JOHAN’s Pergola is 25: Een doodnormaal rijtjeshuis als decor van een indieparel

‘Je leeft als artiest eigenlijk in twee werelden’

  • Atze de Vrieze

Vijfentwintig jaar geleden verscheen Pergola, het album dat JOHAN een blijvende plek gaf in de Nederlandse indiepop. De plaat ontstond in een turbulente periode voor frontman Jacob de Greeuw, maar leverde tijdloze liedjes op als ‘Tumble and Fall’ en ‘Day Is Done’. Op de hoes geen rockmythe, maar een doodnormaal rijtjeshuis in een vinexwijk in Hoorn, de plek waar De Greeuw de songs schreef. Een kwart eeuw later speelt JOHAN het album integraal live. Tijd om terug te gaan naar Pergola 55.

CBGB’s, de New Yorkse club waar de punk werd uitgevonden: verdwenen. The Cavern Club in Liverpool, uitvalsbasis van The Beatles, moest wijken voor een ventilatieschacht en werd pas later, toen men inzag wat een vergissing dat was, herbouwd. Club Trouw in Amsterdam? Daar zit nu een studentenhotel. De Haçienda, geboortegrond van de acid house in Manchester: gereduceerd tot een onbeduidend gebouw op de hoek tegenover het station. Maar aan Pergola 55, de vinexwoning in Hoorn, is in 25 jaar vrijwel niets veranderd. Jacob de Greeuw was er deze week nog, met een journalist van het Noordhollands Dagblad, voor een interview over de plaat die hij een kwart eeuw geleden naar dat huis vernoemde. Het straatje naar het winkelcentrum ligt er nog precies zo bij, zegt hij, en waarschijnlijk wonen veel van de buren van toen er nog steeds.

Klassieker
‘Nee, we hadden destijds absoluut niet het idee dat het een klassieker zou worden’, zegt De Greeuw, zanger en enige constante factor van de band die inmiddels al meer dan dertig jaar bestaat. ‘Ik wist wel dat het een goed album geworden was, maar je weet nooit wat er na tien, twintig jaar nog van overblijft. Op een gegeven moment kwamen die lijstjes: beste albums van de zeroes, beste Nederlandse platen, en steeds kwam-ie weer bovendrijven.’

Het verhaal van Pergola werd al snel groter dan de plaat zelf. Het verhaal ging dat het album zo heet omdat De Greeuw, geveld door een zware depressie, minstens een jaar niet verder kwam dan de brievenbus van zijn huis in Hoorn. Letterlijk klopt dat weetje net niet helemaal, al scheelt het niet veel. Belangrijker: Pergola werd niet midden in die zwartste periode gemaakt, maar juist toen het langzaam weer beter ging. De liedjes zijn geen dagboek uit de diepte, maar een verslag achteraf van iemand die voorzichtig weer naar buiten keek.

Ziek vogeltje
‘Mensen denken vaak dat ik die plaat gemaakt heb als een soort ziek vogeltje op bed, dat af en toe een liedje schreef’, zegt hij. ‘Maar zo was het niet. Ik ben pas echt gaan schrijven toen de ergste periode eigenlijk al achter de rug was. Het is meer een weerslag van wat daarvoor gebeurd was. Achteraf zag ik pas zelf hoeveel ervan in de liedjes terecht was gekomen: medicijnen, onzekerheid, het gevoel niet begrepen te worden, dat soort dingen. Tijdens het schrijven dacht ik daar niet bewust over na. Het kwam er gewoon uit.’

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.

cookie-instellingen aanpassen
Pergola
Bandfoto van johan met de vijf leden poserend voor een flatgebouw
© Marcel Kampman/Excelsior Recordings

Amerika lonkt
Toch begon het verhaal van Pergola niet in stilstand, maar juist in beweging. Het debuutalbum van JOHAN uit 1996 had de band in één klap op de kaart gezet. De recensies waren lovend, de zalen liepen vol, en zelfs Amerika lonkte. Een platencontract met het legendarische Sire Records lag binnen handbereik nadat Seymour Stein himself naar Nederland was gekomen om de band te zien. JOHAN toerde door de Verenigde Staten in het voorprogramma van Bettie Serveert, op dat moment een cultnaam in het Amerikaanse collegeradiocircuit. Ineens liep De Greeuw rond in Manhattan, tussen platenbazen op Broadway en mensen die hem verzekerden dat dit “fucking awesome” was, dat het nu echt ging gebeuren. Het was de fase waarin de telefoon elk moment kon rinkelen met nieuws dat alles zou veranderen.

