Gered door The Cure: de Pinkpop-wending van 1986

Britse band voor de vierde keer naar Limburg

  • Atze de Vrieze

Amper 15.000 bezoekers telde Pinkpop 1985, een historisch dieptepunt voor het kroonjuweel van de Nederlandse festivalgeschiedenis. Een jaar later ging het roer om en trok de Engelse band The Cure het veld in Geleen tot de nok toe vol fans met getoupeerd haar.

Honderdduizend gulden. Jan Smeets ziet het zich nog neertellen. Het ging zo de binnenzak van de manager in, en weg waren The Stranglers. Het idee was dat de Engelse band - bekend van onder meer de hit ‘Golden Brown’ - de Pinkpop editie van 1985 moest redden, maar door gemopper over het geluid gebeurde het tegenovergestelde: het lege podium werd door ontevreden bezoekers bekogeld met bier, appels en sinaasappels. Vraag niet waar dat fruit vandaan kwam, maar het was kennelijk voor handen, en het was ook een soort gewoonte. Zoek de annalen van Pinkpop er maar op na: ook Doe Maar kreeg ze in 1983 naar hun hoofd geslingerd, wat Henny Vrienten de nuchtere opmerking ontlokte: ‘Als dat zo doorgaat met die appels kan de Nachtzuster zo meteen echt komen.’

Enfin, honderdduizend gulden, een godsvermogen, voor niks. Jan Smeets vertelt erover in de documentaire Mr Pinkpop, en die hand op de knip was voor hem zeker niet ongewoon. Des te groter werden de ogen van Smeets toen zijn zakelijk partner Leon Ramakers van MOJO Concerts een jaar later vertelde wat de oplossing voor de malaise bij Pinkpop was: méér geld. Dieper in de buidel tasten. Er moesten ‘serieuzere groepen’ aangetrokken worden, zoals dat in die tijd zo mooi klonk. En dat podium dat elk jaar door de plaatselijke timmerman in elkaar getikt werd aan de lange zijde van het stadion in Geleen, dat kon echt niet meer. Er moesten twee veel grotere podia komen, zodat je tijdens band A alvast band B kon soundchecken. Want ongelofelijk maar waar: tot dan toe werd per change-over een kwartiertje gerekend. Eraf, erop, inpluggen, spelen. 

De band die Pinkpop er bovenop moest helpen? The Cure, een act die vijf jaar eerder al eens eerder baanbrekend was door met een eigen circustent door Nederland te trekken. 2000 mensen pasten er in, en na elke show werd de tent afgebroken en ergens anders weer opgezet, van het Malieveld in Den Haag tot de Parkweg in Harderwijk. Vijf jaar later was The Cure toe aan een zeer succesvolle periode. Al kwam die niet vanzelf, vertelt fan van het eerste uur Peter van Leeuwen. ‘De band had al aardig wat verschillende fases doorlopen sinds 1979, van best wel snelle poppunk naar minimalistisch en donker nihilistisch. Daarna klapte de band uit elkaar. Robert Smith ging door en besloot popliedjes te gaan maken. Met het album The Head On The Door uit 1985 hervond hij zich. Het album heeft precies de goede balans met toegankelijke nummers als ‘Close To Me’ en ‘Inbetween Days’, maar ook de donkere kant.’

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

Pinkpop wordt alternatieef

Voor Van Leeuwen, in 1986 negentien jaar, was Pinkpop een no brainer. En dat terwijl de reis naar Geleen vanuit de Randstad bepaald niet eenvoudig was. ‘Ik ben om een uur of vijf ‘s ochtends in Haarlem in een bus gestapt’, vertelt hij. Het was zijn eerste festival, en dat zal het voor veel fans geweest zijn. Pinkpop kreeg vanaf dat jaar namelijk een heel ander DNA. In plaats van in te zetten op zes, zeven groepen die elk uit een ander genre kwamen (‘voor elk wat wils') drukte Willem Venema erdoorheen dat het programma coherent, alternatief, hip moest zijn. Fans van The Cure konden ook overweg met The Cult, The Waterboys en de Amsterdamse band Claw Boys Claw (die ook al appels naar hun kop kregen, maar dan uit enthousiasme!). Die koers was echt nieuw en zou door Venema doorgetrokken worden richting de grootste succesjaren in de jaren negentig, toen Pinkpop op zijn meest relevant en alternatief was, met legendarische optredens van onder meer Pearl Jam, Rage Against The Machine, The Smashing Pumpkins en Radiohead.

