corto.alto oefent met stilstaan

Liam Shortall over jazz, de controle loslaten en nooit tevreden zijn

  • Sam van den Heuvel
  • Seth de Wildt

‘Jazz met een identiteitscrisis’, zo omschreven we SOME SMALL FORTUNE van corto.alto. Want ja, het klinkt wel jazzy, maar wat doen die breakbeats, hiphop-samples en drum-‘n-bassynths daar dan? De Schotse muzikant legt uit: over die hokjes, vergeten herinneringen, de vele samenwerkingen en de moeite om controle uit handen te geven. ‘Na een goed album, een tour of een grote show gun ik mezelf geen minuut om blij te zijn.’

Liam Shortall - de man achter corto.alto - begon vorige week aan zijn tour door Europa. De gammele busjes en halflege zalen zijn inmiddels ingeruild voor luxe hotels, fans en interviews (at your service). Toch is zijn leven niet enkel glamoureus. Dat blijkt direct als hij op het scherm verschijnt vanuit zijn hotel in Brussel. Hij kijkt lachend naar het bed achter zich. ‘Ik sliep daar gister nog wel samen met mijn pa in.’ Die pa is inmiddels gepensioneerd, maar zit zeker niet stil. ‘Hij is mee als tourmanager, verkoopt merch en organiseert van alles achter de schermen.’ Liam vindt het wel gezellig. ‘Het is fijn om meer tijd met hem door te kunnen brengen.’ 

Het jongetje op de foto

Liam groeide op in Dumfries, een klein plaatsje in Schotland. Kort geleden besloten zijn ouders het huis te verkopen waar hij is opgegroeid. ‘Het is een nogal krakkemikkig huisje, dus ik had niet verwacht dat het snel verkocht zou zijn. Maar dat gebeurde wel, en ik kreeg daardoor niet de kans om afscheid te nemen.’ Bij het uitzoeken van oude foto’s uit zijn kindertijd werd hij overvallen door nostalgie. ‘Ik realiseerde me dat ik er nauwelijks herinneringen aan heb. Je romantiseert het, en eigenlijk zijn herinneringen heel onbetrouwbaar.’ Die realisatie werd de rode draad van zijn album SOME SMALL FORTUNE, dat een aantal weken geleden verscheen. Voor de coverart maakte hij van een schoolfoto een ‘vervormde reconstructie’: hij kopieerde hem, sneed beide in reepjes en vlocht ze door elkaar. ‘Je staart als kind de camera in, en nu keek ik naar mezelf die naar mezelf kijkt. Dat is een heel trippy gevoel.’

Wie was dat jongetje op de foto? ‘Ik was een nogal angstig, stil kind. Ik maakte me veel zorgen.’ Zijn ouders (vader in de fabriek, moeder in de zorg) hadden zelf geen muzikale achtergrond, maar gaven hem alle ruimte om zijn eigen weg te kiezen. Dat was in Schotland niet vanzelfsprekend. ‘Iedereen voetbalt, niemand is geïnteresseerd in de trombone. Dan voel je je heel alleen.’ Muziek werd zijn obsessie, daardoor vond hij vrienden en zelfvertrouwen. Op zijn zestiende vertrok hij daarom naar Glasgow om jazztrombone te studeren aan het conservatorium. ‘Daar was iedereen ook weird. Toen kroop ik uit mijn schulp.’

jazz met de hoofdletter J

Binnen die prestigieuze muren liet Liam zich niet opsluiten. Hij deed wat elke zestienjarige doet: feesten. ‘Ik was jong, en eigenlijk een sukkel, want ik verspilde veel tijd aan uitgaan.’ Bovendien gold op school een ongeschreven regel: jazz stond boven alles. ‘Als je pop, R&B, soul, hiphop, dub of clubmuziek maakte, werd dat als minder beschouwd in de ogen van de docenten en de jazzwereld. Daar trapte ik een beetje in: jazz, jazz, jazz met een hoofdletter J.’

Maar eigenlijk hield hij van heel andere muziek, vooral van clubmuziek. Hij ging veel naar festivals en speelde in dub-, reggae-, soul-, funk- en punkbands. ‘Gewoon omdat ik arm was en geld moest verdienen met muziek. Het was het enige dat ik kon.’ Pas na zijn studie gaf hij aan zichzelf toe dat hij van al die muziek hield. ‘Toen liet ik los wat andere jazzmusici van mijn muziek vonden. Als artiest luister je gewoon naar heel veel dingen en stop je er zelf iets van terug in de wereld.’

