Journalist en radiomaker Jan Donkers (82) overleden

Donkers was een van de eerste echte popjournalisten van Nederland

  • Katja de Bruin

Journalist, radiomaker en schrijver Jan Donkers is afgelopen nacht op 82-jarige leeftijd in Amsterdam overleden. Met zijn markante stem en diepgaande kennis van Amerikaanse muziek drukte hij decennialang zijn stempel op de VPRO-radio.

‘There goes the last deejay who plays what he wants to play’. Met dat nummer van Tom Petty nam Jan Donkers op 24 juni 2003 afscheid van de VPRO-radio. Op 19 april overleed hij, 82 jaar oud. Generaties luisteraars groeiden op met zijn stem van warm mahoniehout, die gemaakt leek voor de radio. Toch was het niet de microfoon die hem in 1967 naar Hilversum lokte, vertelde hij in 2015 aan de Volkskrant. ‘Radio is nooit mijn echte passie geweest. Ik ben aan het begin van de jaren zeventig niet bij de VPRO gekomen om er radio te gaan maken. Nee, de VPRO bestond uit een groep jonge en energieke mensen waar ik bij wilde horen. Ik ben vijftien jaar buitenlandredacteur geweest, op kosten van de VPRO heb ik de hele wereld bereisd. En ik kon geheel naar eigen inzicht plaatjes draaien totdat de netmanagers en de zendcoördinatoren kwamen - toen was ik weg.’

Weg bij de VPRO misschien, maar Donkers kon de lokroep van de studio moeilijk weerstaan. Pas twintig jaar later zou de inmiddels tachtigjarige Gonzo definitief afscheid nemen van de radio. Verstopt in een comfortabel hoekje bij de lokale zender NH Gooi Radio presenteerde hij nog een tijdje met veel plezier zijn programma Gonzo’s Return.
Gonzo, de geuzennaam die hij adopteerde als eerbetoon aan een van zijn helden, de Amerikaanse schrijver Hunter S. Thompson, die de Gonzojournalistiek uitvond; een vorm van participerende journalistiek die Donkers naar eigen zeggen zelf niet durfde te bedrijven. Wel ontleende hij er een reeks programmatitels aan: Gonzo Radio, Gonzo’s Last Stand, Bedtime for Gonzo en Gonzo’s Return. ‘Ik was Gonzo, en daarmee een persona, niet helemaal mezelf’, schreef hij daarover in De Groene.

De VPRO als baken van muziek

Donkers werd na zijn studie sociologie de eerste serieuze popjournalist en belandde dankzij Wim Noordhoek bij de VPRO, toen nog een domineesomroep die popmuziek zonde van de zendtijd vond. Maar de vrijzinnig protestanten zochten aansluiting bij de jeugd, en lieten Donkers en Noordhoek, die elkaar kenden uit het alternatieve Amsterdamse studentencircuit, een proefprogramma maken: De Joe Blow Show. Dat de kleine C-omroep dé plek werd voor muziekliefhebbers, was voor een groot deel aan Donkers te danken.
Zijn zoon Sander schreef in 2017 in zijn column voor de Volkskrant over zijn vader: ‘Hij stamt uit de tijd dat de VPRO nog het adagium “fuck de luisteraar” huldigde. Als de mensen niet beseften dat ze behoefte hadden aan weltschmerz en gebroken harten op een bedje van smeuïge gitaarherrie, gaf hij het ze voor de zekerheid lekker toch. Iemand moest het doen.’

Tot 1987 draaide Donkers zijn geliefde Amerikaanse rock, soul en blues op Radio 3. Zijn muzieksmaak was zowel breed als beperkt: Ry Cooder, Neil Young, de Ramones, Howlin’ Wolf – ja, Roxy Music, Pink Floyd en zo ongeveer alles wat na 1980 uitkwam - nee. Donkers, zo klonk vaak het verwijt, was van de ouwelullenmuziek. 'Ik word ontzettend nijdig als mensen dat zeggen’, zei hij daarover in 2003 tegen de Volkskrant. ‘Natuurlijk, ik heb altijd hetzelfde genre gedraaid, de rest hou ik niet meer bij. Maar het genre waarvoor ik me interesseer vernieuwt voortdurend.’ Volgens hem waren er meer dan genoeg dertigers die Gonzo wisten te vinden.

