Kybba en het Metropole: ‘Ik vond het doodeng’
Basshall-producer verovert de wereld, nu ook met strijkers

Vanuit Amsterdam veroverde producer Kybba de wereld met zijn Basshall-movement. Hij werkte met grote Jamaicaanse en Latijns-Amerikaanse supersterren, maar vandaag is andere koek: het Metropole Orkest vertolkt zijn werk op Amsterdam Dance Event in de Melkweg.
Kijk, wijst Francesco de Nigris alias Kybba op zijn arm, daar staat zijn lijfspreuk getatoeëerd: ‘The magic you seek is in the work you avoid.’ Oftewel: je moet vooral niet te veel in je comfortzone blijven hangen, maar juist ook datgene opzoeken waar je bang voor bent. Vandaar dus dat hij een halfuurtje geleden nog ingeparkeerd zat tussen een dikke vijftig orkestleden van het Metropole Orkest. Links van hem de koperblazers, achter hem de strijkers, op rechts nog een stel slagwerkers die de clubmuziek van Kybba van een totaal andere omlijsting gaven. ‘Inspirerend, maar aanvankelijk vond ik het ook doodeng’, zegt hij erover. ‘Als dj sta ik vooral in mijn eentje op het podium. Nu zie ik ineens veertig, vijftig mensen die perfect op elkaar zijn ingespeeld, samen muziek maken en allemaal houden van wat ze doen. Waanzinnig.’

Vandaag was de laatste doorloop voordat ze morgen zullen optreden in de Melkweg, de traditionele opener van het Amsterdam Dance Event. Best een intrigerende samenwerking, want de zelfverklaarde ‘basshall’ van Kybba draait nu juist om een dominante bas, dancehall-ritmes en swingende percussie in een elektronische basis. Afgelopen Lowlands-editie nam hij een hele nacht de Heineken-tent over met zijn Basshall-buddies Tribal Kush, hij organiseerde zijn eigen festival in Amsterdam, werkte samen met mega-sterren als J. Balvin, Bad Gyal, Sean Paul en Busy Signal.
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Toen ik hoorde dat het Metropole Orkest jouw muziek zou gaan spelen, dacht ik: hoe gaat dat in hemelsnaam werken?!
Lachend: ‘Aanvankelijk had ik precies dezelfde reactie. Maar stap voor stap begon ik steeds meer vertrouwen in deze samenwerking te krijgen. Weet je wat het is? In veel van mijn instrumentals spelen cello’s en violen toch al een belangrijke rol. En ik moet zeggen: de repetitie klonk fantastisch. Ik ben vooral onder de indruk van wat ze met mijn cumbia- en salsaremixes hebben gedaan, en van de arrangementen bij de gastartiesten.’
Als dj heb je normaal gesproken de volledige controle over de muziek. Nu ben je ineens een klein onderdeel van een gigantische machine. Wat is jouw rol eigenlijk? Sta je als een soort Lee ‘Scratch’ Perry dub-echo’s toe te voegen?
‘Nou, ik bedien zelf een aantal instrumentkanalen en alle acapella’s, waar ik effecten overheen kan gooien. Ik heb de muziek geselecteerd, de set opgebouwd en verschillende segmenten voorbereid. Daar zijn de arrangeurs van het orkest mee aan de slag gegaan. Maar morgen ga ik ook improviseren in korte dj-blokken tussen de vooraf geproduceerde segmenten. Dan ben ik volledig vrij, en reageert het orkest live op wat ik draai. Ze weten níét wat ik ga doen. Dat verrassingselement vonden ze fantastisch.’

