Postmen weer bij elkaar voor re-release Documents

Reünie met ‘divers pluimage’ in Paradiso

Judith Laanen ,

Eerder leek Remon Stotijn niet te willen terugkijken op Documents, het legendarische album dat hij met zijn groep Postmen maakte en als eerste hiphopalbum 100.000 keer over de toonbank schoof in Nederland. Maar nu is hij weer een paar jaar ouder en wijzer, en komt een re-release van Documents op Top Notch, én een speciale reünieshow in Paradiso. Roosmarijn belde in 3voor12 Radio met Remon over het heden en het verleden. “Aan die plaat heb ik mijn carrière te danken.”

Het is alweer vijftien jaar geleden dat Documents uit kwam. Stotijn: “Ik zat zonder baan, en ging als Rotterdammer naar Amsterdam. Ik had daar een vriendinnetje destijds. Kees (de Koning, Top Notch, red.) zei: ‘Jongens, ik ga zes weken naar Zweden, hier heb je een engineer en ga maar in de studio werken’. Toen hebben we heel spontaan de eerste zes nummers geschreven. Underground hiphop, maar dan gemixt met reggae.”

Dat werd Documents, voor Stotijn de plaat die “de droom heeft waargemaakt”. “Zonder die plaat was ik nu niet aan de telefoon. Daar heb ik mijn carrière aan te danken.”

Stotijn heeft flink gegrasduind door de outtakes van Documents en vond het nummer Brotherly Love, dat uiteindelijk niet op de plaat is gekomen. Jammer, aldus Stotijn, maar hij wil het nummer graag op de re-release krijgen. Net als het eerste nummer van de plaat, waarvan een rauwere versie is. "Dat was eigenlijk de kenmerkende sound van Postmen."

De re-release wordt gevierd met een feestje, in Paradiso op 4 mei. En daar komt volgens Stotijn een aantal gastoptredens bij kijken. "Er komen mensen die mee hebben gewerkt aan de plaat, maar we willen ook mensen mee laten doen met nummers met wie we iets hebben of met wie we in het verleden hebben samen gewerkt."

Blijft het bij de re-release? “Nee, we komen met nieuwe singles. Die komen ook als bonustracks op Documents. We zijn al een jaar bezig en willen wel dingen uitbrengen, maar weten nog niet precies in welke vorm. Als Postmen, ja, niet als Postman.”