Dat vooruitzicht had iets bedwelmends. Rock ’n roll als parallel universum: New York, vergaderingen, showcases, beloftes, tourbusromantiek. En dan weer terug naar Hoorn, naar de woonkamer achter de vitrages, naar de hoekwoning in een wijk met straten die Patio en Pergola heten, naar het gewone leven dat niets had van de mythe die zich aan de andere kant van de oceaan begon af te tekenen. Terwijl elders het succes oplichtte als een skyline vol neon, zat op de hoes gewoon een tuinkabouter voor een keurig raam. Alsof JOHAN met opzet het anti-materiaal van de rockster verkoos. ‘Je leeft als artiest eigenlijk in twee werelden.’

Lulligheid
Die hoes was niet eens als grap bedoeld, al zat er natuurlijk wel gevoel voor absurditeit in. De Greeuw had foto’s gemaakt van zijn eigen vitrage, van de plek waar hij jarenlang aan de keukentafel had gezeten, gevangen in een leven dat steeds kleiner was geworden. Grafisch ontwerper Jeroen Vos maakte er vervolgens het beeld van dat inmiddels iconisch is geworden: de keurige façade, de geslotenheid, de lulligheid bijna, maar ook de dreiging ervan. De Greeuw aarzelde nog even of het niet té veel het cliché van de anti-rockster bevestigde, maar zag uiteindelijk ook de kracht ervan in. Het zei alles. Niet alleen over die wijk, maar ook over een band die zich nooit gemakkelijk heeft laten verleiden tot glamour, zelfs niet toen die even binnen handbereik leek.



Sprankjes hoop
Ook 25 jaar later is Pergola nog altijd een wonderlijk krachtige indiepopplaat, waarin sombere gedachten wel degelijk met sprankjes hoop doorspekt zijn. Bijna alle liedjes klokken drie minuten, drie en een half misschien, maar ze voelen langer, rijker. De plaat opent met ‘Tumble and Fall’, het nummer dat in 2001 tot 3voor12 Song van het Jaar werd uitgeroepen en daarmee o.a. Radiohead, Muse, The Strokes en Daft Punk aftroefde, een ongelofelijk stunt als je er nu op terugkijkt. Een andere uitschieter is ‘Day Is Done’, een schitterend nummer over de stem in je hoofd die je kwelt als iedereen je alleen laat.

Want alleen was Jacob de Greeuw op een gegeven moment wel. Het duurde zo lang voor hij begon aan de opvolger van het debuut, dat de band langzaam uit elkaar viel. Alleen drummer Wim Kwakman bleef over; Niels de Wit en Remco Krull verdwenen uit beeld. ‘Op zo’n moment trek je alles naar jezelf toe’, zegt De Greeuw nu. ‘Je denkt: ze gaan weg omdat ik een onuitstaanbare lul ben geworden. Maar achteraf neem ik niemand iets kwalijk. Integendeel. Mensen hebben hun eigen leven, hun eigen keuzes. En als je zelf niet goed in je vel zit, is het ook niet makkelijk om met je om te gaan. Ik heb juist heel veel bewondering voor de mensen die wel bleven.’

Mantra
Drummer Wim Kwakman hoorde de eerste schets van ‘Day Is Done’ en was meteen overtuigd dat De Greeuw iets bijzonders in handen had. ‘Ik liet hem dat nummer horen, nog heel ruw, en hij zei: “Jac, dit is zo goed, dit moeten we opnemen.” Dat soort momenten trokken me er doorheen.’ Het mooiste aan ‘Day Is Done’ is dat het liedje niet blijft hangen in dat zwarte gat. Er is een keerpunt in het nummer, als De Greeuw zichzelf het mantra toezingt: ‘What's the matter with you, come down better. Let go if you wanna feel better.’