‘Ik was in mijn eentje en had nog nooit tussen 45.000 mensen op een veld gestaan, maar ik voelde me direct thuis’, zegt Peter van Leeuwen. ‘Dat kwam ook doordat The Cure fans heel herkenbaar waren, in het zwart gekleed en met piekerig getoupeerd haar. De band begon die avond met een favoriet van me, ‘Shake Dog Shake’, en eindigde met ‘Faith’, een fanfavoriet die vaak wel twintig minuten gerekt werd.’ Het risico op slecht geluid nam The Cure weg door zijn eigen PA mee te nemen, wat in die tijd voor een festival nog ongekend was. Maar het loonde, zegt Van Leeuwen. ‘Het klonk heel goed, en met overal kampvuurtjes op het veld werd het een magische pinkstermaandag.’

In een interview met Robert Smith op het festival zelf voel je hoe nieuw het fenomeen festival dan nog voor de band is. Hij houdt er wel van, zegt hij. Het is weer eens wat anders om in het zonnetje te spelen. ‘Als het regent krijg je een heel ander festival’, zegt hij. ‘In onze zwaarmoedige periode speelden we graag in de regen. We haatten het publiek. Ze werden nat en voelden zich rot. Ze wisten hoe rot wij ons voelden.’ 

Pinkpop 1986 gaat voor Wilma Aret, destijds 21 jaar, ook de boeken in als eerste kennismaking met het megafestival met al zijn beproevingen. ‘Zoveel mensen had ik nog nooit bij elkaar gezien. Waar komen al die mensen vandaan?! Er waren ook veel te weinig wc’s, waardoor de mannen massaal aan het hek gingen staan om te plassen. Langzaam maar zeker stroomde dat het veld op, waar mensen op kleedjes in de zon zaten. Toch hebben we een hele mooie dag gehad. Het was echt een eyeopener hoe leuk een festival kon zijn, en The Cure was geweldig!’

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

Waar is de tijd gebleven?

Aanstaande Pinkpop - op de kop af veertig jaar later - is de Engelse band opnieuw op Pinkpop (de vierde keer na 2012 en 2019). Veertig jaar. Waar is de tijd gebleven? Dat vraagt Robert Smith zich ook af op Songs From A Lost World, het veertien album dat maar liefst zestien jaar op zich liet wachten. 

In 1986 stond The Cure in de kracht van het leven en op de piek van hun hype. Songs From A Lost World heeft weinig gemeen met de compacte, toegankelijke fase van 1986. Het is een band aan het einde van zijn carrière, aan het einde van het leven zelfs. Robert Smith heeft er weinig woorden voor, letterlijk. Meerdere nummers op het album hebben intro's van meer dan twee minuten, langgerekte instrumentale shoegaze zonder haast. Het beste nummer is het ruim tien minuten klokkende ‘End Song’, waarin Smith zingt: ‘I'm outside in the dark wondering how I got so old.’ 

Natuurlijk had The Cure altijd al oog voor de donkere kanten van het leven, maar nog nooit voelde het einde zo dichtbij als nu. In ‘And Nothing Is Forever’ zingt Smith over de meest pijnlijke belofte die hij ooit niet nakwam. ‘Promise you'll be with me in the end’, vroeg een zieke vriend hem. Hij beloofde het, maar was er uiteindelijk niet. De dood raakte ook de band zelf, want eind vorig jaar (dus ruim na het verschijnen van dit album) overleed gitarist/toetsenist Perry Bamonte na een kort ziekbed. Tijdens de huidige tour wordt hij vervangen door Eeden Gallup, die niet alleen al jaren guitar tech van de band is, maar ook de zoon van bassist Simon Gallup.

Songs Of A Lost World voelt als een van die zeldzame écht sterke albums van een act in de herfst van het leven, vergelijkbaar met Leonard Cohen's You Want It Darker, David Bowie's Blackstar en Johnny Cash's American IV. En dat terwijl Robert Smith met zijn 66 jaar ook zomaar nog twintig jaar mee zou kunnen. Of er straks ook nieuwe 19 en 21-jarigen naar Pinkpop zullen trekken? Het zou nog kunnen ook , want dankzij zijn verschijning bij Olivia Rodrigo op Glastonbury vorig jaar (ze speelden ‘Friday I'm In Love' en ‘Just Like Heaven’) en het duet op haar nieuwe album zullen op Pinkpop straks ook een heleboel jonge meiden nieuwsgierig uitkijken naar The Cure. Zo mag de dood misschien dichterbij komen, voor de liedjes lonkt een nieuw leven.