi.”

“Een dag later draaide ik back to back met Carlos Valdes op Is Burning in de Verdieping. Toen de clubmanager naar mij toe kwam schreeuwde ik: ‘NEE!! Ik ga nog niet stoppen, ik wil niet dat het ophoudt.’ Dat was half 9 ’s ochtends. Uiteindelijk hebben we er nog vier gedraaid. Dat was best bijzonder. De sfeer was zo uitbundig, ik had een mini basketbalnetje gekregen van een vriendin van mij. Uiteindelijk werd dat een hoed. Toen ging ik naar boven om Job Jobse nog te horen draaien. Kwam ik daar bij de laatste tien seconden aan. Ik zei: ‘Ik kom echt niet omhoog met een basketbalnet op mijn hoofd om maar tien seconden van je laatste plaat te horen, ik eis nog een plaat. Het werd Beautiful Life van Gui Boratto.”

Hoe kwam je bij Trouw terecht?
“Rond 2009 was er qua techno niet zo veel in Amsterdam. Veel loopy house van labels als Oslo en 8Bit. Ik draaide toen een beetje overal en nergens maar had geen steady ding, geen residency. Ik miste een avond met energie, warmte en diepte en ben in 2010 zelf op Olaf afgestapt. Ik kende hem al van club 11, daar had ik met Carlos Valdes een aantal feesten gedaan. Bij de opening van Trouw vond ik de ruimte zo vet. Ik dacht: ‘Hier moet gewoon techno gedraaid worden.’ Dat werd Imprint, ik ging over de muzikale inhoud, Heleen Blanken deed het visuele gedeelte, van flyers tot visuals.”

“Op dat moment was ik al tien jaar bezig. Het ging wel goed, maar sinds ik Imprint in Trouw doe gaat het echt zo hard. Het is zo’n mooi podium om te staan, je kan er echt laten zien wat je kunt. Dat is ook opgevallen in het buitenland, ik kreeg ineens internationale aandacht en buitenlandse boekingen. Dat is echt spannend en leuk, een nieuw avontuur. Mensen kijken naar wat er in Trouw gebeurt, of gebeurde. Met Imprint kreeg ik vrij spel en veel vertrouwen. Ook met de boekingen, ik kon gewoon mijn favoriete artiesten aandragen en zij vertrouwden erop dat wat ik muzikaal wilde horen ook goed was. Dat gaf zo’n enorme vrijheid. Behalve dat ik er zelf draaide vind ik het fantastisch dat ik iedereen daar heb kunnen horen. De eerste avond hadden we ongeveer 500 man binnen en het is nooit minder geweest. Altijd druk of uitverkocht, het is wel een succes geworden.”

“Je ziet ook dat artiesten die eerst in Trouw geboekt zijn - toen nog - onbekend, nu op heel veel feesten staan. Jonas Kopp bijvoorbeeld, die boekte ik in 2011 voor het eerst. Er zijn inmiddels ook zo veel technofeesten, alleen al in Amsterdam. Best veel mensen vissen in dezelfde vijver dus je ziet dat line-ups op elkaar gaan lijken. Er is ook een publiek voor, het is momenteel zo happening en groot. Ik ben daar zelf een beetje bang voor, je wil natuurlijk geen overkill hebben. Ik hoop namelijk dat de juiste vibe op feesten wel bewaard kan blijven en mensen er om de juiste reden heen gaan. Ik bepaal natuurlijk niet hoe mensen daarin moeten staan, maar dat is wel hoe ik feesten geven en uitgaan ervaar. Echt voor de liefhebbers, het moet om de muziek blijven gaan. Dat is altijd nummer één geweest.”

“Ik vind dat er nu wel erg veel feesten zijn. Als je iets kan starten dat er nog niet is, onderscheidend en vernieuwend, vind ik dat alleen maar mooi. Start je nu een technofeest en breng je iets dat al gebeurd is, dan weet ik niet of dat zin heeft. Het moet gaan om muzikale visie, iets anders laten horen.”

Waar ga je heen met Imprint? De naam Radion valt geregeld.
“Ik weet het niet zo goed. Ik heb daar laatst wel gedraaid maar ben nu vooral bezig met het afscheid. Ik ga eerst een maand op vakantie. Rustig nadenken over hoe en of ik verder moet. Ik zeg niet waar, maar ik heb wel aanbiedingen gekregen om Imprint ergens anders te doen. Maar het hele gevoel dat er bij Trouw achter zat is zoiets bijzonders geweest, die sfeer die ik in de jaren heb kunnen opbouwen. Ik denk dat het heel moeilijk wordt om iets te vinden dat daarbij in de buurt komt. Ik wil niet door met Imprint omdat ik door moet en dan na een jaar stoppen omdat een verkeerde vibe alles heeft afgebroken. Als ik geen locatie vind waar ik me prettig bij voel gaat het niet gebeuren, dan doe ik geen eigen feest meer.”

Wat maakte Trouw dan zo bijzonder?
“Er is zo veel warmte bij het personeel en over alles is goed nagedacht. Een hele professionele organisatie, maar wel met een hart. Ik hoef me nergens zorgen over te maken als ik er sta, alles is geregeld. Als je binnenkomt zijn ze blij dat je er bent, dat voel je ook meteen. Dat is niet overal zo. Een voorbeeld is de een-na-laatste Imprint. Er was een nieuwe dj setup, drie CDJ’s naast elkaar op een plankje. Olaf zat een beetje te kijken, ‘hoe is dat nou?’ Hij vond het plankje nét niet lang genoeg, terwijl het een prima plankje was. Datzelfde weekend werd het vervangen. Dat oog voor detail, ook al ben je bijna dicht, nog steeds willen verbeteren. Dat maakt je club zo sterk.”