Misschien vat geen enkel nummer Pergola zo goed samen als slotnummer ‘Here’, dat begint met een paar simpele gitaarakkoorden, maar dat opgepikt wordt als een wervelwind, bijna als het oog van de storm in The Beatles’ ‘A Day In The Life’. ‘Here the storm is like a symphony. Turn it on, hear the beauty in it's rage’, zingt Jacob de Greeuw zichzelf toe. ‘Write a song and play it on and on till it's stuck inside your mind.’

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

Frank Sinatra
De trigger voor die periode lag een paar jaar eerder. In 1997 overleed De Greeuws vader, kort nadat het debuutalbum van JOHAN was verschenen. Het was de eerste grote dood in zijn leven, en hij wist zich er geen raad mee. ‘Ik kon niet rouwen’, zegt hij nu. ‘Ik wist gewoon niet hoe dat moest.’ Het verlies kwam op een moment waarop zijn leven juist in een stroomversnelling zat: de band brak door, de toekomst leek open te liggen. Maar ergens begon het tegelijk te schuiven. Achteraf ziet hij dat er waarschijnlijk al aanleg voor had. ‘Als kind kon ik ook al vrij zwaarmoedig zijn. Alleen had ik toen nog geen idee wat het was.’

Zijn vader had aanvankelijk weinig vertrouwen in dat muzikantenbestaan. De Greeuw was een dromer, vond hij; iemand die beter gewoon zijn studie kon afmaken en een baan zoeken. ‘Ik had een bandje en zat vooral in de studio, terwijl mijn ouders mijn collegegeld betaalden. Daar hebben we best ruzie over gehad, logisch.’ Maar toen de eerste plaat eenmaal uitkwam en zijn zoon ineens in kranten stond en op televisie verscheen, sloeg dat om. ‘Toen was hij ongelooflijk trots. Hij hield zelf van Frank Sinatra en klassieke muziek, dus wat ik maakte vond hij maar lawaai, maar dat maakte hem niks uit.’

Lang heeft hij er niet van kunnen genieten. Een jaar later was hij er niet meer.

De storm wordt een symfonie
Toch kwam de muziek uiteindelijk weer terug. De opnames bij producer Frans Hagenaars verliepen heel anders dan bij het debuut. Waar die eerste plaat nog klonk als vier mannen in een ruimte die tegelijk speelden, werd Pergola veel meer een studioalbum. Hagenaars experimenteerde voor het eerst met Pro Tools, toen nog een relatief nieuw speeltje. Nummers werden geknipt, omgedraaid, opnieuw opgebouwd. Het meest extreme voorbeeld is ‘Why_CP’. De Greeuw wist niet goed wat hij met het nummer moest — weer zo’n typisch JOHAN-popliedje, vond hij zelf. Dus liet hij Hagenaars er nog een avond alleen op los. De volgende ochtend stond het nummer op zijn kop: stukjes refrein op andere plekken, samples achterstevoren, een uitgekleed middenstuk waarin alleen de zang overbleef. ‘Ik hoorde het en dacht meteen: dit wil ik’, zegt De Greeuw. ‘Het nummer was ineens totaal iets anders geworden.’

Toen Pergola er eenmaal was werd JOHAN weer een band, maar wel met andere muzikanten. En uit die incarnatie is tegenwoordig alleen bassist Diets Dijkstra over. Met de huidige band - Jeroen Kleijn op drums, Robin Berlijn op gitaar, Jan Teerstra op toetsen - gaat JOHAN komende maand zeven keer Pergola integraal op de planken brengen. Niet als nostalgische reconstructie, benadrukt De Greeuw. ‘Het wordt niet zoals op de plaat. Dan kun je net zo goed thuis de cd opzetten. Het zijn gewoon vijf mannen die vijfentwintig jaar ouder zijn en die liedjes spelen. Dat is wat het is.’

En ondertussen staat dat huis in Hoorn er nog altijd. De vitrages, het straatje naar het winkelcentrum, de rijtjeshuizen die nauwelijks veranderd lijken sinds het begin van deze eeuw. Soms komen er nog mensen langs, zegt De Greeuw, die even blijven staan voor nummer 55. Niet om aan te bellen - zo zijn JOHAN-fans niet - maar om te kijken naar het huis waar een van de mooiste Nederlandse indieplaten begon.