Toch werd hij in 1987 na zijn terugkomst uit Austin, waar hij een jaar lesgaf aan de Universiteit van Texas, verbannen naar Radio 2. Zijn programma Sunday morning coming down was te horen na Willem Duys op de zondagochtend. Na enig verongelijkt gesputter over deze degradatie realiseerde hij zich dat hij juist kon meeprofiteren van de torenhoge luistercijfers van Duys. Volgens Donkers was zijn zondagochtendshow daarmee ‘waarschijnlijk het dichtst beluisterde programma dat de VPRO ooit heeft gehad’.

Liefde voor Amerika

Terugkijkend op zijn lange carrière constateerde hij dat hij vooral veel geluk had gehad. Niet alleen mocht hij draaien wat hij wilde, hij beleefde ook als buitenlandredacteur de glorietijd van de VPRO-radio. Van 1984 tot 1993 waren in het legendarische radioprogramma Het Gebouw geregeld reportages te horen van verslaggevers die zich tijdelijk op een standplaats naar keuze hadden gevestigd. Donkers was een van hen. ‘In mijn beginjaren kwam je op maandagochtend op de redactie binnen en dan zei de hoofdredacteur: “Jan, naar welk land wil je?”’

Een van zijn standplaatsen werd Cuba, een land waar Donkers destijds nog warme gevoelens voor koesterde. 'Ik heb tegen alle informatie in lang achter Fidel Castro gestaan. Tot ik een paar maanden in Cuba resideerde. Toen werd me duidelijk dat deze idiote, geriatrische stijfkop zijn volk letterlijk laat verhongeren. Cuba was mijn laatste illusie.'

Verslaggevers bleven maandenlang weg en hoefden alleen af en toe een bandje op te sturen. ‘Daar zal ik de VPRO tot in lengte van dagen dankbaar voor blijven: de mogelijkheid de hele wereld af te reizen.’ Hij maakte er optimaal gebruik van, maar terugkijkend op die ongekende vrijheid concludeerde hij: ‘Het is misschien wel goed dat die eindeloze luxe voorbij is.’
Tussen zijn vele reizen door, schreef hij. Over muziek, sport, zijn jeugd in Amsterdam-Noord, en over literatuur, de Amerikaanse uiteraard. Want hoewel zijn liefde voor Amerika gaandeweg wel enigszins bekoelde, bleef de liefde voor Amerikaanse schrijvers en muzikanten onaangetast.

So long, Gonzo

Intussen zag hij zijn anarchistische VPRO, waar alles kon en mocht, veranderen in een normaal bedrijf. ‘Met de schaalvergroting is in de jaren tachtig ook de lol verdwenen. De VPRO is een bedrijf geworden, met alle haat en nijd die daarbij hoort. En er worden programma's gemaakt die zich in niets onderscheiden van mij minder welgevallige zendgemachtigden. Een jaar of vijf geleden had ik het echt helemaal gehad met de VPRO. Ik heb toen zelfs geprobeerd er via de WAO weg te komen. Nu gaat het wel weer. Toen ik besloot tot mijn vut door te gaan bij de VPRO, heb ik tegelijkertijd besloten dat die laatste jaren dan ook wel een beetje leuk moesten zijn.’

Hij was pas zestig toen hij in 2003 inderdaad met de vut ging. ‘Mijn leven heeft zich afgespeeld in een driehoek: universiteit, journalistiek, literatuur. Ik ben pas laat gaan beseffen dat verslaggeving het mooiste vak is, het meest sexy ook,’ zei hij in een afscheidsinterview in Elsevier. Om in een ander afscheidsinterview, in de Volkskrant, te vertellen hoezeer hij juist het plaatjes draaien zou gaan missen.

'Er is niets dat het in de verste verte haalt bij het naar de studio gaan met een tasje vol lp's of cd's. Je gaat zitten aan die tafel, je zet een klein lampje aan en je hebt een kokertje van licht. Achter het glas zit de technicus. Je sluit je helemaal op en je praat alsof je het tegen een kamer met vrienden hebt. Het is het allerleukste wat er bestaat, ik beleef er nog altijd een jongensachtig genoegen aan.'

Van de jongen die Jan Donkers zijn leven lang bleef, nemen we nu afscheid. So long, Gonzo, and farewell.