Kybba groeide op in Salento, een schiereiland in Zuid-Italië, de hak van de Italiaanse laars. En de soundsystem-cultuur daar was op dat moment dominant in de regio. ‘Caribische en tropische muziek passen ontzettend goed bij Salento. Het kan er in de zomer wel vijfenveertig graden worden. Reggae en dancehall waren OVERAL. Er waren mega-concerten met tienduizenden bezoekers, van Alpha Blondy, van T.O.K. Er waren clubavonden en natuurlijk strandfeesten, en er waren ieder weekend illegale soundsystemfeesten, die we party pirata noemden: illegale raves op het platteland. Salento bestaat voor een groot deel uit velden, landbouwgrond, en daar waren die feesten. Ik was dertien jaar oud en ging er al heen, begon daar ook te dj’en. En wat belangrijk is om te begrijpen, is dat we in Salento veel artiesten hadden die in ons eigen dialect zongen.’
Sud Sound System, dat waren de pioniers van die scene, toch?
‘Absoluut, en zij komen letterlijk uit mijn dorp, met maar vijfduizend inwoners. In de jaren negentig hebben zij de reggaecultuur op de kaart gezet, vooral in het zuiden van Italië. Ik ben opgegroeid met hun muziek, ik luisterde bijna nergens anders naar en zijn een van de belangrijkste redenen waarom ik vandaag doe wat ik doe. Afgelopen zomer heb ik een nummer voor ze geproduceerd, en we spreken elkaar bijna elke week wel. Als ik terug ben in mijn geboortedorp, ga ik vaak langs in hun studio.’
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
Kybba begon zijn carrière met Basshall. Inmiddels een label, feestorganisatie, festival en zelfs z’n eigen subgenre, maar ooit vooral een YouTube-kanaal waarop Kybba nieuwe muziek cureerde, zoals er tien jaar geleden allerlei kanalen waren voor verschillende niches. Je had Majestic Casual, Trap City, Mr Suicide Sheep. Datzelfde deed Kybba met popmuziek halverwege tussen dancehall, moombahton en EDM. Lachend: ‘In het begin uploadde ik remixes van andere artiesten. Ik wilde vooral zoveel mogelijk muziek promoten die bij die nieuwe sound hoorde. Het was de tijd van Major Lazer en DJ Snake. In Nederland had je natuurlijk Yellow Claw, Boaz van de Beats en Munchi, een van de grondleggers van moombahton, die veel extremere, gekkere dingen deed. Dat waren mijn belangrijkste elektronische invloeden toen ik Basshall begon, maar mijn grootste muzikale inspiratie kwam natuurlijk vanuit Jamaica: Vybz Kartel, Mavado en Sean Paul.’

De EDM is steeds verder uit je producties verdwenen, en in plaats daarvan kwam shatta.
‘Dat klopt wel. Shatta is eigenlijk een subgenre van dancehall, dat is ontstaan op Martinique. Wat ze daar muzikaal doen vind ik te gek. Vaak ontbreekt de kickdrum volledig in het genre, ze creëren een hele groove met alleen bas en percussie. Ook gebruiken ze hele specifieke keyboardklanken.’
Eigenlijk best bijzonder: dansmuziek zonder kickdrum.
‘Ja, zeker. Soms gebruiken ze een 808 om datzelfde fysieke effect te bereiken, zoals je ook in trapmuziek hoort. De shatta van nu doet me denken aan de rauwe dancehall uit de jaren negentig en begin jaren nul. Elephant Man, Bounty Killer, Beenie Man. Wij hebben die sound de modernere kant op gestuurd. Daarom hoor je in mijn producties wél vrijwel altijd een kickdrum, ik heb er eigenlijk een meer Europese clubbenadering aan gegeven. En natuurlijk zitten er ook Latijns-Amerikaanse elementen in, soms gebruiken we bijvoorbeeld een reggaeton-snare. Het is één grote cocktail van invloeden.’
Tegelijkertijd blijft je muziek geworteld in de Jamaicaanse cultuur.
‘Zeker, daarom probeer ik bij bijna elke release Jamaicaanse artiesten te betrekken. Zij zijn de ziel van dancehall. Zij hebben die muziek gecreëerd. Het zit in hun bloed, in hun manier van zingen, in hun flow. Alles wat ze doen, ademt dancehall. Het is bijna alsof het hun moedertaal is. En wat ik heel bijzonder vind, is hoe natuurlijk hun stemmen samengaan met mijn productie. Ik probeer heel respectvol met die cultuur om te gaan.’