Is zijn muziek dan nog jazz te noemen? ‘Ik weet het niet. Ik denk niet dat het een nuttige vraag is.’ zegt Liam. ‘Streamingdiensten stoppen mij in dat hokje, omdat luisteraars van mijn muziek ook veel jazzartiesten luisteren.’ Hij speelt op jazzfestivals, maar ook in nachtclubs. ‘Ik weet dat dit zo’n Rolling Stone-uitspraak is,’ lacht hij, ‘maar ik vind genres steeds nuttelozer worden.’ Zelf luistert hij naar van alles: Sabrina Carpenter, Skrillex ‘de hele tijd’, John Coltrane, klassiek, reggae, dub en ska. ‘Het gaat erom dat je nooit oordeelt als je een album of artiest opzet. De enige die je daarmee benadeelt ben je zelf, want je blokkeert je eigen inspiratie.’

© Michal Augustini / corto.alto

Een vasthoudend instinct

Die openheid kent ook haar grenzen. Liam speelt een hele reeks instrumenten (maar laat zich liever geen multi-instrumentalist noemen), mixt en mastert zelf, en monteert daarnaast zijn eigen video’s. ‘Toen ik jonger was, kon ik het me niet veroorloven om veel uit te besteden. Dus moest ik het zelf leren.’ Zijn muziek neemt hij nog steeds op in zijn slaapkamer in Glasgow, alleen is het inmiddels een iets mooiere slaapkamer. Zijn zelfstandigheid is uit nood geboren, maar is inmiddels uitgegroeid tot een eigen stijl en een sterk vasthoudend instinct. 

Dat instinct hoor je terug op de track ‘DON’T LISTEN’, die hij schreef als ‘note to self’. ‘Ignore the noise/Think less, do more/Feel first, act later/Act raw, not right, right, right.’ zingt hij daar. ‘Door mijn jazzopleiding analyseerde ik muziek vaak te veel en maakte ik me druk over wat andere muzikanten van mijn werk zouden denken. Daardoor durfde ik soms minder op mijn eigen smaak te vertrouwen.’ Dat veranderde door het succes van zijn debuutalbum Bad With Names (2023). ‘Ik dacht: ‘Ik moet nu weer zo’n album maken.’ Tot ik besefte dat ik gewoon moet maken wat ik wil, en dat mensen daar maar mee moeten leven.’ Elke dag krijgt hij reacties op YouTube van mensen die zijn oudere werk beter vinden. ‘Voor mij is dat een compliment. Je verliest mensen onderweg, maar er luisteren inmiddels zoveel mensen naar mijn muziek, wat echt een zegen is. Ik wil niet hetzelfde blijven.’ Liam vindt het moeilijk om stil te staan. ‘Na een goed album, een tour of een grote show gun ik mezelf geen minuut om blij te zijn. Ik denk alleen maar: ‘Wat is het volgende?’’

Hoewel Liam het liefste zelfstandig werkt, nodigde hij acht gastartiesten uit voor SOME SMALL FORTUNE. Dat betekende loslaten. 'Als je met iemand samenwerkt, moet je soms wel vijftig procent van de beslissingen en creatieve controle opgeven. Dat vond ik heel moeilijk. 'Het voelt alsof je je kind loslaat.’ Vroeg iemand per mail om een akkoord te veranderen, dan dacht hij: ‘Oh nee, alsjeblieft niet!’ Hij deed het toch, baalde er een uurtje van en merkte daarna dat de ander gelijk had. ‘Juist díe momenten zijn nu mijn favoriete op het album. En dan denk ik: ‘Hoeveel andere keren heb ik eigenlijk ongelijk gehad?’’

Stilstaan

Op zijn solotracks had Liam alle touwtjes wél zelf in handen, en dat hoor je terug op ‘YURA’. ‘Bij de instrumentale tracks kon ik helemaal mijn eigen ding doen. Misschien zijn dat daarom ook de drukste en meest overgeproduceerde nummers geworden. Er was niemand die zei dat het even wat minder kon. Misschien moet ik maar iemand aannemen die me daar elk uur aan herinnert, dan houd ik misschien ook wat meer tijd over om te relaxen.’ zegt Liam gekscherend.

Hij wordt bijna dertig, en met zijn beste vrienden als bandleden, vader als tourmanager, grotere zalen en een eigen hotelkamer (op een uitzondering na), is het relaxter touren dan ooit. Maar wie door rent en moeite heeft stil te staan, vergeet gemakkelijk om dankbaar te zijn. ‘Ik was vroeger nogal negatief en pessimistisch.’ Daarom is SOME SMALL FORTUNE een reminder aan zichzelf. ‘Dat ik me bevoorrecht moet voelen voor alles wat ik wel heb: geweldige vrienden, een fijne familie, een mooi leven.’ 

corto.alto staat op 13 oktober in Doornroosje, 14 oktober in LantarenVenster en op 15 oktober in Tolhuistuin.

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'spotify'-embed.

cookie-instellingen aanpassen
SOME SMALL FORTUNE