“Mensen komen er om te knallen en te dansen, maar het grootste verschil is dat ik mij er echt thuis voel. Dat heb ik op andere plekken niet zo. Een familiegevoel, zo fijn. Dat vind ik het ergste: dat ik de mensen die daar werken straks niet meer ga zien, of heel versplinterd over de stad. Ik wist dat ik het fijn ging hebben als ik naar Trouw ging. Het is zo raar dat er straks geen verzamelplek meer is. Ik weet dat de wens er is om door te starten, vanuit jonge mensen, vanuit Trouw. Ik wil heel graag verder met hen samenwerken. Maar er is gewoon geen locatie, ik denk dat daar wel tijd overheen gaat. Misschien is even rust ook wel goed, mensen gaan altijd vergelijken, zeker als je net een succesvolle club hebt gehad. Er zat ook tijd tussen Trouw en 11, dat was goed. Het werd ook iets compleet anders, een club die op zichzelf staat. Ik denk dat de volgende mensen ook zoiets moeten gaan creëren, het wordt toch niet hetzelfde. Er gaat een enorm gat vallen.”

Hoogtepunten
“De Imprint-weekender in september is een hoogtepunt. Ik had aan Olaf gevraagd of ik dat alsjeblieft mocht doen. Het leek me te gek om alleen maar mooie artiesten te boeken. Het mocht en ik heb zo veel favorieten kunnen uitnodigen. Ik heb alleen maar goede sets gehoord. Dat was fantastisch, ook gewoon omdat het de hele tijd gezellig is. We hebben weekenders gehad dat het tussen 9 en 14.00 uur rustig was. De mensen waren het ook nog niet gewend dat zij het hele weekend uit konden, dat merkte je echt wel. Vooral in het begin, men dacht dat iedereen enorm lang zou blijven met de 24-uurs vergunning maar dat was nog niet zo. Maar met mijn weekender is het altijd druk geweest. Het minste aantal mensen was 500 en om zes uur ’s avonds was het alweer uitverkocht. Het was zo gezellig, mensen denken vaak bij techno dat het zo hard en agressief is, maar dat was het helemaal niet. Het was heel warm en mooi, met allemaal leuke mensen binnen. Ik ben toen ook in Trouw blijven slapen, er zijn bedjes voor het personeel. Hadden ze daar een handdoek en tandenborstel en dergelijke voor mij klaargelegd, zo lief.”

“Back to back met Carlos Valdes in de Natte Cel tijdens ADE was ook echt te gek. Echt zo’n last-minute ding: Olaf zat met ADE in het restaurant met zijn laptopje plannen te beramen. Hij zei: ‘Ik ben bezig met de Natte Cel, ik wil even wat leuks gaan doen. Wil jij met Carlos een set doen?’ Dat was zo vet, überhaupt te gek dat je bijna tegen het einde zit en nog steeds nieuwe dingen verzint. We kwamen daar aan en het was zo heet! De druppels kwamen vanaf het plafond en het was fantastisch om er te draaien. Ook weer typisch Trouw: het was er zo warm en er werden vanuit Trouw handdoeken en gratis water uitgedeeld. Dat was ook een hoogtepunt, de druppels die op de platen terecht kwamen, zo’n oldschool vibe.” 

“De Boiler Room-sessies in de Natte Cel waren ook geweldig, ik had nog nooit een Boiler Room gedaan. Ik kwam daar binnen en zag alleen maar vrienden en bekenden, allemaal mensen die ik van Trouw ken. Ik was dus meer voor vrienden aan het draaien. En dat werd ook nog opgenomen. Dat vind ik leuk, dat er een soort visuele herinnering is. Er werden natuurlijk geen foto’s meer gemaakt. Dat vind ik prima, met Imprint had ik ook nooit fotografen. Ik denk sowieso bij techno: Op de foto? Als je keihard aan het dansen bent zie je er toch niet charmant uit. Daar ben je dan niet mee bezig en een foto gaat ook echt niet het verschil maken in je herinnering.”

“Ik vind het echt doodzonde dat het nu stopt, er valt nog veel meer uit te halen. Maar dit is beter dan dat je na tien jaar stopt en dat er niemand naar de closing avond komt, omdat ze al lang niet meer geïnteresseerd zijn in de club. Ik snap dat het niet nog vijf jaar open blijft, maar een jaar was fantastisch geweest. Het loopt nu zo goed, ik heb het gevoel dat het te vroeg is. Mensen willen erbij zijn, voor het afgelopen weekend hebben mensen tien uur in de rij gestaan. Dat heb je verder alleen bij de Berghain, dat mensen écht naar binnen willen, dat is heel bijzonder. Kijk, voor mij is het heel gemakkelijk om er in en er uit te lopen, maar ik weet nog wel hoe het was toen ik net uitging. Hoe graag ik naar een feest wilde, dat je daar zo je best voor doet.”

“In Nederland ga ik eigenlijk niet echt uit, als ik echt wil dansen ga ik naar de Berghain. Meestal ga ik daar heen om te draaien, maar als ik klaar ben dan kan ik echt even goed dansen en dat is zo fijn daar. Ik ben nu bijna iedere dag in Trouw en het gevoel dat ik daar in de Berghain heb, dat je gewoon 15 uur binnen bent en rond kan dwalen, dat heb ik ook met de laatste weekenders hier het afgelopen jaar. Er gebeurt van alles, je kan overal heen, wat eten als je honger hebt, nu ook nog de Natte Cel erbij. Dat vind ik bijzonder, dat je zo lang op één plek kunt zijn zonder je te vervelen.”

Nu op 3voor12