Hoe belandde je in Amsterdam? Voelde je een connectie met de stad? Of ben je vooral vanuit praktisch oogpunt verhuisd, omdat Schiphol een handige internationale luchthaven is?
‘Acht of negen jaar geleden kwam ik naar Amsterdam. De belangrijkste reden was dat ik op YouTube zag hoeveel Nederlandse luisteraars ik had. Nederland vertegenwoordigde een enorm percentage van mijn views en streams. Huh, maar het is zo’n klein land! Nederland heeft maar zeventien miljoen inwoners. Hoe kan het dat ik hier ongeveer evenveel luisteraars heb als in heel Colombia? Blijkbaar houden Nederlanders echt heel erg van deze sound. Natuurlijk had je hier al de hele moombahtonscene die me inspireerde. En Kalibwoy en de jongens van Tribal Kush zijn inmiddels als broers voor me. Zij waren ook een belangrijke reden om hierheen te verhuizen. Tegelijkertijd voel ik me niet echt onderdeel van de Nederlandse muziekscene, onze muziek is veel sterker verbonden met de Caribische en Latijns-Amerikaanse cultuur.’
Voordat je grote doorbraak kwam, heb je zelfs nog overwogen te stoppen met dj’en.
‘Ja, ik werd ouder en begon me af te vragen: waar ben ik eigenlijk mee bezig?! Met mijn platenlabel en mijn werk als producer ging het inmiddels heel goed. Dus waarom zou ik niet gewoon thuisblijven en muziek maken? Waarom moet ik met een huurauto helemaal naar Groningen rijden voor een optreden waarmee ik nauwelijks de benzine en autohuur kan betalen? Ik deed dit al sinds mijn dertiende! Op je achttiende is het leuk om in een club te draaien en met je vrienden plezier te maken, maar als je vijfentwintig of zesentwintig bent, ga je daar anders naar kijken.’
En toen volgde die doorbraak toch. Waar begon dat internationale dj-succes?
‘Volgens mij begon het toen ik mijn dj-sets op YouTube ging uploaden, van sets in Bitterzoet en Italië. Daardoor konden mensen zien hoe ik mijn eigen producties draaide en hoe ik Caribische en Latijns-Amerikaanse muziek met elkaar combineerde. De fragmenten op TikTok en Instagram gingen keihard viraal. Ik draaide muziek die bijna niemand anders draaide: mijn eigen producties, mijn eigen overgangen en muziek van de mensen met wie ik samenwerkte.’
Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.
En toen scoorde je een dikke hit met ‘Ba Ba Bad’, met Busy Signal en Sean Paul.
‘Ja, dat is best gek gegaan. Ik had de beat al een jaar eerder gemaakt met de bevriende producer Danilo, op Mauritius. Ik was die beat helemaal vergeten, tot ik een jaar later werd gebeld door Crawba, een Jamaicaanse producer die met Busy Signal in de studio zat. “Yo, we hebben wat beats nodig.” Ik stuurde hem die beat, de volgende ochtend werd ik wakker en had ik de eerste versie van ‘Ba Ba Bad’ in mijn inbox. Ik hoorde meteen: dit is een hit. Onmiddellijk. Maar de ‘ba ba bad’-hook zat nog in de pre-chorus. Ik heb dat opgeknipt, opnieuw gearrangeerd en er een refrein van gemaakt. Diezelfde avond nog heb ik ‘m in Bitterzoet gedraaid, de volgende dag heb ik zelf een filmpje geëdit en op Instagram gezet, en het ontplofte meteen.’
Je werkt inmiddels met supersterren als J Balvin en Ryan Castro. Dat zal je eigen carrière ook enorm hebben geholpen.
‘Ja, absoluut.’ Hij zet een gespeeld-verveeld toontje op: ‘Geweldig dat mijn dromen uitkomen, bla bla bla.’ Serieus: ‘Maar ik werk net zo graag met opkomende artiesten, hoor. Het maakt me niet zoveel uit hoe beroemd iemand is, voor mij gaat het vooral om de persoonlijke klik. Met Ryan Castro heb ik bijvoorbeeld een heel oprechte band opgebouwd. Ik wil niet samenwerken met een superster als het alleen maar een zakelijke transactie is: we maken een nummer, brengen het uit en spreken elkaar nooit meer. Ik hou niet van ego's. En helaas krijg je, naarmate je met grotere supersterren werkt, soms ook met steeds grotere ego’s te maken. Het moet om de muziek gaan!’